• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het voornaamste en wel plechtige liturgische muziekinstrument van de Latijnse Kerk is geweest en blijft het klassieke orgel, of pijporgel.

Het voor liturgische dienst bestemde orgel, ook al is het klein, weze volgens de regels van de kunst gebouwd en van die stemmen voorzien, die met gewijd gebruik overeenkomen; voordat het in gebruik worde genomen, worde het plechtig ingezegend; en als gewijde zaak worde het met alle zorg bewaard.

Behalve het klassieke orgel, wordt ook toegestaan het gebruik van dat instrument, dat men "harmonium" noemt; op deze voorwaarde echter, dat het door de kwaliteit van de stemmen en het volumen van het geluid aan het gewijd gebruik beantwoordt.

Het nagebootste orgel echter, dat men "elektronisch" orgel noemt, kan tijdelijk onder liturgische handelingen worden geduld, wanneer er niet voldoende middelen beschikbaar zijn, om zich een, zij het klein, pijporgel aan te schaffen. In ieder geval echter moet uitdrukkelijk verlof van de plaatselijke Ordinaris gegeven worden. Deze echter raadplege eerst de diocesane commissie voor gewijde muziek en andere ter zake kundigen, die zich moeten beijveren om al die maatregelen aan te raden, die zulk instrument meer geschikt maken voor gewijd gebruik.

De bespelers van de instrumenten, waarover in nno 61-64, moeten voldoende onderlegd zijn in de speelkunst, hetzij om de gewijde zang of de muziek van de musici te begeleiden, hetzij om het orgel alleen schoon te laten klinken; omdat het nogal vaak noodzakelijk is om onder liturgische handelingen "naar omstandigheden" tonen te laten klinken, die met de verschillende momenten van dezelfde plechtigheid overeenstemmen, moeten zij in de wetten, waar het orgel en de gewijde muziek in het algemeen onder vallen, theoretisch en praktisch geschoold zijn. Deze bespelers moeten zich inzetten om de hun toevertrouwde instrumenten nauwgezet te bewaren. Zo vaak zij echter onder liturgische handelingen aan het orgel zitten, wezen zij zich bewust van het actieve aandeel dat zij hebben in de eer van God en de stichting van de gelovigen.

Het orgelspel moet, of het nu liturgische handelingen begeleidt of oefeningen van godsvrucht, nauwlettend aangepast worden aan de aard van de liturgie van de tijd of van de dag, aan de natuur van de riten en oefeningen zelf, en evenzeer aan alle delen daarvan.
Tenzij een oude gewoonte of een of andere, door de plaatselijke Ordinaris goed te keuren, bijzondere reden een andere plaats aanraadt, worde het orgel geplaatst in de nabijheid van het hoogaltaar, op de meest geschikte plaats, maar steeds zo dat de zangers of musici op de verhoging door de in de kerkruimte verenigde gelovigen niet gezien kunnen worden.

Document

Naam: INSTRUCTIO DE MUSICA SACRA ET SACRA LITURGIA
Over gewijde muziek en de heilige Liturgie
Soort: Congregatie voor de Riten
Auteur: Gaetano Kard. Cicognani
Datum: 3 september 1958
Copyrights: © 1959, Katholiek Archief 14e jrg., nr. 9/10 p. 193-216
Bewerkt: 30 mei 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam