• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Met ijver moet men er voor zorgen, dat de gelovigen "niet als buitenstaanders of stomme toeschouwers" Paus Pius XI, Apostolische Constitutie, Over het gestadig meer bevorderen van de liturgie, de gregoriaanse zang en de gewijde muziek, Divini Cultus Sanctitatem (20 dec 1928), 17 ook bij de gelezen Mis tegenwoordig zijn, maar die deelname opbrengen, die door zo groot geheim wordt geëist en die overvloedige vruchten afwerpt.

De eerste manier waarop de gelovigen aan de gelezen Mis kunnen deelnemen, heeft men wanneer de afzonderlijke personen uit eigen beweging een deelname opbrengen, hetzij een innerlijke, nl. een vrome aandacht voor de voornaamste delen van de Mis, hetzij een uiterlijke, naargelang de voor verschillende streken goedgekeurde gewoontes.

Zij vooral zijn op dit punt te prijzen die met in hun hand een missaal, aan het eigen bevattingsvermogen aangepast, tezamen met de priester dezelfde woorden van de Kerk meebidden. Omdat echter niet allen evenzeer in staat zijn tot een juist begrip van de liturgische riten en formules en omdat vervolgens de geestelijke behoeften niet bij allen dezelfde zijn, en niet bij ieder steeds dezelfde blijven, bestaat voor hen een andere, betere of meer eenvoudige, manier van deelname, nl. "door de mysteriën van Jezus Christus godvruchtig te overwegen of door het verrichten van andere godvruchtige oefeningen en van andere gebeden die, hoewel in vorm van de heilige riten verschillend, er toch door haar natuur bij passen" Paus Pius XII, Encycliek, Over de Heilige Liturgie, Mediator Dei et hominum (20 nov 1947), 104-105. Bovendien moet worden opgemerkt, dat indien ergens de gewoonte bestaat om onder de gelezen Mis het orgel te laten spelen, zonder dat de gelovigen door gemeenschappelijke gebeden ofwel door gezang aan de Mis deelnemen, het gebruik moet worden afgekeurd om orgel, harmonium of een ander muziekinstrument als het ware zonder onderbreking te laten klinken. Deze instrumenten moeten dus zwijgen:

  1. Na de intocht van de celebrant naar het altaar tot aan het Offertorium;
  2. Vanaf de eerste verzen voor de Prefatie tot en met Sanctus;
  3. Waar de gewoonte bestaat, vanaf de Consecratie tot Pater Noster;
  4. Vanaf het gebed des heren tot en met Agnus Dei; bij de schuldbelijdenis voor de Communie van de gelovigen; terwijl de Postcommunio wordt gezegd en de Zegen op het einde van de Mis wordt gegeven.

De tweede manier van deelname heeft men, wanneer de gelovigen aan het eucharistisch Offer deelnemen door gemeenschappelijke gebeden en gezangen te verrichten.

Men moet er voor zorgen, dat zowel gebeden als gezangen aan de afzonderlijke delen van de Mis goed zijn aangepast, behoudens echter het voorschrift van n. 14 c.

De derde ten slotte, en volmaaktste manier heeft men, wanneer de gelovigen de celebrant liturgisch antwoorden, door als het ware met hem "een dialoog te houden" en door de hun eigen delen met duidelijke stem te zeggen.

In deze volmaaktste manier van deelname kunnen vier graden worden onderscheiden:

  1. De eerste graad, indien de gelovigen de celebrant de meer eenvoudige liturgische antwoorden geven, nl.: Amen; Et cum spirit u tuo; Deo gratias; Gloria tibi, Domine; Laus tibi, Christe; Habemus ad Dominum; Dignum et iustum est; Sed libera nos a malo;
  2. De tweede graad, indien de gelovigen bovendien de delen uitspreken die volgens de rubrieken door de ministrant gezegd moeten worden; en indien de heilige Communie onder de Mis wordt uitgereikt, ook de schuldbelijdenis zeggen en driemaal Domine, non sum dignus;
  3. De derde graad, indien de gelovigen ook delen uit het Gewone van de Mis, nl.: Gloria in excelsis Deo; Credo; Senctus-Benedictus; Agnus Dei, tezamen met de celebrant reciteren;
  4. De vierde graad ten slotte, indien de gelovigen ook delen die tot het Eigen van de Mis behoren: Introïtus; Graduale; Offertorium; Communio, tezamen met de celebrant zeggen. Deze laatste graad kan slechts door uitgelezen, meer ontwikkelde, welonderrichte gemeenschappen waardig, zoals het behoort, worden aangewend.

In gelezen Missen kan het gehele Pater noster, omdat het een geschikt en eerbiedwaardig gebed bij de Communie is, door de gelovigen tezamen met de celebrant worden gereciteerd, maar alleen in het latijn en met toevoeging door allen van Amen, met uitsluiting van ieder reciteren in de volkstaal.

In gelezen Missen kunnen religieuze volksliederen door de gelovigen worden gezongen, met behoud echter van de wet dat zij moeten passen bij de afzonderlijke delen van de Mis vgl. n. 14 b).

Vooral als de kerkruimte groot is en er veel mensen zijn, moet de celebrant alles wat hij volgens de rubrieken met duidelijke stem moet uitspreken, zo luidop zeggen, dat alle gelovigen de heilige handeling gemakkelijk en goed kunnen volgen.

Document

Naam: INSTRUCTIO DE MUSICA SACRA ET SACRA LITURGIA
Over gewijde muziek en de heilige Liturgie
Soort: Congregatie voor de Riten
Auteur: Gaetano Kard. Cicognani
Datum: 3 september 1958
Copyrights: © 1959, Katholiek Archief 14e jrg., nr. 9/10 p. 193-216
Bewerkt: 30 mei 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam