• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De Constitutie over de liturgie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
, spreekt over aanpassing en geeft daarbij enkele van haar vormen aan. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 37-40 Nadien gebruikte het leergezag van de Kerk het begrip ’inculturatie’ om nauwkeuriger de invoeging aan te geven ”van het evangelie in de autochtone menselijke cultuur en tegelijk het binnenvoeren van die cultuur zelf in het leven van de Kerk”. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter herinnering aan het Evangelisatiewerk van de HH. Cyrillus en Methodius 1100 jaar geleden, Slavorum Apostoli (2 juni 1985), 21 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de deelnemers aan de voltallige vergadering van de Pauseijke Raad voor de Cultuur (17 jan 1987), 5 Derhalve betekent inculturatie ”de innerlijke omvorming van authentieke culturele waarden door middel van de integratie daarvan in het christendom en het wortelschieten van het christendom in de verschillende menselijke culturen”. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht, Redemptoris Missio (7 dec 1990), 52

De reden van de verandering in woordgebruik is gemakkelijk te begrijpen, ook op het terrein van de liturgie. Het woord ’aanpassing’ - dat ontleend is aan het missionaire taalgebruik – zou de indruk kunnen wekken dat de veranderingen vooral betrekking hebben op slechts enkele en wel uiterlijke hoofdzaken. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht, Redemptoris Missio (7 dec 1990), 52 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Homilie, 20 jaar na sluiting van het Tweede Vaticaans Concilie, Bij de sluiting van de 2de Buitengewone Vergadering van de Bisschoppensynode (7 dec 1985), 4 Het woord ’inculturatie’ echter kan beter dienen om een dubbele beweging aan te geven: ”Door deze inculturatie geeft de Kerk gestalte aan het evangelie in de verschillende culturen en tegelijkertijd leidt zij de volken met hun eigen cultuur binnen in haar gemeenschap. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht, Redemptoris Missio (7 dec 1990), 52 Van de ene kant bevrucht het binnengaan van het evangelie in een sociale en culturele context “als het ware van binnenuit de geestesgaven en kwaliteiten van ieder volk, versterkt, vervolmaakt en hernieuwt zij deze in Christus”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 58 Van de andere kant echter maakt de Kerk zich deze waarden – in zover zij met het evangelie overeenkomen - eigen ”om de boodschap van Christus grondiger te doen begrijpen en deze beter tot uitdrukking te brengen in de viering van de liturgie en in het veelvormige leven van de geloofsgemeenschap”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 58 Deze dubbele beweging, die werkzaam is in de inculturatie, brengt derhalve één van de bestanddelen van het mysterie van de menswording tot uiting. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Catechese geven in onze tijd, Catechesi Tradendae (16 okt 1979), 53

De inculturatie, aldus verstaan, heeft haar plaats zowel in de christelijke eredienst als op de andere terreinen van het leven van de Kerk. Vgl. Wetboek, Codex van Canoniek Recht van de Oosterse Kerken, Codex Canonum Ecclesiarum Orientalium (1 okt 1991), 584. 2: “de evangelieverkondiging van de volken vindt zó plaats, dat met behoud van de ongeschondenheid van het geloof en de zeden het evangelie zich in de cultuur van de afzonderlijke volken kan uitdrukken, namelijk in de catechese, in de eigen liturgische riten, in de gewijde kunst, in het particulier recht en tenslotte in heel het kerkelijk leven.” Inderdaad als er één reden voor de inculturatie van het evangelie van belang is, dan is het een werkelijke integratie Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Catechese geven in onze tijd, Catechesi Tradendae (16 okt 1979), 53. ”van de evangelisatie in het algemeen kunnen we…zeggen dat de bedoeling ervan is, de kracht van het evangelie aan te brengen in het hart van de menselijke natuur en in de verschillende cultuurvormen…zo zal zij de mensen uit de verschillende menselijke cultuurvormen de kennis van het verborgen mysterie kunnen brengen, en hen kunnen helpen vanuit hun eigen levende traditie, eigen oorspronkelijke uitdrukkingen voort te brengen van christelijk leven, eredienst en denken.” in het geloofsleven van ieder volk, van de blijvende waarden van een cultuur meer dan van zijn voorbijgaande uitingen. Derhalve moet zij heel nauw samengaan met een bredere aanpak, namelijk met een pastorale en harmonisch uitgewerkte actie die heel de menselijke waardigheid op het oog heeft. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht, Redemptoris Missio (7 dec 1990), 52. ”de inculturatie is een langzame tocht die heel het missieleven vergezelt en vanaf het begin een uitdaging vormt voor de verschillende werkers van de missie ad gentes, voor de christelijke gemeenschappen naarmate deze zich ontwikkelen.” Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de deelnemers aan de voltallige vergadering van de Pauseijke Raad voor de Cultuur (17 jan 1987), 5. ”ik bevestig opnieuw met aandrang de noodzaak heel de kerk in beweging te brengen voor een scheppende inspanning tot een hernieuwde evangelieverkondiging aan mensen en culturen. Want alleen door een samenbundeling van de inspanningen komt de kerk in de omstandigheid de hoop van Christus uit te dragen tot in het hart van de cultuur en de tegenwoordige geestesgesteldheid.”

Zoals elke vorm van evangelieverkondiging, vraagt deze veelvoudige en volhardende inzet een methodische en voortgezette werkwijze van onderzoek en onderscheid. Vgl. Pauselijke Bijbelcommissie, Geloof en cultuur in het licht van de Bijbel (1 jan 1981) Vgl. Internationale Theologische Commissie, Geloof en inculturatie, Fides et inculturatio (8 okt 1988) De inculturatie van het christelijk leven en haar liturgische vieringen kunnen – voor welk volk ter wereld ook – slechts de vrucht zijn van toenemende rijping in het geloof. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de Bisschoppenconferentie van Zaïre bij gelegenheid van hun bezoek "Ad Liminia" (23 apr 1988), 5. “Hoe zou een geloof dat werkelijk zo gerijpt, diepgaand en overtuigd is, er van dit ogenblik af niet toe kunnen komen zich uit te drukken in een taal, in een catechese, in een theologische bezinning, in een gebed, in een liturgie, in een kunst, in instellingen die werkelijk overeenstemmen met de Afrikaanse ziel van uw landgenoten? Dan wordt de sleutel gevonden van het belangrijke en ingewikkelde probleem dat gij nu hebt voorgelegd met betrekking tot de liturgie om nu alleen dat te noemen. Een toereikende voortgang op dit terrein kan slechts de vrucht zijn van een groeiende rijping van het geloof met daarin opgenomen in een groot samenspel het geestelijk onderscheidingsvermogen, het theologische inzicht en het aanvoelen van de gehele kerk.”

Deze instructie heeft betrekking op zeer uiteenlopende omstandigheden. Op de eerste plaats heeft zij betrekking op de volkeren met een niet-christelijke traditie, aan wie het evangelie in de jongste tijd is verkondigd door missionarissen, die er tegelijkertijd de Romeinse ritus hebben gebracht. Nu echter komt duidelijker aan het licht dat de Kerk, in contact met de culturen, alles moet aanvaarden wat in de tradities van de volkeren kan overeenstemming met het evangelie om hun aldus de rijkdom van Christus te brengen en ook om zichzelf te laten verrijken door de veelvoudige wijsheid van alle volken. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de deelnemers aan de voltallige vergadering van de Pauseijke Raad voor de Cultuur (17 jan 1987), 5. ”Wanneer de kerk in contact komt met de culturen, moet zij alles opnemen wat in de tradities van de volken verenigbaar is met het Evangelie om er de rijkdom van Christus te brengen en zelf rijk te worden door de veelvoudige wijsheid van de volken op aarde.”

In het Westen met een oude christelijke traditie is de situatie anders. Daar is de cultuur reeds veel langer doordrongen door het geloof en de liturgie van de Romeinse ritus. Bovendien is in die landen de liturgische vernieuwing gemakkelijker aanvaard en lijken de aanpassingen, die in de liturgische boeken gegeven zijn, in het algemeen toereikend te zijn om aan de verschillende plaatselijke omstandigheden te voldoen. Alinea 53-61 Niettemin moet men in landen waar verschillende culturen samen aanwezig zijn – vooral vanwege de immigratie – rekening houden met de bijzondere problemen die een dergelijke situatie zeer zeker met zich meebrengt. Alinea 49

Eveneens moet men bedacht zijn op de verdere vernieuwing in landen met een wel of niet christelijke traditie waar de cultuur gekenmerkt wordt door onverschilligheid of verwaarlozing van de godsdienst. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de deelnemers aan de voltallige vergadering van de Pauseijke Raad voor de Cultuur (17 jan 1987), 5 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, 25e Verjaardag van de promulgatie van het Conciliedocument Sacrosanctum Concilium over de heilige liturgie, Vicesimus Quintus Annus (4 dec 1988), 17 In die situatie moet men niet spreken van inculturatie van de liturgie, omdat het in dat geval niet zozeer gaat om het aanvaarden of evangeliseren van bestaande religieuze waarden dan wel om het beklemtonen van liturgische vorming Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 19.35. 3 en het vinden van de geschikte middelen om geest en hart te beïnvloeden.

Document

Naam: VARIETATES LEGITIMAE
De Romeinse liturgie en de inculturatie
Vierde instructie voor de juiste toepassing van de Constitutie over de Liturgie van het Tweede Vaticaans Concilie (nrs. 37-40)
Soort: Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Auteur: Antonius M. Kard. Javierre Ortas
Datum: 25 maart 1994
Copyrights: © 1995, Kerkelijke Documentatie / SRKK
Vert.: Nationale Raad voor de Liturgie, Zeist
Bewerkt: 29 augustus 2016

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam