• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

QUI FAUSTO
Eerste Radioboodschap "Urbi et Orbi"

Eerbiedwaardige Broeders en geliefde zonen in de gehele katholieke wereld!

Op deze gelukkige dag, gewijd aan het allerzoetste Hart van Jezus, waarop Wij het ambt op Ons hebben genomen de kudde des Heren te weiden - een ambt, dat volgens de woorden van de H. Augustinus vóór alles een 'ambt van liefde' H. Augustinus, In Iohannis Evangelium Tractatus. 123, 5 is omdat het immers in vaderlijke liefde over alle schapen, die verlost zijn door het allerkostbaarst Bloed van Jezus Christus moet worden uitgeoefend - op deze dag worden Wij met talrijke gevoelens bezield, maar vooral met een veilig vertrouwen op de almachtige hulp van God. Hij heeft Ons door de overeenstemming van de Vaders van het College der Kardinalen Zijn aanbiddelijke wil kenbaar gemaakt en Ons de zorg voor het bestuur van de heilige Kerk toevertrouwd. Hij zal ongetwijfeld Ons hart, dat wegens de zwaarte van de toevertrouwde taak bevreesd is, wakkere en onversaagde moed schenken, onvermoeibare ijver voor de eer van God en onafgebroken bezorgdheid om het Evangelie van God overal ter wereld openlijk en op de juiste wijze te verkondigen. Bij het begin van Ons Pontificaat herdenken Wij in liefdevolle dankbaarheid vooral Onze naaste Voorgangers, die Ons een heilige en roemrijke erfenis hebben nagelaten: Pius XI met zijn onverschrokken zielskracht; vervolgens Pius XII, die de Kerk met het licht van een leer vol wijsheid vervuld heeft; en tenslotte Johannes XXIII, die aan de gehele wereld de bewijzen van zijn unieke goedheid gaf.

Maar heel in het bijzonder zouden Wij gaarne de zo diep betreurde Johannes XXIII in bewogen eerbied willen herdenken, die in de tijd van zijn kort maar rijk gevulde Pontificaat zó zijn taak heeft waargenomen, dat Hij de harten van alle mensen veroverd heeft, ook van hen die van het katholieke geloof zijn verstoken. Dit nu heeft Hij bereikt door zijn onvermoeibare ijver, door zijn voortdurende oprechte en vurige liefde vooral jegens de zwakken en door zijn apostolische bezorgdheid, de voornaamste karaktertrek waardoor zijn activiteit werd gekenmerkt. Aan deze deugden verbond Hij een bijzondere vriendelijkheid, die van nature voortkwam uit de grote edelmoedigheid van zijn hart. Het bovennatuurlijk licht, waarvan Hij zelf straalde en waardoor Hij de harten op zo'n innemende wijze tot zich trok, schitterde als een vurige vlam in een steeds helderder glans tot aan het eind van zijn leven, dat Hij met zo'n grote zielskracht aan God heeft gewijd om geheel de wereld te bewegen; zó zelfs dat het scheen of alle mensen zich rondom zijn smartelijk ziekbed schaarden en Hij hen allen door de eenstemmigheid van hun berusting, gebeden en gevoelens van eerbied als het ware tot "één hart en één ziel" maakte.

Het heilig erfdeel, dat Wij van Onze naaste Voorgangers eerbiedig overnemen, toont Ons duidelijk de zware last van het ambt, dat Ons is opgelegd. "Wanneer Wij" - om de woorden te gebruiken van Onze Voorganger de H. Leo de Grote - "Onze armzalige zwakheid zien en de grootte van de taak, die Wij op Ons hebben genomen, dan moeten Wij ook het woord van de Profeet spreken: Heer, ik heb Uw woord gehoord en ik ben bang geworden; ik heb Uw werken gezien en ik heb gesidderd ...... Maar omdat Wij de steeds blijvende voorbede van de almachige en eeuwige Priester aan Onze zijde hebben, die, gelijk aan Ons en gelijk aan de Vader, de godheid tot de mensen vernederd heeft en de mensheid tot het goddelijke heeft opgeheven, verheugen Wij Ons nederig en oprecht over Zijn beslissing". H. Paus Leo I de Grote, Sermones. III, 1-2; PL 54, 144-145

Voortzetting Tweede Vaticaans Concilie

Maar het belangrijkste deel van Ons pauselijk ambt wordt zeker opgeëist door de voortzetting van het Tweede Concilie van het Vaticaan, waarop de ogen van alle mensen van goede wil gericht zijn. Dit zal Ons voornaamste werk zijn, waaraan Wij voortaan al Onze krachten zullen wijden, opdat de katholieke Kerk, die "als een standaard, opgeheven boven alle verre landen" Vgl. Jes. 5, 26 in de wereld schittert, door de majesteit van haar natuur, door de overvloedige kracht van haar jeugd, door de vernieuwing van haar instellingen en door de verscheidenheid van haar talrijke leden "uit elke stam en taal en volk en natie" (Openb. 5, 9) alle mensen tot zich zal zal trekken; in de uitoefening van Ons apostolisch ambt stellen Wij Ons als eerste doel voor ogen dat ten aanschouwe van de gehele wereld steeds duidelijker en plechtiger verklaard wordt, dat het zo vurig verlangde heil alleen van het Evangelie van Jezus Christus verwacht moet worden: "want geen andere naam onder de hemel is aan de mensen gegeven, waarin wij gered moeten worden" (Hand. 4, 12).

Hiertoe behoort eveneens dat men moet werken aan de herziening van het Kerkelijk Wetboek en dat men de eenmaal begonnen arbeid moet voortzetten om volgens de richtlijnen in de sociale Encyclieken van Onze Voorgangers de rechtvaardigheid nog beter te doen doordringen in de politieke en maatschappelijke verhoudingen; die rechtvaardigheid namelijk die gevestigd is op de waarheid, de vrijheid en op het wederzijds respect van de rechten en plichten. Want de juiste ordening der naastenliefde, waardoor juist de liefde tot God wordt bevestigd, eist dat alle mensen ernaar streven om de sociale problemen op een rechtvaardiger wijze op te lossen; zij eist ook dat er voor maatregelen gezorgd wordt om de meer behoeftige Naties te helpen, wier burgers dikwijls gedwongen worden een leven te leiden, dat niet strookt met de menselijke waardigheid; zij eist tenslotte dat overal op edelmoedige wijze gemeenschappelijk overleg wordt gepleegd en gezamenlijke pogingen in het werk worden gesteld om de levensvoorwaarden van de mensen te verbeteren. Deze tijd, waarin de wegen tot het hemelruim geopend zijn, zal inderdaad door de overvloedige weldaden van God geheel vervuld worden, wanneer de mensen werkelijk elkaar als broeders en niet als concurrenten beschouwen en wanneer zij een wereldorde kunnen opbouwen, die haar princiepen en haar leiding ontleent aan de heilige vrees voor God, aan de eerbied voor de goddelijke wet en aan de liefde en de wederzijdse samenwerking.

Inspanningen voor de vrede

Bovendien zullen Onze zorgen en gedachten erop gericht zijn om met de hulp van God de vrede onder de volkeren, het hoogste van alle goederen, geheel en al veilig te stellen. Deze vrede bestaat niet alleen in de afwezigheid van oorlogshandelingen of gewapende strijd; maar zij moet ook voortkomen uit de ordening, die door God, Schepper en Verlosser, vastgesteld is en nauwgezet in stand wordt gehouden; zij vereist de vaste en voortdurende wil tot wederzijds respect en tot broederlijke liefde; zij vereist dat de goede wil duidelijk bewezen wordt en dat de werkdadige pogingen tot eendracht, die "in ongeveinsde liefde" (2 Kor. 6, 6) naar het ware welzijn van de mensheid voeren, nooit onderbroken worden.

Op dit ogenblik, nu alle mensen opzien naar de Zetel van waarheid en naar Hem, die geroepen is tot het ambt van Plaatsbekleder van Jezus Christus op aarde, kunnen Wij niet anders doen dan U met de grootste aandrang aan te sporen tot een waarlijk, open en vertrouwvolle eendracht, die de mensen immers in oprechte wederzijdse eerbied vermag te verbinden. Daarom roepen Wij als het ware met de woorden van de goddelijke Verlosser alle mensen op om al hun krachten in te spannen voor het heil van de mensheid, de vreedzame bevordering van de natuurlijke rechten en de ontwikkeling van het godsdienstig leven opdat zij ertoe gebracht worden om steeds levendiger en oprechter aan hun Schepper de verschuldigde eerbied te betuigen.

Het ontbreekt niet aan bemoedigende tekenen die Ons de laatste tijd inderdaad van de mensen van goede wil bereiken. Wij danken God daarvoor en, hierdoor aangespoord, beloven Wij allen Onze oprechte en vastberaden samenwerking opdat de wereld onbekommerd van het voortreffelijke geschenk van de vrede zal genieten.

Oecumene

Het zal tenslotte de taak van Ons Pontificaat zijn om er met volledige inzet voor te zorgen dat het grote werk wordt voortgezet, dat Onze Voorganger met zo'n blijde verwachtingen en onder zulke gelukkige voortekenen begonnen is: namelijk de verwezenlijking van de vurige wens van de Goddelijke Verlosser: "opdat zij allen één mogen zijn" (Joh. 17, 21), waarop allen zozeer hopen. Voor de spoedige vervulling hiervan heeft Johannes XXIII zaliger gedachtenis op zijn sterfbed zijn leven als een welgevallig offer aan God geschonken.

Daarom zal het herstel van de eenheid der christenen, die helaas in de vorige eeuwen is verloren gegaan, de grootste aandacht opeisen van Onze plannen en Onze gebeden. Als Plaatsbekleder van Christus op aarde zijn Wij Ons ten zeerste bewust van het Ons toevertrouwde ambt, waartoe de woorden van Jezus Christus Ons aansporen: Simon, Simon ...... Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou bezwijken. Wanneer ge eenmaal tot inkeer gekomen zijt, versterk dan op uw beurt uw broeders" (Lc. 22, 31-32). Daarom openen Wij de armen voor allen, die de erenaam van christen dragen; onder deze naam noemen Wij hen Onze broeders; Wij wensen dat zij zullen weten dat Wij hen door een onafgebroken welwillendheid genegen zijn en dat zij in de Kerk van Rome een vaderhuis zullen vinden, dat de schitterende waarden van haar geschiedenis en haar cultuur en vooral de zo rijke schatten van haar godsdienstige erfenis waarmee zij getooid zijn, hoog verheft en met een nieuwe luister verheerlijkt.

Eerbiedwaardige Broeders en geliefde zonen,

de omvang van de Ons opgelegde taak is zó groot dat zij de zwakke priester, die door God geroepen is om de sleutels van het Rijk der hemelen te bewaren Vgl. Mt. 16, 19 , bijna de moed ontnemen. Door geen enkele moeilijkheid afgeschrikt zullen Wij Ons met onvermoeibare ijver en door Ons dagelijks gebed tot God aan deze ontzaglijke taak wijden. Wij hopen dat gij Ons in Onze werkzaamheden zult bijstaan en Wij vragen U Ons voortdurend te helpen door uw gebed, dat "als een lieflijke geur" (Ef. 5, 2) voor de Herder van de gehele Kerk tot de hemel moge opstijgen.

Daarom gaat Onze dankbare en bewogen gedachte uit naar alle zonen van de katholieke Kerk over de gehele wereld, die voor alle volkeren getuigenis afleggen van hun christelijk geloof, een wonderlijk voorbeeld van eenheid geven en boven allen uitschitteren door de glans van hun koninklijke waardigheid: want, zoals Clemens van Alexandrië zegt, "de volgelingen van Christus zijn door Christus Konig zelf koningen". Clemens van Alexandrië Strom. II, 4, 18; MG 8, 951-952

Wij groeten vóór alles de Kardinalen, die Wij zeer hoogachten en die met Ons in de spannende afwachting van de vorige dagen en in het gezamenlijke gebed zeer nauw verenigd waren.

Onze bijzondere welwillendheid strekt zich ook uit over Onze Broeders in het Episcopaat in Oost en West, die in alle werelddelen "de gezanten van Christus zijn, door wier stem God vermaant" Vgl. 2 Kor. 5, 20 : Wij verheugen Ons er nu reeds over hen allen in de tweede Zittingsperiode van het Oecumenisch Concilie te kunnen omarmen.

Op bijzondere wijze ook geldt Onze waardering de Romeinse Curie, die tot eervolle en verantwoordelijke taak heeft van zeer nabij de Plaatsbekleder van Christus bij te staan. Wij hebben het volste vertrouwen dat hun waardevolle arbeid Ons een zeer krachtige hulp zal zijn, want reeds sedert lange tijd hebben Wij uit directe ervaring hun ijverige activiteit, hun kerkelijke zin en hun voorzichtigheid in het handelen ondervonden en vooral hebben Wij dit te zamen met de overige Bisschoppen van de katholieke Kerk gewaardeerd bij de voorbereiding en de viering van het Tweede Oecumenisch Concilie van het Vaticaan.

Met vaderlijke liefde wenden Wij Ons tot de parochiegeestelijken, de priesters en de religieuzen, die vaak zonder hulp en gezelschap onvermoeid ondanks het werk en niet gebroken door de eenzaamheld in de grootste steden of in de kleinste dorpjes hun werkzaamheid, zorg en krachten inzetten voor de uitbreiding van het rijk Gods op aarde; evenmin vergeten Wij de God toegewijde maagden, opgaande in de beschouwing van het hemelse of geheel in beslag ge- nomen door talrijke werken van liefdadigheid.

Bij het begin van het ambt, dat aan de Opvolger van de H. Petrus als de Bisschop van deze Stad is toevertrouwd, kunnen Wij niet nalaten de zonen van het diocees Rome hartelijk te omhelzen, die met zo'n opgewektheid en goede wil de pastorele initiatieven van Onze Voorganger hebben gevolgd; Wij hebben het vaste vertrouwen dat zij Onze liefde zullen beantwoorden met hun liefde en dat zij de blijde vruchten van hun deugden voortdurend zullen smaken: want op hen, die het dichtst van allen bij de Stoel van Petrus staan, richten zich de ogen van de katholieken der gehele wereld.

Met dankbare liefde en bewogen door zoete herinneringen kunnen Wij geenszins de geestelijkheid en de gelovigen van Ons Aartsbisdom Milaan vergeten, die Wij in de vorige jaren geheel in het bijzonder "met de tederheid van Jezus Christus" (Fil. 1, 8) hebben liefgehad en die Ons als innig geliefde kinderen zovele en zo grote vreugden en vertroosting hebben verschaft. Wij begroeten ook Ons zeer geliefde diocees Brescia, waar Wij geboren zijn. Van ganser harte wensen Wij dat beide diocesen steeds het Evangelie van Jezus Christus trouw blijven en doorgaan uit te munten door hun traditionele christelijke activiteit.

Zeer bijzonder voelen Wij Ons verbonden met Onze Eerbiedwaardige Broeders en geliefde zonen in die landen, waar de Heilige Kerk verhinderd wordt van haar wettelijke rechten gebruik te maken; in deze omstandigheden zijn zij geroepen door een nauwere relatie deel te hebben aan de smarten van Christus, waarop echter - Wij zijn er zeker van - de stralende morgen der Verrijzenis zal volgen. Daarom zal eens de tijd komen, dat zij wederom met volle recht hun heilige apostolische taak kunnen volbrengen, die zich krachtens haar wezen niet alleen richt op het welzijn van de afzonderlijke gelovigen maar ook op dat van de landen, waarin zij wordt uitgeoefend.

Wij willen verder van harte alle missionarissen aanmoedigen, die Wij als Onze oogappel liefhebben en Wij willen van ganser harte hen zegenen, die overal ter wereld in de voorste linies van de Kerk het rijk en de eer van God onvermoeid verbreiden. Omdat Wij volledig op de hoogte zijn van hun zorgen en moeilijkheden vermanen Wij hen vaderlijk om voortdurend "te roemen op het kruis van onze Heer Jezus Christus" Vgl. Gal. 6, 14 en de zorgen en wederwaardigheden, die zij ondergaan, moedig te dragen in de overtuiging dat de bovennatuurlijke hulp hen nooit zal ontbreken.

Met bijzondere lof wenden Wij Ons tot alle leden van de Katholieke Actie, die in het apostolaat de Kerkelijke Hiërarchie terzijde staan en tot alle anderen, die hun beste krachten wijden in de nationale of internationale katholieke organisaties.

Met vaderlijke liefde omarmen Wij ook hen, die door allerlei angsten gekweld worden: de zieken, de armen, de gevangenen, de verdrevenen en de vluchtelingen.

Wij dragen U tenslotte op al Onze kinderen in Christus te groeten, van wie Wij met name noemen:

  • de edelmoedige en actieve jeugd, de zekere hoop van een betere toekomst;
  • de onschuldige en reine kinderen;
  • de eenvoudige en deugdzame mensen.

Wij beminnen hen allen: de kleinen en de groten der aarde; alle ambachtslieden en arbeiders, wier zwoegen Wij al te goed kennen en hoogachten; de intellectuelen; de leraren en de onderzoekers; de publicisten en de journalisten; de politici en de regeringshoofden.

Wij smeken God vurig dat zij allen in de taak, die zij op zich genomen hebben, hun flinke bijdrage leveren tot een orde, die steeds rechtvaardiger in haar beginselen, steeds effectiever in haar wetten, steeds gezonder in haar particuliere en openbare zeden, steeds grootmoediger in de verdediging van de vrede is.

Moge de kracht Gods, zonder welke niets goed en niets heilig is, de gehele wereld bezielen als een schitterende vlam van geloof en liefde, die alle mensen van goede wil in vuur zet, die de wegen tot de wederzijdse samenwerking onder de volkeren verlicht en die de overvloed van het goddelijk welbehagen over alle volkeren afroept.

Opdat Wij bij het begin van Ons zware ambt de moed niet zullen opgeven, sterken Ons de troostende woorden van Christus, waarmee Hij Petrus en diens Opvolgers heeft beloofd, dat Hij "tot het einde der tijden met Zijn Heilige Kerk zou zijn" Vgl. Mt. 28, 20 ; Wij vinden kracht in de moederlijke bescherming van de Allerzaligste Maagd Maria, de Moeder van God en onze Moeder, aan wie Wij in dit begin met een vast vertrouwen Ons Pontificaat aanbevelen; Ons sterkt de hulp en het gebed van de Apostelen Petrus en Paulus en van alle Heiligen.

Tot onderpand van deze hemelse bescherming en tot aansporing van een blijde opgewektheid, verlenen Wij als eerste gave van Ons Pontificaat aan U, Eerbiedwaardige Broeders en geliefde zonen, en aan de gehele mensheid van harte de Apostolische Zegen Urbi et Orbi.

In de naam des Heren!

Last ons voortgaan in vrede.

Na de mededeling van de kardinaal-diaken over de te ontvangen aflaat volgt de zegen Urbi et Orbi door de Paus.

Paus Paulus VI bij de Eerste Zegen

Document

Naam: QUI FAUSTO
Eerste Radioboodschap "Urbi et Orbi"
Soort: H. Paus Paulus VI - Urbi et Orbi
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 22 juni 1963
Copyrights: © 1963, Katholiek Archief jrg. 18, no. 27/28 blz. 668-675
Bewerkt: 12 november 2018

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam