• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Betekenis van de gemeenschap

De kerkleer van de gemeenschap is het centrale en fundamentele begrip in de documenten van het Concilie. De koinonia-gemeenschap, gebaseerd op de Heilige Schrift, werd hoog in ere gehouden in de oude Kerk en tot op heden in de oosterse Kerken. Daarom heeft Vaticanum II er veel waarde aan gehecht dat de Kerk, als gemeenschap, duidelijker begrepen en meer concreet vertaald werd in het leven. Wat betekent in zijn complexiteit het woord 'gemeenschap'? Het gaat fundamenteel om de gemeenschap met God, door Jezus Christus, in de Heilige Geest. Deze gemeenschap is in het woord van God en in de sacramenten. De Doop is de toegang tot en de basis van de gemeenschap in de Kerk. De Eucharistie is de bron en het hoogtepunt van heel het christelijke leven Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 11. De gemeenschap van het eucharistische lichaam van Christus betekent en verschaft, dat wil zeggen geeft vorm aan de intieme gemeenschap van alle gelovigen in het lichaam van Christus, die de Kerk is Vgl. 1 Kor. 10, 16 . Daarom kan de ecclesiologie (kerkleer) van de gemeenschap zich niet beperken tot louter vragen wat betreft de organisatie of tot problemen die slechts betrekking zouden hebben op de machten. Maar de ecclesiologie van de gemeenschap is ook de basis van de orde in de Kerk en vooral van een correcte relatie tussen eenheid en pluriformiteit in de Kerk.

Eenheid en pluriformiteit in de Kerk
Net zoals wij in één enkele God geloven en in één enige middelaar, Jezus Christus, in één geest, hebben we één doop en één eucharistie, waardoor de eenheid en de eenvormigheid van de Kerk hun betekenis en hun opbouw krijgen. Het is bijzonder belangrijk in onze tijd dat de Kerk, één en enig, als sacrament een teken en een instrument van eenheid en verzoening is, van vrede onder de mensen, de naties, de klassen in de maatschappij en de volkeren. In de eenheid van het geloof en van de sacramenten en in de hiërarchische eenheid, speciaal met het centrum dat Christus ons gegeven heeft in de dienst van Petrus, is de Kerk dat Messiaanse volk waarover de Constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
spreekt. Zo vormt de kerkelijke gemeenschap met Petrus en zijn opvolgers geen obstakel, maar loopt vooruit op en is een profetisch teken van een volmaaktere eenheid. Aan de andere kant is één en dezelfde Geest werkzaam met een grote verscheidenheid van geestelijke gaven en charisma's Vgl. 1 Kor. 12, 4 , en wordt één en dezelfde Eucharistie op verschillende plaatsen gevierd. Daarom is de enige en universele Kerk werkelijk aanwezig in alle afzonderlijke Kerken 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk, Christus Dominus (28 okt 1965), 11, en zijn deze naar het beeld van de universele Kerk gevormd, zodat de Katholieke Kerk één en enig in en door de afzonderlijke Kerken bestaat 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 23. We hebben hier het ware theologische principe van verscheidenheid en pluriformiteit in eenheid, maar we moeten pluriformiteit wel onderscheiden van pluralisme. Wanneer pluriformiteit een echte rijkdom is en de volheid brengt, dan is zij echte katholiciteit. Terwijl daarentegen pluralisme in fundamenteel tegengestelde posities tot oplossing, vernietiging en verlies van de eigen identiteit leidt.
De Oosterse Kerken
Vanuit dit aspect van de gemeenschap nu heeft de Katholieke Kerk veel achting voor de instellingen, liturgische rites en kerkelijke tradities van de Oosterse Kerken en voor de discipline van hun christelijk leven, want zij schitteren door hun eerbiedwaardige ouderdom en bewaren ook de traditie van de Apostelen door de (kerk-) Vaders 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de Oosterse Kerken, Orientalium Ecclesiarum (21 nov 1964), 1. Sinds de vroegste tijden hebben zij de patriarchale structuur, die erkend is door de eerste oecumenische concilies 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de Oosterse Kerken, Orientalium Ecclesiarum (21 nov 1964), 7. Hier komt nog bij dat de Oosterse Kerken getuigd hebben van hun geloof in Christus en in zijn Kerk door de dood en het bloed van hun martelaren.
Collegialiteit
De ecclesiologie van de gemeenschap biedt de sacramentele basis voor de collegialiteit. Daarom is de theologie van collegialiteit veel breder dan een louter juridische aangelegenheid. De affectieve collegialiteit is uitgestrekter dan de effectieve collegialiteit opgevat in een uitsluitend juridische betekenis. De affectieve collegialiteit is de ziel van de samenwerking tussen de bisschoppen in het regionale, nationale en internationale veld. In de beperkte betekenis van het woord omvat het collegiale handelen de activiteit van het hele college, met inbegrip van zijn leider, in de gehele Kerk. Het meest komt dit tot uiting in het oecumenisch concilie. In heel de theologische vraagstelling betreffende de betrekking tussen de primaat en het bisschoppelijke college kan geen onderscheid gemaakt worden tussen de paus en de bisschoppen samen, maar tussen 'de paus alleen' en 'de paus samen met de bisschoppen' 2e Vaticaans Concilie, Overig document, Verklarende nota bij nr. 22 Uit de Akten van het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie, Nota explicativa praevia - Ex Actis Ss. Oecumenici Concilii Vaticani II (16 nov 1964), 6. Voorafgaande verklarende nota bij <i>Lumen Gentium</i>, nr 3, omdat het college alleen mèt zijn 'leider' en nooit zónder hem drager van het hoogste en algehele gezag over de hele Kerk 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 22, is. Van deze eerste vorm van collegialiteit in de strikte zin van het woord, moeten onderscheiden worden de verschillende gedeeltelijke verwezenlijkingen, die een authentiek teken en een instrument zijn van de geest van het college: de Synode van de bisschoppen, de bisschoppenconferenties, de Romeinse curie, de 'ad limina'-bezoeken, enz. Ze kunnen niet alle rechtstreeks afgeleid worden van het theologische principe van collegialiteit, maar worden geregeld door het kerkelijk recht. Deze vormen echter, en nog andere ook, zoals de herderlijke reizen van de paus, zijn een belangrijke dienst aan het hele college van de bisschoppen samen met de paus, en ook aan de bisschoppen individueel, die door de Heilige Geest belast zijn met het besturen van de Kerk van God Vgl. Hand. 20, 28 .
De Bisschoppenconferenties
De geest van collegialiteit heeft een concrete toepassing in de bisschoppenconferenties 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 23. Niemand kan het pastorale nut en minder nog de noodzaak ervan in de huidige situatie in twijfel trekken. In de bisschoppenconferenties voeren de bisschoppen van een natie of van een gebied samen hun pastorale dienst uit 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk, Christus Dominus (28 okt 1965), 38 Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 447. In hun wijze van handelen moeten de bisschoppenconferenties gericht zijn op het welzijn van de Kerk, dat wil zeggen de dienst aan de eenheid en de onvervreemdbare verantwoordelijkheid van iedere bisschop voor de universele Kerken en zijn afzonderlijke Kerk.
Deelname en verantwoordelijkheid in de Kerk
Opdat de Kerk gemeenschap is, moet er deelname en medeverantwoordelijkheid op alle niveaus zijn. Dit algemene principe moet verschillend worden begrepen al naar gelang de omgeving. Tussen de bisschop en zijn presbyterium bestaat een relatie die gebaseerd is op het sacrament van het priesterschap. Op die manier stellen de priesters in zekere zin hun bisschop aanwezig in de plaatselijke bijeenkomsten van de gelovigen, nemen zij in hun dagelijkse werk gedeeltelijk zijn taken over en geven zij uitdrukking aan diens dagelijkse zorg 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 28. Daarom moeten er tussen de Bisschoppen en hun priesters vriendschappelijke betrekkingen en volmaakte vertrouwensbanden bestaan. De bisschoppen voelen zich dankbaar verbonden met hun priesters, die actief deel hebben genomen aan de toepassing van het Concilie 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de priesteropleiding, Optatam Totius Ecclesiae (28 okt 1965), 1. In hun nabijheid willen zij hen helpen en ondersteunen in hun vaak weinig gemakkelijke werk, dat vooral parochiewerk is. Tenslotte moet een geest van samenwerking tussen de diaken, de bisschop en de kloosterlingen die in zijn Kerk werken bevorderd worden. Bovendien is er, sinds het Tweede Vaticaans Concilie, gelukkigerwijze een nieuwe vorm van samenwerken tussen de leken en de geestelijkheid ontstaan. De geest van beschikbaarheid waarmee zoveel leken zich in dienst van de Kerk gesteld hebben, moet gerekend worden tot de beste vruchten van het Concilie. Daarin hebben wij een nieuwe ervaring dat wij de gehele Kerk zijn. Vaak is er in de afgelopenjaren gediscussieerd over de roeping en de opdracht van de vrouw. De Kerk moet ervoor zorgen, dat de vrouwen in de Kerk zó hun plaats hebben, dat zij hun eigen gaven op een passende wijze in dienst van de Kerk kunnen stellen en een ruimer aandeel hebben in de verschillende sectoren van het apostolaat van de Kerk Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het lekenapostolaat, Apostolicam Actuositatem (18 nov 1965), 9. Laten de pastores de medewerking van vrouwen in de activiteit van de Kerk dankbaar aanvaarden en bevorderen. Het Concilie noemt de jongeren de hoop van de Kerk 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 2. Deze Buitengewone Synode richt zich met een speciale liefde en een groot vertrouwen tot de jongeren en verwacht veel van hun edelmoedige inzet; de Synode spoort hen krachtig aan de erfenis van het Concilie op te nemen, deze energiek toe te passen door hun rol te gaan spelen in de missie van de Kerk. De Kerk is gemeenschap, daarom zijn de zogenaamde nieuwe 'kerkelijke basisgemeenschappen', als zij werkelijk in eenheid met de Kerk leven, een echte uitdrukking van gemeenschap en een middel om een diepere gemeenschap op te bouwen. Deze gemeenschappen vormen dus een reden tot grote verwachtingen voor het leven van de Kerk.
Oecumenische gemeenschap
Door zich te baseren op de ecclesiologie van de gemeenschap heeft de Katholieke Kerk, in de tijd van het Tweede Vaticaans Concilie, haar oecumenische verantwoordelijkheid volledig op zich genomen.

Na deze twintig jaren kunnen wij stellen dat de oecumenische gedachte zich grondig en onuitwisbaar vastgezet heeft in het bewustzijn van de Kerk. Als bisschoppen wensen wij vurig dat de onvolledige gemeenschap die al bestaat met de niet-katholieke Kerken en gemeenschappen met Gods genade tot volledige gemeenschap komt. De oecumenische dialoog moet gevoerd worden op verschillende wijze op de verschillende niveaus in de Kerk, hetzij door de universele Kerk, hetzij door de afzonderlijke Kerken of door concrete plaatselijke bijeenkomsten. De dialoog moet geestelijk en theologisch zijn. De oecumenische beweging wordt op een bijzondere wijze door gebed voor elkaar bevorderd. De dialoog is authentiek en vruchtbaar als hij de waarheid met liefde en trouw jegens de Kerk presenteert. Dan maakt hij het mogelijk dat de Kerk duidelijker gezien wordt als een sacrament van eenheid. De gemeenschap tussen de katholieken en de andere christenen, die echter nog onvolledig is, roept ons allen op samen te werken op velerlei gebieden en maakt een zeker gemeenschappelijk getuigenis van de heilbrengende liefde van God jegens de wereld die het heil nodig heeft mogelijk.
Aanbevelingen
  1. Gezien het feit dat het nieuwe Wetboek
    Codex Iuris Canonici
    Codex van het Canonieke recht
    (25 januari 1983)
    , dat onlangs van kracht geworden is, in belangrijke mate bijdraagt in de toepassing van het Concilie voor de Latijnse kerk, wordt de wens geuit dat de oosterse wetgeving zo snel mogelijk voltooid wordt.
  2. Omdat de bisschoppenconferenties buitengewoon nuttig, ja zelfs noodzakelijk zijn in het pastorale werk van de hedendaagse Kerk, wenst men een studie van haar 'status' zodat vooral de vraag over haar leergezag duidelijker en dieper wordt ontwikkeld, rekening houdend met wat er geschreven staat in het Decreet van het Concilie, 2e Vaticaans Concilie - Decreet
    Christus Dominus
    Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk
    (28 oktober 1965)
    en in het Wetboek
    Codex Iuris Canonici
    Codex van het Canonieke recht
    (25 januari 1983)
    .
  3. Een studie wordt aanbevolen om te onderzoeken of het van kracht zijnde subsidiariteitsprincipe in de menselijke samenleving toegepast kan worden op de Kerk, en in welke mate en in welke zin de toepassing uitgevoerd zou kunnen en moeten worden vgl. Paus Pius XII, AAS 38, 1946, p. 144.

Document

Naam: ECCLESIA SUB VERBO DEI MYSTERIA CHRISTI CELEBRANS PRO SALUTE MUNDI
In Gods Woord viert de Kerk de mysteries van Christus voor het heil van de wereld - Eindrapport van de 2e Buitengewone Bisschoppensynode: 20 jaar na de sluiting van het Tweede Vaticaans Concilie
Soort: Bisschoppensynodes
Auteur: Synodevaders
Datum: 7 december 1985
Copyrights: © 1986, SRKK
Vert.: dr. W. Rood
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam