• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Intussen dient boetvaardigheid met het gebed gepaard te gaan in liefde voor de beoefening van de christelijke boetedoening. Dit leert ons de goddelijke Meester, die ons voor alles de boetvaardigheid inprentte: „Jezus begon te prediken en te leren: Doet boetvaardigheid" (Mt. 4, 17). Dit leert ons bovendien de christelijke traditie en de gehele geschiedenis der Kerk. In tijden van grote rampspoed, wanneer de christenheid gebukt ging onder zware zorgen, telkens als de noodzakelijkheid van Gods hulp zich dringender deed gevoelen, hebben de gelovigen uit eigen beweging of, wat vaker het geval was, daartoe opgewekt door het voorbeeld en het vermanend woord van hun geestelijke herders, steeds weer gegrepen naar deze twee wapenen, de krachtigste in het geestelijke leven: gebed en boetvaardigheid. Door deze heilige gezindheid, waardoor het christenvolk zich onbewust laat leiden, als het tenminste niet door onruststokers van de goede weg wordt afgebracht, door deze heilige gezindheid, die ook overeenkomt met de geest van Christus, door den Apostel aangehaald Vgl. 1 Kor. 2, 16 , hebben de gelovigen steeds in dergelijke gevallen terstond de behoefte gevoeld om niet alleen hun zielen van de zonde te zuiveren door de vermorzeling des harten, door het belijden van hun zonden in het sacrament der H. Biecht, maar ook om de goddelijke Gerechtigheid door uitwendige werken van boetvaardigheid te verzoenen.
Wij weten echter heel goed en betreuren het met u, Eerbiedwaardige Broeders, dat in onze dagen het begrip en het woord boetedoening en boetvaardigheid bij velen voor een groot deel de kracht verloren heeft om die edelmoedige gevoelens te wekken en tot die heldhaftige daden aan te zetten, welke haar vroeger eigen waren, toen zij door de diep gelovige mensen beschouwd werden als bezegeld met het goddelijk merkteken van Christus en Zijn Heiligen. Ook zijn er, die de uitwendige verstervingen zouden willen afschaffen als te ouderwets. En dan spreken Wij hier verder niet over den modernen z.g. vrijen of autonomen mens, die in zijn hoogmoed iedere vorm van boetvaardigheid veracht als iets slaafs. Inderdaad ligt het voor de hand, dat naarmate het geloof in God verzwakt, het bewustzijn van een erfzonde en van een oorspronkelijke opstand tegen God meer en meer vervaagt en verdwijnt en aldus ook het begrip van boetvaardigheid en boetedoening verloren gaat.
Wij echter, Eerbiedwaardige Broeders, moeten krachtens ons herderlijk ambt deze woorden met hun heilige inhoud handhaven en bewaren in hun juiste betekenis, in hun oorspronkelijke adeldom en, wat nog meer is, in hun praktische toepassing op het christelijk leven. De verdediging van God en godsdienst, waarvoor Wij strijden eist dit van Ons, daar de boetvaardigheid uiteraard een erkenning en een herstel is van de morele orde, gebaseerd op de eeuwige Wet, d.i. op God zelf. Wie God voldoening geeft voor de zonde, erkent daardoor vanzelf de heiligheid van de hoogste beginselen der moraal, hun verplichtende kracht en de noodzakelijkheid van een sanctie tegen overtreding.

Een van de gevaarlijkste dwalingen van onze tijd is wel de drieste durf, die de moraal van de godsdienst scheidt, waardoor iedere soliede basis aan de wetten wordt ontnomen. Deze misvatting kon misschien onopgemerkt blijven en minder gevaarlijk schijnen, zolang zij zich tot weinigen beperkte en het geloof in God nog gemeenschapsgoed der mensen was, zodat ook zij, die het niet meer beleden, toch geacht werden dit te bezitten. Thans echter, nu het atheïsme zich onder de volksmassa's verspreidt, worden de verschrikkelijke consequenties van deze dwaling ook in het dagelijks leven merkbaar en treden zij hier en daar zelfs openlijk aan het licht. In plaats van de zedenwetten, die tegelijk met het geloof aan God verdwijnen, dringt zich het bruut geweld op, dat ieder recht met voeten treedt. Oude goede trouw, correctheid van handelen en eerlijkheid in het onderling verkeer, die zelfs door de redenaars en dichters van de heidense oudheid zo bezongen werden, maken nu plaats voor gewetenloze speculaties, waardoor velen hun eigen goed en dat van anderen voortdurend schaamteloos en trouweloos op het spel zetten. En inderdaad, hoe is onderling vertrouwen mogelijk en wat voor waarde kan een overeenkomst hebben als iedere gewetens-waarborg ontbreekt? En hoe kan er van een gewetenswaarborg sprake zijn, als het geloof in God en de vrees voor Hem niet meer bestaan. Wanneer immers deze grondslag is weggenomen, valt daarmee tevens iedere wet en bestaat er geen redmiddel meer om de geleidelijke, maar onvermijdelijke ondergang van volken, gezinnen en staten, ja, van de gehele menselijke beschaving tegen te houden.

De boetvaardigheid is dus als een heilzaam wapen, den soldaat van Christus in de hand gegeven, die strijden wil voor de verdediging en het herstel van de gehele morele orde. Het is een wapen, dat alle kwaad in de wortel treft, met name de begeerte naar vergankelijke rijkdommen, en de verboden lusten des levens. Door vrijwillige offers, door praktische, ook voelbare verstervingen, door verschillende werken van boetvaardigheid, onderdrukt de edelmoedige christen de lage hartstochten, die hem tot overtreding der zedenwetten verleiden willen. Is in hem de ijver voor Gods Wet en de broederlijke naastenliefde zo groot, als hij moet zijn, dan doet hij niet enkel boetvaardigheid voor zichzelf en zijn eigen zonden, doch belast zich bovendien met de uitboeting van die van anderen, in navolging van de heiligen, die zich dikwijls op heldhaftige wijze tot een slachtoffer van boetedoening maakten voor de zonden van gehele geslachten, ja, ook in navolging van onzen goddelijke Verlosser, die geworden is „Het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt" (Joh. 1, 29).
Door boetvaardigheid tot vrede
Schuilt in deze geest van boetvaardigheid, Eerbiedwaardige Broeders, ook niet een geheimvolle vrede? „Er is geen vrede voor de goddelozen" zegt de H. Geest (Jes. 48, 22), daar zij in voortdurende strijd en verzet leven tegen de door de natuur en haar Schepper gestelde orde. Slechts wanneer deze orde hersteld wordt, wanneer alle volken haar spontaan en eerlijk erkennen en haar trouw handhaven, wanneer de binnenlandse toestand der naties en hun buitenlandse betrekkingen op deze grondslag gebaseerd worden, slechts dan, (zeggen Wij) zal een duurzame vrede op aarde mogelijk zijn. Om echter deze atmosfeer voor een duurzame vrede te scheppen, zullen vredesverdragen niet voldoende zijn, noch plechtige overeenkomsten, noch internationale conferenties, noch de krachtsinspanning, zelfs de edelste en meest belangeloze van staatshoofden, als niet eerste de heiligste rechten van de natuurwet en van die van de goddelijke Wet worden erkend. Geen enkele leider van het openbaar economisch leven, geen enkel organisatorisch talent zal ooit de sociale moeilijkheden tot een vreedzame oplossing kunnen brengen, als niet eerst de zedenwet, die op God en het geweten steunt op het economisch terrein zelf triomfeert. Dit is de voornaamste waarde-factor, zowel van het politieke als van het economische leven der volken, dit is de veiligste „valuta" en als deze stabiel is, zullen ook alle andere levenswaarden stabiel zijn, gewaarborgd door de onveranderlijke en eeuwige Wet van God.
Ook voor lederen mens afzonderlijk is de boetvaardigheid een fundament van ware vrede, daar zij hem van de aardse en vergankelijke goederen aftrekt, hem richt naar de eeuwige en hem ook te midden van ontberingen en tegenspoed een vrede geeft, welke de wereld met al haar rijkdom en genoegens niet geven kan. Is het beroemde „H. Franciscus van Assisi - Boek
Cantico delle creature - Cantico di frate sole
Zonnelied
(1 januari 1224)
" van Sint Franciscus soms niet een van de meest vreugdevolle en jubelende zangen, in dit tranendal ooit gehoord? En hij, die het ontwierp schreef en zong, moet ongetwijfeld tot de meest verstorven volgelingen van Christus gerekend worden. Wij noemen hem zelfs den arme van Assisi, hem, die volstrekt niets op deze wereld bezat, doch in zijn door versterving verschrompeld lichaam de bloedende wonden van den gekruisigde Meester droeg.
Gebed en versterving zijn aldus de twee machtigste middelen, ons door God in dit tijdperk geschonken, opdat wij de dwalende mensheid, die overal zonder leider ronddoolt, tot Hem terugvoeren; machtige middelen, die de diepste en voornaamste oorzaken van alle wanorde en afval, — Wij bedoelen de afval der mensen van God, — kunnen wegnemen en uitboeten. De volken zelf worden nu voor de allerhoogste en definitieve beslissing geplaatst: of zij zich nl. van deze weldadige en reddende middelen willen bedienen, en nederig en berouwvol tot hun God en hun barmhartige Vader willen terugkeren, ofwel zichzelf en het weinige, wat hun op aarde nog aan geluk is gebleven, aan den vijand van God, te weten: aan de haat en de geestelijke ondergang willen prijsgeven.
En zo rest Ons dus nog de taak, deze wereld van ellenden, die zoveel bloed heeft vergoten, zoveel graven gedolven, zoveel kostbare zaken vernietigd en ten slotte zovelen mensen brood en arbeid ontnam, met de liefdevolle woorden van de H. Liturgie te vermanen: „Bekeert u tot Uw God en Heer!"

Document

Naam: CARITATE CHRISTI COMPULSI
Over het gebed en het eerherstel aan het Heilig Hart van Jezus te brengen in de tegenwoordige beproevingen der mensheid
Soort: Paus Pius XI - Encycliek
Auteur: Paus Pius XI
Datum: 23 mei 1932
Copyrights: © Ecclesia Docens uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam