• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Bij het onderzoek en de verwezenlijking van de inculturatie van de Romeinse ritus moet men rekening houden met:

  1. het doel dat samenhangt met de inculturatie;
  2. de substantiële eenheid van de Romeinse ritus;
  3. het bevoegde gezag.
Het doel waardoor men zich moet laten leiden bij de inculturatie van de Romeinse ritus, is niet anders dan wat door het Tweede Vaticaans Concilie werd aangeduid als het fundament van de algemene liturgische vernieuwing: ”De teksten en riten moeten zo opgesteld worden dat zij het heilige dat zij in tekenen aanduiden, duidelijker tot uitdrukking brengen en dat het christenvolk dit heilige zo gemakkelijk mogelijk kan vatten en er door een volwaardige en actieve gemeenschapsviering in kan delen.” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 21

Bovendien is het van belang voor het verstaan van de riten dat zij ”aangepast zijn aan het bevattingsvermogen van de gelovigen en in het algemeen niet veel uitleg nodig hebben”, Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 34 terwijl rekening wordt gehouden met de eigen aard van de liturgie en ook met de bijbelse en overgeleverde kenmerken van haar opbouw en haar eigen manier van uitdrukken, zoals hiervoor 21-27 is uiteengezet.

Het proces van de inculturatie dient plaats te vinden met behoud van de substantiële eenheid van de Romeinse ritus. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 37-40 Deze eenheid komt thans tot uitdrukking in de liturgische standaarduitgaven die uitgegeven zijn op gezag van de paus en in de daaraan beantwoordende liturgische boeken die door de bisschoppenconferenties voor het betreffende gebied zijn goedgekeurd en door de Apostolische Stoel zijn geconfirmeerd. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, 25e Verjaardag van de promulgatie van het Conciliedocument Sacrosanctum Concilium over de heilige liturgie, Vicesimus Quintus Annus (4 dec 1988), 16 Het onderzoek naar de inculturatie beoogt niet het scheppen van nieuwe rituele families. Wel wordt – in overeenstemming met de vereisten van een bepaalde cultuur – naar aanpassingen gezocht die blijvend deel uitmaken van de Romeinse ritus. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de deelnemers aan de voltallige vergadering van de Congregatie voor de Eredienst en de Regeling van de Sacramenten (26 jan 1991), 3. ”Een zodanige aanduiding heeft niet de bedoeling aan de particuliere kerken voor te stellen een nieuwe arbeid te beginnen, die volgt na de toepassing van de liturgische vernieuwing en die aanpassing of inculturatie inhoudt. Men moet inculturatie niet langer verstaan als het scheppen van alternatieve riten…. Het betreft veel meer een medewerken, zodat de Romeinse ritus met volledige behoud van haar eigen identiteit de noodzakelijke aanpassingen kan opnemen”

De aanpassingen van de Romeinse ritus, ook op het terrein van de inculturatie, zijn geheel afhankelijk van het gezag van de Kerk. Dit gezag komt toe aan de Apostolische Stoel, die dat uitoefent door de Congregatie voor de Eredienst en de Regeling van de sacramenten, Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 22. 1 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 838. 1-2 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Constitutie, Over de hervorming van de Romeinse Curie, Pastor Bonus (28 juni 1988), 62.64. 3 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, 25e Verjaardag van de promulgatie van het Conciliedocument Sacrosanctum Concilium over de heilige liturgie, Vicesimus Quintus Annus (4 dec 1988), 19 en binnen de grenzen die door het recht bepaald zijn, ook aan de bisschoppenconferentie Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 22. 2 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 447.838. 3 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, 25e Verjaardag van de promulgatie van het Conciliedocument Sacrosanctum Concilium over de heilige liturgie, Vicesimus Quintus Annus (4 dec 1988), 20 en de diocesane bisschop. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 22. 1 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 838. 1 en 4 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, 25e Verjaardag van de promulgatie van het Conciliedocument Sacrosanctum Concilium over de heilige liturgie, Vicesimus Quintus Annus (4 dec 1988), 21 “Daarom mag volstrekt niemand anders, ook al is hij priester, op eigen gelegenheid in de liturgie iets toevoegen, weglaten of veranderen.” Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 22. 3 De inculturatie wordt derhalve niet overgelaten aan de persoonlijke inzichten van de voorgangers en ook niet aan de gezamenlijke voorstellen van een gemeenschap. De situatie is verschillend, omdat in de liturgische boeken, van na het verschijnen van de Constitutie over de liturgie van het Tweede Vaticaans Concilie, de inleidingen en de rubrieken aanpassingen en eventuele keuzen voorzien, die worden overgelaten aan het oordeel van de celebrant of voorganger en daarom staat er bijvoorbeeld: “als….het passend is”, “eventueel”, “met deze of overeenkomstige bewoordingen”, “ook kan”, “ofwel….ofwel”, “aanbevelenswaardig”, “gewoonlijk”, “een geschiktere vorm kan gekozen worden”. Bij de keuze van onderdelen, teksten of vormen zal degene die voorgaat, vooral bedacht zijn op het geestelijk welzijn van de gemeenschap, hij zal eerder letten op de geestelijke vorming en aanleg van de deelnemers dan op die van hemzelf of op gemakkelijkere en vluggere vormen van de viering. In vieringen voor bijzondere groepen zijn enkele verdergaande keuzemogelijkheden gegeven. Wijsheid en onderscheidingsvermogen zijn echter noodzakelijk om een veelvuldige verdeling van de kerk ter plaatse in zogenaamde ‘kerkjes’ te vermijden, die op een andere manier in zichzelf besloten blijven.

Eveneens kunnen toelatingen die aan een bepaalde streek zijn gedaan, niet tot andere streken uitgebreid worden zonder het noodzakelijk verlof, ook al zou een bisschoppenconferentie menen voldoende redenen te hebben om die voor het eigen gebied over te nemen.

Document

Naam: VARIETATES LEGITIMAE
De Romeinse liturgie en de inculturatie
Vierde instructie voor de juiste toepassing van de Constitutie over de Liturgie van het Tweede Vaticaans Concilie (nrs. 37-40)
Soort: Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Auteur: Antonius M. Kard. Javierre Ortas
Datum: 25 maart 1994
Copyrights: © 1995, Kerkelijke Documentatie / SRKK
Vert.: Nationale Raad voor de Liturgie, Zeist
Bewerkt: 4 mei 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam