• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

FAMILIE A DEO INSTITUTA
Oprichting van de Pauselijke Raad voor het Gezin

Het gezin is door God ingesteld als de eerste en vitale cel van de menselijke samenleving, door Christus, de Verlosser, die in het gezin van Nazareth heeft willen geboren worden, zo hoog verheven, dat het huwelijk, dat toch de innigste gemeenschap is van de echtelijke liefde en van het echtelijk leven, en waaruit het gezin voortkomt, tot de waardigheid van Sacrament is verheven, waardoor het mystieke verbond van zijn liefde met de kerk doeltreffend zou worden aangeduid. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 48

Daar dit aldus vaststaat heeft het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie het gezin als 'huiskerk' omschreven 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 11 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het lekenapostolaat, Apostolicam Actuositatem (18 nov 1965), 11, en door dit te leren heeft het aangetoond voor welke bijzondere taken het gezin bestemd is, taken die in het hele heilsplan moeten worden vervuld. Dit verplicht dus alle betreffende gezinnen om, ieder naargelang zijn eigen zending, die drievoudige profetische, priesterlijke en koninklijke taak uit te voeren, die Christus aan de kerk heeft toevertrouwd.

De Kerk is altijd bezorgd geweest voor het gezin en de problemen waarmee het in de loop der tijden te maken kreeg. Nu nemen tegenwoordig niet alleen de middelen toe waardoor het gezin kan worden geholpen, maar ook de gevaren van allerlei aard waaraan het is blootgesteld. Daarom is het niet vreemd dat de Kerk met groter zorg haar ogen op het gezin richt.

Een bewijs van deze apostolische bezorgdheid is het werk dat onze grote voorganger, Paulus VI zaliger gedachtenis, heeft ondernomen. Deze besloot namelijk op elf januari 1973 een 'Comité voor het gezin' op te richten, bijzonder belast met bestudering van de geestelijke, morele en sociale problemen vanuit, pastoraal standpunt vgl. Archief van de Kerken 28 (1973), 274. Dit Comité was weliswaar bedoeld als een instelling voor pastoraal onderzoek ten dienste van de Kerk en met name van de Heilige Stoel. Het motu proprio 'H. Paus Paulus VI - Motu Proprio
Apostolatus Peragendi
Hervorming van de Curie (10 november 1976)
' bepaalde overigens, dat dit 'Comité voor het gezin', met volkomen behoud van eigen structuur en taken, zou steunen op de 'Pauselijke Raad voor de Leken'.

De aandachtige overweging echter van de ervaring van de laatste jaren, maar vooral de noodzaak om op een aangepaster wijze te beantwoorden aan de langdurige verwachting van het christen volk, zoals de bisschoppen van heel de wereld erkenden en op de onlangs gehouden bisschoppensynode over het gezin naar voren is gebracht, is de aanleiding geweest aan de Raad of het Comité voor het gezin een nieuw voorkomen te geven en als het ware een eigen structuur te verlenen opdat de problemen en moeilijkheden waarmee het gezin wordt geconfronteerd en geteisterd nieuwe geneesmiddelen vinden ten minste wat betreft de uitoefening van de pastorale en apostolische activiteit op dit ongetwijfeld voornaamste gebied van de menselijke gemeenschap. Daarom, na alles afgewogen en de mening gevraagd te hebben zowel van onze eerbiedwaardige broeders, de kardinalen van de heilige Roomse Kerk op de bijzondere bijeenkomst in november 1979, als ook van de bisschoppensynode en van deskundigen, wordt het volgende besloten:
Art. I
Er wordt een 'Pauselijke Raad voor het Gezin' opgericht om het 'Comité voor het gezin' op te volgen en in zijn plaats te komen, dat door dit feit ophoudt te bestaan.
Art. II
Deze Raad wordt voorgezeten door een kardinaal, die wordt bijgestaan door een 'presidium' dat bestaat uit bisschoppen uit verschillende continenten en de secretaris van dezelfde Pauselijke Raad voor het Gezin en de vice-voorzitter van de Pauselijke Raad voor de Leken. De kardinaal-voorzitter wordt geholpen door een secretaris en een ondersecretaris.

Een passend aantal functionarissen uit verschillende landen die deskundig zijn en bijzondere pastorale ervaring hebben op dit gebied, zullen beschikbaar gesteld worden voor taken op de bureaus.

Art. III
De leden van de Pauselijke Raad zijn leken, mannen en vrouwen, vooral gehuwden uit alle delen van de wereld en uit verschillende milieus en beroepen. Dezen worden alleen door de Paus benoemd en komen ten minste eenmaal per jaar in voltallige vergadering bijeen.
Art. IV
De Pauselijke Raad maakt gebruik van de medewerking van deskundigen in verschillende wetenschappen, maar vooral in vraagstukken die het gezin betreffen. Ook priesters en religieuzen kunnen tot de consultoren worden gerekend.

Deze allen vormen het corps van consultoren, waarvan het de taak is adviezen te geven en wensen naar voren te brengen over datgene wat door de voorzitter en de leden aanhangig wordt gemaakt; ook kan hun, hetzij persoonlijk hetzij gezamenlijk op bijeenkomsten die op bepaalde tijden gehouden moeten worden, om hun mening worden gevraagd.

Art. V

Taak: de Pauselijke Raad voor het Gezin bevordert de pastorale zorg voor de gezinnen en het apostolaat dat het gezin eigen is door uitvoering te geven aan de leer en de geest van het kerkelijk leergezag, opdat de christelijke gezinnen de taak van opvoeden, evangeliseren en apostolaat beoefenen vervullen, waartoe ze zijn gehouden.

In het bijzonder:

  1. zorgt hij er voor met de bisschoppen, de bisschoppenconferenties en hun instellingen die met de leiding van de gezinspastoraal belast zijn - deze in een geest van dienstbaarheid helpend en hun eigen acties respecterend - informatie uit te wisselen en ervaringsgegevens en wat de gezinspastoraal kan richten en vormen;
  2. hij zorgt dat de kerkelijke leer over de gezinsvraagstukken wordt verspreid, opdat deze in haar geheel bekend en volledig aan het christelijk volk overgebracht kan worden, zowel in de catechese als in het wetenschappelijk onderzoek;
  3. pastorale plannen voor een verantwoorde voortplanting volgens de uitspraken van de kerk begunstigt hij en stelt hij op;
  4. hij moedigt aan dat studie wordt gemaakt van de huwelijks- en gezinsspiritualiteit;
  5. hij stimuleert, ondersteunt en coördineert de inspanningen om het menselijk leven te allen tijde en vanaf de ontvangenis te verdedigen;
  6. hij bevordert de studies, ook door wetenschappelijke instellingen (theologische en pastorale), die op dit gebied meer bevoegd zijn en die niet alleen bijzondere moeite doen, maar er ook naar streven de theologische en menselijke kennis over vraagstukken die aan het gezin eigen zijn zó te vervolledigen dat heel de leer van de kerk voor alle mensen van goede wil toegankelijk wordt en het inzicht ervan steeds wordt verdiept;
  7. hij verzorgt de betrekkingen met bewegingen die, hoewel ze met andere godsdiensten (en andere manieren van denken) verbonden zijn, toch de natuurwet onderhouden en een gezonde beoefening van het menszijn voorstaan;
  8. hij zorgt voor de bijzondere vorming van de leken, die zich individueel of gezamenlijk met het gezinsapostolaat bezig houden; hij inspireert tot, steunt en regelt de ijver van katholieke gezinsverenigingen, zowel nationaal als internationaal, en van allerlei groeperingen die het lekenapostolaat beoefenen, in de belangrijkste zaken die typisch zijn voor het gezin. Dit doet hij met inachtneming van het recht van de Pauselijke Raad voor de Leken en er mee samenwerkend. Om deze reden onderhoudt hij bijzondere relaties met de Pauselijke Raad voor de Leken zelf en wisselt daarmee kennis van zaken uit, waardoor beraadslagingen, voorstellen en plannen gecoördineerd kunnen worden;
  9. hij helpt de dicasteria en instellingen van de Romeinse Curie en krijgt er wederkerig hulp van in op hun terrein liggende zaken, die op een of andere manier met het leven van en de pastorale zorg voor de gezinnen te maken hebben; vooral zijn bedoeld de zaken die behoren tot de gezinscatechese, het theologisch onderricht over het gezin aan de jongeren op seminaries en katholieke universiteiten, de theologische en pastorale vorming en opleiding van toekomstige mannelijke en vrouwelijke religieuzen, in die zaken die aan het gezin eigen zijn, tenslotte de werkzaamheden van de Heilige Stoel met internationale organen die op dit gebied gezag hebben en met afzonderlijke staten, opdat de rechten van het gezin steeds meer erkend en verdedigd worden;
  10. hij bevordert - door middel van de pauselijke vertegenwoordigingen - het opsporen van documenten over de menselijke, sociale en pastorale situatie van de gezinnen in de verschillende gebieden.
Art. VI
Doorbijzondere normen ad experimentum zal er voor gezorgd worden dat dit motu propno in praktijk wordt gebracht, en dat, met inachtneming van wat door de constitutie 'H. Paus Paulus VI - Apostolische Constitutie
Regimini Ecclesiae Universae
Over de Romeinse Curie (15 augustus 1967)
' en 'Curiae Romanae Generali Institutione' bepaald wordt, het interne leven van de Pauselijke Raad voor het Gezin wordt geregeld.

Gegeven te Rome bij Sint Pieter, 9 mei 1981, het derde jaar van ons pontificaat.

Johannes Paulus PP. II

Document

Naam: FAMILIE A DEO INSTITUTA
Oprichting van de Pauselijke Raad voor het Gezin
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Motu Proprio
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 9 mei 1981
Copyrights: © 1981, Archief van Kerken, jrg. 36, p. 1139-1142
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam