• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

In het mensenhart is er altijd een diepe hunkering naar God, ook al is het niet steeds bewust en duidelijk. De heilige Ignatius van Antiochië heeft dit welsprekend onder woorden gebracht: "Er is in mij een levend water dat in mijn binnenste murmelt: 'Kom naar de Vader'." H. Ignatius van AntiochiĆ«, Brief aan de Romeinen, Epistula ad Romanos. 7 "Laat mij uw heerlijkheid zien", smeekte Mozes op de berg (Ex. 33, 18).

"Niemand heeft God ooit gezien, maar de eniggeboren God, die rust aan het hart van de Vader, Hij heeft Hem doen kennen" (Joh. 1, 18). Is het dan voldoende de Zoon te kennen om de Vader te kennen? Filippus laat zich niet zo makkelijk overtuigen. "Laat ons de Vader zien", vraagt hij. Op zijn aandringen komt er een antwoord, dat meer is dan wij mochten hopen: "Ik ben al zo lang bij jullie, Filippus, en je hebt Me nog niet leren kennen? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien" (Joh. 14, 9).

Na de menswording is er een menselijk gezicht waarin wij God kunnen zien: "Geloof je niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij?" (Joh. 14, 11) Jezus zegt dit niet alleen tegen Filippus, maar tot iedereen die gelooft. Wie de Zoon van God ontvangt, ontvangt dus ook Hem door wie de Zoon gezonden is. Vgl. Joh. 13, 20 Daar staat tegenover: "Wie Mij haat, haat ook mijn Vader" (Joh. 15, 23). Dat is het begin van een nieuwe betrekking tussen Schepper en schepsel, die van het kind met zijn eigen Vader. Wanneer de leerlingen de geheimen van God willen binnen gaan en vragen hoe zij als steun voor onderweg zouden moeten bidden, leert Jezus hun als antwoord het Onze Vader, de "samenvatting van het hele Evangelie". Tertullianus, De Oratione. 1 Hierin vinden we de bevestiging van ons kindschap van God. Vgl. Lc. 11, 1-4 "Enerzijds geeft de eniggeboren Zoon ons door de woorden van dat gebed de woorden die de Vader Hem gegeven heeft: Hij is de leraar van ons gebed. Anderzijds kent Hij, als Woord dat mens geworden is, in zijn menselijk hart de noden van zijn menselijke broeders en zusters en openbaart Hij ze ons: Hij staat model voor ons gebed." Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2765

Het evangelie van Johannes brengt ons een rechtstreeks getuigenis van het leven van de Zoon van God en wijst de weg die naar de Vader leidt. De bede "Vader" is het geheim, de adem, het leven van Jezus. Is Hij niet de enige Zoon, de eerstgeborene, de zeer beminde naar wie alles zich richt, die zelfs voor de wereld bestond bij de Vader was en deelde in dezelfde heerlijkheid? Vgl. Joh. 17, 5 Jezus ontvangt van de Vader de macht over alle mensen Vgl. Joh. 17, 2 , de boodschap die verkondigd moet worden, het werk dat volbracht moet worden. Vgl. Joh. 14, 31 De leerlingen behoren Hem niet uit zichzelf toe: de Vader heeft ze Hem gegeven Vgl. Joh. 17, 9 en Hem de taak toevertrouwd hen uit de buurt van het kwaad te houden, zodat niemand van hen verloren zou gaan (Joh. 18, 9).

In het uur waarin Hij uit deze wereld heen gaat naar de Vader openbaart het 'hogepriesterlijk gebed' de ziel van de Zoon: "Verheerlijk Mij nu, Vader, aan uw zijde en bekleed Mij met de heerlijkheid die Ik bij U bezat voordat de wereld bestond." (Joh. 17, 5) Als hogepriester voor eeuwig neemt Jezus zijn plaats in aan het hoofd van de onmetelijke stoet verlosten. Eerstgeborene van een menigte broers en zussen, brengt Hij de schapen van de verdwaalde kudde terug in de ene schaapstal, zodat er "één kudde en één herder" (Joh. 10, 16) zal zijn.

Dankzij zijn werk kreeg dezelfde liefdevolle betrekking die er bestaat binnen de Drie-eenheid, ook een plaats in de relatie tussen de Vader en de verloste mensheid: "de Vader houdt van jullie". Denk niet, dat dit mysterie van liefde begrepen kan worden zonder de inwerking van de Heilige Geest die door de Vader uitgestort werd over de leerlingen in antwoord op het gebed van Jezus. Vgl. Joh. 14, 16 De menswording van het eeuwige Woord in de tijd en de geboorte voor de eeuwigheid van allen die via het doopsel met Hem een enkel lichaam geworden zijn, kan niemand begrijpen zonder de levengevende inwerking van diezelfde Geest.

Document

Naam: DE VADER HOUDT VAN JULLIE (VGL. JOH 16,27)
Wereldjongerendag 1999
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Boodschap
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 6 januari 1999
Copyrights: © 1999, SRKK
Vert.: P. de Roo
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam