• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Alle primaire en voornaamste redenen voor de vroegere jubilea lijken ons aanwezig en in hoofdtrekken samengevat in de onderwerpen die wij hebben vastgesteld, toen wij met de toespraak van 9 mei 1973 voor het eerst het Heilig Jaar aankondigden; Vgl. H. Paus Paulus VI, Audiëntie, Het Heilig Jaar 1975: een grote gelegenheid tot verzoening en vernieuwing (9 mei 1973) welke onderwerpen zijn: vernieuwing en verzoening. Deze onderwerpen hebben wij aangekondigd, opdat de herders en de gelovigen deze bij voorkeur zouden overdenken, wanneer het jubileum in de plaatselijke kerken zou worden gezierd ; wij hebben ze vergezeld doen gaan van onze aansporingen en onze catechese. Maar de verwachtingen die door beide onderwerpen wordt uitgesproken, en de verheven en voortreffelijke zaken die erdoor worden uitgedrukt, zullen tot een vollediger effect leiden in Rome, waar de pelgrims bij de graven van de heilige apostelen Petrus en Paulus en bij de gedachtenissen van de andere martelaren gemakkelijker in contact zullen treden met de oude bronnen van het geloof en het leven van de kerk, met de bedoeling dat zij zich door boetvaardigheid bekeren tot God, in de liefde jot elkaar worden versterkt .en nauwer met-hun broeders worden verenigd door de genade van God. Deze vernieuwing en verzoening dienen op de eerste plaats hun uitwerking te hebben op het innerlijk leven, want juist diep in het hart bevindt zich de wortel van alle goeds en, helaas!, van alle kwaad. Daar moet zich dus de bekering, of metanoia, voltrekken, dat wil zeggen, de verandering van de koers welke men houdt, de mentaliteit, de opvattingen en de levenswijze. Maar ook met betrekking tot de universele Kerk lijkt ons dit Heilig Jaar, tien jaar na het einde van het Tweede Vaticaans Concilie, in zekere zin de afsluiting van een tijd die gewijd was aan bezinning en hervorming en het begin van een nieuwe periode welke dient tot theologische, geestelijke en pastorale opbouw; welk werk dient te steunen op de in de loop van de voorbije tijd moeizaam gelegde en versterkte fundamenten overeenkomstig de beginselen van het nieuwe leven in Christus en de gemeenschap van allen in Hem die ons in zijn bloed met de Vader heeft verzoend. Vgl. 2 Kor. 5, 18-20 Vgl. Rom. 5, 10

Ten aanzien van de wereld als geheel is deze oproep tot vernieuwing en verzoening gericht op de ontmoeting van wat de mensen - overal waar ze zich bewust worden van hun meest ernstige problemen en worden geconfronteerd met conflicten die voortkomen uit verdeeldheid en oorlogen als broedermoorden - oprecht wensen: vrijheid, rechtvaardigheid, eenheid en vrede. 

Daarom toont de Kerk bij de aankondiging van het Heilig Jaar alle mensen van goede wil deze zin van het leven, als het ware naar boven gericht, waarvan hun verlangen en zoeken naar een absoluut en werkelijk universeel goed afhankelijk zijn, en waarbuiten het ijdel is te hopen, dat de mensen een mogelijkheid vinden voor onderlinge eenheid of de garantie van werkelijke vrijheid. Zelfs wanneer het eigen is aan vele sectoren van de hedendaagse menselijke gemeenschap, dat zij zich in wereldlijke vormen hult, wil de Kerk toch, zonder gebieden te betreden die niet tot haar competentie behoren, de mensen leiden, opdat zij de eis gevoelen van bekering tot God, hetgeen het enig noodzakelijke is, Vgl. Lc. 10, 42 Vgl. Mt. 6, 33 en tot de noodzaak om al hun activiteiten doortrokken te laten zijn van de vrees en de liefde voor Hem, teneinde te bemerken, dat het geloof in God inderdaad de machtigste steun is voor het geweten en de hechte basis voor de betrekkingen die gebaseerd zijn op de gerechtigheid en de broederlijkheid waarnaar de wereld vurig verlangt. 

Wanneer de herders en gelovigen als vertegenwoordigers van alle plaatselijke kerken zich als vrome pelgrims naar Rome begeven, zal dat een teken zijn van een nieuwe geestelijke gerichtheid waardoor de Christenen zich zullen gaan wijden aan bekering en broederlijke verzoening.

Gegeven deze goede innerlijke gesteltenis waarvan de pelgrims blijk geven en de inspanning voor geestelijke vernieuwing van het Christenvolk dat zij vertegenwoordigen, schenken wij als uitdeler van het woord en de genade van verzoening, voor zover het in onze macht ligt, de gave van de aflaat van het heiligjubileum aan al degenen die de Romeinse pelgrimage volbrengen en aan allen die, verhinderd om de reis te maken, er zich geestelijk mee verenigen.

Document

Naam: APOSTOLORUM LIMINA
Uitroepen van het Heilig Jaar 1975
Soort: H. Paus Paulus VI - Apostolische Brief
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 23 mei 1974
Copyrights: © 1974, Archief van Kerken 29e jrg. nr. 18, blz. 809-821
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam