• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Bij het onderzoek van een liturgische handeling met het oog op zijn inculturatie, moet met zorg de overgeleverde waarde van de elementen van deze liturgische handeling overwogen worden, vooral hun bijbelse of patristieke oorsprong, Alinea 21-26 want het is niet voldoende onderscheid te maken tussen wat veranderlijk is en wat onveranderlijk.

De levende taal, het voornaamste instrument van de mensen voor hun wederzijdse communicatie, heeft in de liturgische vieringen tot doel aan de gelovigen het goede nieuws van het heil te verkondigen Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 762-772. vooral 769 en het gebed van de Kerk te richten tot God. Derhalve moet zij altijd – in overeenstemming met de waarachtigheid van het geloof – de verhevenheid en de heiligheid van de mysteries die gevierd worden, onder woorden brengen.

Met bijzondere zorg dient men daarom na te gaan welke elementen van de volkstaal in de liturgische vieringen harmonisch ingevoerd kunnen worden en in het bijzonder of het zinvol is of niet uitdrukkingen van niet-christelijke godsdiensten te gebruiken. Het is eveneens van belang te letten op de verschillende taalgenres die in de liturgie gebruikt worden, zoals de bijbelse lezingen die verkondigd worden, de gebeden van de voorganger, de psalmodie, de acclamaties, de beurtzangen, de antwoorden, de verzen, de hymnen en de litanieën.

Muziek en zang, die de geest van een volk tot uitdrukking brengen, hebben bij uitstek een plaats in de liturgie. Daarom dient de zang bevorderd te worden, vooral van de liturgische teksten, zodat in de liturgische handelingen zelf de stem van de gelovigen zich kan laten horen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 118 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 54. ofschoon de volkstalen een passende plaats kunnen hebben in de gezangen, toch is ook voorzien, “dat de christenen de hun toekomende gedeelten van het ordinarium van de eucharistieviering ook in de Latijnse taal tezamen kunnen zeggen of zingen”, vooral echter het gebed des Heren of Onze Vader Vgl. Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, Algemene Inleiding op het Romeins Missaal, Institutio Generalis Missalis Romani (26 mrt 1970), 19 ”In sommige streken, met name in de missiegebieden, vindt men volken met een eigen muzikale traditie die een grote rol speelt in hun godsdienstig en maatschappelijk leven. Daarom moet men deze muziek naar waarde schatten en er een juiste plaats aan toekennen, zowel bij de vorming van hun godsdienstzin als bij de aanpassing van de eredienst aan hun eigen aard.” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 119

Men zal erop bedacht zijn dat een gezongen tekst dieper kan doordringen in het geheugen dan een gesproken tekst; dit vraagt een strengere beoordeling zowel van de bijbelse en liturgische inspiratie als van de literaire kwaliteit van de zangteksten.

Muzikale vormen, melodieën en muziekinstrumenten ”mogen in de eredienst toegelaten worden, voorzover zij voor het gewijd gebruik geschikt zijn of geschikt gemaakt kunnen worden, passen bij de waardigheid van het godshuis en echt tot stichting van de gelovigen strekken”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 120

Daar de liturgie een handeling is, zijn de gebaren en lichaamshoudingen van bijzonder belang. Wat daarvan tot de essentiële ritus van de sacramenten behoort en voor de geldigheid is vereist, moet behouden worden zoals het door het hoogste gezag van de Kerk is vastgesteld of goedgekeurd. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 841

De gebaren en lichaamshoudingen van de celebrerende priester dienen zijn eigen taak tot uitdrukking te brengen: hij gaat namelijk de gemeenschap voor in de persoon van Christus. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 33 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 899. 2

De gebaren en lichaamshoudingen van het volk als tekenen van gemeenschap en eenheid bevorderen de actieve deelname; ze zijn een uitdrukking en versterking van de geest en de ontvankelijkheid van de deelnemers. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 30 Uit de cultuur van een bepaald land zal men gebaren en lichaamshoudingen kiezen die de plaats van de mens tegenover God tot uitdrukking brengen, en hun een christelijke betekenis geven, zodat zij – indien mogelijk – overeenstemmen met de gebaren en lichaamshoudingen die hun oorsprong vinden in de heilige Schrift.

Bij sommige volken wordt de zang spontaan begeleid door het slaan of klappen met de handen, ritmische bewegingen of danspassen, of reidansen van de deelnemers. Deze vormen van lichaamshouding kunnen bij deze volken in de liturgische handeling een plaats krijgen, in zoverre zij de uitdrukking zijn van waarachtig en gemeenschappelijk gebed, dat aanbidding, lofprijzing, offer of smeking tot uitdrukking brengt, en niet louter een schouwspel zijn.
De liturgische viering wordt verrijkt door de bijdrage van de kunst, die de gelovigen helpt om liturgie te vieren, God te ontmoeten en te bidden. Om deze reden dient de kunst in de kerk bij alle volken en naties vrij uitgeoefend te kunnen worden, als zij tenminste bijdraagt tot de schoonheid van de kerkgebouwen en van de liturgische riten met behoud van de vereiste achting en eerbied, Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 123-124 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1216 en als zij in het leven en de traditie van het volk ook werkelijk betekenis bezit. Hetzelfde geldt voor de vorm, voor de plaats en de versiering van het altaar, Vgl. Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, Algemene Inleiding op het Romeins Missaal, Institutio Generalis Missalis Romani (26 mrt 1970), 259-270 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1235-1239. vooral 1236 voor de plaats van de verkondiging van Gods woord Vgl. Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, Algemene Inleiding op het Romeins Missaal, Institutio Generalis Missalis Romani (26 mrt 1970), 272 en van de bediening van het doopsel, Vgl. Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, Orde van dienst voor de zegening van een doopkapel of een nieuw doopvont, Ordo, 832-837 voor de liturgische benodigdheden, de heilige vaten, de kleding en de liturgische kleuren, “als alles maar beantwoordt aan het juiste gebruik waarvoor de liturgische voorwerpen bestemd zijn”. Vgl. Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, Algemene Inleiding op het Romeins Missaal, Institutio Generalis Missalis Romani (26 mrt 1970), 287-310 Voor alles zal men de voorkeur geven aan materialen, vormen en kleuren die bij de onderscheiden volken in gebruik zijn.
De Constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
heeft nadrukkelijk de voortdurende praktijk van de Kerk bevestigd om beelden van Christus Jezus, de maagd Maria en de heiligen te plaatsen ter verering door de gelovigen, Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 125 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 67 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1188 omdat ”de eer die aan het beeld wordt gegeven, overgaat op degene die afgebeeld is”. 2e Concilie van Nicea, Actus 7a - De definitie aangaande heilige afbeeldingen, Actus 7a - Definitio de sacris imaginibus (13 okt 787), 1 Vgl. H. Basilius van Caesarea, Liber de Spiritu Sancto. XVIII, 45: SC 17, 194; PG 32, 149C In verscheidene culturen dienen de gelovigen in hun gebed en geestelijk leven geholpen te worden door het aanschouwen van kunstwerken die het goddelijk mysterie proberen uit te drukken overeenkomstig de aard van het volk.
Naast de liturgische vieringen en daarmee verbonden vindt men in de onderscheiden particuliere kerken verschillende uitingen van volksvroomheid, die soms door de missionarissen zijn ingevoerd in de tijd van de eerste evangelieverkondiging en dikwijls volgens plaatselijke gewoonten ontwikkeld zijn.

De invoering van “oefeningen van godsvrucht van het christenvolk” in de liturgische vieringen kan niet als een vorm van inculturatie toegelaten worden ”immers door haar aard steekt (de liturgie) hoog boven deze oefeningen uit”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 13

Het is de taak van de plaatselijke ordinaris Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 839. 2 deze uitingen van vroomheid te regelen, ze te bevorderen, zodat zij het geloof van de christenen ondersteunen, en ze – waar nodig – uit te zuiveren, want zij moeten voortdurend doortrokken worden van het evangelie. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, 25e Verjaardag van de promulgatie van het Conciliedocument Sacrosanctum Concilium over de heilige liturgie, Vicesimus Quintus Annus (4 dec 1988), 18 Bovendien zal men erop toezien dat genoemde uitingen niet de plaats innemen van de liturgische vieringen of zich hiermee vermengen. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, 25e Verjaardag van de promulgatie van het Conciliedocument Sacrosanctum Concilium over de heilige liturgie, Vicesimus Quintus Annus (4 dec 1988), 18

Document

Naam: VARIETATES LEGITIMAE
De Romeinse liturgie en de inculturatie
Vierde instructie voor de juiste toepassing van de Constitutie over de Liturgie van het Tweede Vaticaans Concilie (nrs. 37-40)
Soort: Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Auteur: Antonius M. Kard. Javierre Ortas
Datum: 25 maart 1994
Copyrights: © 1995, Kerkelijke Documentatie / SRKK
Vert.: Nationale Raad voor de Liturgie, Zeist
Bewerkt: 4 mei 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam