• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. IGNATIUS VAN ANTIOCHIë

De marteling van de H. Ignatius van Antiochië

Beste broeders en zusters!

Net als we jongstleden woensdag gedaan hebben, spreken we ook vandaag over de persoonlijkheden uit de beginjaren van de Kerk. Vorige week hebben we over Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Clemens van Rome
(7 maart 2007)
gesproken, de derde opvolger van de heilige Petrus. Vandaag hebben we het over Ignatius, die de derde bisschop van Antiochië is geweest, van 70 tot 107, het jaar van zijn marteldood. In die tijd waren Rome, Alexandrië en Antiochië de drie grote metropolen van het Romeinse Rijk. Het Concilie van Nicea spreekt van drie "primaten": dat van Rome, maar ook Alexandrië en Antiochië hebben in zekere zin deel aan een "primaat". De heilige Ignatius was Bisschop van Antiochië, dat tegenwoordig in Turkije ligt. Hier, in Antiochië, ontstond, zoals wij weten uit de Handelingen van de Apostelen, een bloeiende christelijke gemeenschap: de eerste bisschop ervan - zo leert ons de overlevering - was de apostel Petrus, en daar "werden de leerlingen voor het eerst christenen genoemd" (Hand. 11, 26).

Eusebius van Caesarea, een geschiedschrijver uit de IV-de eeuw, wijdt een heel hoofdstuk van zijn Kerkgeschiedenis aan het leven en de schriftelijke nalatenschap van Ignatius H. Eusebius van Caesarea, Geschiedenis van de Kerk, Historia Ecclesiastica. 3, 36. "Vanuit Syrië", zo schrijft hij, "werd Ignatius naar Rome gezonden om er als voedsel voor de wilde dieren te worden geworpen, vanwege het getuigenis dat hij had gegeven voor Christus. Op zijn reis door Asia, streng bewaakt door de wachters (die hij in zijn Brief aan de Romeinen de "tien luipaarden" noemt H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Romeinen, Epistula ad Romanos. 5, 1) bevestigde hij met preken en aansporingen de Kerken in de afzonderlijke steden waar hij verbleef; vooral spoorde hij hen met nog groter vurigheid aan zich te hoeden voor de ketterijen die in die tijd begonnen op te schieten, en hij drukte hen op het hart zich niet los te maken van de apostolische overlevering".

De eerste etappeplaats van de reis van Ignatius naar het martelaarschap was de stad Smyrna, waar de heilige Polycarpus bisschop was, een leerling van Johannes. Hier schreef Ignatius vier brieven, respectievelijk aan de Kerken van Efeze, Magnesia, Tralli en Rome. "Nadat hij uit Smyrna vertrokken was", vervolgt Eusebius, "kwam Ignatius te Troas, en van daaruit verzond hij nieuwe brieven": twee aan de Kerken van Philadelphia en Smyrna, en een aan Bisschop Polycarpus. Zo maakt Eusebius de lijst compleet van de brieven die ons vanuit de Kerk van de eerste eeuw als een kostbare schat bereikt hebben. Bij het lezen van deze teksten ervaart men de frisheid van het geloof van de generatie die nog de Apostelen gekend heeft. In deze brieven wordt men ook de vurige liefde van een heilige gewaar. Vanuit Troas tenslotte bereikte hij Rome, waar hij in het amfitheater Flavius aan de wilde beesten werd gevoerd.

Geen Kerkvader heeft zo intens als Ignatius het verlangen uitgedrukt naar de vereniging met Christus en naar het leven in Hem. Daarom hebben wij de evangeliepassage gelezen over de wijnstok die, volgens het Evangelie van Johannes, Jezus is (Joh. 15, 1-8). In feite komen in Ignatius twee geestelijke "stromingen" samen: die van Paulus, geheel gericht op de vereniging met Christus, en die van Johannes, geconcentreerd op het leven in Hem. Op hun beurt lopen deze beide stromingen uit in de navolging van Christus, door Ignatius meermaals verkondigd als "mijn" of "onze" God.

Zo smeekt Ignatius de christenen van Rome zijn martelaarschap niet te verhinderen, omdat hij er vurig naar verlangt "zich met Jezus Christus te verenigen". En hij legt uit: "Het is voor mij veel mooier te sterven en zo naar ( Grieks: eis) Jezus Christus te gaan, dan te heersen tot aan de uiteinden der aarde. Ik zoek Hem die voor mij gestorven is, ik wil Hem die voor ons verrezen is... Sta mij toe navolger te zijn van het Lijden van mijn God!" H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Romeinen, Epistula ad Romanos. 5-6. In deze uitdrukkingen die branden van liefde klinkt overduidelijk het opvallend "christologisch" realisme dat zo typisch is voor de Kerk van Antiochië, en dat een bijzondere aandacht heeft voor de incarnatie, de vleeswording van de Zoon van God en voor zijn ware en concrete mensheid: "Jezus Christus", schrijft Ignatius aan de Smyrnaeërs, "is werkelijk uit het geslacht van David", "is werkelijk uit een maagd geboren", werd "werkelijk voor ons aan het kruis genageld" H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Romeinen, Epistula ad Romanos. 1,1

Het onweerstaanbare verlangen van Ignatius naar de vereniging met Christus vormt de basis van een ware en eigenlijke "mystiek van de eenheid" H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Christenen van Philadelphia, Epistula ad Philadelfiesi. 8, 1. De eenheid is voor Ignatius vóór alles een eigenschap van God die, ofschoon in drie Personen bestaande, toch één is in een absolute eenheid. Dikwijls herhaalt hij dat God eenheid is, en dat deze zich, in haar zuivere en oorspronkelijke staat, alleen in God bevindt. De eenheid die hier op aarde te verwezenlijken is door de christenen, is niets anders dan een navolging, een imitatie die zoveel mogelijk overeenstemt met haar goddelijk archetype.

Op deze wijze komt Ignatius er toe een visie op de Kerk uit te werken die heel dicht komt bij enkele uitdrukkingen uit de Brief aan de Korintiërs van Clemens van Rome. "Het is goed voor u", schrijft hij bijvoorbeeld aan de christenen van Efeze, "samen te werken in overeenstemming met het gevoelen van de bisschop, iets wat u al doet. Inderdaad is uw college van presbyters, terecht van goede faam en God waardig, zó in harmonie verenigd met de bisschop als de snaren met de citer. Hierdoor wordt in uw eensgezindheid en in uw symfonische liefde Jezus Christus bezongen. En zo wordt u de een na de ander samen tot een koor, opdat u in de symfonie van uw eensgezindheid, na de toonhoogte genomen te hebben van God in de eenheid, met één stem zingt". H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Efesiërs, Epistula ad Ephesios. 4, 1-2

En na de Smyrnaeërs op het hart gedrukt te hebben dat zij "met betrekking tot de Kerk niets zullen ondernemen zonder de bisschop", vertrouwt hij Polycarpus toe: "Ik geef mijn leven voor hen die onder de bisschop, de presbyters en de diakens zijn gesteld. Moge ik met hen deel kunnen hebben aan God! Werkt met elkaar samen, strijdt samen, loopt samen de wedloop, lijdt samen, slaapt en waakt samen als bestuurders van God, zijn plaatsbekleders en dienaren. Zoekt Hem te behagen voor wie gij strijdt en van wie gij uw loon ontvangt. Laat niemand van u deserteur bevonden worden. Uw doopsel blijve als een schild, uw geloof als een helm, uw liefde als een lans, uw geduld als een harnas" H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Christenen van Smyrna, Epistula ad Smyrnaeos. 6, 1-2.

Uit het geheel van de Brieven van Ignatius is zoiets als een constante en vruchtbare dialectiek te halen tussen twee kenmerkende aspecten van het christelijk leven: van de ene kant de hiërarchische structuur van de kerkelijke gemeenschap en van de andere kant de fundamentele eenheid die de gelovigen met elkaar in Christus verbindt. Bij gevolg kunnen de functies (binnen die gemeenschap) niet met elkaar in tegenstelling geraken. Integendeel, de nadruk op de communio van de gelovigen onderling en met de eigen herders, wordt voortdurend geherformuleerd aan de hand van welsprekende beelden en analogieën: de citer, de snaren, de intonatie, het concert, de symfonie.

Duidelijk komt de eigen verantwoordelijkheid van de bisschoppen, de presbyters en de diakens naar voren in de opbouw van de gemeenschap. Vooral hen geldt de uitnodiging tot liefde en eenheid: "Weest één en hetzelfde", schrijft Ignatius aan de Magnesiërs, waarbij hij het gebed van Jezus bij het Laatste Avondmaal herneemt: "één enige smeking, één enige geest, één enige hoop in de liefde... Snelt allen toe op Jezus Christus als naar de ene tempel van God, als naar het ene altaar: Hij is één en, voortkomend van de ene Vader, is Hij met Hem verenigd gebleven en naar Hem in de eenheid teruggekeerd" H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Magnesiërs, Epistula ad Magnesios. 7, 1-2.

Als eerste in de christelijke literatuur kent Ignatius aan de Kerk het bijvoeglijk naamwoord "katholiek" toe, dat wil zeggen "universeel": "Waar Jezus Christus is", zegt hij, "daar is de katholieke Kerk" H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Christenen van Smyrna, Epistula ad Smyrnaeos. 9, 2, en juist in de dienst aan de eenheid van de katholieke Kerk oefent de christelijke gemeenschap van Rome zoiets als een primaat in de liefde uit: "In Rome zit zij voor, Godwaardig, eerbiedwaardig, waardig om gelukzalig genoemd te worden... Zij zit voor in de liefde, die de wet van Christus heeft en de naam van de Vader draagt" H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Romeinen, Epistula ad Romanos. Proloog.

Zoals men ziet, is Ignatius echt de "leraar van de eenheid": van de eenheid van God en de eenheid van Christus - de diverse ketterijen, die begonnen te circuleren en die in Christus de mens en God verdeelden, ten spijt; van de eenheid van de Kerk, de eenheid van de gelovigen "in het geloof en in de liefde, waarboven niets gaat" H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Christenen van Smyrna, Epistula ad Smyrnaeos. 6,1. Uiteindelijk nodigt het "realisme" van Ignatius de gelovigen van gisteren en van vandaag, ja nodigt ons allen uit, tot een groeiende synthese tussen gelijkvormig worden aan Christus (vereniging met Hem, leven in Hem) en toewijding aan zijn Kerk (eenheid met de Bisschop, edelmoedige dienst aan de gemeenschap en aan de wereld). Kortom, het is nodig dat we tot een zodanige synthese komen tussen de communio van de Kerk naar binnen toe en haar missie tot verkondiging van het Evangelie naar de anderen toe, dat doorheen de ene dimensie de andere spreekt, en dat de gelovigen steeds meer "die onverdeelde geest bezitten die Jezus Christus zelf is" H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Magnesiërs, Epistula ad Magnesios. 15.

Terwijl ik van God deze "genade van eenheid" afsmeek en in de overtuiging de liefde voor te zitten van heel de Kerk Vgl. H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Romeinen, Epistula ad Romanos. Proloog, richt ik tot u dezelfde wens die de brief van Ignatius aan de christenen van Tralli besluit: "Bemint elkaar met een onverdeeld hart. Mijn geest geeft zich ten offer voor u, niet alleen nu, maar ook als hij God zal hebben bereikt... Dat gij in Christus zonder smet bevonden wordt" H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Christenen van Trallia, Epistula ad Trallianos. 13. En bidden wij dat de Heer ons helpt deze eenheid te bereiken en uiteindelijk zonder smet bevonden te worden, omdat het de liefde is die de zielen zuivert.

Zie ook:
Volgende catechese in deze reeks: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Justinus, filosoof en martelaar
(21 maart 2007)

Document

Naam: H. IGNATIUS VAN ANTIOCHIë
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 14 maart 2007
Copyrights: © 2007, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling uit het Italiaans, nummering en indeling van de alinea’s: Past. Chr. v. Buijtenen pr.
Bewerkt: 30 augustus 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam