• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Zoals bekend is, heeft de Kerk in deze laatste jaren bij voorkeur ernaar gestreefd en er zorg voor gedragen, dat de boodschap van de liefde, van het sociaal voelen en van de vrede werd verspreid, en zoveel als het in haar vermogen lag de werken ven gerechtigheid en solidariteit onder de mensen bevorderd ten gunste van alle behoeftigen, marginalen, ballingen en verdrukten, ten gunste van deze allen - zeggen wij -, of het nu gaat om personen of groeperingen of volkeren. Daarom wensen wij van ganser harte, dat het Heilig Jaar, dank zij de werken van liefde welke het de gelovigen aanbeveelt en van hen vraagt, ook een geschikte tijd zal zijn voor het versterken en verlichten van het zedelijk geweten bij alle gelovigen en in de grote gemeenschap van alle mensen bij wie het maar mogelijk is de boodschap van het Evangelie te laten overkomen.

De zeer oude oorsprong van het jubileum, zoals in de wetten en instellingen van Israël neergelegd, tonen duidelijk aan, dat het van nature juist deze sociale bedoeling heeft. Want zoals wij lezen in het boek Leviticus, (Lev. 25, 8, vv) bracht het jubeljaar, juist omdat het bijzonder aan God gewijd was, een nieuwe regeling van al die zaken mee welke men als aan God toebehorend erkende: de grond namelijk, die braak bleef liggen en aan zijn vroegere bezitters werd teruggegeven; en de economische goederen, aan het gebied waarvan de kwijtschelding van schulden werd toegewezen; en bovenal de mens, wiens waardigheid en vrijheid opnieuw werden bevestigd dank zij de vrijlating van de slaven. Het jaar van God was dus ook het jaar van de mens, het jaar van de aarde, het jaar van de armen, en in dit perspectief van algemene en menselijk zaken straalde een nieuw licht dat voortkwam uit de erkenning van Gods absolute heerschappij over alle schepselen. 

Het dunkt ons, dat ook in de wereld van vandaag de problemen die de mensen het meest in beroering brengen en kwellen - problemen van economische en sociale aard, van ecologie en energiebronnen, maar vooral omtrent de bevrijding van de onderdrukten en de verheffing van alle mensen tot een menswaardiger leven -, worden verhelderd door de boodschap van het Heilig Jaar.

Maar wij zouden graag alle kinderen van de Kerk en bijzonder alle pelgrims die naar Rome komen, willen uitnodigen zich met bepaalde concrete punten bezig te houden die wij, als opvolger van de heilige Petrus en hoofd van de Kerk die de liefdesband voorzit, Vgl. H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Romeinen, Epistula ad Romanos. Inscr.: Funk I, 252 openlijk aanwijzen en aanbevelen. Het gaat om het volbrengen van werken van liefde en geloof ten dienste van de meest behoeftigen van de broeders zowel in Rome als in de andere kerken van de wereld. Dat zijn zeker geen grootse verrichtingen, ofschoon onder geen beding uit te sluiten; in veel gevallen zullen bescheiden dingen, of micro-realisaties - zoals men tegenwoordig pleegt te zeggen - voldoende zijn, die toch beantwoorden aan de geest van evangelische liefde. Het is mogelijk, dat de Kerk zich op dit terrein steeds meer moet bezighouden en de mensen slechts een penning van de weduwe Vgl. Lc. 21, 2 Vgl. Mc. 12, 42 aanbiedt, gezien de beperktheid van haar middelen. Maar zij weet wel en leert, dat het goede dat meer telt datgene is wat, door vaak bescheiden en onbekende middelen, aan de kleine behoeften tegemoet komt, de kleine wonden geneest, die veelal geen plaats krijgen in de grote plannen voor sociale vernieuwing.

Toch gevoelt de Kerk de behoefte ook de zeer grote ondernemingen voor de gerechtigheid en de vooruitgang van de volkeren aan te moedigen, en daarom hernieuwt zij, haar oproep aan al degenen die de mogelijkheid en krachtens hun functie de plicht hebben in de wereld een meer volmaakte ordening van de menselijke en sociale betrekkingen in te richten, om niet vanwege moeilijkheden van de tegenwoordige tijd van dit werk af te zien en zich niet door partijbelangen te laten beheersen. Nogmaals willen wij onze oproep in het bijzonder laten klinken ten gunste van de ontwikkelingslanden en de bevolkingsgroepen die steeds door hongersnood of oorlog worden geteisterd. Laat men zich inspannen tegemoet te komen aan de talloze en vaak dringende behoeften waardoor de mensen van deze tijd worden benauwd, zoals de werkgelegenheid die moet worden verzekerd voor hen die er hun middelen van bestaan aan ontlenen, de huisvesting waaraan velen gebrek hebben, het onderwijs dat op velerlei manieren moet worden bevorderd, de maatschappelijke en medische hulpverlening, waarbij de bevordering en handhaving van de eerbaarheid van de openbare zeden niet mag worden vergeten.

Het zij ons tenslotte vergund nederig en vrijmoedig de wens uit te spreken, dat tijdens het huidige Heilig Jaar - zoals bij vroegere jubilea gebeurde- de bevoegde autoriteiten van de naties de mogelijkheid overwegen overeenkomstig de voorzichtigheid kwijtschelding van straf te verlenen, als getuigenis van zachtmoedigheid en billijkheid, bijzonder aan de gevangenen die voldoende bewijs hebben gegeven van morele en maatschappelijke verbetering of die ongelukkigerwijs betrokken zijn geweest bij situaties van politieke en sociale wanorde die boven hun macht lagen en waarvoor zij niet volledig verantwoordelijk kunnen worden gesteld.

En thans geven wij uitdrukking aan onze dankbaarheid en richten wij de zegen van de Heer tot allen die er zich voor inzetten, dat deze boodschap van liefde, sociaal voelen en van vrijheid, die de Kerk openlijk uitspreekt in de hoop, dat hij door allen wordt gehoord en begrepen, ook metterdaad wordt aangenomen en vertaald in de werkelijkheid van het sociale en politieke leven. Met deze woorden en het uitspreken van deze wensen beseffen wij voort te gaan op de weg van een bewonderenswaardige traditie die, beginnend bij de wetgeving van Israël, haar hoogste uitdrukking heeft gevonden in Christus Jezus onze Heer, die bij het begin van zijn zendingstaak zichzelf voorstelde als de vervuller van de oude beloften en voorafbeeldingen met betrekking tot het jubeljaar:

De geest des Heren is over mij gekomen, omdat Hij mij gezalfd heeft. Hij heeft mij geroepen om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken, en aan blinden dat zij zullen zien; om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer. (Lc. 4, 18-19)

Document

Naam: APOSTOLORUM LIMINA
Uitroepen van het Heilig Jaar 1975
Soort: H. Paus Paulus VI - Apostolische Brief
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 23 mei 1974
Copyrights: © 1974, Archief van Kerken 29e jrg. nr. 18, blz. 809-821
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam