• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
EUCHARISTICUM MYSTERIUM
Over de Eredienst van de Eucharistie
I  -  ENKELE MEER ALGEMENE BEGINSELEN, WAAROP MEN VOORAL MOET LETTEN BIJ HET CATECHETISCH ONDERRICHT AAN HET VOLK OVER DE EUCHARISTIE.

I - Enkele meer algemene beginselen, waarop men vooral moet letten bij het catechetisch onderricht aan het volk over de Eucharistie.

Vereisten voor de zielzorgers, die catechetisch onderricht moeten geven over dit mysterie

Wil het geheim van de Eucharistie geleidelijk kunnen doordringen in de geest en het leven van de gelovigen, dan is een juiste catechese onontbeerlijk. Om deze catechese goed te kunnen geven moeten de zielzorgers vooral de volledige geloofsleer, zoals die in de documenten van het leerambt ligt vervat, voor ogen houden, en ook theoretisch en praktisch zich de geest van de Kerk op dit punt beter trachten eigen te maken. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 14.17-18 Dan alleen zullen zij gemakkelijk kunnen uitmaken, welke van de vele aspecten van dit mysterie in bepaalde gevallen de gelovigen het beste aanspreken.

Uitgaande van wat in nr 3 is gezegd, moet men onder meer bijzonder letten op het volgende.

Het geheim van de Eucharistie als middelpunt van heel het kerkelijk leven
De catechese omtrent de Eucharistie moet tot doel hebben, de gelovigen in te prenten, dat de viering van de Eucharistie werkelijk het middelpunt is van heel het christelijk leven, zowel voor de universele Kerk als voor de plaatselijke gemeenschappen van de Kerk. Want, de andere sacramenten, gelijk ook alle kerkelijke bedieningen en apostolaatwerken, hangen nauw samen met de heilige Eucharistie en zijn hierop gericht. In de heilige Eucharistie immers ligt heel de geestelijke rijkdom van de Kerk vervat, Christus zelf namelijk, „ons Pasen en het levend brood, die door Zijn vlees, dat tot leven werd gewekt en levenwekkend is door de kracht van de Heilige Geest, het leven schenkt aan de mensen, die zó een uitnodiging en een prikkel ontvangen om zichzelf, hun arbeid en al het geschapene samen met Hem aan God op te dragen”. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 5

De gemeenschap van het goddelijk leven en de eenheid van het volk Gods, waardoor de Kerk in stand wordt gehouden, worden door de Eucharistie treffend verzinnebeeld en op prachtige wijze verwezenlijkt. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 11 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 2.15 De Eucharistie vormt het hoogtepunt zowel van Gods handelen, waardoor Hij in Christus de wereld heiligt, als van de eredienst, die de mensen schenken aan Christus en door Hem aan de Vader in de Heilige Geest. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 10 En de viering ervan „draagt er ten zeerste toe bij, dat de gelovigen het mysterie van Christus in hun leven tot uitdrukking brengen en aan anderen openbaren, evenals de echte aard van de ware Kerk”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 2 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 41

Het geheim van de Eucharistie als middelpunt van de plaatselijke Kerk
Door de Eucharistie „leeft en groeit de Kerk voortdurend. Deze Kerk van Christus is werkelijk aanwezig in alle rechtmatige gemeenschappen van gelovigen, die in vereniging met haar herders, in het Nieuwe Testament eveneens Kerken worden genoemd. Zij vormen immers daar, waar zij zijn, het nieuwe volk, door God geroepen in de Heilige Geest en in volle overtuiging. Vgl. 1 Tess. 1, 5 In die gemeenschappen worden door de prediking van Christus’ Evangelie de gelovigen verzameld en wordt het geheim gevierd van het Avondmaal van de Heer, ‘opdat door het Lichaam en Bloed van de Heer alle broeders van de gemeenschap innig met elkaar worden verenigd’.” H. Paus Johannes Paulus II, Boodschap, Roepingenzondag 2002, Roeping tot heiligheid (8 sept 2001) In iedere gemeenschap, verenigd rondom het altaar en geleid door het heilig ministerie van de bisschop 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 26 of van de priester, die de bisschop vertegenwoordigt, Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 42 „zien wij het symbool van die liefde en ‘van die eenheid van het mystieke Lichaam, die de onontbeerlijke voorwaarde is voor het heil’.” Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. III q. 73, a. 3 In deze gemeenschappen, hoewel vaak klein en arm of verspreid, is Christus aanwezig, die met zijn kracht de éne, heilige, katholieke en apostolische Kerk tot een eenheid samenbindt. Want ‘het deelnemen aan het Lichaam en Bloed van Christus heeft juist deze uitwerking, dat wij omgevormd worden in hetgeen wij nuttigen’.” H. Paus Leo I de Grote, Sermones. 63, 7: PL 54, 357C 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 26
Het geheim van de Eucharistie en de eenheid van de christenen
Naast datgene, wat betrekking heeft op de kerkelijke gemeenschap en de afzonderlijke gelovigen, moeten de zielzorgers ook zorgvuldig aandacht schenken aan dát onderdeel van de kerkelijke leer, waarin gezegd wordt, dat door de gedachtenis van de Heer, gevierd volgens Zijn wil, de eenheid van allen, die in Hem geloven, wordt verzinnebeeld en verwezenlijkt. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 3.7.11.26 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 2

Overeenkomstig het decreet over het Oecumenisme Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 15.22 van het Tweede Vaticaans Concilie trachtte men de gelovigen te brengen tot een juiste waardering van de waarden, die behouden zijn in de eucharistische traditie, die de broeders van de andere christelijke belijdenissen volgen bij de viering van het Avondmaal des Heren. Want wanneer zij „in het heilig Avondmaal de dood en verrijzenis van de Heer gedenken, belijden zij, dat het leven in gemeenschap met Christus wordt betekend, en verwachten zij Zijn glorievolle komst”. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 22 Zij echter, die het Sacrament van de Wijding nog bezitten, „hebben” in de viering van de Eucharistie „verenigd met hun bisschop, toegang tot God de Vader door de Zoon, het Woord, dat mens geworden, gestorven en verheerlijkt is, in de uitstorting van de Heilige Geest, en treden zo in gemeenschap met de Allerheiligste Drie-eenheid en worden ‘deelachtig aan de goddelijke natuur’. Vgl. Pt. 1, 4 Daarom wordt door de viering van de Eucharistie van de Heer in deze afzonderlijke kerken de Kerk van God opgebouwd en tot groei gebracht, en in de concelebratie wordt hun gemeenschap zichtbaar”. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 15

Vooral bij de viering van het geheim van de eenheid behoren alle christenen de pijn te gevoelen over de verdeeldheid, die hen van elkaar scheidt. Laten zij daarom God bidden, dat alle leerlingen van Christus een steeds dieper inzicht krijgen in de ware betekenis van het geheim van de Eucharistie en het zó vieren, dat zij, door deel te hebben aan het Lichaam van Christus, één lichaam vormen, Vgl. 1 Kor. 10, 17 „verbonden met dezelfde banden, waardoor Hij zelf het gevestigd wilde zien”. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de leer en de verering van de Heilige Eucharistie, Mysterium Fidei (3 sept 1965), 73

De verschillende wijzen van Christus’ tegenwoordigheid

Voor een dieper inzicht in het geheim van de Eucharistie moet men de gelovigen ook onderrichten omtrent de voornaamste wijzen, waarop de Heer zelf bij Zijn Kerk tegenwoordig is in de liturgische vieringen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 7

Hij is altijd tegenwoordig in de vergadering van de gelovigen, die in zijn naam bijeen zijn. Vgl. Mt. 18, 20 Hij is ook tegenwoordig in Zijn woord, omdat Hij het is, Die spreekt, wanneer in de Kerk de heilige Schrift wordt gelezen.

Hij is tegenwoordig in het eucharistisch offer, zowel in de persoon van de bedienaar, „dezelfde die zich nu door de bediening van de priesters offert, nadat Hij zich toen op het kruis geofferd heeft”, Concilie van Trente, 22e Zitting - Over het allerheiligst Misoffer, Sessio XXII - Doctrina de sanctissimo Missae sacrificio (17 sept 1562), 6 alsook en wel vooral onder de eucharistische gedaanten. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 7 Want in dit sacrament is op een unieke wijze Christus geheel en onverdeeld tegenwoordig, God en mens, substantieel en zonder onderbreking. Deze tegenwoordigheid van Christus onder de gedaanten „wordt een werkelijke tegenwoordigheid genoemd, niet bij wijze van uitsluiting, alsof de andere manieren van tegenwoordigheid niet werkelijk zouden zijn, maar bij wijze van uitnemendheid.” H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de leer en de verering van de Heilige Eucharistie, Mysterium Fidei (3 sept 1965), 39

De band tussen de liturgie van het woord en de eucharistische liturgie
De zielzorgers zullen dus „de gelovigen met zorg leren, dat zij aan de gehele Mis moeten deelnemen” door het nauwe verband te laten uitkomen, dat er bestaat tussen de liturgie van het woord en de viering van de Maaltijd des Heren, zodat de mensen duidelijk beseffen, hoe deze twee één enkele act van eredienst vormen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 56 Want „de prediking van het woord is noodzakelijk voor de bediening zelf van de sacramenten, die immers de sacramenten zijn van het geloof, dat ontstaat uit en gevoed wordt door het woord”. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 4 Dit geldt vooral van de viering van de Mis, waarin de liturgie van het woord tot doel heeft, de nauwe band tussen het verkondigen en het aanhoren van Gods woord enerzijds en het mysterie van de Eucharistie anderzijds op bijzondere wijze tot zijn recht te laten komen. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 4 Alinea 3

Het aanhoren van Gods woord dient dus de gelovigen tot het inzicht te brengen, dat Gods grote daden, die worden verkondigd, hun hoogtepunt bereiken in het Paasmysterie, waarvan de gedachtenis in de Mis sacramenteel wordt gevierd. Aldus zullen de gelovigen, gevoed door het ontvangen woord van God, met dankbaarheid komen tot een vruchtbare deelname aan de heilsgeheimen. Zo wordt de Kerk gesterkt met het brood van het leven aan de tafel van Gods woord en aan de tafel van Christus’ Lichaam. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 21

Het algemeen priesterschap en het ambtelijk priesterschap bij de viering van de Eucharistie
Deze actieve deelname in gemeenschap zal des te bewuster en heilzamer zijn, naarmate de gelovigen een beter begrip hebben van de plaats, die hun bij de liturgische vergadering toekomt, en van de functies, die zij bij de eucharistische handeling hebben te vervullen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 14.26.30.38

In de catechese moet daarom de leer over het koninklijk priesterschap, waartoe de gelovigen door de wedergeboorte en de zalving van de Heilige Geest zijn gewijd, worden uiteengezet. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 10 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 2 Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de leer en de verering van de Heilige Eucharistie, Mysterium Fidei (3 sept 1965), 31

In aansluiting hierop moet nader verklaard worden de taak van het ambtelijk priesterschap bij de viering van de Eucharistie, dat wezenlijk en niet slechts gradueel verschilt van het algemeen priesterschap van de gelovigen Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 10 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 2.5, en verder de functies van anderen, die hierbij een dienende taak verrichten. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 28.29

Waarin de actieve deelname aan de Mis bestaat
Men moet dus duidelijk maken, hoe allen, die voor de Eucharistieviering samenkomen, het heilig volk uitmaken, dat samen met de bedienaars een rol speelt bij de heilige handeling. Alleen de priester, als vertegenwoordiger van Christus, consacreert brood en wijn. De behandeling echter van de gelovigen bij de Eucharistie bestaat hierin, dat zij, indachtig het lijden, de verrijzenis en de heerlijkheid van de Heer, dank brengen aan God en de onbevlekte offerande opdragen niet alleen door de handen van de priester, maar ook tezamen met hem, en dat door het ontvangen van het Lichaam des Heren hun gemeenschap met God en met elkaar, die de vrucht moet zijn van de deelname aan het Misoffer, vervolmaakt wordt. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 48.106 Want de deelname aan de Mis is volmaakter, wanneer zij in de juiste gesteltenis in de Mis zelf sacramenteel het Lichaam des Heren nuttigen overeenkomstig Zijn eigen uitnodiging: „Neemt en eet.” Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 55

Evenals het lijden van Christus heeft dit offer, hoewel het voor allen wordt opgedragen, toch „slechts zijn uitwerking in hen, die zich door geloof en liefde verenigen met het lijden van Christus… en het komt aan hen ten goede naar de mate van hun godsvrucht”. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. III, q. 79, a. 7, ad 2 Dit alles moet aan de gelovigen zó worden verklaard, dat het hen brengt tot een actief deelnemen aan de Mis zowel innerlijk als door de uiterlijke ceremonies, overeenkomstig de beginselen van de Constitutie over de heilige liturgie Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 26-32, die nader zijn uitgewerkt in de Instructie Concilium ter uitvoering van de Constitutie heilige liturgie
Inter Oecumenici
Instructie voor de uitvoering van de Constitutie over de heilige Liturgie
(26 september 1964)
van 26 september 1964, in de Instructie van 5 maart 1967 Congregatie voor de Riten
Musicam Sacram
Over de muziek in de Heilige Liturgie
(5 maart 1967)
en in de Instructie Congregatie voor de Riten
Tres abhinc annos
Tweede Instructie voor de juiste uitvoering van de Constitutie over de H. Liturgie
(4 mei 1967)
van 4 mei 1967.

De vruchten van de viering van de Eucharistie in het dagelijks leven van de gelovigen
De gelovigen moeten in hun handelwijze en leven trachten te bewaren, wat zij bij de viering van de Eucharistie door het geloof en het sacrament hebben ontvangen. Laten zij er dus naar streven om met blijdschap heel hun levensweg te gaan in de kracht van die hemelse spijs door deel te nemen aan de dood en de verrijzenis van de Heer. Laat dus iedereen, na aan de Mis te hebben deelgenomen, „zijn best doen, goede werken te verrichten, God te behagen en rechtschapen te leven, vol toewijding aan de Kerk, volbrengend wat hij heeft geleerd en toenemend in godsvrucht”, H. Hippolytus, Traditio Apostolica. 21: ed. B. botte 1963, 58-59 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 9.10 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het lekenapostolaat, Apostolicam Actuositatem (18 nov 1965), 3 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 39 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 5 met het vaste voornemen, de wereld te doordringen van christelijke geest en tevens „in alle omstandigheden, midden in de menselijke samenleving” een getuige van Christus te zijn. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 43

Want „de opbouw van een christelijke gemeenschap is niet mogelijk zonder dat ze haar oorsprong en middelpunt vindt in de viering van de heilige Eucharistie, die dus het uitgangspunt moet zijn van elke vorming tot gemeenschapsgeest”. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 6

Het catechetisch onderricht over de Mis aan de kinderen
Zij, die belast zijn met de godsdienstige vorming van de kinderen, vooral de ouders, de pastoor en de onderwijzers, moeten, wanneer zij hen geleidelijk inwijden in de kennis van het heilsmysterie, Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de Christelijke opvoeding, Gravissimum Educationis (28 okt 1965), 2 naar behoren werk maken van de catechese over de Mis. De catechese omtrent de Eucharistie, aangepast uiteraard aan de leeftijd en het bevattingsvermogen van de kinderen, moet er op gericht zijn, hun de betekenis van de Mis bij te brengen door middel van de voornaamste ceremonies en gebeden, ook met het oog op hun deelnemen aan het leven van de Kerk.

Op dit alles moet men vooral letten bij de voorbereiding van de kinderen op de Eerste Communie, zodat deze eerste Communie werkelijk een volledige opname wordt in het Lichaam van Christus. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 5

De catechese over de Mis moet uitgaan van de ceremonies en gebeden

Het Concilie van Trente schrijft de zielzorgers voor, dikwijls „persoonlijk of door middel van anderen, een uitleg te geven over datgene, wat in de Mis wordt gelezen, en onder meer een of ander punt van het mysterie van dit heilig offer te verklaren”. Concilie van Trente, 22e Zitting - Over het allerheiligst Misoffer, Sessio XXII - Doctrina de sanctissimo Missae sacrificio (17 sept 1562), 12

Laten dus de zielzorgers door een aangepaste catechese hun gelovigen een diep inzicht in dit geloofsgeheim trachten bij te brengen, uitgaande van de geheimen van het liturgisch jaar en van de ceremonies en gebeden, die in de viering voorkomen, om zo de betekenis er van, vooral van het grote eucharistisch gebed, te verhelderen, en hen zo te voeren tot een ware kijk op het geheim, dat daardoor wordt betekend en voltrokken.

Document

Naam: EUCHARISTICUM MYSTERIUM
Over de Eredienst van de Eucharistie
Soort: Congregatie voor de Riten
Auteur: Jacobus Kard. Lercaro
Datum: 25 mei 1967
Copyrights: © 1968, Ecclesia Docens 0821, Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: Dr. M.H. Mulders C.ss.R., Dr. J. Kahmann C.s.R.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam