• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Deze Instructie is van kracht voor alle riten van de Latijnse Kerk; derhalve geldt wat wordt gezegd over de gregoriaanse zang, ook voor een eventuele eigen liturgische zang van andere Latijnse riten. Verder wordt onder "gewijde muziek" in deze Instructie soms verstaan "zang èn instrumentele muziek", soms "instrumentele muziek" alleen, zoals gemakkelijk uit de samenhang kan worden opgemaakt.

Ten slotte wordt onder "kerk" gewoonlijk verstaan iedere "gewijde plaats", d.w.z.: kerk in strikte zin, openbare kapel, halfopenbare kapel en privé kapel Vgl. Wetboek, Codex Iuris Canonici (1917) (27 mei 1917), 1154.1161.1188, tenzij uit de samenhang blijkt, dat alleen kerken in strikte zin worden bedoeld.

Liturgische handelingen moeten worden voltrokken volgens de regels van de boeken die door de Apostolische Stoel plechtig zijn goedgekeurd, hetzij voor de gehele Kerk, hetzij voor een of andere afzonderlijke kerk of religieuze familie Vgl. Wetboek, Codex Iuris Canonici (1917) (27 mei 1917), 1257; oefeningen van godsvrucht echter geschieden volgens de gewoonten en tradities van plaatsen en gemeenschappen, zoals die door de bevoegde kerkelijke overheid zijn goedgekeurd Vgl. Wetboek, Codex Iuris Canonici (1917) (27 mei 1917), 1259.

Het is niet geoorloofd om liturgische handelingen en oefeningen van godsvrucht door elkaar te verrichten; maar indien het geval zich voordoet, moeten de oefeningen van godsvrucht ofwel aan de liturgische handelingen voorafgaan of er op volgen.

  1. De taal van de liturgische handelingen is het Latijn, tenzij in bovenvermelde liturgische boeken, hetzij voor de algemene hetzij voor een afzonderlijke kerk, voor bepaalde liturgische handelingen een andere taal uitdrukkelijk is toegestaan en behoudens de uitzonderingen die hieronder genoemd worden.
  2. Bij liturgische handelingen die met zang worden gevierd, mag geen enkele liturgische tekst letterlijk in de volkstaal overgezet worden gezongen H. Paus Pius X, Motu Proprio, Instructie over de gewijde muziek, Tra le sollecitudini - Inter sollicitudines (20 nov 1903), 7, behoudens afzonderlijke toestemmingen.
  3. Afzonderlijke uitzonderingen, die door de H. Stoel zijn gemaakt op de wet van het uitsluitend gebruik van de Latijnse taal bij liturgische handelingen, behouden hun geldigheid; maar zonder verlof van dezelfde H. Stoel mag men deze niet breder interpreteren of tot andere streken uitstrekken.
  4. Bij oefeningen van godsvrucht mag iedere taal worden gebruikt die beter bij de gelovigen past.
  1. In gezongen Missen moet zowel door de celebrerende priester en de assistenten, als door de schola en door de gelovigen uitsluitend de Latijnse taal worden gebruikt.
    "Maar waar sinds eeuwen of onheuglijke tijden de gewoonte heerst om bij het plechtig Eucharistisch Offer (d.w.z. bij gezongen Missen) na het zingen van de heilige liturgische woorden in het Latijn sommige volkszangen in de volkstaal in te voegen, kunnen de plaatselijke ordinarissen dit laten bestaan, "als zij vanwege plaatselijke of persoonlijke omstandigheden oordelen, dat deze (gewoonte) redelijkerwijze niet kan worden opgeheven" (can. 5), doch hierbij blijft de wet van kracht, die voorschrijft, dat de liturgische woorden zelf niet mogen worden gezongen in de volkstaal" Paus Pius XII, Encycliek, Over de gewijde muziek, Musicae sacrae disciplina (25 dec 1955). AAS 48 (1956) 16-17
  2. In gelezen Missen moeten de celebrerende priester, zijn assistent, en de gelovigen die tezamen met de celebrant onmiddellijk aan de liturgische handeling deelnemen, d.w.z. met luider stem die delen van de Mis zeggen die op hen betrekking hebben (vgl. n. 31), uitsluitend de Latijnse taal gebruiken.
    Indien echter de gelovigen, buiten deze onmiddellijke deelname aan de liturgie, bepaalde gebeden of volksliederen, naar plaatselijke gewoonte, willen toevoegen, dan kan dit ook in de volkstaal gebeuren.
  3. Delen van het Eigen, van het Gewone en van de Canon van de Mis luidop zeggen tezamen met de celebrant, in het Latijn of letterlijk vertaald, hetzij door alle gelovigen hetzij door een commentator, is streng verboden, behalve die delen die in n. 31 worden opgesomd.
    Het is echter wenselijk, dat op zon- en feestdagen in de gelezen Missen het Evangelie en ook het Epistel door een lezer in de volkstaal worden gelezen tot nut van de gelovigen.
    Vanaf de Consecratie bovendien tot aan het Pater Noster is een gewijde stilte aan te raden.

Bij gewijde processies, die in de liturgische boeken zijn beschreven, worde de taal gebruikt die deze boeken voorschrijven of toelaten; maar bij andere processies, die bij wijze van oefeningen van godsvrucht worden gehouden, kan de taal worden gebruikt die het beste past bij de deelnemende gelovigen.

Het gregoriaans is een gewijde zang, de eigen en voornaamste zang van de Romeinse Kerk; derhalve kan hij niet alleen bij alle liturgische handelingen worden gezongen, maar moet hij, onder gelijke omstandigheden, de voorkeur hebben boven andere soorten van gewijde muziek.

Hieruit volgt:

  1. De taal van het gregoriaans, als liturgische zang, is uitsluitend het Latijn.
  2. Die delen van de liturgische handelingen, die volgens de rubrieken door de celebrant en zijn assistenten gezongen moeten worden, moeten uitsluitend volgens de gregoriaanse melodieën, in de officiële uitgaven aangegeven, gezongen worden, met verbod voor begeleidende muziek van welk instrument dan ook.
    De schola en het volk moeten, wanneer zij krachtens de rubrieken antwoorden op de zang van priester en assistenten, eveneens uitsluitend dezelfde gregoriaanse melodieën gebruiken.
  3. Ten slotte, waar het door bijzondere Indulten is toegestaan, dat in gezongen Missen de celebrant, de diaken of subdiaken, ofwel de lezer, na het zingen op gregoriaanse melodie van de teksten van Epistel of Lezing en Evangelie, dezelfde teksten ook, in de volkstaal kan afkondigen, moet dit geschieden door met luide en heldere stem te lezen, met uitsluiting van iedere echte of nagemaakte gregoriaanse melodie (vgl. n. 96 e).

De gewijde polyfonie kan bij alle liturgische handelingen worden aangewend, echter op voorwaarde dat er een schola is die deze op kunstzinnige wijze kan uitvoeren. Deze soort gewijde muziek stemt het meest overeen met liturgische handelingen die met grotere luister moeten worden gevierd.

Ook de moderne gewijde muziek kan bij alle liturgische handelingen worden toegelaten, indien hij werkelijk beantwoordt aan de waardigheid, ernst en heiligheid van de Liturgie en indien er een schola is die deze op kunstzinnige wijze kan uitvoeren.

Religieuze volkszang kan bij oefeningen van godsvrucht vrij worden aangewend; bij liturgische handelingen echter worde strikt de hand gehouden aan wat boven, nn. 13-15, is bepaald.

Religieuze muziek echter worde bij alle liturgische handelingen absoluut geweerd; bij oefeningen van godsvrucht kan hij daarentegen worden toegelaten; wat betreft concerten in gewijde plaatsen, houde men zich aan de normen die onder, nn. 54 en 55, worden gegeven.

Alles wat volgens de regels van de liturgische boeken hetzij door de priester en zijn assistenten, hetzij door de schola en het volk gezongen moet worden, behoort integraal tot de heilige liturgie zelf. Vandaar:

  1. Het is streng verboden, de volgorde van de te zingen tekst op welke wijze dan ook te wijzigen, woorden te veranderen of weg te laten, of ongepast te herhalen. Ook bij de composities volgens de gewijde polyfonie en de gewijde moderne muziek moeten de afzonderlijke woorden van de tekst duidelijk en helder verstaan kunnen worden.
  2. Om dezelfde reden is het bij iedere liturgische handeling streng verboden, welke liturgische tekst dan ook die gezongen moet worden, ofwel geheel ofwel gedeeltelijk weg te laten, behalve wanneer door de rubrieken anders is beschikt.
  3. Wanneer echter om een genoegzame reden, b.v. wegens een te klein aantal zangers, of om hun niet volledig geschoold zijn in de zangkunst, of ook soms vanwege de lengte van een rite of melodie, een of andere liturgische tekst, die aan de schola toekomt, niet kan worden gezongen zoals in de notaties van de liturgische boeken staat aangegeven, dan is alleen dit geoorloofd, dat deze teksten in hun geheel ofwel recto tono, ofwel op de wijze van psalmen worden gezongen, eventueel met orgel begeleiding.

Document

Naam: INSTRUCTIO DE MUSICA SACRA ET SACRA LITURGIA
Over gewijde muziek en de heilige Liturgie
Soort: Congregatie voor de Riten
Auteur: Gaetano Kard. Cicognani
Datum: 3 september 1958
Copyrights: © 1959, Katholiek Archief 14e jrg., nr. 9/10 p. 193-216
Bewerkt: 30 mei 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam