• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De liturgische handeling krijgt een edeler vorm, wanneer ze begeleid wordt door zang, wanneer elke dienaar er de functie vervult, die aan zijn rang eigen is, en wanneer het volk er aan deelneemt Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 113. Door deze vorm immers wordt het gebed inniger van uitdrukking, komt het geheim van de heilige Liturgie met haar hiërarchisch en gemeenschapskarakter duidelijker naar voren, wordt de innerlijke eenheid sterker door het samengaan van de stemmen, verheft de geest zich door de schoonheid van het heilige gemakkelijker tot het hemelse en wordt heel de viering een schitterender voorafbeelding van de liturgie van de heilige Stad Jeruzalem.

De zielzorgers zullen daarom alles doen om deze vorm van viering mogelijk te maken. Zij kunnen zelfs de verdeling van functies en taken, die eigen is aan de liturgische handelingen met zang, heel geschikt doortrekken naar de andere liturgische plechtigheden zonder zang, waarbij het volk aanwezig is; zij zullen er daarbij vooral voor zorgen, dat de noodzakelijke en geschikte dienaars aanwezig zijn en dat het volk wordt gestimuleerd tot actieve deelname.

Iedere liturgische viering vraagt van de kant van alle betrokkenen een praktische voorbereiding in een geest van eensgezindheid onder de leiding van de rector van de Kerk, zowel wat de riten als wat het pastorale aspect en de muziek betreft.

Een goed georganiseerde liturgische viering vraagt op de eerste plaats een behoorlijke verdeling en uitvoering van de verschillende functies, zodat "iedereen, dienaar of gelovige, bij het uitoefenen van zijn functie uitsluitend en volledig datgene verricht, wat hem uit de aard van de zaak en volgens de liturgische richtlijnen toekomt" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 28. Ze vraagt bovendien de eerbiediging van de zin en de eigen aard van ieder onderdeel en elk gezang. Hiertoe wordt in het bijzonder vereist, dat de teksten, die uit zich zelf bestemd zijn om gezongen te worden, ook inderdaad gezongen worden, waarbij men echter het genre en de vorm moet kiezen, die met hun aard overeenkomen.
Tussen de meer volledige plechtige vormen van de liturgische vieringen, waarbij alles, wat gezongen moet worden, ook inderdaad gezongen wordt, en de meest eenvoudige vorm, waarbij helemaal niet wordt gezongen, zijn meerdere graden mogelijk naargelang de zang er een grotere of kleinere plaats inneemt. Bij de keuze echter van de delen, die gezongen zullen worden, zal men voorrang geven aan die gedeelten, die krachtens haar aard belangrijker zijn, allereerst die gedeelten, welke moeten gezongen worden door de priester of de assistenten en waarbij het volk antwoordt, of die gezongen moeten worden door priester en volk tezamen; men kan er dan geleidelijk de gedeelten aan toevoegen, die voor het volk alleen of voor het zangkoor alleen zijn bestemd.
Heeft men voor een liturgische plechtigheid met zang keuze uit verschillende personen, dan geve men de voorkeur aan die personen, die in het zingen meer bedreven zijn; dit geldt vooral voor meer plechtige liturgische handelingen en voor plechtigheden, die een moeilijker zang met zich meebrengen of die door radio of televisie worden uitgezonden.

Is echter zulk een keuze niet mogelijk en is de priester of assistent niet in staat, de zang behoorlijk uit te voeren, dan kan hij bij een of ander gedeelte, dat hij zou moeten zingen en dat hem te moeilijk is, de zang achterwege laten en het luid en duidelijk reciteren. De priester of assistent mag dit echter niet doen alleen maar om het zich gemakkelijker te maken.

Bij de keuze van het genre van gewijde muziek voor het zangkoor of voor het volk moet men rekening houden met de mogelijkheden van degenen, die moeten zingen. De Kerk verbiedt voor de liturgische handelingen geen enkel genre van gewijde muziek, mits het overeenkomt met de geest van de liturgische handeling zelf en met de aard van haar verschillende onderdelen Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 116, en mits het geen beletsel vormt voor een goede en actieve deelname van het volk. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 28
Om de actieve deelname van de gelovigen aantrekkelijker en vruchtbaarder te maken is het goed, zo mogelijk, variatie aan te brengen in de vormen van de viering en de mate van de deelname zelf, in aanmerking genomen de plechtigheid van de dag en de belangrijkheid van de bijeenkomst.
Men houde voor ogen, dat de werkelijke plechtigheid van een liturgische handeling niet zozeer afhangt van een meer verfijnde zang en een grootse tentoonspreiding van ceremonies als wel van een waardige en diep godsdienstige viering, die rekening houdt met de gaafheid van de liturgische handeling zelf, nl. de uitvoering van al haar onderdelen volgens haar eigen aard.

Een meer verfijnde zang en een grootse tentoonspreiding van ceremonies kunnen soms wenselijk zijn, waar men de mogelijkheid heeft, dit alles ook goed te doen. Maar het zou in strijd zijn met de werkelijke plechtigheid van de liturgische handeling, als men om die reden een of ander element ervan zou weglaten, veranderen of onjuist zou verrichten.

Het komt alleen aan de Apostolische Stoel toe, de voornaamste algemene beginselen op te stellen, die de grondslag vormen van de gewijde muziek, overeenkomstig de traditionele richtlijnen en vooral overeenkomstig de Constitutie over de heilige Liturgie. De regeling van de gewijde muziek komt, binnen de vastgestelde grenzen, ook toe aan de bevoegde territoriale bisschoppenconferenties van verschillende aard, die wettig zijn opgericht, alsmede aan de bisschop. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 22

Document

Naam: MUSICAM SACRAM
Over de muziek in de Heilige Liturgie
Soort: Congregatie voor de Riten
Auteur: Jacobus Kard. Lercaro
Datum: 5 maart 1967
Copyrights: © 1967, Ecclesia Docens 0799, Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam