• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Wij willen thans spreken over die eenheid die Ons op heel bijzondere wijze aan het hart ligt en die ten nauwste verband houdt met het herderlijk ambt dat Ons door God is toevertrouwd, nl. de eenheid van de Kerk.

Eén kudde en één Herder

Iedereen weet, dat de goddelijke Verlosser een dergelijke gemeenschap heeft gesticht, dat zij één zou zijn tot aan het einde van de tijden, volgens zijn belofte: "Ziet, Ik blijf altijd bij u tot aan het einde van de wereld" (Mt. 28, 20), en dat Hij Zijn hemelse Vader vurig hierom gebeden heeft. Maar dit gebed van Jezus Christus, dat zeker werd aanvaard en verhoord. vanwege zijn eerbied: Vgl. Hebr. 5, 7 "Mogen zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, het zijt in Mij, en Ik in U" (Joh. 17, 21), geeft Ons de blijde hoop en verzekering, dat uiteindelijk alle schapen die niet uit deze schaap stal zijn daarheen zullen wensen terug te keren; zodat het, volgens het woord van de goddelijke Verlosser, "één kudde zal worden en één herder" (Joh. 10, 16).

Een Oecumenisch Concilie

Deze blijde hoop is voor Ons een bemoediging en een krachtige prikkel geweest om Ons plan aar. de wereld bekend te maken tot het bijeenroepen van een Algemeen Concilie, waaraan bisschoppen van heel de wereld zullen deelnemen om belangrijke, godsdienstige vraagstukken te bespreken. Het concilie zal voornamelijk tot doel hebben: de grotere bloei van het katholieke geloof, de vernieuwing van het christelijk leven en de aanpassing van de kerkelijke tucht aan de behoeften en omstandigheden van de moderne tijd

Dit zal ongetwijfeld een prachtige manifestatie zijn van waarheid, eenheid en liefde; een manifestatie, bij het zien waarvan, naar Wij vertrouwen, ook zij die van de Apostolische Stoel zijn afgescheiden zich zullen gedrongen voelen om de eenheid die Jezus Christus zo vurig van Zijn hemelse Vader heeft afgesmeekt te zoeken en te vinden.

Een groeiend verlangen naar eenheid onder de afgescheiden Christenen

Wij zijn tot de bevinding gekomen - en dit is werkelijk een troost voor Ons - dat in de laatste tijd bij vele groepen die van de Stoel van de H. Petrus zijn afgescheiden een zekere sympathie is gegroeid voor het geloof en de instellingen van de katholieke Kerk, en dat er een grote waardering is ontstaan voor deze Apostolische Stoel, die nog dagelijks toeneemt, naarmate de studie van de waarheid meer gevestigde vooroordelen wegneemt.

Ook weten Wij dat bijna allen die, al zijn zij dan ook van Ons afgescheiden en onderling verdeeld, zich Christen noemen, vaak congressen hebben gehouden om een zekere eenheid onder elkaar tot stand te brengen en daarvoor organen in het leven hebben geroepen; wat duidelijk aantoont dat zij door een vurig verlangen worden gedreven om tot een bepaalde eenheid te komen.

De eenheid van de Kerk is door haar goddelijke Stichter gewild

Ongetwijfeld heeft de goddelijke Verlosser Zijn Kerk gesticht op de basis van een zeer hechte eenheid; anders, als Hij - om een ongerijmde veronderstelling te maken - dit niet gedaan had, zou Zijn werk volledig vergankelijk zijn geweest en althans voor de toekomst met Hemzelf in strijd, op dezelfde wijze als bijna alle filosofische systemen, die overgeleverd zijn aan de willekeur van allerlei menselijke theorieën en zodoende in de loop van de tijd de een na de ander opkomen, veranderen en verdwijnen. Maar iedereen zal begrijpen dat dit in strijd is met het goddelijk leergezag van Jezus Christus, die "de weg, de waarheid en het leven is" (Joh. 14, 6).

Deze eenheid, Eerbiedwaardige Broeders en beminde zonen, die, zoals gezegd, niet van voorbijgaande aard, onzeker en wankel moet zijn, maar hecht, sterk en zeker, Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over de bevordering van de werkelijke eenheid van religies, Mortalium animos (6 jan 1928), 1-6. A.A.S. vol. XX, 1928, p. 5 vv. al mist men die in andere gemeenschappen van Christenen, is nochtans aanwezig in de katholieke Kerk, zoals iedereen, bij aandachtige beschouwing, gemakkelijk zal kunnen opmaken.

Drie eigenschappen van de eenheid

Het is een eenheid die wordt gekarakteriseerd en gekenmerkt door de volgende drie eigenschappen:

  • eenheid van leer,
  • van bestuur en
  • van eredienst.

Het is een eenheid die op opvallende wijze voor iedereen zichtbaar is, zodat iedereen haar kan kennen en volgen.

Zij is krachtens de wil van de goddelijke Stichter zelf van die aard dat in deze eenheid alle schapen werkelijk in één schaapstal worden bijeengebracht, onder de leiding van één herder, zodat alle kinderen worden geroepen naar het éne vaderhuis, dat steunt op Petrus als fundament. Deze eenheid streeft er naar om alle volkeren broederlijk te verenigen in het ene rijk van God, waarvan de leden op aarde door eendracht van hart en geest worden verbonden om eens in de hemel het eeuwig geluk te genieten.

Eenheid van leergezag

Want de katholieke Kerk houdt voor dat alles, wat door God geopenbaard is, vast en trouw geloofd moet worden; d.w.z. wat in de H. Schrift is vervat of wat mondeling of schriftelijk is overgeleverd, en wat in de loop van de eeuwen sinds de tijd der Apostelen door de Pausen en de wettige Algemene Concilies is vastgelegd en gedefinieerd.

Telkens wanneer iemand van deze weg afweek, heeft de Kerk nooit nagelaten hem met haar moederlijk gezag op de rechte weg terug te roepen. Want zij is er zich klaar van bewust en zij handhaaft dat er slechts één waarheid is en dat er dus geen tegenstrijdige "waarheden" kunnen bestaan; zij maakt zich de woorden eigen van de Apostel der heidenen en getuigt: "Want wij hebben geen macht tegen, maar wel vóór de waarheid" (2 Kor. 13, 8).

Religieuze strijdpunten

Er zijn echter niet weinig punten die ook de katholieke Kerk aan de vrije discussie van de theologen overlaat, in zover deze punten niet absoluut zeker zijn en in zover dergelijke discussies, zoals de beroemde Engelse schrijver, John Henry kardinaal Newman, opmerkt, de eenheid van de Kerk niet verstoren, maar eerder grotelijks bijdragen tot een beter en dieper begrip van de dogma's, omdat de botsing van verschillende meningen er nieuw licht op werpt, en de weg banen naar die eenheid.Vgl. H. John Henry Kardinaal Newman, Certain difficulties felt by Anglicans in Catholic Teaching considered (14 juli 1850). vol. I, lect. X, p. 261 vv.

In ieder geval dient men steeds vast te houden aan het algemeen gezegde, dat in verschillende vormen aan verschillende auteurs wordt toegeschreven: In het essentiële moet er eenheid zijn, in twijfelgevallen vrijheid, maar in alles liefde.

Eenheid van bestuur

Ook is het voor iedereen duidelijk dat er in de katholieke Kerk eenheid van bestuur is. Want, zoals de gelovigen onderworpen zijn aan hun priesters en de priesters aan de bisschoppen, die "de H. Geest heeft aangesteld om Gods Kerk te besturen" (Hand. 20, 28), zo zijn alle bisschoppen afzonderlijk en gezamenlijk onderworpen aan de Paus van Rome, die beschouwd moet worden als de opvolger van de H. Petrus, die Onze Heer Jezus Christus als rots en fundament voor Zijn Kerk heeft aangesteld Vgl. Mt. 16, 18 en aan wie alleen Hij op een bijzondere manier de macht heeft gegeven om alles op aarde te binden en te ontbinden Vgl. Mt. 16, 19 , om zijn broeders te bevestigen Vgl. Lc. 22, 32 en de gehele kudde te weiden. Vgl. Joh. 21, 15-17

Eenheid van eredienst

Wat de eenheid van eredienst betreft, iedereen weet, dat de katholieke Kerk vanaf haar beginperiode door de eeuwen heen steeds zeven sacramenten heeft gehad, niet meer en niet minder, die zij als een heilig erfgoed van Jezus Christus heeft ontvangen en die zij niet heeft nagelaten in de gehele katholieke wereld toe te dienen tot het behoud en de versterking van het bovennatuurlijk leven der gelovigen.

Iedereen weet ook dat er in de katholieke Kerk slechts één offer wordt opgedragen, n!. het Eucharistisch offer, waarin Christus zelf, ons heil en onze Verlosser, Zich op onbloedige wijze maar werkelijk, zoals eens aan het kruis op Calvarië, voor ons allen dagelijks offert en waardoor Hij de onmetelijke schatten van Zijn genade vol liefde over ons uitstort.

Daarom zegt de H. Cyprianus terecht: "Geen ander altaar mag worden opgericht en geen ander priesterschap ingesteld buiten het ene altaar en het tne priesterschap." H. Cyprianus van Carthago, Brieven, Epistolae. XLIII, 5; Corp. Vind. m, 2, 594 Vgl. H. Cyprianus van Carthago, Brieven, Epistolae. XL, Migne P.L., IV, 345]

Dit verhindert echter niet, zoals algemeen bekend is, dat er in de katholieke Kerk verschillende riten bestaan en goedgekeurd zijn, waardoor haar schoonheid beter uitkomt en waardoor zij, als dochter van de Koning der Koningen, verschijnt getooid in een veelkleurig gewaad. Vgl. Ps. 44, 15

Opdat allen deze ware eenheid en eendracht zouden verwerven, draagt de katholieke priester bij de viering van het Eucharistisch offer de onbevlekte offergave op aan de barmhartige God en bidt daarbij op de eerste plaats "...voor uw heilige katholieke Kerk: dat Gij haar over de gehele wereld vrede moogt schenken, haar moogt bewaren, haar één moogt maken en leiden: samen met Uw dienaar onze Paus en met alle ware gelovigen die het katholieke en apostolische geloof belijden." Canon van de Mis.

Vaderlijke uitnodiging aan de afgescheidenen tot eenheid

Moge daarom deze wonderbare manifestatie van eenheid, waardoor alleen de katholieke Kerk zich onderscheidt en kenmerkt, mogen de gebeden en smekingen, waardoor zij die eenheid voor allen van God vraagt, indruk op u maken en u op een heilzame wijze beïnvloeden, u die van deze Apostolische Stoel zijt afgescheiden.

Sta toe dat Wij u in een dierbaar verlangen broeders en zonen noemen; gun ons de hoop die Wij met gevoelens van vaderlijke liefde koesteren omtrent uw terugkeer.

Wij willen Ons gaarne tot u richten met dezelfde herderlijke bezorgdheid waarmede Theophilus, bisschop van Alexandrië, zich tot zijn broeders en zonen richtte, toen een ongelukkig schisma het naadloze kleed van de Kerk verscheurde, in deze bewoordingen: "Laten wij, geliefde broeders en deelgenoten aan eenzelfde hemelse roeping, ieder naar vermogen, Jezus, de leidsman en bewerker van ons heil, navolgen.

"Laten wij de zielenederigheid beoefenen die ons verheft, de liefde die ons met God verbindt en het oprechte geloof aan de goddelijke geheimen.

"Vlucht de verdeeldheid, vermijd de tweedracht heb liefde voor elkaar: luister naar Christus' woorden: 'Hierdoor zullen allen weten dat gij Mijn leerlingen zijt, als gij liefde hebt voor elkaar." Vgl. Theophilus van Alexandrië, Hom. in mysticam caenam (1 jan 412). P.G. LXXVII, 1027

Wij vragen u eraan te denken dat, als Wij u op liefdevolle wijze tot de eenheid van de Kerk roepen, gij niet naar een vreemd huis wordt uitgenodigd, maar naar uw eigen huis, het gemeenschappelijke vaderhuis. Vergun Ons dus dat Wij u allen, naar wie Wij met de "liefde van Jezus Christus" (Fil. 1, 8) verlangen, aansporen om uw vaderen indachtig te zijn, "die u het woord Gods hebben verkondigd; let op het einde van hun leven en volg hun geloof na" (Hebr. 13, 7).

De roemvolle scharen van heiligen, die uit elk van uw volken reeds naar de hemel zijn opgegaan, en vooral zij die door hun geschriften de leer van Jezus Christus zo zuiver en helder hebben overgeleverd en verklaard, schijnen u door het voorbeeld van hun leven uit te nodigen tot de eenheid met deze Apostolische Stoel, waarmede ook uw christengemeenschap gedurende zoveel eeuwen gelukkig verenigd was.

Wij richten Ons daarom tot allen die van Ons gescheiden zijn als tot Onze broeders met de woorden van de H. Augustinus: "Of zij willen of niet, zij zijn onze broeders. En zij zullen dan alleen ophouden onze broeders te zijn, wanneer zij niet langer zeggen: Onze Vader". H. Augustinus, Enarrationes in Psalmos. II, 29, In Ps. 32; Migne, P.L. XXXVI, 299

"Laten wij de Heer onze God liefhebben, laten wij Zijn Kerk liefhebben: de Heer als onze Vader, de Kerk als onze Moeder; de Heer als onze Meester, de Kerk als Zijn dienstmaagd; want wij zijn de kinderen van Zijn dienstmaagd. Maar de band van dit huwelijk is een sterke liefdeband; niemand kan de een beledigen en toch worden aanvaard door de ander... Wat baat het u niet te hebben beledigd de vader die niet nalaat u te straffen voor een belediging van de moeder? ... Beschouw daarom, geliefden, allen eensgezind God als uw Vader en de Kerk als uw moeder". H. Augustinus, Enarrationes in Psalmos. II, 14, In Ps. 82; Migne, P.L., XXXVII, 1140

Oproep tot gebed voor de eenheid

Voor het behoud van de eenheid van de Kerk en voor de uitbreiding van de schaapstal en net rijk van Christus richten Wij Onze smeekbeden tot de Algoede God, de gever van hemels licht en alle goed, en Wij sporen al Onze geliefde Broeders en zonen in Christus aan om eveneens vurig hiervoor te bidden. De goede uitslag immers van het aanstaande Algemeen Concilie hangt meer af van de vurige en verenigde gebeden, door allen als om strijd verricht, dan van de activiteiten en ijverige toeleg der mensen; tot deelname aan deze gebeden tot God nodigen Wij vol liefde ook hen uit die, hoewel niet behorend tot deze schaapstal, God nochtans eren en aanbidden en met een goede wil Zijn geboden trachten te onderhouden.

Moge deze hoop en dit verlangen van Ons versterkt en vervuld worden door de goddelijke bede van Christus: “Heilige Vader, bewaar hen in Uw naam die Gij Mij hebt gegeven, opdat zij één mogen zijn zoals Wij heilig hen in de waarheid; Uw woord is waarheid Ik bid niet voor hen alleen, maar ook voor allen die door hun woord in Mij geloven; mogen zij volmaakte eenheid bezitten ...” (Joh. 17, 11.17.20.21.23).

Harmonieuze eenheid is de bron van vrede en vreugde

Dit gebed herhalen Wij samen met de katholieke wereld, die in eenheid met Ons is verbonden; en Wij doen dit niet alleen uit een vurige liefde jegens alle volken, maar ook in de geest van evangelische nederigheid. Want Wij zijn Ons bewust van de geringheid van Onze Persoon, die God, niet om Onze verdiensten, maar in Zijn ondoorgrondelijk raadsbesluit, tot de waardigheid van het pausschap heeft willen verheffen. Daarom herhalen Wij tot al Onze broeders en zonen die van deze Stoel van de H. Petrus zijn afgescheiden de woorden: "Ik ben Jozef, uw broeder" (Gen. 45, 4). Kom; “begrijp ons" (2 Kor. 7, 2); niets anders wensen Wij, niets anders willen Wij, niets anders vragen Wij van God dan uw heil en uw eeuwig geluk.

Kom! Deze zo vurig verlangde eenheid en eendracht, die moet worden gevoed en versterkt door de broederlijke liefde, zal de bron zijn van grote vrede: van die vrede "die alle begrip te boven gaat" (Fil. 4, 7), omdat hij uit de hemel komt; die vrede die Christus door de engelenkoren boven Zijn kribbe heeft aangekondigd aan de mensen van goede wil Vgl. Lc. 2, 14 , en die Christus, na de instelling van het Sacrament en het Offer van de Eucharistie, heeft geschonken met deze woorden: "Vrede laat Ik u na, Mijn vrede geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik hem u" (Joh. 14, 27).

Vrede en vreugde; ook vreugde, want zij die door een werkelijke en krachtdadige band verbonden zijn met het mystieke lichaam van Jezus Christus, dat de katholieke Kerk is, hebben deel aan het leven dat vanuit het goddelijk Hoofd uitstroomt naar de afzonderlijke ledematen en krachtens dit leven kunnen zij die alle wetten en geboden van Onze Verlosser trouw onderhouden ook in dit aardse leven die blijdschap genieten die een teken en een voorsmaak is van het eeuwig geluk in de hemel.

Het onvolmaakte van de aardse vrede Deze vrede echter en dit geluk blijven nog onvolmaakt, zolang onze moeizame tocht in dit aardse ballingsoord voortduurt; want het is geen ongestoorde vrede, geen vrede in rust; het is een werkzame vrede, niet in werkeloosheid en ledigheid; het is vooral een vrede die strijdt tegen alle dwalingen, hoe schoonschijnend zij zich ook voordoen onder het valse uiterlijk van waarheid, tegen de verleidingen en verlokkingen van het kwaad, tegen allerlei vijanden van onze ziel tenslotte, die onze onschuld of ons katholieke geloof kunnen verzwakken, besmetten of vernietigen; en eveneens tegen haat, twist en tweedracht die dit geloof kunnen breken en bederven.

Daarom heeft de goddelijke Verlosser ons Zijn vrede gegeven en toevertrouwd.

De vrede, die wij moeten zoeken en met al onze krachten moeten nastreven, dient dus, zoals Wij hebben gezegd, een vrede te zijn die zich met geen dwalingen inlaat, die ieder compromis met de aanhangers der dwaling volledig afwijst, die niet toegeeft aan het kwaad en tenslotte alle tweedracht vermijdt. Zij die deze vrede nastreven moeten ook bereid zijn om terwille van de waarheid en de gerechtigheid eigen voordeel en gemak op te offeren, volgens het woord: “Zoek eerst het rijk Gods en Zijn gerechtigheid ..." (Mt. 6, 33).

Moge de Heilige Maagd Maria, de koningin van de vrede, aan wier onbevlekt hart Onze Voorganger Pius XII, onsterfelijker gedachtenis, het hele menselijke geslacht heeft toegewijd, deze eenheid en eendracht en deze ware, werkzame en strijdbare vrede - zo bidden Wij vurig - van God verkrijgen, zowel voor hen die Onze zonen zijn in Christus als voor al degenen die, hoewel van Ons afgescheiden, nochtans de waarheid, eenheid en eendracht noodzakelijkerwijze liefhebben.

Document

Naam: AD PETRI CATHEDRAM
Over waarheid, eenheid en vrede in de geest van liefde
Soort: H. Paus Johannes XXIII - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes XXIII
Datum: 29 juni 1959
Copyrights: © 1959, Katholiek Archief jrg. 14, nr. 35, pag. 829-848
Bewerkt: 12 maart 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam