• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De waarheid draagt bij tot de vrede Het aanvaarden van deze waarheid, volledig, ongeschonden en zuiver, zal onze geesten, harten en daden vanzelf doordringen met de idee van eenheid. Alle tegenstellingen, onenigheden en meningsverschillen vinden immers hun ontstaan hierin namelijk, dat ofwel de waarheid niet wordt gekend ofwel, wat erger is, de waarheid wel onderzocht is en bekend, maar nochtans verworpen wordt, hetzij terwille van voordelen die men uit de verkeerde opvattingen hoopt te trekken, hetzij als een gevolg van die verderfelijke blindheid waardoor de mensen zo gemakkelijk hun ondeugden en slechte daden zoeken te rechtvaardigen.

Het is daarom noodzakelijk dat allen, zowel de afzonderlijke burgers als zij in wier handen het lot der volkeren gelegen is, oprecht de waarheid liefhebben, als zij de eendracht en vrede willen verwerven, waarvan de ware welvaart zowel voor het individu als voor de gemeenschap kan voortkomen.

En tot deze eendracht en vrede sporen Wij in het bijzonder hen aan die de teugels der regering in handen houden. Wij, die boven de rivaliteit der volkeren staan, die alle volkeren in eenzelfde liefde omvatten en die niet gedreven worden door aardse voordelen, politieke machtsredenen of verlangens in dit leven, menen welwillend beluisterd en beoordeeld te kunnen worden door alle mensen van welke natie dan ook, wanneer Wij spreken over een kwestie van zo geweldig groot belang.

God heeft de mensen als broeders geschapen God heeft de mensen niet als vijanden maar als broeders geschapen; Hij gaf hun de aarde om haar met arbeid en inspanning te bebouwen, opdat ieder afzonderlijk in de gehele wereld de vruchten ervan zou genieten en al hetgeen nodig is voor zijn onderhoud en levensbehoeften. De verschillende naties nu zijn niets anders dan gemeenschappen van mensen, dat wil zeggen, van broeders, die in broederlijke eensgezindheid niet alleen moeten streven naar het bereiken van hun eigen doel, maar ook naar het algemeen welzijn van de gehele mensheid.

Een weg naar het eeuwige leven

Dit aardse leven dient bovendien niet alleen op zichzelf beschouwd te worden of genoten alleen om het plezier dat het verschaft; het leidt niet zonder meer tot de ondergang van het lichaam, maar ook tot het onsterfelijke leven, tot het eeuwigdurende vaderland.

Als deze leer, deze troostvolle hoop uit het hart van de mens wordt weggenomen, verliest het leven alle zin; hartstocht, onenigheid en tweedracht laaien dan noodzakelijkerwijze in ons binnenste op en kunnen op geen enkele wijze beteugeld worden; de olijftak van de vrede heeft zijn glans voor ons verloren, de vlammen der tweedracht laaien hoog op; onze houding wordt welhaast gelijk aan die der dieren, die verstoken zijn van verstand; het is zelfs erger, daar wij, in het bezit van de gave der rede, door deze te misbruiken, kunnen omlaagstorten in de afgrond van het kwaad, iets wat helaas maar al te vaak geschiedt; en zoals Kaïn kunnen wij ertoe komen om de aarde te bezoedelen door het bedrijven van een ernstige misdaad en het vergieten van broederbloed.

Voor alles is het daarom noodzakelijk om geest en hart aan de juiste beginselen te herinneren, als wij, zoals het betaamt, ons menselijk handelen willen terugbrengen op het pad der gerechtigheid.

Want, als wij elkaar broeders noemen en dit ook zijn, als wij deelgenoten zijn van eenzelfde lotsbestemming in dit en in het toekomstige leven, hoe is het dan mogelijk dat wij optreden als tegenstanders en vijanden van de anderen? Waarom dan anderen benijden, waarom haat verwekken tegen hen, waarom moordende wapens gebruiken tegen onze broeders?

Er is reeds genoeg gevochten tussen de mensen; reeds te veel jonge mensen, in de bloei van hun leven, hebben hun bloed vergoten. Reeds te veel begraafplaatsen van gesneuvelden bedekken de aarde en vermanen ons met ernstige stem eindelijk terug te keren tot eendracht, eenheid en rechtvaardige vrede.

Laat daarom iedereen zijn geest richten niet op datgene dat de mensen onderling verdeeld en gescheiden houdt, maar eerder op datgene waardoor zij kunnen worden verenigd in een oprechte en onderlinge achting voor elkaars goederen en belangen.

Eenheid onder de naties

Eendracht en overeenstemming tussen de naties Alleen als de mensheid streeft naar vrede, zoals het betaamt, en niet naar oorlog, alleen als er een oprecht verlangen bestaat om de broederlijke eendracht onder de volkeren te bevorderen, zullen de staatsbetrekkingen en belangen op de juiste wijze worden onderkend en dientengevolge op een gelukkige wijze worden behartigd; het zal dan eveneens mogelijk zijn om, na gezamenlijke besprekingen, die beginselen te vinden en vast te stellen waardoor de gehele familie der mensheid dichter wordt gebracht tot die zozeer gewenste eenheid, in het genot waarvan de afzonderlijke naties hun eigen vrijheidsrechten onderkennen, niet als een verplichting aan anderen, maar volledig veiliggesteld.

Zij die anderen onderdrukken, die hen beroven van de vrijheid waar zij recht op hebben, zullen ongetwijfeld niet kunnen bijdragen tot deze eenheid.

In volledige overeenstemming hiermede is de opvatting van Onze reeds eerder genoemde Voorganger, onsterfelijker gedachtenis, Leo XIII: "Om eerzucht, begeerte naar het bezit van anderen en rivaliteit, die de hoofdmotieven voor een oorlog vormen, in bedwang te houden is niets beter geschikt dan de christelijke deugd, vooral de rechtvaardigheid" Paus Leo XIII, Apostolische Brief, Praeclara gratulationis publicae (20 juni 1894). A.L., vol. XIV, 1894, p. 210.

Als echter aan de andere kant de volkeren niet streven naar deze broederlijke eenheid, die moet steunen op de beginselen der rechtvaardigheid en gevoed moet worden door de naastenliefde, zal er een toestand van ernstige crisis blijven bestaan; en vandaar dat alle oprecht denkende mensen het betreuren dat het onzeker schijnt te zijn of de volkeren op weg zijn naar de vestiging van een blijvende, ware en echte vrede of eerder in volledige blindheid geleidelijk wegzinken in de richting van een nieuwe verschrikkelijke oorlogsbrand.

Wij zeggen in volledige blindheid; want als - wat God moge verhinderen - een nieuwe oorlog zou uitbreken, zal er, vanwege de vreselijke wapens die onze tijd heeft voortgebracht, voor alle volkeren, hetzij zij dit overleven als overwonnenen hetzij als overwinnaars, niets anders te verwachten zijn dan ontzettende vernietiging en ondergang.

Wij vragen daarom allen, vooral hen die de staten regeren, deze dingen voor God, de Rechter, diepgaand en ernstig te overwegen; en dan hun beste pogingen aan te wenden om alle wegen te bewandelen die naar de noodzakelijke eenheid kunnen voeren. Deze eendracht en eenheid, waardoor, zoals Wij hebben gezegd, alleen de gemeenschappelijke welvaart van de volkeren kan worden bevorderd, zal dan alleen kunnen worden hersteld, wanneer de geesten tot rust komen en de rechten van iedereen worden erkend en wanneer overal voor de Kerk, voor de volkeren en voor de afzonderlijke burgers het licht van de vrijheid schijnt, waarop zij recht hebben.

Eendracht en overeenstemming tussen de klassen van de maatschappij

Deze eendracht en eenheid die onontbeerlijk is tussen de volkeren en naties moet noodzakelijkerwijze meer en meer worden bevorderd tussen de klassen van de maatschappij; tenzij dit wordt bereikt, zullen haat en onenigheid heersen, zoals wij reeds hebben gezien; en deze zullen de oorzaak zijn van onrust, revolutie en misschien zelfs van bloedvergieten, gepaard gaande met een dagelijks toenemende verarming van en een groot gevaar voor de publieke en private economie.

Naar aanleiding hiervan merkte Onze bovengenoemde Voorganger zeer terecht op: "( God) heeft gewild dat er in de menselijke samenleving verschil van klassen zou zijn en dat er onder hen een zekere gelijkheid zou bestaan door vriendschappelijke samenwerking." Paus Leo XIII, Apostolische Brief, Aan de bisschoppen van Belgiƫ, Permoti nos (10 juli 1895). A.L., vol. XV, 1895, p. 259 Want het is duidelijk dat, "zoals in het lichaam de ledematen, hoewel onderling verschillend, bij elkaar passen, waaruit die juiste verhouding ontstaat die men terecht symmetrie noemt, zo ook heeft in de gemeenschap de natuur voorgeschreven, dat de klassen eendrachtig met elkaar zouden samenleven en zo tot een juist evenwicht zouden komen. In elk opzicht heeft de ene klasse de andere nodig: geen kapitaal kan bestaan zonder arbeid, noch arbeid zonder kapitaal. Eendracht brengt in de dingen schoonheid en orde voort." Paus Leo XIII, Encycliek, Over kapitaal en arbeid, Rerum Novarum (15 mei 1891), 15. A.L., vol. XI, 1891, p. 109

Zij die dit verschil tussen de klassen in de maatschappij durven ontkennen, gaan daarom in tegen de wetten van de natuur zelf. Maar zij die deze vriendschappelijke en onontbeerlijke samenwerking en hulp tussen de klassen onderling bestrijden, trachten ongetwijfeld de menselijke samenleving te verstoren en omver te werpen tot groot gevaar en nadeel van het openbaar en particulier belang.

Overigens heeft Onze andere Voorganger Pius XII, onsterfelijker gedachtenis, dit wijze woord gesproken: "In een volk dat die naam verdient vormen de verschillen tussen de maatschappelijke klassen, die niet door de willekeur der mensen worden veroorzaakt maar voortkomen uit de aard der dingen zelf - ongelijkheid in cultuur, in bezit en maatschappelijke positie, in de veronderstelling natuurlijk dat altijd voldoende rekening wordt gehouden met de rechtvaardigheid en de onderlinge liefde - volstrekt geen hinderpaal voor een geest van broederlijke eenheid." Paus Pius XII, Radiotoespraak, Kerstboodschap 1944 (fragmenten), Benignitas et humanitas (24 dec 1944). Discorsi e radiomessaggi di S.S. Pio XII, vol. VI, p. 239

De verschillende standen en klassen kunnen natuurlijk hun eigen rechten verdedigen, als dit maar gebeurt zonder geweld en op wettige wijze en zonder op onrechtmatige wijze afbreuk te doen aan de rechten van anderen, die eveneens voor onschendbaar gehouden moeten worden. Allen zijn broeders van elkaar; alles moet daarom op vriendschappelijke wijze en in wederzijdse, broederlijke liefde worden opgelost.

Verbeterde verhoudingen tussen klassen

Tekenen van ontspanning in de sociale verhoudingen Men moet toegeven - en dit geeft hoop voor een betere toekomst - dat in de laatste tijd het verkeer en de verhouding tussen de verschillende maatschappelijke klassen op sommige plaatsen minder scherp en minder gespannen blijken te zijn; zoals ook Onze onmiddellijke Voorganger constateerde in zijn boodschap tot de Duitse katholieken: "De verschrikkelijke catastrofe van de laatste oorlog, die zulke rampzalige gevolgen voor u heeft gehad, heeft tenminste dit voordeel meegebracht dat onder meerdere klassen van de bevolking, met ter zijde stelling van vooroordelen en een overdreven zorg voor het eigen voordeel, de onderling tegengestelde klassenbelangen grotendeels zijn opgeheven door een grotere samenwerking van de mensen onder elkaar. Want tegenslag, gezamenlijk gedragen, is een harde, maar heilzame leermeester." Paus Pius XII, Radiotoespraak, Radioboodschap tot het 73e "Katholikentag" in Bochum (4 sept 1949). vol. XI, p. 189

In feite is de afstand tussen de verschillende maatschappelijke klassen kleiner geworden. De klassen omvatten niet alleen meer de werkgevers en de werknemers, maar er is een grotere verscheidenheid van groepen gekomen, die gemakkelijker open staan voor alle burgers; en voor hen die zich onderscheiden door toeleg en bekwaamheid bestaat de mogelijkheid om eveneens tot een hogere rang in de maatschappij op te klimmen. Wat in het bijzonder hen betreft die van hun weekloon moeten leven, is het een troost te zien, dat al de nieuwe initiatieven, die de situatie van de arbeiders in de fabrieken en andere arbeidsmilieus menselijker maken, aantonen dat de arbeiders niet alleen worden gewaardeerd als een economische factor, maar dat men voor hen ook streeft naar een hoger en waardiger levensniveau.

Nog onopgeloste sociale problemen

Maar toch blijft er nog een lange weg af, te leggen. Zolang er nog teveel ongelijkheid in bezit bestaat, blijven er nog teveel oorzaken van naijver over tussen de verschillende groepen, vanwege een soms gebrekkige of niet volledig juiste opvatting van het eigendomsrecht bij hen die te zeer op hun eigen voordeel en belang uit zijn.

Daarbij komt nog het droevig verschijnsel van de werkloosheid, waaronder zo velen lijden en zwaar gebukt gaan, en die vooral op het ogenblik nog grotere moeilijkheden kan veroorzaken, omdat de taak van de arbeiders dikwijls wordt overgenomen door steeds meer geperfectioneerde machines. Aangaande de werkloosheid uitte reeds Onze Voorganger Pius XI, zaliger gedachtenis, deze klacht: "Want men moet het aanzien hoe een bijna onmetelijk aantal rechtschapen arbeiders die niets vuriger verlangen dan op eerlijke wijze hun brood te kunnen verdienen, dat zij, krachtens goddelijk gebod, iedere dag aan hun Hemelse Vader vragen, tot werkloosheid worden gedwongen en zodoende met hun gezin in uiterste nood verkeren. Wij worden diep ontroerd door hun klachten; en zij doen Ons, bewogen door hetzelfde medelijden, het woord herhalen dat opwelde uit het liefdevolle hart van de Goddelijke Meester bij het zien van de hongerige menigte: 'Ik heb medelijden met de schare' (Mc. 8, 2)." Paus Pius XI, Encycliek, Over de economische crisis van 1929, Nova impendit (2 okt 1931). A.A.S. vol. XXIII, 1931, pp. 393-394

Als wij werkelijk deze zo gewenste onderlinge eenheid tussen de klassen in de maatschappij verlangen en zoeken - en wij allen moeten die verlangen en zoeken -, dan moet er met alle krachten, zowel van openbare als particuliere zijde, en met gedurfde initiatieven naar gestreefd worden om aan alle mensen, ook aan die uit de laagste klassen der bevolking, de mogelijkheid te verschaffen om door hun arbeid en het zweet huns aanschijns in hun levensonderhoud te voorzien en eveneens om op een zekere en eerlijke manier voor de toekomst van zichzelf en hun gezin te zorgen. Bovendien heeft onze tijd aan het dagelijks leven veel comfort verschaft, welks genot eveneens aan de minder gefortuneerde burgers niet mag onthouden worden.

Verder sporen Wij hen die op de verschillende arbeidsterreinen werk verschaffen of verantwoordelijke posities bekleden en van wie het lot en soms zelfs het leven van de arbeiders afhangt, dringend aan, om niet alleen te denken aan de winst die de arbeiders hun door hun werk bezorgen, om niet alleen hun rechten inzake loon te erkennen, maar hen ook werkelijk als mensen en zelfs als broeders te beschouwen; zij dienen er ook voor te zorgen dat de arbeiders meer en meer op billijke wijze delen in de vruchten van hun arbeid en zich als het ware partners voelen in de gehele onderneming.

Wij geven deze raad, opdat er een grotere harmonie zou groeien tussen de plichten en rechten van de werkgevers en de plichten en rechten der arbeiders en deze op de juiste wijze zouden worden vastgesteld, zodat de verschillende vakorganisaties "niet beschouwd worden als aanvals- of verdedigingswapens, waardoor onderling verzet en reactie wordt uitgelokt, niet als een rivier die de dijken doorbreekt en alles overstroomt, maar veel eerder als een brug die beide oevers verbindt" Toespraak van Pius XII over een duurzame sociale orde: Discorsi e radiomessaggi di S.S. Pio XII, vol. VII, p. 350.

Er moet echter vooral voor gezorgd worden dat de vooruitgang op zedelijk gebied gelijke tred houdt met de vooruitgang op economisch gebied, waarover Wij hebben gesproken, gelijk de waardigheid van christenen en reeds de waardigheid van mensen dit vereist. Want welk voordeel zullen de arbeiders hebben bij een grotere materiële welvaart en het genot van een hogere levensstandaard, als zij het hogere goed van hun onsterfelijke ziel verliezen of verwaarlozen?

Christelijke naasteliefde

Dit zal echter met succes verwezenlijkt worden, als men de sociale leer van de katholieke Kerk, zoals het betaamt, in praktijk brengt; en eveneens, als allen "er naar streven om de liefde, die de koningin is van alle deugden, zowel in zichzelf te bewaren als in anderen, van hoog tot laag, op te wekken. Want het verhoopte heil zal voornamelijk moeten komen van een overvloed aan liefde: en wel christelijke liefde, die de samenvattende wet is van het gehele Evangelie en die door haar voortdurende bereidheid om zich voor anderen op te offeren voor de mens het zekerste geneesmiddel is tegen de hoogmoed van de wereld en ongebreidelde eigenliefde. De Apostel Paulus heeft de eigenschappen en goddelijke kenmerken van deze deugd als volgt beschreven: 'De liefde is geduldig, de liefde is goedertieren; zij zoekt zichzelf niet; alles verdraagt zij, alles duldt zij' (1 Kor. 13, 4-7)." Paus Leo XIII, Encycliek, Over de Kerk in Peru, Inter Graves (1 mei 1894). A.L., vol. XI, p. 143-144

Eendracht en overeenstemming in het gezin

Tot de vestiging en versterking van die eendracht en eenheid, waartoe Wij alle volkeren met hun regeerders en alle klassen van burgers hebben aangespoord, wekken Wij tenslotte ook alle gezinnen op met vaderlijke aandrang.

Want als er in de familiekring geen vrede, eenheid en eendracht heersen, hoe zullen zij dan in de maatschappij kunnen bestaan?

Deze ordelijke en harmonieuze eenheid, die in het gezin nooit mag ontbreken, vindt haar oorsprong in de onverbreekbare band en de heiligheid van het christelijk huwelijk en is een machtige factor voor het bevorderen van de orde, de vooruitgang en de welvaart van de hele burgerlijke samenleving.

De vader moet in zijn gezin als het ware de plaats van God innemen, en niet alleen door zijn gezag maar ook door zijn goed voorbeeld de anderen leiden en voorgaan.

De moeder moet door milde goedheid en deugd in het gezin haar kroost met kracht en zachtheid bevelen; voor haar man moet zij vol toegeeflijkheid en liefde zijn.

Samen met hem moet zij haar kinderen, dat allerkostbaarst geschenk van God, met zorg onderrichten en opvoeden tot een deugdzaam en godsdienstig leven.

De kinderen moeten aan hun ouders de verschuldigde gehoorzaamheid bewijzen, hen beminnen en niet alleen hun tot troost zijn, maar ook, als het nodig is, tot werkelijke steun.

In de boezem van het gezin moet diezelfde vurige liefde heersen die brandde in het huisgezin van Nazareth; alle christelijke deugden moeten er bloeien, er moet eenheid zijn en voorbeelden van een deugdzaam leven moeten er schijnen.

Moge het toch nooit gebeuren - en dit is Onze dringende bede tot God - dat deze zo heerlijke, zo zoete en noodzakelijke eenheid wordt verbroken; want als de heilige instellingen van het christelijk gezin in verval geraken, als de geboden die de goddelijke Verlosser hieromtrent heeft gegeven worden verworpen of geschonden, dan raken ook de grondslagen van de maatschappij aan het wankelen en wordt de burgerlijke samenleving aangetast en komt in groot gevaar te verkeren met groot verlies en schade voor alle burgers.

Document

Naam: AD PETRI CATHEDRAM
Over waarheid, eenheid en vrede in de geest van liefde
Soort: H. Paus Johannes XXIII - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes XXIII
Datum: 29 juni 1959
Copyrights: © 1959, Katholiek Archief jrg. 14, nr. 35, pag. 829-848
Bewerkt: 12 maart 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam