• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Jezus en de armoede
Christus Jezus is, terwijl Hij rijk was, arm geworden om ons rijk te maken door zijn armoede. De heilige Paulus spreekt in deze tekst over het mysterie van de menswording van de eeuwige Zoon van God, die een sterfelijke menselijke natuur heeft willen aannemen om de mens te verlossen van zijn ellende, waarin de zonde hem had gestort. Bovendien koos Christus in zijn menselijke situatie een staat van armoede en ontbering om aan te tonen welke de ware rijkdom is, die men moet zoeken: die van de levensgemeenschap met God. Hij leerde de onthechting aan de aardse rijkdommen, opdat men naar de hemelse zou verlangen. De apostelen die Hij uitkoos, moesten ook alles verlaten en zijn ontberingen delen.

Door de profeet aangekondigd als de Messias van de armen, heeft Hij juist onder hen, de geringen, de 'armen van Jahwe', die dorsten naar de gerechtigheid van het rijk, de harten gevonden die bereid waren Hem te aanvaarden. Maar Hij is ook hen nabij willen zijn die, hoewel rijk aan de goederen van deze wereld, als 'tollenaars en zondaars' van de gemeenschap waren uitgesloten, omdat Hij was gekomen om hen tot bekering te roepen.

Juist deze armoede, aanvaard uit onthechting, vertrouwen op God, soberheid en bereidheid tot delen, heeft Jezus zalig verklaard.

Jezus en de armen
Maar Jezus heeft niet alleen de genade en vrede van God gebracht: Hij heeft ook ontelbare zieken genezen; Hij had medelijden met de menigte die niets had te eten en Hij verzadigde haar; samen met de leerlingen die Hem volgden, beoefende Hij het geven van aalmoezen. De zaligspreking over de armoede welke Hij verkondigde, kan daarom op geen enkele manier betekenen, dat christenen de armen mogen veronachtzamen, die missen wat voor het menselijk leven in deze wereld noodzakelijk is. Als resultaat en gevolg van de zonde van de mensen en van hun natuurlijke zwakheid is deze ellende een kwaad, waarvan de mensen zoveel mogelijk moeten worden bevrijd.
De voorkeursliefde voor de armen

In zijn velerlei vormen - onderdrukking, lichamelijke kwalen en geestesziekten, en tenslotte de dood - is de menselijke nood een duidelijk teken van de natuurlijke staat van zwakheid, waarin de mens zich bevindt na de eerste zonde, en van zijn behoefte aan heil. Daarom heeft deze het medelijden van Christus de Verlosser gewekt, die hem op zich heeft willen nemen, en zich heeft willen vereenzelvigen met 'de geringsten van zijn broeders' (Mt. 25, 40.45). Daarom zijn ook degenen die onder ellende gebukt gaan, voorwerp van een voorkeursliefde van de Kerk, die zich vanaf haar ontstaan en ondanks de ontrouw van velen van haar leden steeds verplicht heeft gevoeld hen op te beuren, te verdedigen en te bevrijden. Dit heeft zij gedaan door ontelbare werken van liefdadigheid, die altijd en overal onontbeerlijk blijven. Zij heeft vervolgens door haar sociale leer, welke zij vraagt toe te passen, getracht structuurveranderingen in de samenleving te bevorderen om levensvoorwaarden te verschaffen die de menselijke persoon waardig zijn. Door de onthechting aan de rijkdommen, welke het met elkaar delen mogelijk maakt en de toegang tot het rijk verleent, getuigen de leerlingen van Jezus in hun liefde voor de armen en ongelukkigen van de liefde van de Vader zelf, die zich in de Verlosser heeft geopenbaard. Deze liefde komt van God en gaat naar God uit. De leerlingen van Christus hebben altijd in de gaven die op het altaar worden geplaatst, een gave gezien welke aan God zelf wordt geboden.

Door de armen lief te hebben getuigt de Kerk tenslotte van de waardigheid van de mens. Zij bevestigt duidelijk dat deze meer waard is door wat hij is dan door wat hij heeft. Zij getuigt dat deze waardigheid niet kan worden tenietgedaan, welke ook de situatie van ellende, verachting, verwerping en machteloosheid is, waarin een menselijk wezen terecht is gekomen. Zij toont zich solidair met hen die niet meetellen in een samenleving, waarvan zij moreel en soms ook lichamelijk zijn uitgesloten. Zij neemt hen opnieuw op in de menselijke broederschap en in de gemeenschap van de kinderen van God. De kerk buigt zich vooral met moederlijke genegenheid over de kinderen die wegens de menselijke slechtheid nooit het licht zullen zien, evenals ook over de bejaarden die eenzaam en alleen gelaten zijn.

In plaats dat de voorkeurskeuze voor de armen een teken van particularisme of sektarisme zou zijn, toont ze de universaliteit van de aard en zending van de kerk. Deze keuze sluit namelijk niemand uit.

Daarom kan de kerk zich niet uitspreken met behulp van verengende sociologische en ideologische categorieën, die van deze voorkeur een partijdige keuze van conflictueuze aard zouden maken.

Kerkelijke basisgemeenschappen en andere groepen Christenen
De nieuwe kerkelijke basisgemeenschappen of andere groepen Christenen, die gevormd zijn om van deze evangelische liefde te getuigen, zijn een reden tot grote hoop voor de Kerk. Wanneer zij werkelijk met de plaatselijke Kerk en met de universele Kerk verenigd leven, zijn ze een authentieke uitdrukking van gemeenschap en een middel om een nog diepere gemeenschap op te bouwen. Zij zullen trouw zijn aan hun zending in zoverre ze ervoor zorgen hun leden te vormen in de volheid van het Christelijk geloof door te luisteren naar het woord van God, door trouw aan het onderricht van het leergezag, aan de hiƫrarchische orde van de Kerk en het sacramentele leven. Op deze voorwaarden wordt hun ervaring, welke in de betrokkenheid bij de algehele bevrijding van de mens is geworteld, een rijkdom voor heel de Kerk.
De theologische bezinning
Op soortgelijke wijze kan een theologische bezinning, welke ontwikkeld wordt vanuit een bijzondere ervaring, een zeer positieve bijdrage vormen in zover zij het mogelijk maakt aspecten van het woord van God te doen oplichten, waarvan de hele rijkdom nog niet volledig werd waargenomen. Maar opdat deze bezinning werkelijk een lezen van de Schrift zou zijn en niet een bij voorbaat aan het woord van God toekennen van een betekenis, welke het niet inhoudt, moet de theoloog erop bedacht zijn de ervaring waarvan hij uitgaat, in het licht van de ervaring van de Kerk zelf te interpreteren. Deze ervaring van de Kerk straalt met bijzondere glans en in al haar zuiverheid in het leven van de heiligen. Het komt toe aan de herders van de Kerk om in gemeenschap met de opvolger van Petrus de authenticiteit ervan te onderscheiden.

Document

Naam: LIBERTATIS CONSCIENTIA
Over de christelijke vrijheid en bevrijding
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: Joseph Kardinaal Ratzinger
Datum: 22 maart 1986
Copyrights: © 1986, Archief van Kerken
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam