• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De liturgische vernieuwingen die tot nu toe ter uitvoering van de door het Tweede Vaticaans Concilie uitgevaardigde Constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
zijn ingevoerd, hebben hoofdzakelijk betrekking op de viering van het eucharistisch geheim. Daarin ligt immers 'heel het geestelijk goed van de kerk vervat, namelijk Christus zelf, ons Paaslam en het levend brood dat het door zijn vlees in de Heilige Geest tot leven gebrachte en tot leven wekkende leven schenkt aan de mensen. Dezen worden aldus uitgenodigd en ertoe gebracht om zichzelf, hun arbeid en al het geschapene samen met Hem op te dragen'. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 5 De vernieuwing van de liturgische viering van het Misoffer heeft duidelijk gemaakt, dat daarin het middelpunt ligt van heel het leven van de Kerk, waaraan al het andere ondergeschikt is; het doel van de vernieuwing der riten is dan ook het pastoraal handelen, waarvan de liturgie zowel hoogtepunt als bron is, nieuw leven te geven en Christus' paasgeheim te beleven. Vgl. Concilium ter uitvoering van de Constitutie heilige liturgie, Instructie voor de uitvoering van de Constitutie over de heilige Liturgie, Inter Oecumenici (26 sept 1964), 5-6

In de zes jaar waarin het vernieuwingswerk thans geleidelijk aan op gang is gebracht, is de overgang voorbereid van de vroegere liturgie naar die welke, nu het nieuwe Romeins Missaal met de daarbijhorende 'Congregatie voor de Riten
Ordo Missae
Decreet bij de nieuwe Ordo Missae (6 april 1969)
' en 'Congregatie voor de Goddelijke Eredienst
Institutio Generalis Missalis Romani
Algemene Inleiding op het Romeins Missaal (26 maart 1970)
' zijn verschenen, een meer samenhangend en volledig karakter draagt, zodat men wel mag zeggen, dat er voor het pastoraal-liturgisch handelen een nieuwe, veelbelovende weg openligt. Bovendien bieden de zojuist gepubliceerde 'Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Ordo Lectionum Missae
Ordening voor de lezingen van de Mis - Editio typica altera
(21 januari 1981)
' en de talrijke teksten die in het Romeins Missaal zijn ondergebracht gelegenheid te over voor een ruime en afwisselende keus bij de eucharistieviering.

De mogelijkheid tot tekstkeuze en de soepelheid van de rubrieken maken het mogelijk tot een viering te komen die levendig, suggestief en geestelijk heilzaam is, omdat ze aan de plaatselijke omstandigheden en aan de mentaliteit van de gelovigen kan worden aangepast, zonder dat men zijn toevlucht hoeft te nemen tot eigen uitvindsels, die maar al te vaak willekeurig zijn en het peil van de viering omlaag halen.

De geleidelijke overgang naar nieuwe, meer hedendaagse vormen die zowel met de algemene vernieuwingsopzet als met de verscheidenheid aan omstandigheden rekening hebben moeten houden, is door de grote meerderheid van geestelijken en gelovigen goed ontvangen, Vgl. H. Paus Paulus VI, Audiƫntie, Cultiveren van de geest en de praktijk van het gebed (20 aug 1969) al is er hier en daar wel enige weerstand of enig ongeduld tot uiting gebracht. Sommigen kunnen omwille van de oude traditie deze hervorming immers maar moeilijk aanvaarden. Anderen, gedwongen door de pastorale nood, hebben de afkondiging van de jongste vernieuwingen daarentegen niet kunnen afwachten en zijn soms tot eigen initiatieven overgegaan: overhaaste, wel eens ondoordachte oplossingen, eigen vondsten en aanvullingen ofwel vereenvoudiging van riten, hetgeen maar al te vaak met de voornaamste liturgische richtlijnen in strijd is; het gelovig bewustzijn is daardoor vaak in verwarring gebracht en de zaak van de vernieuwing wordt er in feite moeilijker door gemaakt.

Een groot aantal bisschoppen, priesters en leken hebben de Apostolische Stoel daarom verzocht tussenbeide te komen, opdat in de liturgie eindelijk die zo lang verwachte, vruchtbare harmonie tot stand moge komen die kenmerkend is voor de Godsontmoeting van het christenvolk.

Zolang de 'Concilium' nog met de liturgievernieuwing bezig was, was dit niet mogelijk; thans echter, nu alles klaar is, kan het gebeuren.

Op de eerste plaats wordt een beroep gedaan op de verantwoordelijkheid van de afzonderlijke bisschoppen die de Heilige Geest heeft aangesteld om Gods Kerk te besturen; Vgl. Hand. 20, 28 zij zijn immers 'de voornaamste bedienaren van Gods geheimenissen alsook degenen die in de hun toevertrouwde Kerk heel het liturgisch leven regelen, bevorderen en waakzaam begeleiden' 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk, Christus Dominus (28 okt 1965), 15 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 22 Hun komt het toe de juiste tenuitvoerlegging van de vernieuwing te regelen, te leiden, te stimuleren, soms ook te beperken, en in elk geval duidelijk te maken, en tegelijk te zorgen, dat heel het lichaam van de Kerk in dezelfde geest en in liefdevolle eenheid voort kan gaan in bisdom, land en wereld. Deze bisschoppelijke zorg is des te noodzakelijker en dringender, omdat liturgie en geloof zó nauw samenhangen, dat hetgeen ten gunste van de een wordt verricht ook op het andere weerslag heeft. Met medewerking van de liturgische commissies moeten zij zich dus nauwkeurig op de hoogte stellen van de religieuze en sociale situatie van de hun toevertrouwde gelovigen, van hun geestelijke behoeften en van de beste wijze om hen te helpen, met gebruikmaking van alle mogelijkheden die de nieuwe riten bieden. Zo kunnen zij onderscheiden, wat een authentieke vernieuwing bevordert of in de weg staat, en een verstandige handelwijze voorschrijven die aan de behoeften beantwoordt en niettemin het geheel aan nieuwe liturgische richtlijnen onaangetast laat.

Een juist bisschoppelijk inzicht kan een grote steun betekenen voor de ambtsuitoefening van de priesters, welke immers in hiërarchische gemeenschap dient plaats te vinden, Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 15 en het kan het hun gemakkelijker maken de gehoorzaamheid op te brengen die voor een zo volmaakt mogelijke liturgische expressie en voor het welzijn van de gelovigen wordt vereist.

Om de bisschoppen de juiste toepassing te vergemakkelijken van de liturgische voorschriften, met name van die welke de 'Congregatie voor de Goddelijke Eredienst
Institutio Generalis Missalis Romani
Algemene Inleiding op het Romeins Missaal (26 maart 1970)
' van het Romeins Missaal betreffen, en om weer orde en harmonie te brengen in de eucharistieviering, middelpunt van het leven van de Kerk en 'teken van eenheid, band van liefde' 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 47, heeft het daarom verstandig geleken aan de navolgende richtlijnen en aanwijzingen te herinneren.

Document

Naam: LITURGICAE INSTAURATIONES
Derde instructie voor de juiste toepassing van de Constitutie over de Liturgie
Soort: Congregatie voor de Goddelijke Eredienst
Auteur: Benno Kardinaal Gut
Datum: 15 september 1970
Copyrights: © 1970, Archief van Kerken, 25e jrg, pag. 1089-1098
Bewerkt: 14 augustus 2015

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam