• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

EEN LANGE GEMEENSCHAPPELIJKE GESCHIEDENIS DOET ONS VANDAAG DE ONVOLLEDIGE MAAR WERKELIJKE GEMEENSCHAP ONTDEKKEN, WELKE ONDER ONS BESTAAT
In het Hoofdkwartier van de Wereldraad van Kerken, Genève (Zwitserland)

Dierbare broeders en zusters,

'Genade en vrede voor u vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus' (Ef. 1, 2).

Ik dank u mij te hebben uitgenodigd u hier op het oecumenisch centrum een bezoek te brengen tijdens mijn pastoraal bezoek aan de katholieken van Zwitserland. Het is bijzonder betekenisvol dat wij elkaar ontmoeten om . samen te bidden en ons broederlijk met elkaar te onderhouden in deze tijd van het jaar, wanneer de christenen overal in de wereld de gebeurtenis van Pinksteren vieren. Zoals namelijk de heilige Irenaeus zei, 'is op Pinksteren de Geest over de apostelen neergedaald met macht over alle naties om hen binnen te leiden in het leven, en het Nieuwe Testament voor hen te openen, daarom loofden de leerlingen bezield van eenzelfde besef in alle talen God, terwijl de Geest dé afgescheiden stammen tot de eenheid terugbracht en de Vader de eerstelingen van alle naties aanbood'. H. Ireneüs van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. III, 17, 2 Pinksteren, de gave van de Geest, is voor de kerk de altijd levendmakende bron van haar eenheid en het uitgangspunt van haar zending. Onze ontmoeting valt samen met deze dagen.

Het eenvoudige feit van mijn aanwezigheid hier onder u als bisschop van Rome, die broederlijk de Wereldraad van Kerken bezoekt, is een teken van deze wil tot eenheid. Vanaf het begin van mijn bediening als bisschop van Rome heb ik op het feit gewezen, dat de betrokkenheid van de Katholieke Kerk bij de oecumenische beweging onherroepelijk is en dat het zoeken van de eenheid een van zijn herderlijke prioriteiten is. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Gebeden en Testament, Gebed voor de 6e Assemblee van de Wereldraad van Kerken (24 juli 1983). Archief van de Kerken 38 ( 1983 / 12), 3) De nieuwe Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
brengt overigens zeer duidelijk de verplichting tot uitdrukking, welke de katholieke bisschoppen hebben om overeenkomstig de wil van Christus de oecumenische beweging te bevorderen. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 755. par. 1

Wanneer de Katholieke Kerk deelneemt aan de moeilijke oecumenische taak, dan doet zij dat ongetwijfeld als draagster van een overtuiging. Ondanks morele gebreken welke het leven van haar leden en zelfs van haar leiders in de loop van haar geschiedenis hebben getékend, is zij ervan overtuigd in de bediening van de bisschop van Rome in volledige trouw aan de apostolische traditie en het geloof van de vaderen, de zichtbare pool en de waarborg van de eenheid te hebben bewaard. Groette de heilige Ignatius van Antiochië niet reeds de kerk 'die in het gebied van de Romeinen voorzit', als die 'welke in de liefde voorzit' in de gemeenschap? De Katholieke Kerk gelooft namelijk dat de bisschop die het leven voorzit van de plaatselijke kerk, welke vruchtbaar is gemaakt door het bloed van Petrus en Paulus, van de Heer de zending ontving de getuige te blijven van het geloof dat door deze twee leiders van de apostolische gemeenschap werd beleden en die, in de genade van de Heilige Geest, de eenheid van de gelovigen bewerkt. In gemeenschap staan met de bisschop van Rome betekent zichtbaar getuigen, dat men in gemeenschap staat met allen die ditzelfde geloof belijden, die het hebben beleden sinds Pinksteren en die het zullen belijden, 'totdat de dag van de Heer komt'. Dit is onze overtuiging als katholieken, en onze trouw aan Christus maakt het ons onmogelijk daaraan te verzaken. Wij weten ook dat dit voor de meesten onder u - van wie de herinnering misschien is getekend door bepaalde pijnlijke herinneringen waarvoor mijn voorganger Paulus VI u vergiffenis vroeg -een moeilijkheid vormt. Maar wij zullen erover moeten spreken in oprechtheid en vriendschap en met de ernst vol van beloften welke het voorbereidingswerk van het document van 'Geloof en Kerkorde' over 'Doop, Eucharistie en ambt' reeds heeft aangetoond. Wanneer de oecumenische beweging werkelijk door de Heilige Geest wordt gedragen, zal dat moment komen.

De Katholieke Kerk en de lidkerken van de Wereldraad van Kerken hebben een lange gemeenschappelijke geschiedenis; wij delen de droevige herinneringen aan de dramatische scheidingen en wederzijdse polemieken die de eenheid diep verwondden. Gedurende deze geschiedenis zijn wij veel elementen of waarden die alle samen| de kerk vormen en met leven vervullen, in gemeenschap blijven bezitten. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 3 Deze geschiedenis wordt nu die van de herontdekking van de onvolledige, maar werkelijke gemeenschap welke tussen ons bestaat; alle elementen die deze gemeenschap samenstellen of moeten samenstellen zijn geleidelijk in hun ware perspectief geplaatst met alle consequenties welke dit nieuwe inzicht meebrengt voor de samenwerking onder ons en het gemeenschappelijk getuigenis.

Wij zijn ons op de eerste plaats bewust geworden van ons gemeenschappelijk doopsel en van zijn betekenis. De verklaringen van de assemblees van New Delhi of Evanston spreken hier dezelfde overtuiging uit als het 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Unitatis Redintegratio
Over de oecumene
(21 november 1964)
: 'Telkens wanneer het sacrament van het doopsel volgens de instelling van onze Heer op de juiste wijze wordt toegediend en in goede gesteldheid wordt ontvangen, wordt de mens waarachtig ingelijfd bij de gekruisigde en verheerlijkte Christus ... Het doopsel vormt daarom de sacramentele band van de eenheid die zijn kracht uitoefent tussen allen die erdoor zijn wedergeboren'.2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 22 Ongetwijfeld 'is het doopsel op zich niet meer dan een eerste begin. Want het is immers geheel gericht op het verkrijgen van de volheid van het leven in Christus'. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 22 Maar wij allen, die gedoopt zijn met een waarachtig doopsel, zijn omringd met dezelfde en onverbrekelijke liefde van de Vader, tot leven gebracht door dezelfde en ondeelbare Geest van God, ingelijfd in de enige Zoon. Ook al zijn wij onder elkaar verdeeld, worden wij toch door eenzelfde omhelzing omvat, door wat de heilige Irenaeus noemde 'de twee handen van de Vader' (de Zoon en de Geest). Ziedaar wat ons voortdrijft om de gemeenschap onder ons weer op te nemen. Het gaat erom te aanvaarden datgene te zijn wat wij voor God zijn krachtens 'één doop' vanwege 'één God en Vader van allen, die is boven allen en met allen en in allen' (Ef. 4, 6). Wanneer wij nog verdeeld zijn, staan wij niettemin allen in het mysterie van Pinksteren het tegenovergestelde van Babel. Onze verdeeldheden vormen ook een tegenstelling met de reeds bestaande eenheid; ze er des te aanstootgevender door.

Wij hebben geleerd ons samen één te voelen in de eerbiediging van het woord van God. Dank zij de hernieuwing van de Bijbelse studies, waarbij de exegeten van alle christelijke belijdenissen hebben samengewerkt, zijn bepaalde oude geschillen die ons sedert eeuwen tegen elkaar opzetten, ongegrond gebleken. Waarom zou ik hier kard. Bea niet vermelden, die de laatste tien jaar van een lang leven dat gewijd was aan de studie en het onderricht van de heilige Schrift, aan de dienst van de eenheid besteedde? Wanneer het Tweede Vaticaans Concilie verklaart: 'Alle kerkelijke prediking en de christelijke godsdienst zelf moeten derhalve door de Heilige Schrift worden gevoed en beheerst'. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 21 brengt het alleen maar een gemeenschappelijke overtuiging tot uitdrukking. Ook wordt het woord van God steeds meer begrepen als verwijzing naar het leven en het getuigenis van de kerkelijke gemeenschap welke bezield is door de Geest van wie Jezus zei: 'Hij zal u alles leren', 'Hij zal u tot de volle waarheid brengen' (Joh. 14, 26)(Joh. 16, 13). Waarom zouden wij de positieve betekenis van deze groeiende eensgezindheid niet benadrukken, ook al zijn wij het nog niet volledig eens over de interpretatie van dit woord van God?

Door het feit van deze nieuwe aandacht voor de aanwezigheid van de Geest heeft ons gebed een eigen klank gekregen. Het is ontvankelijker voor de werking van de genade, waarbij wij ons losmaken van onze eigen zorgen om onze blik te vestigen op het werk van God en het wonder van zijn genade. Deze blik maakt ons levendiger bewust van de bedoeling van God met zijn volk in de zekerheid van de voorrang van de goddelijke initiatieven. Wij beperken ons niet meer tot samen bidden en voorspreken; wij hebben nu meer de neiging God te prijzen voor het werk van zijn genade.

Het gebed neemt in onze zorgen een aanzienlijke plaats in. Hoewel wij nog niet samen de Eucharistie van de Heer . kunnen vieren door deel te hebben aan dezelfde tafel, gaat het ons steeds meer ter harte om van het gemeenschappelijk gebed het middelpunt van onze bijeenkomsten te maken, zelfs wanneer het gaat om strikte werkbijeenkomsten. Vanuit dit gezichtspunt is het tekenend dat de assemblee van Vancouver afgelopen zomer werd beheerst door deze werkelijkheid van een gemeenschappelijk gebed dat dagelijks gewaarborgd was in waardigheid en vurigheid, en dat de gebedstent het symbool is geworden van deze zo hoogst belangrijke oecumenische gebeurtenis. Ontmoeten wij elkaar ook vandaag niet in het gebed? Dit gezamenlijk voortgaan in trouw aan de opdracht van de apostel: 'Bidt zonder ophouden. Dankt God voor alles' (1 Tess. 5, 17-18), is het ondubbelzinnig teken van de aanwezigheid van de Geest van de Heer binnen ons zoeken. Het wijst erop, dat wij op de goede weg zijn.

Terwijl wij door elkaar nader te komen samen voortgang maken in deze gebedservaring, wordt het ons mogelijk die werkelijke 'broederlijke solidariteit', waarvan paus Paulus VI sprak H. Paus Paulus VI, Boodschap, Aan de Assemblee van de Wereldraad van Kerken in Nairobi (20 nov 1975). Archief van de Kerken 31 (1976), 451 te ontwikkelen met de wereldraad en zijn lidkerken. Zo heeft zich een veelvormige samenwerking ontwikkeld. Op de allereerste plaats in het ernstig en volhardend theologisch onderzoek van 'Geloof en Kerkorde'. Dat is een fundamenteel oecumenisch werk, want de eenheid in de belijdenis van het geloof bepaalt het resultaat van alle inspanningen die in gemeenschap worden gedaan; maar deze zijn op hun beurt een belangrijk middel om in deze eenheid in geloof vorderingen te maken.

Een gemeenschappelijke dienst aan de mensheid in naam van het Evangelie is namelijk een noodzakelijke manier om de waarheid te doen en dus naar het licht te gaan. Vgl. Joh. 3, 21 Het is geen toeval dat de verklaringen van de assemblee van Uppsala over de dienst aan de schepping en die van de 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Gaudium et Spes
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
(7 december 1965)
op verscheidene punten overeenstemmen. Het streven van de wereldraad naar rechtvaardigheid en vrede, zijn betrokkenheid bij de dienst voor de armen en ongelukkigen, zijn onophoudelijk werk voor de verdediging van de vrijheid en de rechten van de mens, sluiten aan bij de voortdurende zorg van de katholieke gemeenschappen.

De verdediging van de mens, van zijn waardigheid, zijn vrijheid, zijn rechten, de volle zin van zijn bestaan, is namelijk een van de voornaamste zorgen van de Katholieke Kerk en zij spant zich in om overal waar ze kan bij te dragen om de noodzakelijke voorwaarden voor de ontwikkeling van de mens te bevorderen in de volle waarheid van zijn bestaan als door God geschapen en verlost wezen, omdat zij ervan overtuigd is, dat 'deze mens de eerste weg als het ware is, die de kerk moet begaan bij het vervullen van haar taak'. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Verlosser van de mensen, Redemptor Hominis (4 mrt 1979), 14 Wanneer zij voor de mens tussenbeide komt, welke het politieke bewind van het land ook is, staat ze erop het onderscheid en de betrekkelijke autonomie van kerk en staat kenbaar te maken. Zij toont zich vol respect voor de verheven en moeilijke taak van hen die de last van het algemeen welzijn dragen, zij onderhoudt met hen een dialoog en ook van duurzame betrekkingen van gezamenlijke overeenstemming om de vrede en rechtvaardigheid voortgang te doen maken, terwijl ze van mening is, dat het niet haar taak is tussenbeide te komen in de regeringsvormen welke de mensen zich geven voor de tijdelijke zaken, noch het geweld aan te bevelen om ze te veranderen. Maar zij nodigt haar lekeleden uit actief deel te nemen in het beheren ervan en het richting geven eraan overeenkomstig de evangelische beginselen en zij houdt vast aan haar vrijheid vanuit het ethisch oogpunt de voorwaarden te beoordelen die de vooruitgang van personen en gemeenschappen bevorderen of .integendeel de rechten van personen, de burgerlijke vrijheid en godsdienstvrijheid ernstig tekort doen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 42.75

Bij dit laatste punt wenst de Katholieke Kerk dat de andere kerken en christelijke gemeenschappen met haar hun stem verheffen, opdat de waarachtige gewetensvrijheid en vrijheid van eredienst van de burgers worden gewaarborgd en ook de vrijheid van de kerken de bedienaren op te leiden en zich de middelen te verschaffen welke zij nodig hebben voor de ontwikkeling van het geloof van hun gelovigen. Veel mensen van goede wil en internationale instellingen verstaan vandaag het belang van dit grondrecht; maar tegenover de ernst van de feiten, lijkt het me nodig dat alle christenen en christelijke gemeenschappen - wanneer ze de mogelijkheid hebben zich uit te spreken - hier hun gemeenschappelijk getuigenis afleggen over hetgeen voor hen van levensbelang is.

Wij zouden elkaar trouwens steeds meer samen moeten terugvinden op alle gebieden waar de mens, wegens de druk van zijn milieu, grote moeilijkheden ondervindt om overeenkomstig de waardigheid van zijn roeping op sociaal, ethisch en godsdienstig plan te leven. Er zijn zoveel menselijke waarden die in het leven van personen en gezinnen ontluisterd worden: rechtvaardigheid in de verhoudingen, waarachtigheid van de liefde, broederlijke en edelmoedige ontvankelijkheid voor anderen! Ondanks onze scheidingen en onze dikwijls verschillende actiemethoden, ontmoeten wij elkaar dikwijls weer op het vlak van het denken en het sociale handelen en getuigen wij van eenzelfde zienswijze welke gegrond is op een zelfde lezing van het- Evangelie. Het gebeurt ongetwijfeld, dat wij verschillen omtrent de middelen. Onze standpunten inzake ethiek zijn niet altijd dezelfde. Maar hetgeen ons reeds verenigt, maakt het mogelijk te hopen, dat wij op dit fundamentele terrein eens tot een overeenstemming komen.

Ja, de wil 'Christus te volgen' in zijn liefde voor hen die in nood verkeren, brengt ons tot een gemeenschappelijk handelen. Hoe voorlopig ze ook is, doet de gemeenschap in de evangelische dienst ons vermoeden wat onze totale en volmaakte gemeenschap in geloof, liefde en Eucharistie zou kunnen zijn en zal zijn. Ze is daarom geen louter toevallige ontmoeting welke alleen wordt ingegeven door medelijden tegenover de ellende of als reactie op het onrecht. Zij maakt deel uit van onze gezamenlijke gang naar de eenheid.

Wij ontmoeten elkaar ook in de bezorgdheid voor de toekomst van de mensheid. Ons geloof in Christus laat ons delen in eenzelfde hoop om de vernietigingskrachten het hoofd te bieden, die de mensheid belagen, haar geestelijke grondslagen ondermijnen en haar tot de rand van de afgrond brengen. Het scheppings- en verlossingswerk van God kan niet worden verzwolgen door alles wat de zonde in het menselijk hart doet ontbranden, noch definitief mislukken. Maar dat brengt ons tot een scherp beeld van onze eigen verantwoordelijkheid als christenen voor de toekomst van de mens en ook tot het besef van de ernst van onze verdeeldheden. Naarmate ze ons getuigenis verduisteren in een wereld die naar zelfmoord afdrijft, vormen ze een belemmering voor de verkondiging van de blijde boodschap van het heil in Jezus Christus.

Onze gemeenschap in het handelen is namelijk gegrond op een gemeenschappelijke zorg voor de evangelisatie. Het is geen loutere samenloop van omstandigheden dat u, dr. Potter, werd uitgenodigd te spreken voor de bisschoppen die in Rome bijeen waren voor de synode van 1974, waarvan de diepe bezinning op de evangelisatie in de hedendaagse wereld vervat is in de apostolische exhortatie H. Paus Paulus VI - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Evangelii Nuntiandi
Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld
(8 december 1975)
. U hebt voor de synode de manier uiteengezet waarop de Wereldraad van Kerken de zendingstaak verstond. Bij die gelegenheid was reeds gebleken dat de grote vragen over de dringende noodzaak van de evangelisatie en haar werkwijzen, over de dialoog met de andere godsdiensten, over de verhoudingen tussen het Evangelie en de cultuur, zich hadden opgedrongen aan alle christenen en dat ze hen uitnodigden tot een nieuwe getrouwheid in de zending.

Onze ontmoetingen en gedachtewisselingen over dit onderwerp hebben aangetoond, dat wij het er allen over eens zijn te zeggen dat 'er geen echte evangelisatie bestaat tenzij de naam en de leer, het leven en de beloften, het rijk en het mysterie van Jezus van Nazareth, de Zoon Gods worden verkondigd'. H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 22 Maar wij erkennen ook 'dat niet mag worden toegelaten, dat de evangelisatie de zeer grote ernst kan en mag negeren van de problemen die ons op vandaag zozeer bezighouden en die de rechtvaardigheid, de bevrijding, de vooruitgang en de vrede in de wereld beogen. Want indien dat zou gebeuren, zou ook de leer van het Evangelie over de liefde tot de lijdende en gebrekkige medemens worden ontkend'. H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 31

Voor de Katholieke Kerk hebben de bisschoppen de verantwoordelijkheid alle aspecten van de evangelisatieinspanning richting te geven en te coördineren; haar authentieke inspiratie te helpen bewaren, de wezenlijke vrijheid tot aanvaarding van het geloof te respecteren en te vermijden dat ze ontaardt in proselitisme en zich afhankelijk maakt van ideologieën van het ogenblik. De evenwichtige ontwikkeling van een samenwerking met de Katholieke Kerk vraagt dat, in wat de zending van de bisschop betreft, rekening wordt gehouden met deze overtuiging, welke overigens door verscheidene lid kerken van de Wereldraad van Kerken wordt gedeeld.

Het is juist vijftien jaar geleden dat mijn voorganger paus Paulus VI u een bezoek bracht en zich geluk wenste met de ontwikkeling van de betrekkingen tussen de Wereldraad van Kerken en de Katholieke Kerk. Ik stel er prijs op u mijn verlangen kenbaar te maken, zoals ik reeds verschillende keren heb gedaan, dat deze samenwerking onder ons toeneemt en overal waar mogelijk krachtiger wordt. De Gemeenschappelijke werkgroep van de Katholieke Kerk en de Wereldraad van Kerken heeft een belangrijke taak te vervullen. Ze moet vindingrijk zijn om de wegen te vinden

die nu al in staat stellen 'ons bewust en graag te verenigen voor deze edele taak, namelijk: Christus aan de wereld te tonen' H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Verlosser van de mensen, Redemptor Hominis (4 mrt 1979), 11 Door samen zijn waarheid te doen zullen wij zijn licht tonen. Deze inspanning met het oog op een gemeenschappelijk getuigenis is een van de aangegeven prioriteiten van de gemeenschappelijke werkgroep. Dat zal een nieuwe inspanning van oecumenische vorming en leerstellige verdieping vragen. Ons getuigenis zal namelijk alleen werkelijk en volledig gemeenschappelijk kunnen zijn als wij de eenheid in de belijdenis van het apostolisch geloof zullen hebben bereikt.

Vandaag kunnen wij tegenover God en Christus Jezus in de kracht van de Heilige Geest dankzeggen voor de vorderingen welke wij samen op de weg van de eenheid hebben gemaakt. Deze vorderingen maken het ons onmogelijk op onze schreden terug te keren. Terwijl ik u dank voor alles wat de raad van zijn kant vanaf het begin gedaan heeft om ons te helpen samen te geloven, kan ik u alleen maar aan het vaste besluit van de Katholieke Kerk herinneren om alles in het werk te stellen opdat eens het licht van de herstelde koinonia zal schijnen. En hoe zouden wij dat kunnen zonder ons in te spannen om te blijven geloven in het gemeenschappelijk zoeken van de enige waarheid? De weg is lang. De etappes ervan moeten geëerbiedigd worden. Maar wij hebben vertrouwen in de Geest.

Ja, dierbare broeders en zusters in Christus, zoals mijn vereerde voorganger Paulus VI bij het H. Paus Paulus VI - Toespraak
Salvete
Bij de opening van de tweede zitting van het Tweede Vaticaans Concilie
(29 september 1963)
op het moment dat hij juist op de kwestie van de eenheid inging, zou ik onder u een nederig aanbidder en dienaar van Christus willen zijn, Christus in majesteit zoals Hij is uitgebeeld in onze prachtige kerken van Oost en West. Hij staat in de glorie welke Hij deelt met de Vader, boven onze gemeenschap van gelovigen en zegent haar. Wij, aan wie zoveel taken voor de kerk zijn toevertrouwd, keren ons tot Hem en zijn Vader, terwijl wij - om beter te getuigen en het heil van de mensen te dienen - het licht en de kracht van de Heilige Geest afsmeken. Een beetje zoals de apostelen en de eerste leerlingen die in het eerste cenakel met Maria de moeder van Jezus bijeen waren. Christus de Verlosser is onze norm, onze weg en onze leidsman, onze hoop en ons doel. Moge Hij zijn kerk op aarde verlenen in haar mysterie en in haar zichtbare eenheid steeds meer een openbaring te worden van de Liefde die de Vader, de Zoon en de Heilige Geest één maakt!

Document

Naam: EEN LANGE GEMEENSCHAPPELIJKE GESCHIEDENIS DOET ONS VANDAAG DE ONVOLLEDIGE MAAR WERKELIJKE GEMEENSCHAP ONTDEKKEN, WELKE ONDER ONS BESTAAT
In het Hoofdkwartier van de Wereldraad van Kerken, Genève (Zwitserland)
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 12 juni 1984
Copyrights: © 1969, Archief van de Kerken jrg 39 nr 8 p26-29
Bewerkt: 29 januari 2019

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam