• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. STEFANUS - PROTOMARTELAAR

Beste broeders en zusters,

nu de tijd van de feesten voorbij is, keren we terug tot onze catechesen. Ik heb met jullie gemediteerd over de gestalten van de twaalf Apostelen en over de heilige Paulus. Vervolgens zijn we begonnen met na te denken over de andere figuren uit Kerk in haar geboorte-uur. Zo willen we vandaag stil staan bij de persoon van de heilige Stefanus, door de Kerk gevierd op de dag na Kerstmis. De heilige Stefanus is de meest representatieve van een groep van zeven gezellen. De traditie ziet in deze groep de oorsprong van het latere ambt van de "diakens", ook al dient onderstreept te worden dat deze benaming niet in het boek van de Handelingen voorkomt. De belangrijkheid van Stefanus is in ieder geval af te leiden uit het feit dat Lucas van dit belangrijke boek twee hele hoofdstukken aan hem besteedt.

Het verhaal van Lucas begint met de constatering van een onderverdeling die binnen de eerste Kerk van Jeruzalem ingeburgerd was: deze was weliswaar in haar geheel samengesteld uit christenen van Joodse afkomst, maar sommigen daarvan kwam uit Israël en werden "Hebreeën" genoemd, terwijl anderen, ook van het Joodse Oudtestamentische geloof, afkomstig waren uit de diaspora in het Griekse taalgebied en "hellenisten" werden genoemd. Het probleem dat zich begon af te tekenen was dit: de behoeftigsten onder de hellenisten, met name de weduwen die elke sociale steun misten, liepen het risico verwaarloosd te worden bij de dagelijkse ondersteuning. Om dit probleem op te lossen besloten de Apostelen voor zichzelf het gebed en de dienst van het woord als hun centrale opdracht te behouden en "zeven mannen Noot van de vertaler: Het Grieks gebruikt inderdaad andras, d.w.z.: mannen; zo ook de door de paus gebruikte Italiaanse vertaling: uomini. De Willibrord-vertaling uit 1975 (hierboven gebruikt) vertaalt eveneens met mannen. Zelfs de Nieuwe Bijbel Vertaling (2004) doet dat. Opmerkelijk: alleen de Willibrordvertaling uit 1995 vervangt mannen door personen. van goede faam, vol van geest en wijsheid" te belasten met de taak van de ondersteuning (Hand. 6, 2-4), dat wil zeggen het sociaalcaritatieve dienstwerk. Voor dat doel en op uitnodiging van de Apostelen, kozen de leerlingen zeven mannen uit. We hebben er ook de namen van. Het zijn: "Stefanus, een man vol geloof en Heilige Geest, Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs (...). Ze droegen hen voor aan de Apostelen, die hen na gebed de handen oplegden" (Hand. 6, 5-6).
Het gebaar van de handoplegging kan verschillende betekenissen hebben. In het Oude Testament heeft het gebaar vooral de betekenis van het overdragen van een belangrijke taak, zoals Mozes deed bij Jozua Vgl. Num. 27, 18-23 , hem zo aanwijzend als zijn opvolger. In dezelfde lijn zal ook de Kerk van Antiochië dit gebaar gebruiken om Paulus en Barnabas op missie te zenden naar de volkeren van de wereld Vgl. Hand. 13, 3 . Naar een dergelijke oplegging van de handen op Timotheüs, verwijzen de twee aan hem gerichte brieven van Paulus Vgl. 1 Tim. 4, 14 Vgl. 2 Tim. 1, 6 .

Dat het om een belangrijke handeling ging, die eerst na onderscheiding te verrichten is, is af te leiden uit wat in de Eerste Brief aan Timotheüs staat: "Leg niemand overijld de handen op en maak u niet medeplichtig aan de zonden van anderen" (Tim. 5, 22) Noot van de vertaler: Sommige journalisten interpreteerde deze aanhaling als een verborgen verwijzing naar de recente problematiek rond de benoemde nieuwe primaat van Polen die vlak voor de plechtige inbezitname (7 januari 2007) van de zetel van Warschau moest terugtreden vanwege aan het licht gekomen collaboratie met het communistische bewind. Toch is deze associatie niet erg plausibel. Het gaat bij de inbezitname van de zetel van de primaat immers niet om handoplegging. Bovendien past deze aanhaling, anders dan zulke journalistiek beweerde, wel degelijk in de opbouw van de argumentatie om aan te tonen dat het bij de handoplegging om een "belangrijke handeling" gaat bij het overdragen van een "belangrijke taak" en zo de ontwikkeling te schetsen naar een "sacramenteel teken". We zien dus dat het gebaar van de handoplegging zich ontwikkelt in de lijn van een sacramenteel teken. In het geval van Stefanus en zijn gezellen gaat het zeker over de officiële overdracht van een taak van de zijde van de Apostelen, en tegelijkertijd om het afsmeken van de genade om die taak te kunnen uitoefenen.

Het belangrijkste om op te noteren is, dat Stefanus, naast caritatief dienstwerk, ook een taak uitoefent van evangelisatie jegens de eigen landgenoten, de zogenaamde "hellenisten". Lucas insisteert inderdaad op het feit dat hij, "vol genade en kracht" (Lc. 6, 8), in naam van Jezus een nieuwe interpretatie geeft van Mozes en van de Wet van God zelf; dat hij het Oude Testament herleest in het licht van de verkondiging van de dood en de verrijzenis van Jezus. Deze herlezing van het Oude Testament, deze christologische herlezing roept de reactie van de Joden op die zijn woorden als een heiligschennis opvatten Vgl. Hand. 6, 11-14 . Om deze reden wordt hij tot steniging veroordeeld.

Lucas geeft ons de laatste toespraak door van de heilige, een samenvatting van zijn prediking. Zoals Jezus aan de leerlingen van Emmaüs had laten zien dat heel het Oude Testament van Hem spreekt, van zijn kruis en zijn verrijzenis, zo leest de heilige Stefanus, daarin het onderricht volgend van Jezus, heel het Oude Testament met een christologische leessleutel. Hij laat zien dat het mysterie van het Kruis in het centrum staat van de heilsgeschiedenis zoals deze wordt verhaald in het Oude Testament. Hij laat zien dat in werkelijkheid Jezus, de Gekruisigde en Verrezene, het eindpunt is van heel deze geschiedenis. En dus laat hij ook zien dat de eredienst van de tempel ten einde is en dat Jezus, de Verrezene, de nieuwe en ware "tempel" is.

Juist dit "nee" tegen de tempel en zijn eredienst roept de veroordeling van de heilige Stefanus op, die op dat moment - zo vertelt ons Lucas - zijn blik op de hemel gevestigd houdt en de heerlijkheid van God ziet en Jezus staande aan diens rechterhand. En terwijl hij de hemel ziet, God en Jezus, zegt hij: "Ik zie de hemel open en ik zie de Mensenzoon staan aan de rechterhand van God" (Hand. 7, 56). Daarop volgt zijn marteldood, die in feite gemodelleerd is volgens het lijden van Jezus zelf, in zoverre hij aan "de Heer Jezus" zijn eigen geest toevertrouwt en bidt dat de zonden van zijn moordenaars hun niet wordt aangerekend (Hand. 7, 59).

De plaats waar Stefanus in Jeruzalem de marteldood gestorven is wordt volgens de traditie iets buiten de Damascuspoort gesitueerd, aan de noordzijde, waar nu de kerk Saint-Étienne staat, naast de École Biblique van de Dominicanen. Op de moord op Stefanus, eerste martelaar van Christus, volgde een lokale vervolging die gericht was tegen de leerlingen van Jezus Vgl. Hand. 8, 1 , de eerste die in de geschiedenis van de Kerk heeft plaats gevonden. Deze vormde de concrete aanleiding die de joodshellenistische groep van christenen ertoe aanzette uit Jeruzalem te vluchten en zich te verspreiden.

Eenmaal uit Jeruzalem verjaagd, veranderden zij in rondtrekkende missionarissen: "Zij die zich zo verspreid hadden, trokken rond en verkondigden de goede boodschap" (Hand. 8, 4) Noot van de vertaler: letterlijk: "evangeliseerden het woord". De Willibrordvertaling (1975) kiest voor "verkondigden het woord van de Blijde Boodschap", de door de paus gebruikte Italiaanse versie heeft: "en verspreidden het Woord van God".. De vervolging en de daarop volgende verspreiding worden tot missie. Het evangelie verspreidde zich zo in Samaria, in Fenicië en in Syrië tot aan de grote stad Antiochië, waar het volgens Lucas voor de eerste keer ook aan de heidenen werd verkondigd (Hand. 11, 19-20) en waar tevens voor de eerste keer de naam "christenen" heeft geklonken (Hand. 11, 26).

In het bijzonder tekent Lucas aan dat degenen die Stefanus stenigden "hun mantels neerlegden aan de voeten van een jonge man die Saulus heette" (Hand. 7, 58), dezelfde die van vervolger tot een uitstekend apostel werd van het Evangelie. Dat betekent dat de jonge Saulus de prediking van Stefanus moet hebben gehoord, en dus op de hoogte geweest moet zijn van de voornaamste inhoud daarvan. En Paulus was waarschijnlijk een van degenen die, deze toespraak volgend en er naar luisterend, "woedend werden en tegen hem knarsetandden" (Hand. 7, 54).

Op dit punt kunnen we de wonderwerken zien van de goddelijke Voorzienigheid. Hoewel Saulus een verbeten tegenstander was van de visie van Stefanus, herneemt hij, na de ontmoeting met Christus onderweg naar Damascus, de christologische lezing van het Oude Testament, zoals verricht door de Protomartelaar, verdiept en voltooit die en wordt zo de "Apostel van de heidenen". De Wet, zo leert hij, is vervuld in het kruis van Christus, en het geloof in Christus, de gemeenschap (communio) met de liefde van Christus, is de ware vervulling van heel de Wet. Dit is de inhoud van de prediking van Paulus. Hij laat zo zien dat de God van Abraham de God wordt van allen, en allen die in Jezus Christus geloven, worden als kinderen van Abraham deelgenoten van de beloften. In de zending van Paulus komt de visie van Stefanus tot verwerkelijking.

De geschiedenis van Stefanus heeft ons veel te zeggen. Bijvoorbeeld leert zij ons dat het nooit nodig is om de sociale inzet van de caritas los te maken van de moedige verkondiging van het geloof. Hij was een van de zeven die vooral met de liefdadigheid waren belast. Maar het was niet mogelijk naastenliefde en verkondiging van elkaar los te maken. Zo verkondigt hij met de naastenliefde de gekruisigde Christus, tot aan het punt van de aanvaarding van het martelaarschap toe. Dit is de eerste les die we van de figuur van Stefanus kunnen leren: caritas en verkondiging gaan altijd samen.

De heilige Stefanus spreekt ons vooral over Christus, over de gekruisigde en verrezen Christus als middelpunt van de geschiedenis en van ons leven. Het is ook te begrijpen dat het Kruis altijd centraal blijft in het leven van de Kerk en ook in ons persoonlijk leven. In de geschiedenis van de Kerk zal het lijden, de vervolging nooit ontbreken en juist de vervolging wordt, naar de beroemde zin van Tertullianus, bron van zending voor de nieuwe christenen. Ik citeer zijn woorden: "Wij vermenigvuldigen ons iedere keer als wij door jullie worden gemaaid: het is een zaad, dat bloed van de christenen" Tertullianus, Apologeticum. 50, 13: Plures efficimur quoties metimur a vobis: semen est sanquis christianorum.

Maar ook in ons leven wordt het kruis, dat nooit zal ontbreken, een zegen, en wanneer wij het kruis aanvaarden, in de wetenschap dat het een zegen wordt en is, leren wij ook in momenten van moeilijkheden de vreugde van de christen. De waarde van het getuigenis is onvervangbaar, want het Evangelie leidt daar naartoe en de Kerk leeft daarvan. Moge de heilige Stefanus ons leren deze lessen ter harte te nemen. Moge hij ons leren het Kruis lief te hebben want het is de weg waarlangs Christus steeds weer opnieuw midden onder ons komt.

Document

Naam: H. STEFANUS - PROTOMARTELAAR
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 10 januari 2007
Copyrights: © 2007, Libreria Editrice Vaticana
Vert. uit het Italiaans, alineaverdeling en -nummering: Past. Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam