• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

AAN KARDINAAL AGOSTINO CASAROLI, STAATSSECRETARIS, WAARMEE DE PAUSELIJKE RAAD VOOR DE CULTUUR INGESTELD IS

Meneer de kardinaal,

Vanaf het begin van mijn pontificaat heb ik het ervoor gehouden, dat de dialoog van de kerk met de culturen van onze tijd een levensbelangrijk terrein is waarvan het lot van de wereld aan dit einde van de twintigste eeuw afhangt. Er bestaat namelijk een fundamentele dimensie welke in staat is de systemen, die het geheel van de mensheid structureren, vanuit hun grondslagen te bevestigen of te doen wankelen en het individuele en collectieve menselijk bestaan te bevrijden van de bedreigingen die op haar drukken. Deze fundamentele dimensie is de mens in zijn totaliteit. Welnu de mens leeft een volledig menselijk leven dank zij de cultuur. 'Ja! de toekomst van de mens hangt af van de cultuur', heb ik verklaard in mijn toespraak van 2 juni 1980 voor de UNESCO, toen ik me richtte tot de personen zo verschillend door hun herkomst en hun overtuigingen en ik voegde eraan toe: 'Wij ... ontmoeten elkaar op het terrein van de cultuur, de fundamentele werkelijkheid die ons verenigt ... Wij ontmoeten elkaar rond de mens en, in zekere zin in hem, in de mens.' H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de 'United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization' (UNESCO), Parijs, De algehele menselijkheid van de mens komt tot uitdrukking in de cultuur (2 juni 1980), 6.8

Om die redenen heb ik vanaf H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Eenheid in de waarheid en de liefde voor een consequente verwezenlijking van het concilie
Tot de algemene vergadering van Kardinalen
(5 november 1979)
alle leden van het heilig college van kardinalen die bijeen waren in Rome, willen raadplegen over het fundamentele probleem van de verantwoordelijkheden van de Heilige Stoel tegenover de cultuur, en vervolgens op 17 december 1980 alle hoofden van de dicasteria om met hen de meningen te bediscussiëren die ontvangen waren op de consultatie, waarmee ik intussen kard. Gabriël Marie Garrone had belast.

Tenslotte heeft deze op mijn verzoek de bezinning aangemoedigd van een raad welke op 25 november 1981 werd opgericht en gevraagd in tijd van enkele maanden concreet te bestuderen hoe de betrekkingen van de Kerk en de Heilige Stoel met de cultuur in al zijn verschillende uitingen het beste te waarborgen.

Ik wil aan de vereerde en dierbare kardinaal mijn hartelijke dank uitspreken voor het voorbeeldige werk dat door hem voor dit doel is verricht met de edelmoedige steun van organismen die in nauwe betrekkingen staan met de wereld van de cultuur: de Heilige congregatie voor het katholieke onderwijs, het Secretariaat voor de niet-gelovigen, de Pauselijke Academie van Wetenschappen en het Centrum voor onderzoek van de Internationale Federatie van katholieke universiteiten.

Het is nu het moment om voordeel te trekken uit deze arbeid. Daarom lijkt het me nodig een speciaal blijvend organisme te stichten met het doel de grote doelstellingen te bevorderen, welke het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie zich heeft gesteld omtrent de betrekkingen tussen de kerk en de cultuur. Het concilie heeft namelijk, door er een hele sectie van de pastorale constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Gaudium et Spes
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
(7 december 1965)
aan te wijden, het fundamentele belang van de cultuur benadrukt voor de volledige ontwikkeling van de mens, de velerlei banden tussen de heilsboodschap en de cultuur, de wederkerige verrijking van de Kerk en de verschillende culturen in de historische gemeenschap met de verschillende beschavingen, evenals ook de noodzaak voor de gelovigen de denk- en voelwijze van de andere mensen van deze tijd grondig te begrijpen, zoals in de respectieve culturen tot uitdrukking wordt gebracht.' 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 53-62

In het spoor van het concilie is de vergadering van de bisschoppensynode welke in de herfst van 1974 werd gehouden, zich duidelijk bewust geworden van de rol van de verschillende culturen bij de evangelisatie van de volken. En mijn voorganger Paulus VI, die de vrucht van haar werkzaamheden bijeenbracht in de apostolische exhortatie H. Paus Paulus VI - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Evangelii Nuntiandi
Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld
(8 december 1975)
, verklaarde: 'Het Evangelie, en derhalve ook de evangelisatie, kan met geen cultuur vereenzelvigd worden, daar het boven alle culturen staat. Niettemin wordt het rijk dat door het evangelie wordt aangekondigd in praktijk gebracht door mensen die van hun eigen cultuur zijn doordrenkt en bij het opbouwen van het rijk noodzakelijk gebruik moeten maken van bepaalde elementen van beschaving en menselijke culturen. Ofschoon het Evangelie en de evangelisatie dus tot geen enkele cultuur in de eigenlijke zin behoren, zijn ze toch niet van dien aard, dat zij daarmee onverenigbaar zijn, maar ze kunnen die culturen daarentegen doordringen zonder er ondergeschikt aan te zijn'. H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 20

Ook ik heb na de rijke erfenis van het oecumenisch concilie, van de bisschoppensynode en van mijn vereerde voorganger Paulus VI te hebben bijeengebracht, op 1 en 2 juni 1980 in Parijs, eerst aan het Institut Catholique en vervolgens voor de buitengewone vergadering van de UNESCO, de organische en opbouwende band verkondigd, welke bestaat tussen het christendom en de cultuur, en daarom met de mens in zijn mens-zijn zelf. Deze band van het Evangelie met de mens, zo heb ik in mijn toespraak voor deze areopaag van mannen en vrouwen van cultuur en wetenschap uit de hele wereld gezegd, 'is namelijk in de grond zelf schepper van cultuur.' H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de 'United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization' (UNESCO), Parijs, De algehele menselijkheid van de mens komt tot uitdrukking in de cultuur (2 juni 1980), 10 En indien de cultuur datgene is waardoor de mens als mens meer mens wordt, dan hangt daarvan het lot zelf van de mens af. Vandaar het belang voor de kerk welke er verantwoordelijk voor is, van een oplettende en vooruitziende pastorale actie met betrekking tot de cultuur, vooral voor die welke een levende cultuur wordt genoemd, dat wil zeggen het geheel van beginselen en waarden die het ethos van een volk vormen: 'De synthese tussen cultuur en geloof is niet alleen een eis van de cultuur maar ook van het geloof. .. Een geloof dat geen cultuur wordt, is een geloof dat niet tenvolle is aanvaard, niet geheel doordacht en niet trouw beleefd', zoals ik op 16 januari 1982 heb gezegd.' H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de deelnemers aan het Nationale Congres van de Kerkelijke Beweging voor Cultureel Engagement (16 jan 1982), 2

Ongetwijfeld zijn vele organismen sinds lange tijd op dit terrein in de Kerk werkzaam, Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Constitutie, Over kerkelijke universiteiten en faculteiten, Sapientia Christiana (15 apr 1979) en ontelbaar zijn de christenen die zich overeenkomstig het concilie samen met vele gelovigen en niet-gelovigen inspannen, "opdat elke mens en groepering in de maatschappij, van welk volk ook, tot de volledige uitbouw kunnen geraken van hun culturele leven, in overeenstemming met hun gaven en tradities'. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 60 Ook waar agnostische ideologieën, die vijandig tegenover de christelijke traditie staan, of ook uitgesproken atheïsten bepaalde denkers inspireren, is de noodzaak voor de kerk des te groter een dialoog met de cultuur aan te gaan, opdat de huidige mens kan ontdekken dat God, in plaats van een mededinger van de mens te zijn, hem geeft zich volledig naar zijn beeld en gelijkenis te verwezenlijken. Want de mens weet namelijk zichzelf oneindig te overstijgen zoals op duidelijke wijze de inspanningen bewijzen, welke zovele geniale scheppers volbrengen door duurzaam in werken van kunst en van denken transcendente waarden van schoonheid en waarheid te belichamen als min of meer vluchtig aangevoelde uitdrukkingen van het absolute. Zo is de ontmoeting met de cultuur vandaag een bevoorrecht gebied van dialoog onder mensen die betrokken zijn bij het zoeken naar een nieuw humanisme voor onze tijd boven de verschillen die hen scheiden uit: 'Ook wij - zei Paulus VI namens alle vaders van het oecumenisch concilie, waarvan ook ik lid was - meer dan wie ook, houden de menselijke waardigheid hoog'. En voor de algemene vergadering van de Verenigde Naties verkondigde hij: 'De kerk is expert op het gebied van de mensheid' H. Paus Paulus VI, Toespraak, Tot de 20ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (4 okt 1965): die mensheid welke zij met liefde dient. De liefde is als een grote kracht verborgen in het hart van de culturen om hen aan te sporen hun onmiskenbare grenzen te overwinnen door zich open te stellen voor Hem die de oorsprong en het einde ervan is en om, wanneer zij zich openstellen voor zijn genade, hen een verrijking aan volheid te schenken.

Het is overigens dringend nodig dat onze tijdgenoten en vooral de katholieken zich ernstig vragen stellen over de omstandigheden die aan de basis liggen van de ontwikkeling van de volken. Het wordt steeds duidelijker, dat de culturele vooruitgang innig verbonden is met de opbouw van een rechtvaardiger en broederlijker wereld. Zoals ik heb gezegd in Hiroshima op 25 februari 1981 tot de vertegenwoordigers van de wetenschap en de cultuur aan de universiteit van de Verenigde Naties: 'De vorming van een rechtvaardiger mensheid of een meer verenigde internationale gemeenschap is geen droom of een leeg ideaal. Ze is een moreel gebod, een heilige plicht, welke het intellectuele en geestelijke vernuft van de mens onder ogen kan zien door een nieuwe bundeling van de talenten en krachten van allen en door alle technische en culturele middelen van de mens uit te buiten.' H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Ontmoeting met wetenschappers en vertegenwoordigers van de Universiteit van de Verenigde Naties, Hiroshima (25 feb 1981), 7

Bijgevolg voel ik krachtens mijn apostolische zending de verantwoordelijkheid die op me rust in het hart van de collegialiteit van de universele kerk en in contact en overeenstemming met de plaatselijke kerken om de betrekkingen van de Heilige Stoel met alle verwezenlijkingen van de cultuur te versterken en ook een nieuwe verhouding in een vruchtbare internationale samenwerking te waarborgen binnen de familie van de naties ofwel van de grote 'gemeenschap van mensen die door verschillende banden zijn verenigd, maar vooral juist door de cultuur'. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de 'United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization' (UNESCO), Parijs, De algehele menselijkheid van de mens komt tot uitdrukking in de cultuur (2 juni 1980), 14

Daarom heb ik besloten een raad voor de cultuur op te richten en in te stellen welke aan heel de kerk een algemene aanzet kan geven bij de voortdurende hernieuwde ontmoeting van de heilsboodschap van het evangelie met de verscheidenheid van de culturen, in de verscheidenheid van volkeren waaraan zij haar vruchten van genade moet brengen.

Aldus vertrouw ik u, meneer de kardinaal, wel wetend hoezeer u innig mijn zorgen deelt en na de boven uiteengezette beweegredenen grondig te hebben overwogen en ook de opportuniteit ervan in het gebed te hebben overdacht, de zorg toe de organisatie van deze Pauselijke Raad voor de Cultuur te leiden, welke een voorzitterscommissie en een uitvoerende commissie omvat, evenals een internationale raad samengesteld uit belangrijke vertegenwoordigers van de katholieke wereldcultuur, die tenminste eens per jaar zal worden samengeroepen. Door uw bemiddeling zal deze pauselijke raad direct aan mij gebonden zijn als een nieuwe en oorspronkelijke dienst, welke de bezinning en ervaring langzamerhand op evenredige wijze zullen kunnen structureren, daar de kerk zich niet van buitenaf tegenover de culturen plaatst, maar van binnenuit als een gist wegens de organische en opbouwende band welke hen nauw verbindt.

De raad moet zijn eigen doel nastreven in een oecumenische en broederlijke geest door ook de dialoog met de niet-christelijke godsdiensten te bevorderen en met enkelingen en groepen die zich niet op enige godsdienst beroepen, in het samen zoeken van een culturele communicatie met alle mensen van goede wil.

Deze zal regelmatig aan de Heilige Stoel de weerklank van de grote culturele aspiraties van de hedendaagse wereld overbrengen, de verwachtingen van de hedendaagse beschavingen verdiepen en de nieuwe wegen van de culturele dialoog zorgvuldig onderzoeken, om zo de pauselijke raad in staat te stellen beter te beantwoorden aan de taken waarvoor hij is opgericht en die in grote lijnen zijn:

1

Voor de kerk en de wereld getuigen van de diepe belangstelling welke de Heilige Stoel wegens haar bijzondere zending in de vooruitgang stelt van de cultuur en de vruchtbare dialoog met de culturen, alsook in hun heilzame ontmoeting met het Evangelie.

2

In de culturele zorgen delen, welke de dicasteria van de Heilige Stoel bij hun werk ontmoeten, om de coördinatie van hun taken voor de evangelisatie van de culturen te vergemakkelijken en de samenwerking van de culturele instellingen van de Heilige Stoel te waarborgen.

3

In gesprek te gaan met de bisschoppenconferenties om ook heel de kerk voordeel te laten trekken van de onderzoekingen, initiatieven, verwezenlijkingen en scheppingen welke de plaatselijke kerken in staat stellen tot een actieve aanwezigheid in hun culturele milieu.

4

Met de katholieke internationale, universitaire, historische, filosofische, theologische, natuurwetenschappelijke, artistieke en intellectuele organisaties samenwerken en hun onderlinge samenwerking bevorderen.

5

De activiteit van de internationale organismen volgen overeenkomstig de wijze die eraan eigen is en altijd met behoud van de bijzondere bevoegdheden van de andere organismen van de curie in kwestie, te beginnen met die van de UNESCO en de Raad voor culturele samenwerking van de Raad van Europa, die belang stellen in de cultuur, de filosofie van de wetenschappen, de menswetenschappen, en de doelmatige deelneming waarborgen van de Heilige Stoel aan internationale congressen die zich bezighouden met wetenschap, cultuur en vorming.

6

De politiek en culturele activiteit volgen van de verschillende regeringen die op juiste wijze zorgdragen om een volle menselijke dimensie te geven aan de bevordering van het algemeen welzijn van de mensen voor wie zij de verantwoordelijkheid dragen.

7

De dialoog kerk-cultuur op het niveau van de universiteiten en centra voor onderzoek, van organisaties van kunstenaars en specialisten, onderzoekers en geleerden vergemakkelijken en betekenisvolle ontmoetingen bevorderen door bemiddeling van deze culturele werelden.

8

De vertegenwoordigers van de cultuur, die er belang in stellen de werkzaamheid van de kerk op dit gebied te leren kennen, in Rome ontvangen en de Heilige Stoel laten profiteren van hun rijke ervaringen door hen in Rome een plaats tot samenkomen en dialoog te bieden. Geleidelijk uitgevoerd onder uw hoge leiding en overeenkomstig de mogelijkheden, maar met vooruitziende en voortdurende betrokkenheid, zullen deze grote lijnen ongetwijfeld een getuigenis en een impuls vormen.

Met groot vertrouwen en met een levendige hoop vertrouw ik u, meneer de kardinaal, een zo belangrijke opdracht toe, terwijl ik van harte over dit initiatief, dat vandaag zo gunstig en noodzakelijk is, de overvloed van de goddelijke bijstand afsmeek.

Met mijn bijzondere apostolische zegen.

Gegeven te Rome, bij de basiliek van Sint Pieter, op het feest van de hemelvaart van onze Heer, 20 mei 1982, het vierde jaar van mijn pontificaat.

Johannes Paulus P P. II

Document

Naam: AAN KARDINAAL AGOSTINO CASAROLI, STAATSSECRETARIS, WAARMEE DE PAUSELIJKE RAAD VOOR DE CULTUUR INGESTELD IS
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 20 mei 1982
Copyrights: © 1982, Archief van Kerken jrg. 37 p. 1166-1171
Vert.: Archief van Kerken
Bewerkt: 6 juli 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam