• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
"De heilige liturgie maakt de integrale openbare eredienst uit van het mystieke Lichaam van Jezus Christus, d.i. van het Hoofd en van zijn ledematen" Paus Pius XII, Encycliek, Over de Heilige Liturgie, Mediator Dei et hominum (20 nov 1947), 20-21. Daarom zijn "liturgische handelingen" die gewijde handelingen die, krachtens instelling door Jezus Christus of de Kerk en in hun naam, in overeenstemming met de door de H. Stoel goedgekeurde liturgische boeken, door personen die hiertoe wettig zijn bestemd, worden voltrokken, om aan God, de Heiligen of de Zaligen de verschuldigde eredienst te brengen Vgl. Wetboek, Codex Iuris Canonici (1917) (27 mei 1917), 1256; de andere gewijde handelingen die, hetzij in de kerk hetzij daarbuiten, ook in tegenwoordigheid van of onder leiding van een priester, worden verricht, worden "oefeningen van godsvrucht" genoemd.
Het hoogheilig Offer van de Mis is een daad van publieke eredienst, in naam van Christus en van de Kerk aan God gebracht, op welke plaats en op welke manier het ook wordt gevierd. De naam "privé Mis" worde daarom vermeden.
Er zijn twee soorten Missen: de "gezongen" Mis en de "gelezen" Mis. Een Mis wordt gezongen genoemd, indien de priester die het offer opdraagt de gedeelten, die door hem volgens de rubrieken moeten worden gezongen, ook werkelijk zingt; anders wordt de Mis gelezen genoemd.

Een "gezongen" Mis wordt verder, indien hij wordt gevierd met assistentie van gewijde dienaren, plechtige gezongen Mis genoemd; indien hij wordt gevierd zonder gewijde dienaren, heet hij gewone gezongen Mis.

Onder "gewijde muziek" wordt verstaan in deze Instructie:

  1. Het gregoriaans.
  2. Gewijde polyfonie.
  3. Moderne gewijde muziek.
  4. Gewijde muziek voor orgel.
  5. Religieuze volkszang.
  6. Religieuze muziek.
Het gregoriaans, dat bij de liturgische handelingen gebruikt moet worden, is de gewijde zang van de Romeinse Kerk die naar de oude en eerbiedwaardige traditie vroom en trouw bewerkt en geregeld, of ook in de nieuwste tijden naar voorbeelden van de oude traditie gemoduleerd, in de verschillende, door de H. Stoel plechtig goedgekeurde, boeken voor liturgisch gebruik wordt aangeboden. Het gregoriaans eist niet van nature, dat het met muziek van een orgel of een ander muziekinstrument wordt uitgevoerd.
Onder de naam "gewijde polyfonie" wordt verstaan die gemensureerde zang die, uit gregoriaanse gezangen ontstaan, uit meerdere stemmen samengevoegd, zonder begeleiding van enig muziekinstrument, in de middeleeuwen in de Latijnse Kerk tot bloei is gekomen, in de tweede helft van de zestiende eeuw Giovanni Pierluigi da Palestrina (1525-1594) als grootste meester heeft gekend en nog steeds door de uitstekendste meesters in deze kunst wordt beoefend.
"Moderne gewijde muziek" is de muziek die, samengevoegd uit meerdere stemmen, muziekinstrumenten niet uitgesloten, in de nieuwere tijd in overeenstemming met de vooruitgang van de muziekkunst is ontwikkeld. Daar deze echter onmiddellijk voor liturgisch gebruik is bedoeld, moet hij een sfeer van vroomheid en religiositeit ademen en op deze voorwaarde is hij voor de liturgische dienst aanvaard.
"Gewijde muziek voor orgel" is muziek voor orgel alleen gecomponeerd, die vanaf de tijden waarin het pijporgel daarvoor meer geschikt is geworden, door beroemde meesters bijzonder is ontwikkeld en die, indien hij de wetten van de gewijde muziek nauwgezet in acht neemt, niet weinig kan bijdragen om aan de heilige liturgie luister bij te zetten.

"Religieuze volkszang" is die zang, die spontaan aan het religieus gevoel, waarmee het schepsel mens door de Schepper zelf is begiftigd, ontspruit en derhalve is hij universeel, d.w.z. bij alle volkeren in bloei. Waar echter deze zang allergeschiktst is om het leven van de gelovigen, het privéleven en het sociale leven, met een christelijke geest te doordringen, is hij reeds vanaf de alleroudste tijden in de Kerk in ruime mate beoefend Vgl. Ef. 5, 18-20 Vgl. Kol. 3, 16 en hij wordt ook in onze tijden ten zeerste aanbevolen om de godsvrucht van de gelovigen te voeden en om luister bij te zetten aan de oefeningen van godsvrucht; ja zelfs kan hij soms bij de liturgische handelingen zelf worden toegelaten Paus Pius XII, Encycliek, Over de gewijde muziek, Musicae sacrae disciplina (25 dec 1955). AAS 48 (1956) 13-14.

"Religieuze muziek" ten slotte is de muziek die zowel krachtens de bedoeling van de componist als krachtens aard en doel van de compositie, tracht om godsdienstige en vrome gevoelens uit te drukken en te bewegen en daarvandaan "een grote hulp is voor de godsdienst" Paus Pius XII, Encycliek, Over de gewijde muziek, Musicae sacrae disciplina (25 dec 1955). AAS 48 (1956) 13; daar hij echter niet voor de goddelijke eredienst is bedoeld en een vrijer karakter draagt, wordt hij niet bij liturgische handelingen toegelaten.

Document

Naam: INSTRUCTIO DE MUSICA SACRA ET SACRA LITURGIA
Over gewijde muziek en de heilige Liturgie
Soort: Congregatie voor de Riten
Auteur: Gaetano Kard. Cicognani
Datum: 3 september 1958
Copyrights: © 1959, Katholiek Archief 14e jrg., nr. 9/10 p. 193-216
Bewerkt: 30 mei 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam