• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. PAULUS - DE GEEST IN ONZE HARTEN

Beste broeders en zusters,

zoals in de twee voorafgaande catechesen, besteden we ook vandaag aandacht aan de heilige Paulus en zijn denken. We hebben in hem te maken met een gigant, niet alleen op het vlak van het concrete apostolaat, maar ook op dat van de theologische leer die bij hem buitengewoon diep en stimulerend is. Nadat we de vorige keer gemediteerd hebben over wat Paulus heeft geschreven met betrekking tot de centrale plaats die Jezus Christus inneemt in ons geloofsleven, willen we vandaag zien wat hij over de heilige Geest zegt en over zijn aanwezigheid in ons, want ook op dit punt heeft de Apostel ons iets heel belangrijks te leren.

We weten wat de heilige Lucas ons in de Handelingen van de Apostelen zegt over de heilige Geest, waar hij het Pinkstergebeuren beschrijft. De Geest van Pinksteren brengt een krachtige impuls met zich mee om de verantwoordelijkheid voor de missie op te nemen en van het Evangelie te gaan getuigen langs de wegen van de wereld. Het Boek van de Handelingen vertelt in feite het verhaal van een hele reeks door de Apostelen volbrachte missies, eerst in Samaria, vervolgens in het kustgebied van Palestina en daarna richting Syrië. Met name wordt het verhaal verteld van de drie grote missiereizen die Paulus heeft ondernomen, zoals ik al in een Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Paulus van Tarsus, Apostel
(25 oktober 2006)
in herinnering heb geroepen. Sint Paulus spreekt echter in zijn Brieven ook vanuit een andere invalshoek over de Geest. Hij laat het niet alleen bij het belichten van de dynamische en werkzame dimensie van de derde Persoon van de allerheiligste Drie-eenheid, maar analyseert er ook de aanwezigheid van in het leven van de christen, wiens identiteit er door getekend wordt. Anders gezegd: Paulus denkt over de Geest na door niet alleen zijn invloed uit te leggen op het handelen van de christen, maar ook op diens zijn.

Hij zegt immers dat de Geest van God in ons woont Vgl. Rom. 8, 9 Vgl. 1 Kor. 3, 16 en dat God "de Geest van zijn Zoon in ons hart heeft gezonden" (Gal. 4, 6). Voor Paulus is het dus zo dat de Geest ons in onze diepste intimiteit kenmerkt. De volgende woorden van hem zijn in deze van relevante betekenis: "De wet van de Geest die in Christus Jezus het leven schenkt, heeft u vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood... De Geest die gij ontvangen hebt, is er niet een van slaafsheid, die u opnieuw vrees zou aanjagen, Gij hebt een geest van kindschap ontvangen, die ons doet uitroepen: Abba, Vader!" (Rom. 8, 2.15). Omdat wij zijn kinderen zijn, mogen wij "Vader" zeggen tegen God. Zo is goed te zien dat de christen, nog vóór dat hij tot handelen komt, al een rijke en vruchtbare innerlijkheid bezit, die hem geschonken is in de Sacramenten van het Doopsel en het Vormsel, een innerlijkheid die hem in een objectieve en oorspronkelijke relatie van kindschap plaatst ten opzichte van God.

Hierin ligt onze grote waardigheid: dat wij niet alleen beeld van God zijn, maar kinderen van God. Dit houdt dan ook de uitnodiging in om dit kindschap te beleven, om ons steeds meer bewust te zijn dat wij aangenomen kinderen zijn in het grote gezin van God. Het is een uitnodiging om deze objectieve gave om te vormen tot een subjectieve werkelijkheid, bepalend voor ons denken, voor ons handelen, voor ons zijn. God beschouwt ons als zijn kinderen, omdat hij ons tot een gelijksoortige (simile), zij het niet gelijke (uguale) waardigheid heeft verheven als die van Jezus zelf, de enige ware Zoon, in de volle betekenis. In Hem wordt ons het kind zijn gegeven, of teruggegeven, en daarmee de vertrouwvolle vrijheid in relatie tot de Vader.
Zo ontdekken we dat voor de christen de Geest niet meer alleen de "Geest van God" is, zoals het gewoonlijk in het Oude Testament wordt gezegd en ook herhaald blijft worden in het christelijke spraakgebruik Vgl. Gen. 41, 38 Vgl. Ex. 31, 3 Vgl. 1 Kor. 2, 11.12 Vgl. Fil. 3, 3 . En ook is hij niet alleen maar een heilige geest in algemene zin, volgens de uitdrukkingswijze van het Oude Testament Vgl. Jes. 63, 10.11 Vgl. Ps. 51, 13 , en van het Jodendom zelf in haar geschriften (uit bv. Qumran, het Rabbinisme). Het hoort specifiek tot het christelijk geloof te belijden dat de verrezen Heer op een oorspronkelijke wijze in deze Geest deelt. Zelf is Hij immers "levendmakende Geest" geworden (1 Kor. 15, 45). Juist hierdoor kan Paulus rechtstreeks spreken van "de Geest van Christus" (Rom. 8, 9), van "de Geest van de Zoon" (Gal. 4, 6) of van "de Geest van Jezus Christus" (Fil. 1, 19). Het is alsof hij wil zeggen dat niet alleen God de Vader zichtbaar is in de Zoon Vgl. Joh. 14, 9 , maar dat ook de Geest van God zich uitdrukt in het leven en handelen van de gekruisigde en verrezen Heer!
Paulus leert ons nog iets anders dat ook belangrijk is: hij zegt dat er geen waarachtig gebed bestaat zonder de aanwezigheid van de Geest in ons. Hij schrijft immers: "De Geest komt onze zwakheid te hulp, want wij weten niet eens hoe wij behoren te bidden" - hoe waar is het dat wij niet weten hoe met God te spreken -; "maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En Hij die de harten doorgrondt, weet waar de Geest op zint, want Hij pleit voor de heiligen naar Gods bedoeling" (Rom. 8, 26-27).

Met andere woorden: de heilige Geest, dat wil zeggen de Geest van de Vader en van de Zoon, is voortaan als de ziel van onze ziel, het meest geheime gedeelte van ons wezen, waaruit onophoudelijk een beweging van gebed opstijgt naar God waarvan wij niet eens de woorden nader kunnen preciseren. De Geest immers, die altijd in ons is, spreekt ten beste voor onze noden en biedt de Vader onze aanbidding aan, samen met onze diepste verlangens. Uiteraard is daarvoor een niveau vereist van grote geleefde communio met de Geest, en houdt het een uitnodiging in om steeds gevoeliger, aandachtiger te zijn voor deze aanwezigheid van de Geest in ons, deze om te zetten in gebed, naar deze aanwezigheid te luisteren en zo te leren bidden, te spreken met de Vader als kinderen in de heilige Geest.
En de heilige Paulus leert ons nog een ander kenmerkend aspect van de Geest: zijn verbinding met de liefde. Zo schrijft immers de Apostel: "De hoop wordt niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de heilige Geest die ons werd geschonken" (Rom. 5, 5). In mijn Encycliek Paus Benedictus XVI - Encycliek
Deus Caritas Est
God is Liefde
(25 december 2005)
heb ik een welsprekende zin van Augustinus aangehaald: “Als je de liefde ziet, zie je de allerheiligste Drie-eenheid” Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 19, en vervolgens uitgelegd: " De Geest is namelijk de innerlijke kracht die hun hart (d.i.: van de gelovigen) met het hart van Christus in overeenstemming brengt en hen beweegt, de broeders en zusters zo lief te hebben als Hij hen heeft liefgehad" Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 19. De Geest plaats ons in het ritme zelf van het goddelijk leven, dat leven van liefde is, door ons persoonlijk deelgenoot te maken aan de betrekkingen die lopen tussen de Vader en de Zoon.

Het is niet zonder betekenis dat Paulus, wanneer hij de verschillende bestanddelen opsomt van de vruchten van de Geest, de liefde op de eerste plaats zet: "De vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, enz." (Gal. 5, 22). En omdat de liefde per definitie verenigt, betekent dat vooral dat de Geest de schepper is van de communio binnen de christelijke gemeenschap, zoals we aan het begin van de heilige Mis zeggen met een uitdrukking van Paulus: "... de gemeenschap van de heilige Geest (dat wil zeggen: die gemeenschap die door Hem wordt bewerkt) zij met u allen" (2 Kor. 13, 13). Maar van de andere kant is het ook waar dat de Geest ons aandrijft om betrekkingen van liefde aan te gaan met alle mensen, zodat wij wanneer wij liefhebben ruimte geven aan de Geest en het Hem mogelijk maken zich ten volle uit te drukken. Zo laat zich begrijpen waarom Paulus op dezelfde bladzijde van de brief aan de Romeinen twee aansporingen bij elkaar zet: "Weest vurig in de Geest" en "Vergeldt niemand kwaad met kwaad" (Rom. 12, 11.17).
Tenslotte is de Geest volgens Paulus een rijkelijk handgeld, ons door God zelf gegeven als voorschot en tegelijk als onderpand van onze toekomstige erfenis Vgl. 2 Kor. 1, 22 Vgl. 2 Kor. 5, 5 Vgl. Ef. 1, 13-14 . Zo leren we van Paulus dat de werking van de Geest ons leven richt op de grote waarden van de liefde, de vreugde, de communio en de hoop. Het is aan ons dat iedere dag te ervaren door ons te voegen naar de innerlijke influisteringen van de Geest, terwijl we bij het onderscheiden daarvan geholpen worden door de heldere leiding van de Apostel.
Zie ook:
Volgende catechese in deze reeks: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Paulus - Het leven in de Kerk
(22 november 2006)

Overzicht van deze gehele reeks catecheses:
Christus en Zijn Kerk, toegelicht in de apostelen en in de Vaders (Catecheses door Paus Benedictus XVI)
Dossier: Catecheses van de Paus tijdens de wekelijkse Algemene Audienties

Document

Naam: H. PAULUS - DE GEEST IN ONZE HARTEN
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 15 november 2006
Copyrights: © 2006, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling, alineaverdeling en -nummering: Past. Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 30 augustus 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam