• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

IK BEN MET JULLIE, ALLE DAGEN, TOT AAN DE VOLEINDING VAN DE WERELD (MT 28,20)
Veertigdagentijd 2000

Dierbare broeders en zusters

Dit jaar heeft de viering van de Veertigdagentijd, een tijd van bekering en verzoening, een bijzonder karakter, daar het de vasten van het Grote Jubileum van het Jaar 2000 is. De Veertigdagentijd vormt een hoogtepunt in de weg van bekering en verzoening die het Jubeljaar, het jaar van Gods goedgunstigheid, voor alle gelovigen opent, zodat zij hun trouw aan Christus kunnen vernieuwen en het mysterie van zijn verlossing in het nieuwe millennium met hernieuwd vuur kunnen verkondigen.

De Veertigdagentijd helpt christenen om dieper door te dringen in dit "geheim dat van eeuwigheid verborgen was" (Ef. 3, 9). Zij brengt hen in contact met het woord van de levende God en spoort hen aan om zich los te maken van hun zelfzuchtigheid om de verlossende werking van de heilige Geest te kunnen ontvangen.

Wij waren dood door onze overtredingen Vgl. Ef. 2, 5 : Zo omschrijft Paulus de situatie van de mens zonder Christus. Daarom wilde de Zoon van God de menselijke natuur aannemen, om die vrij te kopen uit de slavernij van zonde en dood.

Deze slavernij ervaart de mens iedere dag weer als hij ziet hoe diep de zonde in zijn hart is geworteld Vgl. Mt. 7, 11 . Dat manifesteert zich soms op dramatische en ongebruikelijke wijze, zoals zich voltrokken heeft in de grote tragedies van de twintigste eeuw, die het leven van talloze gemeenschappen en mensen, die het slachtoffer werden van wreed geweld, ingrijpend hebben getekend. Gedwongen deportaties, de systematische uitroeiing van volkeren, de schending van fundamentele rechten van de menselijke persoon: tragedies die ook in deze tijd de mensheid vernederen. Ook in het dagelijks leven zien wij allerlei vormen van bedrog, haat, vernietiging van anderen en leugens waarvan de mens zowel het slachtoffer als de oorsprong is. De mensheid wordt gekenmerkt door zonde. Deze tragische constatering herinnert ons aan de verontruste uitroep van de apostel tot de volkeren: "Er is geen rechtvaardige, zelfs niet één" (Rom. 3, 10) Vgl. Ps. 14, 3 .

In deze duisternis van de zonde en het menselijk onvermogen om zich daar zelf uit los te maken verschijnt in al zijn glorie het verlossende werk van Christus: "Voor wie gelooft heeft God Hem aangewezen als middel van verzoening door zijn bloed. God wilde zo zijn gerechtigheid tonen" (Rom. 3, 25). Christus is het Lam dat de zonde van de wereld wegneemt Vgl. Joh. 1, 29 . Hij heeft deelgehad aan het menselijk bestaan "tot de dood, de dood aan een kruis" (Fil. 2, 8), om de mens vrij te kopen uit de slavernij van het kwaad en de mensheid te herstellen in haar oorspronkelijke waardigheid als kinderen van God. Dat is het mysterie van Pasen, waarin wij opnieuw geboren worden. Zoals het in de Paassequentie wordt verwoord: "Dood en leven, o wonder, moeten strijden tezamen". De kerkvaders bevestigen dat de gehele mensheid, door de duivel aangevallen en verstrikt in de dood, in Christus Jezus wordt bevrijd door de triomferende kracht van de Verrijzenis. In de Verrezen Heer is de macht van de dood verbroken en is de mens door het geloof in staat om in gemeenschap met God te treden. Wie gelooft, wordt het leven van God geschonken door de werking van de heilige Geest, de "eerste gave aan hen die geloven" Eucharistisch gebed IV, Vgl. Latijnse tekst "primitias credentibus" uit Eucharistisch gebed IV; deze woorden staan niet in de officiële Nederlandse vertaling. Zo betekent de verlossing die aan het kruis tot stand is gebracht, een vernieuwing van de wereld; zij bewerkstelligt de verzoening van God en mensen en van mensen onderling.

De Veertigdagentijd is een tijd van genade waarin wij worden uitgenodigd om ons op een bijzondere manier open te stellen voor de genade van de Vader, die zich in de Zoon tot de mens en tot verzoening, het grote geschenk van Christus, heeft gebogen. Dit jaar zou dan ook, niet alleen voor christenen, maar voor alle mensen van goede wil, een kostbaar moment moeten zijn om de vernieuwende kracht van Gods vergevende en verzoenende liefde te ervaren. God schenkt zijn genade aan een ieder die haar wil ontvangen, zelfs aan hen die afstand bewaren en twijfelen. Zo krijgen de mensen van onze tijd, die genoeg hebben van middelmatigheid en valse hoop, de kans om de weg in te slaan die leidt naar de volheid van het leven. In dit verband is de vasten van het Heilig Jaar 2000 bij uitstek "de gunstige tijd ... de dag van het heil" (2 Kor. 6, 2), een uitgelezen kans om zich met God te verzoenen Vgl. 2 Kor. 5, 20 .

In het Heilige Jaar biedt de Kerk verschillende mogelijkheden voor persoonlijke en gemeenschappelijke verzoening. Ieder diocees heeft speciale plaatsen aangegeven waar de gelovigen heen kunnen om Gods aanwezigheid te ervaren, door in zijn licht hun eigen zondigheid te onderkennen en door het sacrament van de verzoening een nieuwe levensweg in te slaan. Van bijzondere betekenis is een pelgrimage naar het Heilig Land en naar Rome, bijzondere plaatsen om God te ontmoeten vanwege de unieke rol die zij in de heilsgeschiedenis hebben gespeeld. Hoe zouden wij kunnen verzuimen om, op zijn minst in de geest, de reis te ondernemen naar het land waar onze Heer tweeduizend jaar geleden rondtrok? Daar "is het Woord vleesgeworden" (Joh. 1, 14) en werd Jezus "een wijs en volwassen man, die steeds meer in de gunst kwam bij God en de mensen" [Lc. 2, 52]; daar "trok Jezus alle steden en dorpen rond ... terwijl Hij de goede boodschap van het koninkrijk verkondigde, en elke ziekte en elke kwaal genas" (Mt. 9, 35); daar volbracht Hij de missie die Hem door de Vader was toevertrouwd Vgl. Joh. 19, 30 en stortte Hij de heilige Geest uit op de jonge kerk Vgl. Joh. 20, 22 .

Ook ik hoop in de vastentijd van het jaar 2000 als pelgrim naar het Heilig Land te reizen, naar de plaatsen waar ons geloof is ontstaan, om het 2000-jarig jubileum van de menswording te vieren. Ik nodig alle christenen uit om mij met hun gebeden te vergezellen, terwijl ik in de verschillende stadia van mijn pelgrimstocht zal bidden om vergeving voor de zonen en dochters van de Kerk en voor de hele mensheid.

De weg van bekering leidt tot verzoening met God en tot de volheid van het nieuwe leven in Christus, een leven van geloof, hoop en liefde. Deze drie deugden, ook wel bekend als de ‘theologische’ deugden omdat zij direct verwijzen naar God in zijn mysterie, zijn in de drie jaren van voorbereiding op het Grote Jubileum onderwerp van bijzondere studie geweest. In de viering van het Heilig Jaar wordt nu iedere christen opgeroepen in woord en daad op vollere en bewustere wijze van deze deugden getuigenis af te leggen.

De genade van het Jubeljaar zet ons in de eerste plaats aan om ons persoonlijke geloof te vernieuwen. Dat houdt in dat men vasthoudt aan de verkondiging van het Paasmysterie, waarin de gelovigen erkennen dat zij door Christus’ kruisiging en verrijzenis uit de dood zijn verlost. Zij schenken Hem hun leven, elke dag opnieuw; zij aanvaarden alles wat de Heer voor hen wil, in de zekerheid dat God hen liefheeft. Geloof is het ‘ja’ van de mens tot God; het is zijn ‘amen’.

Voor zowel joden, christenen als moslims is Abraham het toonbeeld van de gelovige: Hij had vertrouwen in de belofte, hij volgde de stem van God die hem opdroeg om onbekende wegen te gaan. Het geloof helpt ons om de tekenen van Gods liefdevolle aanwezigheid te ontdekken in de schepping, in mensen, in historische gebeurtenissen en bovenal in het werk en de boodschap van Christus, die de mensen inspireert om verder te kijken dan zichzelf, om door de uiterlijke verschijningsvorm heen te kijken, naar het transcendente waar het geheimenis van Gods liefde voor ieder schepsel wordt geopenbaard.

Door de genade van het Jubeljaar nodigt de Heer ons voorts uit om onze hoop te vernieuwen. In Christus is de tijd als zodanig verlost en opent zich een perspectief van eeuwige vreugde en een volkomen gemeenschap met God. Voor christenen staat de tijd in het teken van de verwachting van het eeuwige bruiloftsfeest, waarop aan de tafel van de eucharistie dagelijks een voorproefje wordt genomen. Vooruitkijkend naar het eeuwige feestmaal "zeggen de Geest en de bruid: ‘Kom’" (Openb. 22, 17), waarmee de hoop wordt gevoed en de tijd meer wordt dan slechts een repeterend gegeven, maar hierin zijn ware betekenis krijgt. Door de deugd van de hoop getuigen de christenen van het feit dat de geschiedenis, achter al het kwaad en alle grenzen, het zaad van het goede in zich heeft, dat de Heer in zijn volheid zal doen ontkiemen. Zij kijken dan ook zonder vrees naar het nieuwe millennium en bezien de uitdagingen en verwachtingen ten aanzien van de toekomst in de rustige zekerheid die voortkomt uit het geloof in de belofte van de Heer.

Door het Jubeljaar vraagt de Heer ons ten slotte ook om onze naastenliefde nieuw leven in te blazen. Het koninkrijk dat Christus aan het einde der tijden in zijn volle heerlijkheid zal openbaren, is reeds tegenwoordig waar mensen leven naar Gods wil. De kerk is geroepen om te getuigen van de gemeenschap, vrede en naastenliefde die de onderscheidende kenmerken van het koninkrijk vormen. In deze missie weet de christelijke gemeenschap dat een geloof zonder werken dood is (vgl. Jak 2,17). Door hun naastenliefde maken christenen Gods liefde voor de mens zoals geopenbaard in Christus, zichtbaar en tonen zij de aanwezigheid van Christus in de wereld "tot aan de voleinding van de wereld". Voor christenen is naastenliefde niet alleen een gebaar of een ideaal, maar is het als het ware een voortzetting van de aanwezigheid van Christus die zichzelf schenkt.

Tijdens de Veertigdagentijd wordt iedereen – rijk en arm – uitgenodigd om de liefde van Christus door ruimhartige werken van naastenliefde present te stellen. In dit Jubeljaar worden wij in het bijzonder opgeroepen om de liefde van Christus zichtbaar te maken in onze naastenliefde voor onze broeders en zusters die het zelfs aan de elementaire levensbehoeften ontbreekt en die lijden onder honger, geweld en ongerechtigheid. Dit is de manier waarop wij de idealen van bevrijding en broederschap uit de Heilige Schrift kunnen verwezenlijken, idealen die ons in het Heilig Jaar opnieuw worden voorgehouden. In het oude joodse jubeljaar moesten de slaven worden vrijgelaten, schulden worden kwijtgescholden en de armen worden ondersteund. Thans zijn er grote aantallen mensen die gebukt gaan onder nieuwe vormen van slavernij en nog schrijnender vormen van armoede, met name in de landen van de zogeheten Derde Wereld. Dit is een noodkreet en een wanhoopsschreeuw die gehoord en beantwoord moet worden door allen die de weg van het Jubeljaar gaan. Hoe kunnen wij vragen om de genade van het Jubeljaar als we zelf ongevoelig zijn voor de noden van de armen, als we niet ons best doen om ervoor te zorgen dat een ieder beschikt over wat nodig is om een menswaardig bestaan te leiden?Moge het nieuwe millennium een tijd zijn waarin de roep van ontelbare mannen en vrouwen – onze broeders en zusters die het zelfs aan de elementaire levensbehoeften ontbreekt – eindelijk wordt gehoord en wordt gevolgd door een positieve reactie. Ik hoop dat de christenen op alle niveaus praktische initiatieven zullen nemen en ondersteunen die voorzien in een eerlijke verdeling van rijkdommen en de bevordering van de volledige menselijke ontplooiing van ieder individu.

"Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding der wereld." Met deze woorden verzekert Jezus ons dat wij niet alleen staan in de verkondiging in woord en daad van het evangelie van naastenliefde. In de vasten van het jaar 2000 nodigt Hij ons opnieuw uit om terug te keren tot de Vader, die met open armen op ons wacht en ons wil veranderen in levende en werkzame tekenen van zijn genadige liefde.

Aan Maria, Moeder van alle lijdenden en moeder van de Goddelijke Genade, vertrouwen wij al onze intenties en besluiten toe. Moge zij de heldere ster zijn op onze reis in het nieuwe millennium.

Met deze gevoelens bid ik voor u allen om de zegen van God, de Ene en Drie-enige, oorsprong en einde van alle dingen, tot wie wij "tot aan de voleinding der wereld" het lied van lof en zegen in Christus verheffen: "Door Hem, met Hem, in Hem, in gemeenschap met de heilige Geest, komt U alle lof en eer toe, Almachtige Vader, tot in eeuwigheid. Amen."

Castel Gandolfo, 21 september 1999.

Paus Johannes Paulus II

Document

Naam: IK BEN MET JULLIE, ALLE DAGEN, TOT AAN DE VOLEINDING VAN DE WERELD (MT 28,20)
Veertigdagentijd 2000
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Boodschap
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 21 september 1999
Copyrights: © 2000, SRKK, Utrecht
Vert.: drs. P. de Die
Bewerkt: 29 november 2017

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam