• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

INGRUENTIUM MALORUM
Over het bidden van de Rozenkrans

Vanaf het ogenblik, dat Wij tot Petrus' Stoel verheven werden door de wil van de Goddelijke Voorzienigheid, hebben Wij, ziende hoe het kwaad voortschrijdt, nooit opgehouden, het lot van de mensenfamilie te stellen onder de krachtige bescherming van Gods Moeder en Gij weet, dat Wij over dit onderwerp vele aansporingsbrieven geschreven hebben.

En Gij weet ook, Eerbiedwaardige Broeders, hoe spontaan en algemeen het christenvolk aan Onze oproepen gevolg gegeven heeft. Dat is vaak gebleken bij grandioze manifestaties van geloof en van liefde tot de Koningin des Hemels en vooral bij de uiting van algemene vreugde, die Wij het vorig jaar met onze eigen ogen mochten waarnemen, toen Wij op het Sint Pietersplein, temidden van een onafzienbare menigte gelovigen, plechtig hebben uitgesproken, dat de Paus Pius XII - Apostolische Constitutie
Munificentissimus Deus
Dogma verklaring Maria Tenhemelopneming
(1 november 1950)
.

De huidige noden van Kerk en maatschappij.

Maar al denken Wij aan dit alles gaarne terug en al putten Wij troost uit Onze hoop op Gods barmhartigheid, toch zijn er thans ook redenen tot diepe droefheid, die Ons vaderlijk hart benauwen en bedroeven.

Ge kent, Eerbiedwaardige Broeders, de ongunst van deze tijd. De broederlijke eenheid tussen de naties, die reeds zo lang is verstoord, is nog steeds niet hersteld, maar van alle kanten ziet men, hoe de gemoederen worden bewogen door haat en rivaliteit en hoe er weer nieuwe, bloedige conflicten de volkeren bedreigen. Daar komt dan bij de zeer hevige vloed van vervolgingen, die reeds lang tegen de Kerk woedt en die haar treft met laster en rampen van allerlei soort, waarbij soms ook martelarenbloed vergoten wordt.

Wij zien aan hoe grote bedreigingen de zielen van vele Onzer kinderen in die streken worden blootgesteld om ze ertoe te brengen het geloof van hun vaderen te verwerpen en tot hun ongeluk de band met deze Apostolische Stoel te verbreken. En al evenmin kunnen Wij tenslotte zwijgen over een nieuw ongeluk, waarop Wij in grote droefheid niet alleen Uw aandacht willen vestigen, maar ook die van Uw geestelijkheid, van alle ouders en van de burgerlijke overheden: Wij bedoelen de schandelijke campagne die de goddelozen voeren om de stralende zielen der kinderen te bezoedelen. Zelfs de leeftijd der onschuld wordt niet gespaard. Ruw tracht men zelfs de schoonste bloemen uit de mystieke tuin der Kerk, die de hoop van godsdienst en gemeenschap zijn uit te rukken. Als men dat bedenkt, hoeft men er zich niet over te verbazen dat de volkeren zuchten onder de druk van Gods kastijdingen en leven onder de dreiging van nog grotere rampen.

Groeiend vertrouwen door het Rozenkransgebed.

Toch behoeft de beschouwing van zulk een ernstige en gevaarlijke situatie U de moed niet te ontnemen, Eerbiedwaardige Broeders, maar weest altijd Gods lering indachtig : "Vraagt en u zal gegeven worden, zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal worden opengedaan" (Lc. 11, 9) en heft in nog groter vertrouwen uw harten spontaan tot de Moeder van God, tot wie het Christenvolk in de uren des gevaars altijd zijn toevlucht heeft gezocht, omdat zij immers "tot oorzaak van de redding van heel het menselijk geslacht is gemaakt". H. IreneĆ¼s van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. III, 22; MG, VII, 959

Daarom zien Wij in blijde verwachting en met hernieuwde hoop uit naar de komende oktobermaand, waarin de gelovigen naar gewoonte vaker naar de kerk gaan om door middel van de Rozenkrans hun smeekbeden tot Maria te richten.

Eerbiedwaardige Broeders, Wij willen dat dit jaar dit gebed met des te groter vurigheid gebeden wordt, naarmate de verslechterde toestand het nodiger maakt. Wij weten immers zeer goed hoe krachtdadig dit gebed is om de moederlijke hulp van de Heilige Maagd te verkrijgen. Ofschoon dit zeker niet de enige manier van bidden is, menen wij toch dat het Rozenkransgebed het geschiktste en doeltreffendste is; hetgeen duidelijk ingegeven wordt door zijn oorsprong, die meer goddelijk dan menselijk is, evenals door de praktijk van zijn intiem karakter. Welk gebed is immers geschikter en schoner dan het gebed des Heren en de lofzang van de Engel, die als het ware de bloemen zijn, waaruit deze mystieke kroon gevlochten is? Door de overweging der heilige geheimen bij deze mondgebeden komt er bovendien dit andere zeer grote voordeel bij, dat allen, zowel ongeletterden als bestudeerde mensen, er een gemakkelijke en gerede manier in vinden om hun eigen geloof te voeden en te bewaren.

Door het veelvuldig overwegen der geheimen benadert de geest immers en neemt hij ongemerkt de kracht in zich op, die erin is vervat, ontvlamt in hem de hoop op de onsterfelijke goederen en wordt hij zowel met kracht als met zachtheid ertoe gebracht het voetspoor van Christus zelf en van Zijn Moeder na te volgen.

Tenslotte is het opnieuw herhalen van telkens dezelfde gebedsformules verre van onvruchtbaar of vervelend, maar dit bezit integendeel zoals de ondervinding bewijst, de wonderbare kracht, degene die bidt, te vervullen met vertrouwen en het moederlijk Hart van Maria zacht geweld aan te doen.

Gij moet er daarom bijzonder voor bezorgd zijn, Eerbiedwaardige Broeders, dat de Christengelovigen in de komende oktobermaand dit gebed met zo groot mogelijke ijver kunnen bidden en dat de heilige Rozenkrans door hen met de dag hoger geschat en meer gebeden wordt.

Door uw toedoen kan het Christenvolk de voortreffelijkheid, de waarde en de heilzame werking van de Rozenkrans leren begrijpen.

De Rozenkrans in het gezin.

Maar wij willen in het bijzonder, dat de gewoonte van het bidden van de Rozenkrans, in de schoot van het gezin, overal wordt verspreid, en steeds verder ontwikkeld. Men zocht immers tevergeefs naar middelen tot herstel van het burgerlijk leven, als de gezinsgemeenschap, beginsel en fundament van de menselijke maatschappij, niet wordt teruggebracht tot de normen van het Evangelie.

Wij bevestigen dat het bidden van de Rozenkrans in het gezin een buitengewoon krachtdadig middel is, om deze lastige taak te volbrengen. Wat het is een lieflijk en God welgevallig schouwspel, als bij het vallen van de avond in het christelijk gezin de telkens herhaalde lofprijzingen weerklinken ter ere van de verheven Hemelkoningin. Dan verenigt de voor het Mariabeeld gezamenlijk gebeden Rozenkrans in wonderlijke eensgezindheid van hart de ouders en de kinderen, die van hun dagelijks werk zijn thuisgekomen; diezelfde rozenkrans verbindt hen vroom met de afwezigen en de afgestorvenen; allen worden hierdoor ten slotte met een zoete band van liefde aan de Allerheiligste Maagd gebonden, die als een liefdevolle moeder te midden van de schaar harer kinderen komt en over hen overvloedige gaven van eendracht en huiselijke vrede doet nederdalen.

Dan zal de woning van het christelijk gezin, naar het voorbeeld van het Heilig Huisgezin van Nazareth, een aards verblijf worden van heiligheid en als het ware een tempel, waarin het rozenkransgebed niet alleen de bijzondere vorm van gebed zal zijn, die iedere dag in zoete geur ten hemel stijgt, maar hij zal bovendien een werkelijke leerschoof voor het christelijk leven zijn. De overweging van de goddelijke mysteri"en der Verlossing zal de ouders immers leren zich dagelijks te spiegelen aan de stralende voorbeelden van Jezus en Maria, er troost uit te putten in tegenspoed en naar de hemelse schatten te streven "waar geen dief kan bijkomen en die door geen mot worden verteerd" (Lc. 12, 33) de kleineren zullen zich dan dusdanig bewust worden van de voornaamste geloofswaarheden, dat in hun onschuldige ziel als het ware spontaan de liefde tot de beminnelijkste Verlosser opbloeit, terwijl ze, wanneer ze hun ouders voor Gods majesteit geknield zien, van jongs af aan de grote waarde van het gezamenlijk gebed leren verstaan.

Rozenkrans en wereldvrede.

Daarom leggen Wij nog eens opnieuw zonder aarzelen in het openbaar getuigenis af van de hoge verwachting, die Wij van het Rozenkransgebed koesteren voor de genezing van de kwalen van onze tijd; niet met kracht of wapenen, noch met menselijke macht, maar met Gods hulp, door deze gebeden verkregen, kan de Kerk onbevreesd, evenals David met zijn slinger, de helse vijand het hoofd bieden, en hem dezelfde woorden toevoegen als de jonge herder: "Gij komt op mij af met een zwaard, speer en lans, maar ik kom op u af in de naam van de Heer der heerscharen... en heel dit leger zal weten, dat de Heer zich niet verdedigt met een zwaard of een lans" (1 Sam. 17, 45.47).

Daarom wensen wij vurig, Eerbiedwaardige Broeders, dat alle gelovigen, uw voorbeeld volgend en gehoor gevend aan uw aansporing Onze vaderlijke vermaningen goed ter harte zullen nemen, door hun harten en stemmen in dezelfde brandende liefde met elkaar te verenigen. Indien het kwaad en de aanvallen der bozen toenemen, moet de godvruchtige ijver van alle goeden in dezelfde mate groeien en krachtiger worden; laten zij al hun krachten inspannen om van onze Allerbeminnelijkste Moeder te verkrijgen, speciaal door middel van dit haar allerdierbaarst smeekgebed, dat zodra mogelijk een betere tijd voor Kerk en maatschappij moge aanbreken.

De veelvermogende Moeder van God moge dan, laten wij het allen afsmeken, bewogen door de gebeden harer kinderen, van haar Eengeboren Zoon verkrijgen dat allen, die helaas zijn afgeraakt van de weg der waarheid en deugd, hem kunnen terugvinden in de geestelijke vernieuwing; zij moge voor ons verkrijgen dat haat en rivaliteit, welke de bronnen zijn van tweedracht en rampen van allerlei soort, tot bedaren komen ; dat de ware, werkelijke en gerechte vrede moge terug keren om uit te stralen te midden van de mensen, de gezinnen, de volkeren en de naties; dat eindelijk weer de rechten van de Kerk naar behoren verzekerd mogen worden en dat deze haar zo weldadige invloed kan uitoefenen, door ongehinderd door te kunnen dringen in de harten der mensen, tot de sociale klassen en tot in de aderen van het openbaar leven en de volkeren broederlijk kan verenigen en tot die welvaart kan brengen, die de rechten en plichten van allen verdedigt en ordent, zonder iemand schade te berokkenen en die door wederkerige en gemeenschappelijke samenwerking dagelijks hoger wordt opgevoerd. De Rozenkrans van lijdenden en vervolgden.

Vergeet niet, Eerbiedwaardige Broeders en dierbare zonen, terwijl gij al biddend de Rozenkrans tussen uw vingers laat glijden, vergeet hen niet die jammerlijk zijn opgesloten in gevangenissen, kerkers en concentratiekampen. Er zijn onder hen, zoals ge weet ook Bisschoppen, die van hun zetels verdreven werden, alleen omdat zij de heilige rechten van God en de Kerk hebben verdedigd; er zijn kinderen bij; vaders en moeders, weggerukt uit het gezinsverband en gedwongen in vreemde landen en onder onbekende hemelen een ongelukkig leven te leiden.

In de mate waarin Wij voor al diegenen een bijzondere genegenheid bezitten, sporen Wij ook u aan, om bezield door die liefde, die aan het christelijk geloof ontspruit, uw gebeden voor het altaar van de H. Maagd en Moeder van God met de Onze te verenigen en hen aan Haar moederlijk Hart aan te bevelen. Ongetwijfeld zal zij met haar zoetheid hun smarten verlichten en in hen de hoop op de eeuwige beloning verlevendigen; Zij zal ook, naar Wij vast vertrouwen, het einde van zoveel leed zo spoedig mogelijk verhaasten.

Aanmoediging en zegen.

Wij twijfelen er niet aan, dat gij, Eerbiedwaardige Broeders, met uw bekende brandende ijver, deze, Onze vaderlijke vermaningen, ter kennis zult brengen van uw geestelijkheid en uw volk, zoals ge dat het meest geschikt zult vinden.

En in de zekerheid, dat Onze kinderen over de hele wereld graag aan Onze uitnodiging gevolg zullen geven, verlenen Wij uit de volheid van Ons hart aan U allen en de U toevertrouwde kudde - speciaal aan hen, die vooral in de maand oktober de Rozenkrans volgens deze, Onze intenties, zullen bidden - Onze Apostolische Zegen.

Gegeven de Rome, bij de Sint Pieter, de 15e dag van september, het feest van Zeven Wonden van de Maagd Maria, in het jaar 1951, het 13e van Ons Pontificaat.

Paus Pius XII

Document

Naam: INGRUENTIUM MALORUM
Over het bidden van de Rozenkrans
Soort: Paus Pius XII - Encycliek
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 15 september 1951
Copyrights: © 1954, Uitgeverij " 't Groeit", Antwerpen, nr. 313
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam