• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

GELOOFSBELIJDENIS EN EED VAN TROUW BIJ DE AANVAARDING VAN EEN AMBT UIT TE OEFENEN IN NAAM VAN DE KERK

De gelovigen die geroepen worden om een ambt uit te voeren in naam van de Kerk zijn gehouden een Geloofsbelijdenis uit te spreken, volgens de formule goedgekeurd door de Apostolische Stoel Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 833. Bovendien is de plicht van een speciale eed van trouw met betrekking tot de bijzondere plichten inherent aan het te aanvaarden ambt, vroeger enkel voorgeschreven voor de Bisschoppen, uitgebreid tot de categorieën genoemd in Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
. Het is daarom noodzakelijk geworden de teksten ter beschikking te stellen die geschikt zijn voor dit doel, door ze qua stijl en inhoud aan te passen, zodat zij meer overeenkomen met het onderricht van het Tweede Vaticaans Concilie en de latere documenten.

Als formule van de ‘Geloofsbelijdenis’ wordt opnieuw integraal voorgelegd het eerste deel van de voorgaande tekst die van kracht was sinds 1967 en het 1e Concilie van Constantinopel
Credo van Nicea - Constantinopel
(31 juli 381)
Vgl. AAS 59 (1967), 1058 bevatte. Het tweede deel is gewijzigd en wordt onderverdeeld in drie paragrafen met het doel het type van waarheid en de vereiste corresponderende instemming beter te onderscheiden.

De formule van de ‘Eed van trouw bij de aanvaarding van een ambt uit te oefenen in naam van de Kerk’, begrepen als complementair ten aanzien van de ‘Geloofsbelijdenis’, is vastgesteld voor de categorieën van gelovigen opgesomd in can. Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
. De samenstelling is nieuw; hierin worden enige varianten voorzien in de paragrafen 4 en 5 voor het gebruik van de zijde van de hogere Oversten van de instituten van gewijd leven en de sociëteiten van apostolisch leven Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 833. n. 8.

Geloofsbelijdenis

(Formule voortaan te gebruiken in de gevallen waarin door het recht de Geloofsbelijdenis is voorgeschreven).

Ik, NN., geloof met vast geloof en belijd alle leerstellingen die afzonderlijk en tezamen vervat zijn in de
geloofsbelijdenis, namelijk,

Ik geloof in één God
de almachtige Vader
Schepper van hemel en aarde,
van al wat zichtbaar en onzichtbaar is.
En in één Heer, Jezus Christus,
eniggeboren Zoon van God,
vóór alle tijden geboren uit de Vader.
God uit God, licht uit licht,
ware God uit de ware God.
Geboren, niet geschapen,
één in wezen met de Vader,
en door wie alles geschapen is.
Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald.
Hij heeft het vlees aangenomen
door de heilige Geest uit de Maagd Maria
en is mens geworden.
Hij werd voor ons gekruisigd,
Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus
en is begraven.
Hij is verrezen op de derde dag,
volgens de Schriften.
Hij is opgevaren ten hemel:
zit aan de rechterhand van de Vader.
Hij zal wederkomen in heerlijkheid
om te oordelen levenden en doden
en aan zijn rijk komt geen einde.
Ik geloof in de heilige Geest
die Heer is en het leven geeft
die voortkomt uit de Vader en de Zoon;
die met de Vader en de Zoon
te zamen wordt aanbeden en verheerlijkt;
die gesproken heeft door de profeten.
Ik geloof in de ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk.
Ik belijd één doopsel tot vergeving van de zonden.
Ik verwacht de opstanding van de doden
en het leven van het komend rijk.
Amen.

1.

Eveneens geloof ik met vast geloof alles wat vervat is in het geschreven of overgeleverd woord van God, en wat door de Kerk hetzij door een plechtig oordeel hetzij door het gewoon en universeel leergezag als van Godswege geopenbaard te geloven voorgehouden wordt.

2.

Vast aanvaard ik ook en houd mij aan alle uitspraken en elke uitspraak afzonderlijk die met betrekking tot de leer over geloof en zeden door haar definitief worden gedaan.

3.

Bovendien aanvaard ik met religieuze volgzaamheid van wil en verstand de leerstellingen die hetzij de Paus hetzij het Bisschoppencollege naar voren brengen wanneer zij hun authentiek leergezag uitoefenen, ook al hebben zij niet de bedoeling deze bij definitieve act af te kondigen.

Eed van trouw bij de aanvaarding van een ambt uit te oefenen in naam van de Kerk

(formule te gebruiken door de christengelovigen over wie in Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
).

1.

Ik, NN., beloof bij de aanvaarding van het ambt ... dat ik de communio met de katholieke Kerk altijd zal bewaren zowel in mijn woorden als mijn handelen.

2.

Met grote zorgvuldigheid en trouw zal ik de taken vervullen waartoe ik gehouden ben jegens de Kerk, zowel de gehele als de particuliere Kerk, waarin ik geroepen ben mijn dienstwerk volgens de voorschriften van het recht uit te oefenen.

3.

Bij de vervulling van mijn functie die mij in naam van de Kerk is toevertrouwd, zal ik het geloofsgoed integraal bewaren, getrouw overdragen en uitleggen; ik zal welke leerstellingen ook vermijden die hiermee in strijd zijn.

4.

De gemeenschappelijke discipline van de gehele Kerk zal ik volgen en bevorderen en de onderhouding van alle kerkelijke wetten handhaven, vooral die welke vervat zijn in het Wetboek van Canoniek Recht.

5.

Met christelijke gehoorzaamheid zal ik mij richten naar wat de gewijde herders als authentieke leraren en meesters van het geloof verklaren of als bestuurders van de Kerk bepalen, en ik zal de diocesane Bisschoppen trouw behulpzaam zijn, opdat de apostolische activiteit, uit te oefenen in naam en in opdracht van de Kerk, in de gemeenschap van de Kerk verricht wordt.

6.

Zo helpe mij God en Gods heilige Evangeliën waarop ik mijn handen leg.

(Variaties in de paragrafen 4 en 5 van de formule van de eed, te gebruiken door de christengelovigen over wie in Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
).

4.

De gemeenschappelijke discipline van de gehele Kerk zal ik bevorderen en de onderhouding van alle kerkelijke wetten urgeren, vooral die welke vervat zijn in het Wetboek van Canoniek Recht.

5.

Met christelijke gehoorzaamheid zal ik mij richten naar wat de gewijde herders als authentieke leraren en meesters van het geloof verklaren of als bestuurders van de Kerk bepalen, en de diocesane Bisschoppen graag mijn medewerking verlenen, opdat de apostolische activiteit, uit te oefenen in naam en in opdracht van de Kerk, met behoud van de aard en het doel van mijn instituut, in de gemeenschap van de Kerk verricht wordt.

Document

Naam: GELOOFSBELIJDENIS EN EED VAN TROUW BIJ DE AANVAARDING VAN EEN AMBT UIT TE OEFENEN IN NAAM VAN DE KERK
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Datum: 9 januari 1989
Copyrights: © 1998, SRKK, Utrecht
Vert.: prof. dr. P. Stevens en prof. dr. L. de Fleurquin
Bewerkt: 29 augustus 2016

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam