• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De gewijde muziek is ten nauwste met de liturgie verbonden, de gewijde zang echter behoort integraal tot de liturgie zelf (n. 21); de religieuze volkszang tenslotte wordt in zeer ruime mate bij oefeningen van godsvrucht aangewend, soms ook bij liturgische handelingen (n. 19). Hieruit kan men gemakkelijk bewijzen, dat vorming in de gewijde muziek en vorming in de heilige liturgie niet gescheiden kunnen worden, beide tot het christelijk leven behoren, zij het in verschillende mate, volgens de verschillende staten en wijdingen van geestelijken en gelovigen.

Allen moeten derhalve minstens een zekere vorming in de gewijde muziek en in de heilige liturgie, aan hun eigen staat aangepast, zien te verkrijgen.

De natuurlijke en eerstkomende school van christelijke opvoeding is het christelijk gezin zelf, waarin de kinderen langzamerhand worden gebracht tot de kennis en beleving van het christelijk geloof. Er moet derhalve naar worden gestreefd, dat de kinderen - in verhouding tot hun leeftijd en verstand - aan oefeningen van godsvrucht en ook aan liturgische handelingen, vooral aan het Offer van de Mis, leren deelnemen en het religieuze volkslied, in de huiselijke kring of in de kerk, leren kennen en beminnen (vgl. boven nn. 9, 51-53).

In de z.g. lagere scholen moet het volgende worden onderhouden:

  1. Indien zij door katholieken worden bestuurd en hun eigen programma's kunnen volgen, moet er in worden voorzien, dat de kinderen in de scholen zelf de gewijde volksliederen vollediger aanleren, maar vooral dat zij dieper worden onderricht omtrent het heilig Offer der Mis en de manier om daaraan deel te nemen, alles naar hun bevattingsvermogen, en dat zij de meer eenvoudige gregoriaanse melodieën beginnen te zingen.
  2. Gaat het echter over openbare scholen, die onder de burgerlijke wet staan, dan moeten de plaatselijke Ordinarissen trachten aangepaste normen te geven, waardoor wordt voorzien in de noodzakelijke opvoeding van de kinderen in de heilige liturgie en in de gewijde zang.
Wat voor de lagere scholen wordt vastgesteld, moet nog meer worden benadrukt voor z.g. middelbare scholen, waarin de opgroeiende jeugd die rijpheid moet bereiken, die nodig is om het sociale en godsdienstige leven juist te leiden.
De tot nu toe beschreven liturgische en muzikale opvoeding moet tenslotte nog verder worden voortgezet in die allerhoogste inrichtingen van onderwijs, die universiteiten worden genoemd. Het verdient immers de absolute voorkeur dat zij die na beëindiging van de hogere studies tot de zwaardere ambten van het sociale leven worden geroepen, ook een vollediger vorming in het gehele christelijke leven hebben verworven. Daarom moeten alle priesters, aan wier zorgen universiteitsstudenten op welke wijze dan ook zijn toevertrouwd, er naar streven om deze theoretisch en praktisch tot een diepergaande kennis van en deelname aan de heilige liturgie te brengen, met gebruikmaking ook voor deze studenten, voor zover de omstandigheden het toestaan, van die vorm van de Mis, waarover in nn. 26 en 31.
Indien enige kennis van de heilige liturgie en de gewijde muziek van alle gelovigen wordt gevraagd, dan moeten de jongens die naar het priesterschap streven, een volledig en degelijk onderricht volgen, zowel in de heilige liturgie in het algemeen, als in de gewijde zang. Daarom moet alles, wat in het canoniek recht hieromtrent wordt bepaald Wetboek, Codex Iuris Canonici (1917) (27 mei 1917), 1364. 1e, 3e Wetboek, Codex Iuris Canonici (1917) (27 mei 1917), 1365. 1365 § 2, of door de bevoegde overheid nader is geregeld Vgl. Paus Pius XI, Apostolische Constitutie, Over het gestadig meer bevorderen van de liturgie, de gregoriaanse zang en de gewijde muziek, Divini Cultus Sanctitatem (20 dec 1928), nauwgezet worden onderhouden, onder belasting van het geweten van hen op wie het betrekking heeft.
Ook aan de religieuzen van beiderlei kunne, en aan de leden van seculiere instituten moet, reeds vanaf de proeftijd en het noviciaat, een verdere en degelijke vorming worden gegeven, zowel in de heilige liturgie als in de gewijde zang.

Men moet er bovendien in voorzien, dat er in de religieuze communiteiten voor mannen en voor vrouwen en in de van hen afhankelijke colleges, geschikte leraren zijn, die de gewijde zang kunnen onderwijzen, leiden en begeleiden.

De religieuze Oversten moeten zorgen dat in hun communiteiten niet slechts uitgelezen groepen, maar alle leden genoegzaam in de gewijde zang worden geoefend.

Er zijn echter kerken waaraan het uiteraard past dat de heilige liturgie tegelijk met de gewijde muziek met bijzondere glans en luister wordt voltrokken, nl. de grotere parochiekerken, collegiale kerken, kathedralen, abbatiale of reguliere kerken, of grotere heiligdommen. Al wie aan dergelijke kerken zijn verbonden, hetzij geestelijken hetzij dienaren, hetzij musici, moeten met alle zorg en toewijding trachten om zich geschikt en bereid te maken om de gewijde zang en de liturgische plechtigheden op uitstekende wijze te volbrengen.

Tenslotte moet bijzondere aandacht worden besteed aan de invoering en regeling van de heilige liturgie en de gewijde zang in de buitenlandse missies. Vooreerst moet men onderscheid maken tussen volkeren met een, soms eeuwenoude en zeer rijke, menselijke cultuur, en volkeren die van hogere cultuur nog zijn verstoken. Dit vooropgesteld moeten enige algemene regels voor ogen worden gehouden, nl.:

  1. Priesters die naar buitenlandse missies worden gezonden moeten een goede vorming in de heilige liturgie en de gewijde zang bezitten.
  2. Indien het gaat over volkeren die uitmunten door hun eigen muziekcultuur, moeten de missionarissen trachten ook de inheemse muziek tot gewijd gebruik te trekken, met inachtneming van de voorschriften; de oefeningen van godsvrucht vooral moeten zij zo trachten in te richten, dat de inheemse gelovigen ook in hun eigen landstaal en in aan hun volk aangepaste muziek hun religieus gemoed kunnen openbaren. En zij mogen niet vergeten, dat de gregoriaanse melodieën, zoals gebleken is, op eenvoudige wijze soms door de inheemsen kunnen worden gezongen, aangezien zij nog al vaak met hun melodieën een zekere verwantschap vertonen.
  3. Gaat het echter over minder beschaafde volkeren, dan moet men wat boven onder a is gesteld zo regelen, dat het aan het eigen bevattingsvermogen en karakter van die volkeren wordt aangepast. Waar echter het gezins- en sociale leven van deze volkeren met een groot godsdienstig gevoel is doordrenkt, moeten de missionarissen alle zorg er aan besteden, dat zij niet alleen deze religieuze geest niet uitdoven, maar veeleer na verdrijving van het bijgeloof deze met behulp van oefeningen van godsvrucht christelijk maken.

Document

Naam: INSTRUCTIO DE MUSICA SACRA ET SACRA LITURGIA
Over gewijde muziek en de heilige Liturgie
Soort: Congregatie voor de Riten
Auteur: Gaetano Kard. Cicognani
Datum: 3 september 1958
Copyrights: © 1959, Katholiek Archief 14e jrg., nr. 9/10 p. 193-216
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam