• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

TIJDENS DE DEELNAME GODDELIJKE LITURGIE OP HET HOOGFEEST VAN DE HEILIGE APOSTEL ANDREAS
In de Patriarchale Kerk St. George, Fanar (Istanboel), hoofdcelebrant Oecumenisch Patriarch Bartholomeus I

Deze Goddelijke Liturgie, die wij op het feest van de heilige Apostel Andreas vieren, de patroon van Constantinopel, brengt ons terug naar de vroege Kerk ten tijde van de Apostelen. De Evangelies volgens Marcus en Mattheüs spreken over het roepen door Jezus van de twee broers: Simon, die Jezus Kefas of Petrus noemt, en Andreas: "Komt, volg Mij: Ik zal u vissers van mensen maken." (Mt. 4, 19)(Mc. 1, 17)

Het vierde Evangelie toont Andreas ook als de eerste, die geroepen is, "ho protoklitos", zoals hij in de Byzantijnse traditie bekend is. Andreas is het ook, die zijn broer Simon bij Jezus brengt Vgl. Joh. 1, 40v . In de Patriachale Kathedraal van de heilige Gregorius kunnen we nu nog één keer de eenheid en de roeping van de broers, Simon Petrus en Andreas, ervaren, nu wij, als de opvolger van Petrus, zijn broeder ontmoet in de bisschoppelijke dienst, die volgens de traditie door de Apostel Andreas werd gesticht. Onze broederlijke ontmoeting onderstreept deze bijzondere relatie, die de Kerk van Rome en die van Constantinopel als Zusterkerken verbindt.

Met grote vreugde danken wij God, dat Hij deze relatie nieuwe levenskracht schenkt sinds de gedenkwaardige ontmoeting van onze voorgangers Paus Paulus VI en de Patriarch Athenagoras in Jeruzalem in januari 1964. Bij de uitwisseling van de brieven, die in het boek "Tomos Agapis" gepubliceerd werden, toont ons de diepe band tussen hen, een band die zich in de relaties van de Zusterkerken van Rome en Constantinopel weerspiegelen.

Op 7 december 1965, aan de vooravond van de laatste zitting van het Tweede Vaticaans Concilie, hebben onze eerbiedwaardige voorgangers een unieke en onvergetelijke stap in de Patriachale kerk van de heilige Gregorius en de basiliek van de heilige Petrus in Rome in het Vaticaan: zij Secretariaat voor eenheid der Christenen
Wederzijdse herroeping van de ex-communicatie van 1054 door Rome en Constantinopel
Gemeenschappelijke verklaring
(7 december 1965)
. Op deze wijze bevestigden zijn een beslissende verandering in onze relaties. Sindsdien zijn vele andere belangrijke stappen gezet op de weg naar wederzijdse toenadering. Ik herinner bijzonder aan het bezoek van mijn voorganger Paus Johannes Paulus II aan Constantinopel in 1979 en aan de bezoeken van de Oecumenische Patriarch Bartholomeus I aan Rome.

In dezelfde geest moet ook mijn aanwezigheid nu onze verplichting vernieuwen om voort te gaan op de weg van het herstel - door Gods genade - van de volle eenheid tussen de kerken van Rome en Constantinopel.

Ik kan u verzekeren dat de Katholieke Kerk vastbesloten is alle te doen om de hindernissen te slechten en gemeenschappelijk met de orthodoxe broeders en zusters naar nog werkzamere middelen van pastorale samenwerking te zoeken.

De twee broers, Simon, die Petrus wordt genoemd, en Andreas, waren vissers, die Jezus geroepen heeft om vissers van mensen te worden. De verrezen Heer heeft ze voor Zijn Hemelvaart samen met de andere Apostelen uitgezonden om alle naties tot Zijn leerlingen te maken, ze te dopen en Zijn leer te verkondigen. Vgl. Hand. 18 . Deze opdracht die ons door de heilige broers Petrus en Andreas is nagelaten is nog verwijderd van volbracht te zijn. Integendeel, nu is het nog dwingender en noodzakelijker. Het betreft niet alleen de culturen, die nog te weinig met het Evangelie in aanraking is geweest, maar ook de oude Europese culturen, die diep in de christelijke tradities hun wortels hebben.

Het proces van de secularisering heeft de invloed van de traditie verzwakt. Ze wordt betwijfeld en zelfs afgewezen. Ten aanzien van deze realiteit zijn wij geroepen, samen met de alle christelijke gemeenschappen het bewustzijn van Europa voor hun christelijke wortels, tradities en waarden te vernieuwen en hun een nieuwe levenskracht te geven. Onze inzet de banden van de Katholieke kerk en de Orthodoxe Kerken te verstevigen is een deel van deze missionaire opgave. De scheidingen, die onde de christenen bestaan, zijn een aanstoot voor de wereld en een hindernis voor de verkondiging van het Evangelie.

Aan de vooravond van Zijn lijden en dood heeft de Heer binnen de kring van Zijn jongeren hun gevraagd dat allen één zijn, opdat de wereld gelooft (Joh. 17, 21). Alleen door de broederlijke gemeenschap onder de christenen en hun wederzijdse liefde wordt de boodschap van de liefde van God voor iedere man en iedere vrouw geloofwaardig. Iedereen, die een realistische blik op de huidige christelijke wereld werpt, zal zien, hoe dringend we dit getuigenis nodig hebben.

Simon Petrus en Andreas werden gezamenlijk geroepen om mensenvissers te worden. Dezelfde opgave is echter bij ieder van hun op een andere wijze ontwikkeld.

Simon werd, ondanks zijn menselijke zwakheid, "Petrus" genoemd, de "rots", waarop de Kerk gebouwd zou worden. Hem werd op bijzondere wijze de sleutels van het hemelrijk toevertrouwd (Mt. 16, 18). Zijn reizen brachten hem van Jeruzalem naar Antiochië, en van Antiochië naar Rome, zodat hij in deze stad zijn universele verantwoording zou kunnen uitoefenen.

Het thema van de universele dienst van Petrus en zijn opvolgers heeft helaas tot meningsverschillen geleid, die wij hopen te overwinnen, ook op grond van de theologische dialoog die kortgeleden weer werd opgenomen. Noot van de vertaler: In 2005 is in Belgrado de gemeenschappelijke commissie voor het eerst weer bijeen geweest, nadat de dialoog zo'n vijf jaar stil had gelegen.

Mijn vereerde voorganger, de dienaar Gods Paus Johannes Paulus II, sprak over de barmhartigheid als kenmerk van de petrinische dienst van de eenheid, een barmhartigheid, die Petrus zelf als eerste ervaren heeft Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de inzet voor de oecumene, Ut Unum Sint (25 mei 1995), 91. Juist op deze grondslag lied Paus Johannes Paulus II een uitnodiging uitgaan om tot een broederlijke dialoog te komen, die als doelstelling heeft wegen te zoeken hoe de dienst van Petrus tegenwoordig uitgeoefend kan worden, waarbij zijn natuur en zijn wezen gerespecteerd wordt, om "een door alle betrokkenen erkende dienst van liefde kan verwezenlijken" H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de inzet voor de oecumene, Ut Unum Sint (25 mei 1995), 95.

Vandaag wil ik deze uitnodiging in herinnering roepen en ze vernieuwen.

Andreas, de broer van Simon Petrus, ontving een andere opgave van de Heer, een, die door zijn naam al werd aangeduid. Als een, die Grieks sprak, werd hij samen met Filippus de Apostel van de ontmoeting met de Grieken, die naar Jezus kwamen (Joh. 12, 20vv). De traditie bericht ons dat hij niet alleen in Klein-Azië missioneerde en in de gebieden ten zuiden van de Zwarte Zee, dus precies in het gebied hier, maar ook in Griekenland, waar hij zijn martelaarschap onderging.

De Apostel Andreas vertegenwoordigt dus het bij elkaar komen van de vroegere christendom en de griekse cultuur. Vooral in Klein-Azië maakten de grote Kappedocische vaders deze ontmoeting mogelijk, wier liturgie, theologie en spiritualiteit zowel de Oosterse als ook in de Westerse kerken verrijkt hebben. De christelijke boodschap viel als tarwekorrels Vgl. Joh. 12, 24 op dit land en bracht rijke vrucht voort.

We moeten ten zeerste dankbaar zijn voor de erfenis, die door deze vruchtbare ontmoeting tussen de christelijke boodschap en de hellenisctische cultuur, voortgebracht is. Het heeft de kerken in het Oosten en in het Westen nadrukkelijk beïnvloed. De Griekse vaders hebben ons een rijke schat overgeleverd, waaruit de Kerk nog steeds oude en nieuwe rijkdommen put Vgl. Mt. 13, 52 .

De gelijkenis van de tarwekorrel, dat sterft om vrucht voort te brengen, heeft ook een parallel in het leven van Andreas. De overgeleverde traditie zegt ons dat hij het lot van Zijn Heer en meester gevolgd is en dat zijn dagen eindigden in het Griekse Patras. Zoals Petrus onderging hij het martelaarschap aan het kruis, bij hem een diagonaalkruis, dat we nog heden vereren als het Andreas-kruis.

Zijn voorbeeld leert ons, dat de weg van iedere christen net zo goed als van de gehele Kerk tot een nieuw, tot eeuwig leven leidt, door de navolging van Christus en de ervaring van Zijn kruis. In de loop van de geschiedenis hebben zowel de kerk van Rome als ook die van Constantinopel vaak geleerd van de gelijkenis van de tarwekorrel. Gmeenschappelijk vereren wij de vele martelaren, die hun bloed als zaad voor nieuwe christenen hebben zien worden, zoals Tertullianus het met deze beroemde woorden beschreven heeft. Tertullianus, Apologeticum. 50, 13

Met hen delen we dezelfde hoop welke de Kerk leidt, zij "trekt voort op haar pelgrimstocht te midden van de vervolgingen van de wereld en de vertroostingen van God" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 8 Vgl. H. Augustinus, Over de Stad Gods, De Civitate Dei. 51,2. Ook in de vorige eeuw, dat juist geëindigd is, heeft zijn deel aan getuigenissen voor het geloof gezien, in het Oosten en in het Westen. Zelfs ook nu zijn er vele van zulke getuigenissen in de verschillende delen van de wereld.

Wij gedenken hen in onze gebeden en bieden hen op alle mogelijke wijze onze ondersteuning aan en appelleren aan de verantwoordelijken van de wereld, de vrijheid van gdosdienst als een fundamentele mensenrecht te respecteren.

De Goddelijke Liturgie waaraan wij hebben deelgenomen, werd volgens de ritus van de heilige Johannes Chrysostomos gevierd. Het kruis en de verrijzenis van Jezus Christus werd op een mystieke wijze tegenwoordig gesteld. Voor ons christenen is dit een bron en een teken van een voortdurende vernieuwende hoop. Wij vinden deze hoop zeer mooi uitgedrukt in een oude tekst, die als de "Passie van de heilige Andreas" bekend staat.

"Ik groet u, o kruis, dat door het Lichaam van Christus gewijd is en getooid is met Zijn beenderen aks met kostbare parels... Moge de gelovigen uw vreugde ervaren en de gaven, die in haar verborgen zijn..."

Dit geloof aan de verlossende dood van Jezus aan het kruis en deze hoop, welke de Verrijzene aan de gehele mensheid aanbiedt, wordt door ons allen gedeeld, door Orthodoxen als ook door Katholieken.

Moge ons dagelijks bidden en handelen door de ijverige wens bezield worden, niet alleen bij de Goddelijke Liturgie aanwezig te zijn, maar deze met elkaar te bieren, aan de ene tafel van de Heer deel te hebben, hetzelfde brood en dezelfde kelk te delen. Moge onze ontmoeting van vandaag een impuls zijn en als een vreugdevolle vooruitblik zijn op het geschenk van de volle eenheid. En moge de Geest van God ons op onze weg begeleiden!

Zie ook:
Dossier Reis naar Turkije
Oecumene

Document

Naam: TIJDENS DE DEELNAME GODDELIJKE LITURGIE OP HET HOOGFEEST VAN DE HEILIGE APOSTEL ANDREAS
In de Patriarchale Kerk St. George, Fanar (Istanboel), hoofdcelebrant Oecumenisch Patriarch Bartholomeus I
Soort: Paus Benedictus XVI - Toespraak
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 30 november 2006
Copyrights: © 2006, Libreria Editrice Vaticana (Oorspronkelijke Engelstalig)
Werkvertaling, alineaverdeling en -nummering: Stg. InterKerk
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam