• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

"GEEFT GIJ HUN TE ETEN" (MT. 14, 16)
Boodschap voor de Veertigdagentijd 1996

Geliefde broeders en zusters

De Heer roept ons wederom de Heer te volgen op de weg van de vasten. Elk jaar woorden alle gelovigen uitgenodigd om individueel en als gemeenschap opnieuw gehoor te geven aan de roeping van onze doop en de vruchten van de bekering te dragen. De Veertigdagentijd is een weg van een steeds diepgaandere creatieve reflectie, die inspireert tot boetedoening en een nieuwe stimulans geeft aan alle aspecten van ons verlangen om het evangelie te volgen. Het is een reis van liefde die het hart van de gelovigen openstelt voor ons broeders en zusters en hen tot God brengt. Jezus vraagt zijn leerlingen om in hun leven naastliefde uit te stalen. Dit nieuwe gebod van de liefde vormt de gezaghebbende samenvatting van de Tien Geboden die God op de berg Sinaï aan Mozes toevertrouwde. Wij komen dagelijks in aanraking met mensen die honger en dorst hebben, zieken, verschoppelingen of migranten. We worden in deze veertigdagentijd uitgenodigd om meer aandacht te schenken aan het lijden dat zich op hun gezichten aftekent: gezichten die ons uitdagen om de verschillende vormen van armoede te erkennen, die in onze tijd nog altijd bestaan.

Het Evangelie laat zien dat de Verlosser met name begaan is met mensen die het moeilijk hebben. Hij vertelt ze van het Koninkrijk van God en geneest de mensen die in lichamelijke geestelijke nood verkeren Dan zegt Hij tegen zijn leerlingen: ‘Geeft gij hun te eten.’ De leerlingen realiseren zich dan echter dat ze maar vijf broden en twee vissen hebben. Net als de discipelen in Betsaïda zijn wij ons ervan bewust dat de middelen waarover we beschikken, beslist niet toereikend zijn om te voorzien in de behoeften van de bijna 800 miljoen mensen die honger lijden of ondervoed zijn en die op de drempel van het jaar 2000 nog altijd moeten vechten om te overleven. Wat kunnen we doen? Laten we het zoals het is en berusten we erin dat we machteloos staan? Die vraag wil ik aan het begin van de vasten aan alle gelovigen en aan de kerk als geheel stellen. Al die mensen die honger lijden – kinderen, vrouwen, bejaarden, immigranten, vluchtelingen, werklozen – richten hun noodkreet tot ons. Ze smeken ons, in de hoop gehoord te worden. Hoe zouden we onze oren en ons hart kunnen sluiten en niet de vijf broden en twee vissen beschikbaar stellen, die God ons in handen gegeven heeft? Als elk van ons iets bijdraagt, kunnen we met elkaar iets voor hen doen. Natuurlijk zal dit offers vragen, die een diepe innerlijke bekering vereisen. Het betekent ongetwijfeld dat we verandering moeten brengen in ons buitensporige consumptiegedrag dat we het hedonisme moeten bestrijden en ons moeten verzetten tegen onverschilligheid en de neiging om ons aan onze persoonlijke verantwoordelijkheden te onttrekken.
Honger is een verschrikkelijke tragedie die de mensheid kwelt. Dat moeten we dringend onder ogen zien. We moeten vastbesloten en grif steun geven aan de verschillende organisaties en bewegingen die opgericht zijn om het lijden van mensen die van de honger dreigen te sterven, te verlichten. Daarbij gaat de aandacht met name uit naar mensen die buiten de boot van de overheidshulp en internationale projecten vallen. Het is noodzakelijk om de strijd tegen de honger voort te zetten in zowel de minder ontwikkelde landen, als in de meest ontwikkelde landen waar helaas sprake is van een steeds groter wordende kloof tussen rijk en arm.

De aarde bevat voldoende rijkdommen om de gehele mensheid te eten te kunnen geven. Daar moeten we op een verstandig manier gebruik van leren maken, met respect voor het milieu en het ritme van de natuur en het ritme van de natuur, en wij moten borg staan voor een eerlijke en rechtvaardige manier van handel drijven en voor een welvaartsverdeleling die rekening houdt met de plicht tot solidariteit. Sommige mensen zullen missen zeggen dat dit een grootse onbereikbare utopie is. De sociale leer en activiteiten van de kerk bewijzen echter het tegendeel: waar mannen en vrouwen zich tot het Evangelie wenden, wordt dit project van delen en solidariteit een opmerkelijke realiteit.

Terwijl we enerzijds getuige zijn van de vernietiging van grote hoeveelheden produkten die noodzakelijk zijn voor het menselijk bestaan, doet ons verdriet om de lange rijen mensen te zien die op hun beurt wachten bij gaarkeukens of rond konvooien van humanitaire organisaties die zich inzetten om de noodzakelijke voorraden te distribueren. Zelfs in grote moderne steden ziet men regelmatig mensen vuinisbakken doorzoeken na het sluiten van de plaatselijke markt.

Hoe kan ons hart bij het zien van die soort taferelen, die wijzen op schrijnende tegenstellingen, nou niet in opstand komen? Het moet ons toch wel spontaan aanzetten tot christelijke naastenliefde? Oprechte christelijke solidariteit is echter niet maar bevlieging.

Alleen als het ons van jongs af met geduld en verantwoordelijkheid is bijgebracht, kan solidariteit een fundamentele persoonlijke levenshouding worden die invloed heeft op al ons handelen en op alle terreinen van onze verantwoordelijkheid. Er moet en moet een algemeen bewustwordingsproces op gang worden gebracht, dat in staat om de hele samenleving erbij te betrekken. De katholieken kerk streeft er in nauwe

samenwerking met andere kerkgenootschappen naar om haar eigen specifieke bijdrage aan dat proces te leveren. Hier door zet zij zich op fundamentele wijze in voor de bevordering van het menselijk welzijn en het broederlijke delen waarbij de armen zelf op alle mogelijke mannieren betrokken moeten worden.

Geliefde broeders en zusters!

Ik vertrouw u deze vastenoverwegingen toe, zodat u ze persoonlijk en als gemeenschap onder leiding van uw pastoor kunt overdenken. Ik verzoek uw dringend om duidelijke praktische stappen te nemen waardoor de enkele broden en vissen waarover u beschikt, vermenigvuldigd zullen worden. Dat is een effectieve vorm van hulp bij de aanpak van de verschillende vormen van honger en het is een oprechte manier om deze door God gegeven Vastentijd, en tijd van bekering en verzoening te beleven. Bij de uitvoering van de veeleisende voornemens, schenk ik u allen van harte mijn apostolische zegen als een belofte van kracht en troost.

Moge God ons de genade geven om ruimhartig, onder gebed en boetedoening de weg naar het Paasfeest af te leggen.

Gegeven in Castelgandolfo, op 8 sepetember, de feestdag van de geboorte van de heilige Maagd Maria in jaar 1995, het zeventiende van mijn pontificaat.

Paus Johannes Paulus II

Document

Naam: "GEEFT GIJ HUN TE ETEN" (MT. 14, 16)
Boodschap voor de Veertigdagentijd 1996
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Boodschap
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 8 september 1995
Copyrights: © 1996, SRKK Utrecht
Vert.: drs. P.C. de Die
Bewerkt: 26 maart 2015

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam