• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De weg van bekering leidt tot verzoening met God en tot de volheid van het nieuwe leven in Christus, een leven van geloof, hoop en liefde. Deze drie deugden, ook wel bekend als de ‘theologische’ deugden omdat zij direct verwijzen naar God in zijn mysterie, zijn in de drie jaren van voorbereiding op het Grote Jubileum onderwerp van bijzondere studie geweest. In de viering van het Heilig Jaar wordt nu iedere christen opgeroepen in woord en daad op vollere en bewustere wijze van deze deugden getuigenis af te leggen.

De genade van het Jubeljaar zet ons in de eerste plaats aan om ons persoonlijke geloof te vernieuwen. Dat houdt in dat men vasthoudt aan de verkondiging van het Paasmysterie, waarin de gelovigen erkennen dat zij door Christus’ kruisiging en verrijzenis uit de dood zijn verlost. Zij schenken Hem hun leven, elke dag opnieuw; zij aanvaarden alles wat de Heer voor hen wil, in de zekerheid dat God hen liefheeft. Geloof is het ‘ja’ van de mens tot God; het is zijn ‘amen’.

Voor zowel joden, christenen als moslims is Abraham het toonbeeld van de gelovige: Hij had vertrouwen in de belofte, hij volgde de stem van God die hem opdroeg om onbekende wegen te gaan. Het geloof helpt ons om de tekenen van Gods liefdevolle aanwezigheid te ontdekken in de schepping, in mensen, in historische gebeurtenissen en bovenal in het werk en de boodschap van Christus, die de mensen inspireert om verder te kijken dan zichzelf, om door de uiterlijke verschijningsvorm heen te kijken, naar het transcendente waar het geheimenis van Gods liefde voor ieder schepsel wordt geopenbaard.

Door de genade van het Jubeljaar nodigt de Heer ons voorts uit om onze hoop te vernieuwen. In Christus is de tijd als zodanig verlost en opent zich een perspectief van eeuwige vreugde en een volkomen gemeenschap met God. Voor christenen staat de tijd in het teken van de verwachting van het eeuwige bruiloftsfeest, waarop aan de tafel van de eucharistie dagelijks een voorproefje wordt genomen. Vooruitkijkend naar het eeuwige feestmaal "zeggen de Geest en de bruid: ‘Kom’" (Openb. 22, 17), waarmee de hoop wordt gevoed en de tijd meer wordt dan slechts een repeterend gegeven, maar hierin zijn ware betekenis krijgt. Door de deugd van de hoop getuigen de christenen van het feit dat de geschiedenis, achter al het kwaad en alle grenzen, het zaad van het goede in zich heeft, dat de Heer in zijn volheid zal doen ontkiemen. Zij kijken dan ook zonder vrees naar het nieuwe millennium en bezien de uitdagingen en verwachtingen ten aanzien van de toekomst in de rustige zekerheid die voortkomt uit het geloof in de belofte van de Heer.

Door het Jubeljaar vraagt de Heer ons ten slotte ook om onze naastenliefde nieuw leven in te blazen. Het koninkrijk dat Christus aan het einde der tijden in zijn volle heerlijkheid zal openbaren, is reeds tegenwoordig waar mensen leven naar Gods wil. De kerk is geroepen om te getuigen van de gemeenschap, vrede en naastenliefde die de onderscheidende kenmerken van het koninkrijk vormen. In deze missie weet de christelijke gemeenschap dat een geloof zonder werken dood is (vgl. Jak 2,17). Door hun naastenliefde maken christenen Gods liefde voor de mens zoals geopenbaard in Christus, zichtbaar en tonen zij de aanwezigheid van Christus in de wereld "tot aan de voleinding van de wereld". Voor christenen is naastenliefde niet alleen een gebaar of een ideaal, maar is het als het ware een voortzetting van de aanwezigheid van Christus die zichzelf schenkt.

Tijdens de Veertigdagentijd wordt iedereen – rijk en arm – uitgenodigd om de liefde van Christus door ruimhartige werken van naastenliefde present te stellen. In dit Jubeljaar worden wij in het bijzonder opgeroepen om de liefde van Christus zichtbaar te maken in onze naastenliefde voor onze broeders en zusters die het zelfs aan de elementaire levensbehoeften ontbreekt en die lijden onder honger, geweld en ongerechtigheid. Dit is de manier waarop wij de idealen van bevrijding en broederschap uit de Heilige Schrift kunnen verwezenlijken, idealen die ons in het Heilig Jaar opnieuw worden voorgehouden. In het oude joodse jubeljaar moesten de slaven worden vrijgelaten, schulden worden kwijtgescholden en de armen worden ondersteund. Thans zijn er grote aantallen mensen die gebukt gaan onder nieuwe vormen van slavernij en nog schrijnender vormen van armoede, met name in de landen van de zogeheten Derde Wereld. Dit is een noodkreet en een wanhoopsschreeuw die gehoord en beantwoord moet worden door allen die de weg van het Jubeljaar gaan. Hoe kunnen wij vragen om de genade van het Jubeljaar als we zelf ongevoelig zijn voor de noden van de armen, als we niet ons best doen om ervoor te zorgen dat een ieder beschikt over wat nodig is om een menswaardig bestaan te leiden?Moge het nieuwe millennium een tijd zijn waarin de roep van ontelbare mannen en vrouwen – onze broeders en zusters die het zelfs aan de elementaire levensbehoeften ontbreekt – eindelijk wordt gehoord en wordt gevolgd door een positieve reactie. Ik hoop dat de christenen op alle niveaus praktische initiatieven zullen nemen en ondersteunen die voorzien in een eerlijke verdeling van rijkdommen en de bevordering van de volledige menselijke ontplooiing van ieder individu.

Document

Naam: IK BEN MET JULLIE, ALLE DAGEN, TOT AAN DE VOLEINDING VAN DE WERELD (MT 28,20)
Veertigdagentijd 2000
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Boodschap
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 21 september 1999
Copyrights: © 2000, SRKK, Utrecht
Vert.: drs. P. de Die
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam