• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

SACRAM UNCTIONEM INFIRMORUM
Over het Sacrament van de Ziekenzalving

De heilige ziekenzalving is, volgens het geloof en de leer van de katholieke Kerk, een van de zeven sacramenten van het nieuwe verbond, door Christus onze Heer ingesteld, 'in het evangelie van Markus (Mc. 6, 13) in zekere mate aangeduid en door de apostel Jakobus, de broeder des Heren, aan de gelovigen aanbevolen en uitdrukkelijk verkondigd. 'Is iemand', zo zegt hij, 'onder u ziek? Laat hij de presbyters van de gemeente roepen; zij moeten een gebed over hem uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren. En het gelovige gebed zal de zieke redden en de Heer zal hem oprichten. En als hij zonden heeft begaan, zal het hem vergeven worden' (Jak. 5, 14-15).

Van oudsher getuigt de kerkelijke traditie, zowel van het Oosten als van het Westen, in liturgische documenten van de ziekenzalving. Met name zijn te vermelden de brief van onze voorganger Innocentius I aan Decentius, bisschop van Cubbio, Vgl. H. Paus Innocentius I, Ad Decentium, Si instituta ecclesiastica (19 mrt 416), 2. DH 216 en de eerbiedwaardige tekst van het gebed bij de -zegening van de ziekenolie:

'Zend, Heer, Uw Heilige Geest, de Vertrooster',

ingelast in het eucharistisch gebed en tot de dag van vandaag in het Congregatie voor de Riten
Cæremoniale Episcoporum (17 augustus 1886)
bewaard. Congregatie voor de Riten, Cæremoniale Episcoporum (17 aug 1886). Ordo benedicendi Oleum Catechumenorum et Infirmorum et conficiendi Chrisma, Vaticaanstad 1971, blz. 11-12

In de loop der eeuwen kwamen in de liturgische traditie nadere bepalingen tot stand, die niet altijd en overal gelijkluidend waren, met betrekking tot de te zalven lichaamsdelen en de begeleidende formules, welke te vinden zijn in de ritualia van de verschillende kerken. In de Kerk van Rome werd in de middeleeuwen het gebruik van kracht de zieken op de zintuigen te zalven met de formule: 'Door deze heilige zalving en door zijn liefdevolle barmhartigheid vergeve de Heer u alwat gij hebt misdaan', welke werd aangepast aan ieder zintuig.

Voorts wordt de leer over de Ziekenzalving uiteengezet in de documenten van de oecumenische Concilies van Florence en vooral van Trente en Vaticanum II. Nadat het Concilie van Florence had gesproken over de wezenlijke bestanddelen van de Ziekenzalving, Vgl. Concilie van Florence, Decreet, 8e Sessie - Decreet voor de Armeniërs, Exsultate Deo (22 nov 1439), 14. DH 1324 heeft het Concilie van Trente zich uitgesproken over de goddelijke instelling van dit Sacrament en de leer hierover van de brief van de heilige Jakobus verder ontwikkeld, met name wat betreft de werkelijkheid, die door deze zalving wordt betekend, en de gevolgen van deze zalving: 'Deze werkelijkheid is niet anders dan de genade van de Heilige Geest, door wiens zalving de eventueel nog uit te boeten zonden en de zonderesten worden vergeven, de zieke wordt opgebeurd en geestelijk gesterkt, doordat een groot vertrouwen op Gods voorzienigheid in hem wordt gewekt; zo vindt hij verlichting en wordt hij in staat gesteld de lasten van zijn ziekte en het lijden beter te dragen en gemakkelijker weerstand te bieden aan de bekoringen van de duivel die hem belaagt (Gen. 3, 15) en verkrijgt hij soms, als het hem zalig is, lichamelijke genezing'. Concilie van Trente, 14e Zitting - De leer over het Sacrament van het Heilig Oliesel, Sessio XIV - Doctrina de sacramento extremae unctionis (25 nov 1551), 3. DH 1696 Bovendien heeft dit Concilie verklaard, dat in bovengenoemde uitspraak van Jakobus duidelijk wordt gezegd, dat 'deze zalving moet worden verricht aan zieken, vooral aan diegenen onder hen wier toestand zo gevaarlijk is, dat zij het einde van hun leven nabij schijnen. Vandaar dat men van het sacrament der stervenden spreekt'. Concilie van Trente, 14e Zitting - De leer over het Sacrament van het Heilig Oliesel, Sessio XIV - Doctrina de sacramento extremae unctionis (25 nov 1551), 5. DH 1698 Wat tenslotte de eigenlijke bedienaar betreft: dit is, volgens hetzelfde Concilie, de priester. Concilie van Trente, 14e Zitting - De leer over het Sacrament van het Heilig Oliesel, Sessio XIV - Doctrina de sacramento extremae unctionis (25 nov 1551). DH 1697-1700, 1716-1719

Het Tweede Vaticaans Concilie verklaart verder: 'Het 'laatste oliesel', dat ook en beter 'zalving van de zieken' kan worden genoemd, is niet uitsluitend het sacrament van degenen die 'in het uiterste levensgevaar verkeren. De geschikte tijd om het te ontvangen is dan ook reeds aanwezig, wanneer een gelovige door ziekte of ouderdom in levensgevaar begint te komen'. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 73 Dat de zorg van de gehele Kerk uitgaat naar hen die dit sacrament ontvangen hebben, blijkt uit de volgende woorden: 'Door de heilige ziekenzalving en het gebed van de priesters stelt de gehele Kerk de zieken in de hand van de lijdende en verheerlijkte Heer, opdat Hij hen zou opbeuren en behouden. Vgl. Jak. 5, 14-16 Meer nog, zij spoort hen aan zich vrijwillig bij het lijden en sterven van Christus aan te sluiten Vgl. Rom. 8, 17 Vgl. Kol. 1, 24 Vgl. 2 Tim. 2, 11-12 Vgl. 1 Pt. 4, 13 en aldus het hunne tot het welzijn van het volk van God bij te dragen'. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 11
Met dit alles moest men rekening houden bij de herziening van het ritueel van de ziekenzalving, waarbij datgene wat voor veranderingen vatbaar was, beter aangepast moest worden aan de behoeften van onze tijd. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 1 Wij hebben gemeend de sacramentele formule zo te moeten veranderen, dat zij, door referentie aan de Jakobus-tekst, de gevolgen van dit sacrament beter zou uitdrukken.
Aangezien evenwel olijfolie, die tot nu toe voor de geldigheid van dit sacrament is voorgeschreven, op sommige plaatsen onbekend is of moeilijk verkrijgbaar, bepalen wij op verzoek van verschillende bisschoppen, dat, waar dit wenselijk is, voortaan ook andersoortige olie gebruikt mag worden; deze moet van plantaardige herkomst zijn om zoveel mogelijk op olijfolie te gelijken.
Wat betreft het aantal zalvingen en de daarvoor in aanmerking komende lichaamsdelen, leek het wenselijk een vereenvoudiging in het ritueel aan te brengen.

Derhalve, omdat deze herziening op sommige punten ook de eigenlijke sacramentele ritus betreft, bepalen wij met ons apostolisch gezag, dat voortaan het volgende in de Latijnse ritus onderhouden moet worden:

HET SACRAMENT VAN DE ZIEKENZALVING WORDT TOEGEDIEND AAN ZIEKEN DIE IN LEVENSGEVAAR VERKEREN; ZIJ WORDEN OP HET VOORHOOFD EN OP DE HANDEN GEZALFD MET SPECIAAL HIERVOOR GEZEGENDE OLIJFOLIE OF, NAARGELANG VAN DE OMSTANDIGHEDEN. MET ANDERE SPECIAAL HIERVOOR GEZEGENDE OLIE, VAN PLANTAARDIGE HERKOMST, WAARBIJ SLECHTS EENMAAL DEZE WOORDEN WORDEN UITGESPROKEN: 'DOOR DEZE HEILIGE ZALVING EN DOOR ZIJN LIEFDEVOLLE BARMHARTIGHEID HELPE DE HEER U MET DE GENADE VAN DE HEILIGE GEEST: OM U VAN ZONDEN VRIJ TE MAKEN, TE REDDEN EN WELWILLEND OP TE RICHTEN'.

In geval van nood is evenwel één zalving voldoende, en wel op het voorhoofd of, indien de toestand van de zieke dit niet toelaat, op een ander lichaamsdeel, dat het meest hiervoor geschikt is, waarbij de formule in haar geheel wordt uitgesproken.
Dit sacrament kan herhaald worden, als de zieke na de zalving is hersteld en daarna opnieuw slachtoffer wordt van een ziekte, of als tijdens dezelfde ziekte het gevaar ernstiger wordt.
Samen met deze bepaling en verklaring over de wezenlijke ritus van de ziekenzalving hechten wij ook, met ons apostolisch gezag, onze goedkeuring aan het Ritueel van de ziekenzalving en van de pastorale ziekenzorg, zoals dit door de Congregatie voor de goddelijke eredienst is herzien, en wij verlenen, zo nodig, ontheffing van het onderhouden van voorschriften uit het Wetboek
Codex Iuris Canonici (1917) (27 mei 1917)
of van andere wetten die tot nu toe van kracht zijn, of wij heffen deze geheel op, met volledige handhaving evenwel van de overige voorschriften en wetten die door dit ritueel niet zijn opgeheven of gewijzigd. De Latijnse editie van dit nieuwe ritueel zal onmiddellijk bij het verschijnen van kracht zijn; de edities in de volkstaal, waarin de bisschoppenconferenties zullen voorzien en die door de Heilige Stoel moeten worden bekrachtigd, zullen verplichtend zijn vanaf de hiervoor door deze conferenties bepaalde datum; het oude ritueel kan gebruikt worden tot 31 december 1973. Vanaf 1 januari 1974 echter moet uitsluitend het nieuwe ritueel, door allen voor wie dit bestemd is, gevolgd worden.

Het is onze uitdrukkelijke wil, dat deze onze bepalingen en voorschriften in de Latijnse ritus nu en in de toekomst gelding hebben en onderhouden worden, zonder dat apostolische constituties en verordeningen van onze voorgangers en andere voorschriften die een bijzondere vermelding verdienen eventueel hieraan afbreuk kunnen doen.

Gegeven te Rome, bij de Sint Pieter, 30 november 1972, in het tiende jaar van ons pontificaat.

PAUS PAULUS VI

Document

Naam: SACRAM UNCTIONEM INFIRMORUM
Over het Sacrament van de Ziekenzalving
Soort: H. Paus Paulus VI - Apostolische Constitutie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 30 november 1972
Copyrights: © 1972, Katholiek Archief jrg. 27 nr. 4 p. 162-165
Vert.: Nationale Raad voor Liturgie
Bewerkt: 12 november 2018

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam