• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

TOT HET CORPS DIPLOMATIQUE

Excellenties, mijne heren,
Het is voor ons bij het begin van het nieuwe jaar een grote vreugde de gezamenlijke gelukwensen in ontvangst te mogen nemen van het Corps Diplomatique, tot uitdrukking gebracht door uw geachte deken, zijne excellentie baron Poswick, in bijzonder treffende woorden.
Komende van hooggeplaatste persoonlijkheden als gij, krijgt dit gebaar van uitwisseling van wensen met nieuwjaar, dat slechts een formaliteit van louter hoffelijkheid zou kunnen zijn, in onze ogen een bijzondere waarde en gezag.

Uw functies van diplomaten zijn in feite op zichzelf in hoge mate representatief. Wanneer zij bovendien bij de Heilige Stoel worden uitgeoefend, geven zij blijk van de achting die gij koestert voor geestelijke en morele waarden. U begrijpt, dat wij daar zeer gevoelig voor moeten zijn.
Wij begroeten u daarom vandaag met vreugde en danken u, dat gij in een zo welsprekende eensgezindheid gekomen zijt om ons uw wensen en die van uw landen aan te bieden. Onnodig u te zeggen, dat wij op onze beurt de beste wensen uitspreken voor u persoonlijk en voor de volkeren, waarvan gij de wettige vertegenwoordigers zijt. Maar wij willen u ook zeggen, daar ons een gunstige gelegenheid geboden wordt, hoe verheugd wij zijn om de weerklank te vernemen die bepaalde gezichtspunten bij het Corps Diplomatique ondervinden, die wij in de loop van het jaar tot uitdrukking hebben gebracht. De welwillende belangstelling, waarmede gij onze verklaringen bejegent, de sympathieke aandacht, waarmede gij de activiteiten van de Kerk volgt - of het nu gaat over de werkzaamheden van het Oecumenisch Concilie, over de reizen die de Voorzienigheid ons heeft ingegeven te ondernemen of één of ander liefdadig initiatief - dit alles ontroert ons sterk en is voor ons een stimulans bij ons moeilijk werk. U wilt ons wel toestaan u hiervoor openlijk onze dank te betuigen. In uw persoon willen wij gaarne de regeringen zien, die u afvaardigen. En wij willen gaarne melding maken, om hen er door uw bemiddeling mede geluk te wensen, van alles wat zij ondernemen voor de grote zaak van de vrede, van de samenwerking tussen de volkeren, van de hulp aan de ontwikkelingslanden. Zo vele inspanningen voor zaken, die van zo groot belang zijn voor het lot van de mensheid en zoveel belovende aspecten van het internationale leven raken, verdienen in hoge mate gewaardeerd en aangemoedigd te worden. Wij doen dit gaarne ten overstaan van u, want dit prijzend oordeel strekt u tot eer en is voor ons een troost.
Aan dit internationale leven, dat in onze dagen een onophoudelijk sneller ritme krijgt, wil de Heilige Stoel, zoals gij weet, zijn bijdrage leveren. Deze ligt niet geheel, zoals gij eveneens weet, in hetzelfde vlak als die van de naties. Maar op twee punten onder andere komt de stem van de Kerk beginselen versterken, die eigen zijn aan alle staatslieden, die zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheden jegens de grote mensenfamilie.

Allereerst de onvoorwaardelijke bevestiging, onophoudelijk door de pausen verkondigd, van de absolute voorrang van het recht bij de betrekkingen tussen de mensen en de volkeren. Dwang, gebruik van geweid, blind najagen van egoïstische belangen kunnen nooit leiden tot een werkelijke ontwapening van de geesten, tot echte broederschap, tot een solide en duurzame vrede. Pacta sunt servanda. Niet alleen het oude juridische adagium is altijd actueel; maar men kan zeggen, dat het in zeker opzicht schittert met nieuwe glans in het licht van de tragische gebeurtenissen van de laatste tientallen jaren. Want hoe meer het recht wordt vergeten, veracht, met voeten getreden, des te duidelijker komen tot uiting zijn grootheid, zijn schoonheid, zijn absolute noodzaak voor het gemeenschappelijke, geordende leven van de maatschappij en des te duidelijker blijkt ook, dat de rede, het menselijk verstand, het kalm onderhandelen, vrij van hartstocht - en per slot van rekening dus, mijne heren, de diplomatie - de menselijke betrekkingen moeten regelen en dat slechts zij in staat zijn het gebouw van de vrede op te trekken.
Een tweede leidend beginsel van onze deelneming aan het internationale leven is dit: de Heilige Stoel kent de wettige aanspraken van de volkeren, keurt ze goed en moedigt ze aan. Al is het recht in dit opzicht ook nog niet uitdrukkelijk geformuleerd in al zijn onderdelen, toch steunt het niettemin in zijn oorsprong op het natuurrecht en daarom moet het door allen worden toegelaten en erkend. Wij willen spreken over de vrijheid van de jonge volken om zichzelf te regeren, over de rechten die de mens als zodanig bezit (onafhankelijk van ras, huidskleur, godsdienst, nationaliteit ). Wij willen ook spreken over de ontwikkeling in het vlak van een gegroeide solidariteit, van de betrekkingen tussen de volkeren die tot uiting komt door de hulp aan de minder bedeelden, door de verdediging van de zwakken Hier ligt een enorm terrein open voor de aandacht en de edelmoedigheid van de staatslieden van onze eeuw. De president van India, befaamd denker en schrijver, vertrouwde ons in de loop van het gesprek, dat hij ons welwillend toestond gedurende ons korte verblijf te Bombay, enkele van zijn gedachten toe over de organisatie van de maatschappij. Hij zeide ons met name hoezeer hij het noodzakelijk achtte, dat de technische en economische ontwikkeling gepaard gaat met de ontwikkeling en de erkenning van morele en geestelijke principes, geëigend om de verdediging en de vooruitgang van de mens als zodanig te verzekeren.
Daar moet men inderdaad de oplossing zoeken van een van de grootste problemen van onze tijd: het is niet voldoende, dat de mens groter wordt in datgene, wat hij heeft, hij moet ook groter worden in datgene wat hij is.

En om de welbekende uitdrukking van een hedendaags filosoof aan te halen, het grote lichaam van de mensheid heeft momenteel het meeste behoefte aan een ,aanvulling van de ziel'. Van onze kant en binnen het kader van al onze mogelijkheden werken wij eraan mede om deze ,aanvulling van de ziel' aan de wereld te geven. Terwijl wij persoonlijk geen enkel tijdelijk belang nastreven, is het onze enige zorg om de rechten van allen te beschermen, om aan allen, die ons de eer aandoen er prijs op te stellen, het geestelijk erfdeel van de katholieke Kerk, haar gezag, haar morele steun, haar diensten aan te bieden. Wij vragen slechts om al degenen te helpen, die er ernstig naar streven de morele en geestelijke principes vast te stellen, waarop de beschaving van morgen gebouwd zal kunnen worden. Het is voor ons een troost en een vreugde, mijne heren, te constateren, dat gij deze standpunten deelt en dat gij ons uw begrip en uw steun wilt verlenen bij het vervullen van die taak.

Moge het jaar, dat vóór ons ligt, de mensheid doen vooruitgaan op deze weg! Laten wij elkaar helpen en moge God ons helpen! Met deze wens op de lippen en in het hart smeken wij over u, excellenties en mijne heren, over uw gezinnen en uw volkeren bij het begin van het nieuwe jaar, overvloed van goddelijke zegeningen af.

Document

Naam: TOT HET CORPS DIPLOMATIQUE
Soort: H. Paus Paulus VI - Toespraak
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 7 januari 1965
Copyrights: © 1965, Katholiek Archief, 20e jrg. nr. 17, 488-491
Bewerkt: 12 november 2018

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam