• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De godsdienstvrijheid en de vrede

Het kan niemand ontgaan, dat de religieuze dimensie, die wortelt in het geweten van de mens, een specifieke invloed heeft op de idee van de vrede, en iedere poging om haar vrije uitdrukking te belemmeren of tegen te houden keert zich onmiddellijk met zware gevolgen tegen de mogelijkheid van de mens om met z’n gelijken te leven in sereniteit.

Een eerste bedenking dringt zich op. Zoals ik al H. Paus Johannes Paulus II - Boodschap
Tot de Staatshoofden aanwezig bij de ondertekening van de Slotakte van Helsinki (1 september 1980)
aan de staatshoofden die de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa
Slotakkoorden van Helsinki
Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (1 augustus 1975)
ondertekenden, is de godsdienstvrijheid, voor zover zij het meest intieme domein van de geest raakt, een fundament van de andere vrijheden en zij is als het ware hun bestaansreden. En het belijden van een godsdienst – hoewel dit vooral bestaat uit innerlijke handelingen van de geest – heeft een weerklank op heel de ervaring van het menselijk leven en dus ook op alle uitingen van dat leven.

Godsdienstvrijheid draagt ook op een beslissende wijze bij tot de vorming van echt vrije burgers. Immers door het bevorderen van het zoeken naar de waarheid over de mens en over de wereld op door die waarheid aan te hangen, helpt ze ieder mens om een helder besef te krijgen van zijn waardigheid, en om zijn plichten met meer verantwoordelijkheidszin te volbrengen. Een eerlijke verhouding tot de waarheid is een essentiële voorwaarde voor de authentieke vrijheid. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Verlosser van de mensen, Redemptor Hominis (4 mrt 1979), 12. In die zin kan men zeggen, dat de godsdienstvrijheid een belangrijke factor is om de morele integriteit van een volk te versterken. De burgerlijke maatschappij kan rekenen op de gelovigen, die door hun diepe overtuiging zich niet zo gemakkelijk laten ompraten door opdringerige ideologieën of stromingen, maar die trachten te handelen overeenkomstig hun verlangen naar al wat waar en goed is: een noodzakelijke voorwaarde om de vrede te verzekeren Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de godsdienstvrijheid - Het recht van de persoon en van de gemeenschappen op sociale en burgerlijke vrijheid in godsdienstige aangelegenheden, Dignitatis Humanae (7 dec 1965), 8.

Maar er is meer. Terwijl het religieus geloof de mensen leidt naar een nieuw begrijpen van hun mens-zijn, brengt het hen ook, door de oprechte gave van zichzelf, tot een sterke solidariteit met de andere mensen Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de Heilige Geest in het leven van de Kerk en de wereld, Dominum et vivificantem (18 mei 1986), 59. Het religieus geloof brengt mensen nader tot elkaar en verenigt hen, maakt hen tot broeders en zusters, maakt hen meer attent voor elkaar, meer verantwoordelijk, meer edelmoedig in hun engagement voor het algemeen welzijn. Het gaat niet alleen om een meer geneigd zijn tot medewerken met anderen, om de eigen rechten verzekerd en beveiligd zijn, maar veeleer om uit de diepste bronnen van een oprecht geweten hogere motivaties te putten voor het meebouwen aan een meer rechtvaardige en een meer menswaardige maatschappij.

In elke staat, of liever in elk volk, wordt de nood aan de medeverantwoordelijkheid buitengewoon scherp aangevoeld. Maar, zoals mijn vereerde voorganger paus Paulus VI de gelegenheid had te vragen: ‘hoe kan een staat volledig vertrouwen en medewerking oproepen wanneer, in een soort van ‘negatief confessionalisme’ hij zich atheïst noemt, en wanneer hij, terwijl hij in een bepaald kader verklaart het individueel geloof te respecteren, in feite stelling neemt tegen het geloof van een deel van zijn burgers?’ Men zou in tegendeel moeten zorgen om bij ‘confrontatie tussen de godsdienstige wereldbeschouwing en de agnostische of zelfs de atheïstische beschouwing, die één van ‘de tekenen des tijds’ van deze eeuw is, de menselijke dimensies in ere te houden en te eerbiedigen, zonder de wezenlijke rechten van het geweten van enige man of vrouw op deze wereld te schenden’ H. Paus Paulus VI, Toespraak, Tot het Corps Diplomatique (14 jan 1978), 1.

Buiten de hardnekkige situaties van oorlog en onrechtvaardigheid, bemerken we tegenwoordig een beweging naar een progressieve eenwording van volkeren en naties op politiek, economisch en cultureel, …gebied. De religieuze overtuigingen geven een sterke en veelbetekende impuls aan deze tendens, die schijnbaar niet te stoppen is, maar nochtans voortdurend op ernstige hindernissen stoot. Inderdaad, door geen gebruik te willen maken van geweld om conflicten op te lossen en door een opvoeding tot broederlijkheid en liefde dragen de religieuze overtuigingen bij tot onderlinge verstandhouding en verzoening. Ze brengen ook nieuwe morele hulpbronnen aan voor de oplossing van problemen waartegen de mensheid tegenwoordig zwak en machteloos schijnt te zijn.

Document

Naam: GODSDIENSTVRIJHEID, VOORWAARDE TOT EEN VREEDZAME SAMENLEVING
Boodschap voor de 21e Wereldvredesdag 1988
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Boodschap
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 8 december 1987
Copyrights: © 1988, SRKK
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam