• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Bij de viering van de Eucharistie met het volk, vooral op zon- en feestdagen, kieze men zoveel mogelijk de vorm van de gezongen Mis, zelfs meermalen op één dag.
Men handhave het onderscheid tussen de plechtige Mis, de gezongen Mis en de gelezen Mis, zoals dit is vastgelegd in de Congregatie voor de Riten
Instructio de musica sacra et sacra liturgia
Over gewijde muziek en de heilige Liturgie
(3 september 1958)
, volgens de liturgische traditie en de geldende liturgische wetten. Toch worden er om pastorale redenen voor de gezongen Mis verschillende graden van deelname voorgesteld, om het, naar gelang van de mogelijkheden van iedere bijeenkomst, gemakkelijker te maken, aan de viering van de Mis meer plechtigheid bij te zetten door de zang.

Het gebruik van deze graden zal als volgt worden geregeld: de eerste graad kan ook zelfstandig worden benut; de tweede en de derde graad, geheel of gedeeltelijk, alleen in combinatie met de eerste. Men trachte dus de gelovigen altijd te brengen tot een volledige deelname aan de zang.

De eerste graad omvat:

  1. In de riten van de intocht:
    • de groet van de priester en het antwoord van het volk;
    • de oratie.
  2. In de woordliturgie:
    • de acclamaties bij het evangelie.
  3. In de eucharistische liturgie:
    • het gebed over de offergaven;
    • de prefatie, met haar dialoog en het Sanctus;
    • de doxologie aan het slot van de canon;
    • het Onze Vader met de voorafgaande aansporing en het embolisme;
    • het Pax Domini;
    • het gebed na de communie;
    • de formules van de heenzending.

De tweede graad omvat:

  1. het Kyrie, Gloria en Agnus Dei;
  2. de geloofsbelijdenis;
  3. het smeekgebed van de gelovigen.

De derde graad omvat:

  1. de processiegezangen van de intrede en de communie;
  2. het gezang na de lezing of het epistel;
  3. het Alleluia vóór het evangelie;
  4. het gezang bij de offerande;
  5. de lezingen uit de heilige Schrift, tenzij men het beter oordeelt deze niet te zingen.
Het gebruik, dat op sommige plaatsen wettig bestaat en dat herhaaldelijk door indulten is bekrachtigd, nl. om de gezangen bij de intocht, de offerande en de communie, die het Graduale geeft, te vervangen door andere, mag, naar het oordeel van het bevoegde territoriale gezag, worden gehandhaafd, mits deze gezangen aangepast zijn aan de delen van de Mis, aan het feest of aan de liturgische tijd. Ook moet het territoriale gezag de tekst van deze liederen goedkeuren.

Het is aan te bevelen, dat de verzamelde gelovigen zo veel mogelijk deelnemen aan de zang van het "Proprium"; zij kunnen dit doen door gemakkelijke refreinen of andere geëigende muzikale vormen.

Onder de gezangen van het "Proprium" neemt een bijzondere plaats in het gezang na de lezingen, in de vorm van het graduale of de responsoriepsalm. Dit gezang maakt krachtens zijn aard deel uit van de woordliturgie; daarom moet het worden uitgevoerd, terwijl allen zijn gezeten en ernaar luisteren, en zelfs zoveel mogelijk er aan deelnemen.

Worden de gezangen van het "Ordinarium van de Mis" meerstemmig gezongen, dan kunnen ze door het zangkoor op de gebruikelijke wijze worden uitgevoerd, d.w.z. "a capella" of met instrumentale begeleiding, op voorwaarde, dat het volk niet geheel wordt uitgesloten van de deelname aan de zang.

In de andere gevallen kunnen de gezangen van het "Ordinarium van de Mis" afwisselend worden gezongen door het zangkoor en het volk of ook door twee groepen van het volk; men kan dan afwisselen vers voor vers, of op een andere geschikte wijze, waarbij men het geheel van de tekst in grotere stukken verdeelt. In deze gevallen houde men echter het volgende voor ogen:

  • het verdient de voorkeur, dat het Credo, als zijn de de formule van de geloofsbelijdenis, door allen gezongen wordt, of op een wijze, die een passende deelname van de gelovigen mogelijk maakt;
  • het Sanctus, als zijnde de slotacclamatie van de prefatie, zal als regel het beste gezongen worden door de gehele gemeenschap, samen met de priester;
  • het Agnus Dei kan zo dikwijls gezongen worden als nodig is gedurende het breken van het Brood, vooral bij de concelebratie;
  • het volk neme aan dit gezang deel minstens door het zingen van de slotaanroeping.
Het is voor de hand liggend, dat het Onze Vader wordt gezongen door het volk tezamen met de pries­ter. Vgl. Concilium ter uitvoering van de Constitutie heilige liturgie, Instructie voor de uitvoering van de Constitutie over de heilige Liturgie, Inter Oecumenici (26 sept 1964), 48 Wordt het gezongen in het Latijn, dan benutte men de reeds bestaande officiële melodieën; wordt het gezongen in de volkstaal, dan moeten de melodieën worden goedgekeurd door het bevoegde territoriale gezag.
Er is niets op tegen, dat men in de gelezen Missen een of ander deel van het "Proprium" of "Ordinarium" zingt. Men kan zelfs nu en dan ook nog andere gezangen uitvoeren bij het begin, bij de offerande en de communie en bij het einde van de Mis. Het is echter niet voldoende, dat dit "eucharistische" gezangen zijn, maar ze moeten zijn aangepast aan de delen van de Mis, aan het feest of aan de liturgische tijd.

Document

Naam: MUSICAM SACRAM
Over de muziek in de Heilige Liturgie
Soort: Congregatie voor de Riten
Auteur: Jacobus Kard. Lercaro
Datum: 5 maart 1967
Copyrights: © 1967, Ecclesia Docens 0799, Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam