• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De twee delen waaruit de Mis als het ware is samengesteld namelijk de liturgie van het woord en van de eucharistie, zijn zo nauw met elkaar verbonden, dat zij één daad van eredienst uitmaken. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 56 Men nadere niet tot de tafel met het brood des Heren, tenzij men eerst geweest is bij de tafel van zijn woord. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 56 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 21 Bij de viering van de Eucharistie is dus de heilige Schrift van het grootste belang. De bepaling van de Kerk: 'In de heilige vieringen moet een rijkere, meer afwisselende en meer aangepaste lezing van de heilige Schrift worden ingevoerd' 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 35. par. 1 mag daarom niet veronachtzaamd worden. Men moet zich houden aan de normen van het lectionarium, zowel inzake het aantal lezingen als inzake de bepalingen voor bijzondere omstandigheden. Er is sprake van een ernstig misbruik, als men het woord van God vervangt door het woord van een mens, wie deze ook is. Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, Derde instructie voor de juiste toepassing van de Constitutie over de Liturgie, Liturgicae instaurationes (15 sept 1970), 2
De voorlezing van de evangelieperikoop is voorbehouden aan de gewijde bedienaar, d.w.z. aan de diaken of de priester. De overige lezingen moeten, zo mogelijk, worden toevertrouwd aan een lector die hiervoor de aanstelling heeft ontvangen, of aan andere leken die geestelijk en praktisch hierop zijn voorbereid. Op de eerste lezing volgt een psalm met refrein (de tussenzang), die een vast onderdeel is van de dienst van het woord. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 59
De homilie heeft ten doel het woord van God, dat in de lezingen is verkondigd, voor de gelovigen te verklaren en zijn boodschap te actualiseren. De homilie is dus de taak van de priester of de diaken. Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, Derde instructie voor de juiste toepassing van de Constitutie over de Liturgie, Liturgicae instaurationes (15 sept 1970), 2. a
Het uitspreken van het eucharistisch gebed, dat krachtens zijn aard als het ware het hoogtepunt is van de gehele viering, is voorbehouden aan de priester op grond van zijn wijding. Het is derhalve een misbruik bepaalde gedeelten van het eucharistisch gebed door de diaken, door een lagere assistent of door een gelovige te laten zeggen. Vgl. Congregatie voor de Riten, Over het dossier Guy de Fontgalland (18 dec 1947), 8 Vgl. Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, Derde instructie voor de juiste toepassing van de Constitutie over de Liturgie, Liturgicae instaurationes (15 sept 1970), 4 Toch is de gemeenschap niet passief hierbij aanwezig: in stilte verenigt zij zich in geloof met de priester en getuigt van haar instemming door op enige vastgestelde momenten met acclamaties in te vallen in het eucharistisch gebed, n.l. met de antwoorden in de dialoog aan het begin van de prefatie, het Heilig, heilig, heilig, de acclamatie na de consecratie en het Amen op het einde, na de woorden Door Hem en met Hem ... , die aan de priester zijn voorbehouden. Vooral, dit Amen moet door zang een bijzonder reliëf krijgen, want het is het voornaamste Amen van de gehele eucharistieviering.
Alleen die eucharistische gebeden mogen worden gebruikt welke in het H. Paus Paulus VI - Apostolische Constitutie
Missale Romanum
ex Decr. Sacr. Oec. Conc. Vat. II instauratum, auctoritate Pauli PP. VI promulgatum, ed. typica (3 april 1969)
staan of door de Heilige Stoel wettig zijn goedgekeurd volgens de nadere bepalingen en binnen de grenzen die door haar zijn vastgesteld. Het is een zeer ernstig misbruik door de kerk goedgekeurde eucharistische gebeden te wijzigen of andere in te voeren die door privé personen zijn samengesteld.
Men zij er aan herinnerd dat men geen andere gebeden of gezangen mag laten samenvallen met het eucharistisch gebed. Bij het zeggen van het eucharistisch gebed moet de priester zó duidelijk de woorden van de tekst uitspreken dat de gelovigen deze gemakkelijker kunnen begrijpen en dat er gemakkelijker een echte gemeenschap wordt gevormd die geheel geconcentreerd is op de viering van de gedachtenis van de Heer.
De concelebratie
De concelebratie, die in de liturgie van het Westen is hersteld, drukt op een geheel bijzondere wijze de eenheid van het priesterschap uit. Daarom moeten de concelebranten de vormen in acht nemen die deze eenheid verduidelijken: zo moeten zij b.v. vanaf het begin van de viering aanwezig zijn, de voorgeschreven liturgische kleding dragen, de plaats innemen die hun toekomt op grond van hun ambt als concelebranten en de andere regels trouw onderhouden met het oog op een waardige viering.
De materie voor de eucharistie
In navolging van het voorbeeld van Christus heeft de Kerk voor het vieren van de maaltijd des Heren altijd brood en wijn met water gebruikt. Het brood voor de eucharistieviering moet, volgens de traditie van de gehele Kerk, uitsluitend van tarwe zijn en, volgens de traditie van de Latijnse Kerk ongedesemd. Omwille van haar tekenwaarde wordt vereist dat de materie voor de eucharistieviering ook 'werkelijk kenbaar is als voedsel'. Dit moet men zo verstaan dat het van toepassing is op de consistentie van het brood, maar niet op zijn vorm, die in overeenstemming moet blijven met het traditionele gebruik op dit punt. Men mag aan het tarwemeel en het water geen vreemde elementen toevoegen. De bereiding van het brood moet zo zorgvuldig geschieden dat zijn samenstelling in niets te kort doet aan de waardigheid die het eucharistisch brood behoort te bezitten, dat het waardig kan worden gebroken zonder te veel te kruimelen, en dat het kan worden genuttigd zonder daarbij de godsdienstige gevoelens van de gelovigen te kwetsen. De wijn voor de eucharistieviering moet afkomstig zijn 'van de vrucht van de wijnstok' (Lc. 22, 18) en natuurlijk en zuiver zijn, d.w.z. niet met vreemde elementen vermengd. Vgl. Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, Derde instructie voor de juiste toepassing van de Constitutie over de Liturgie, Liturgicae instaurationes (15 sept 1970), 5
Het ontvangen van de Eucharistie
De Communie is een gave van de Heer, welke aan de gelovigen wordt uitgereikt door de bedienaar die voor deze taak is bestemd. Het is de gelovige niet toegestaan zelf het geconsacreerde brood en de kelk te nemen, laat staan van hand tot hand aan elkaar door te geven.
Een gelovige - kloosterling of leek - die aangesteld is als buitengewoon bedienaar van de Eucharistie, zal alleen dan de Communie kunnen uitreiken als priester, diaken of acoliet ontbreken, of als de priester invalide of bejaard is en daardoor verhinderd is dit te doen of als het aantal communicanten zo groot is dat de viering van de Eucharistie daardoor te lang zou duren. Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Instructie over de ontvangst van de Communie onder bepaalde omstandigheden, Immensae caritatis (29 jan 1973), 1 Daarom is het gedrag af te keuren van die priesters die, ondanks hun aanwezigheid bij de viering, toch zelf de Communie niet uitreiken, maar deze taak overlaten aan leken.

De Kerk heeft steeds van de gelovigen eerbied en godsvrucht jegens de Eucharistie gevraagd op het ogenblik dat zij deze ontvangen.

Wat de houding bij het communiceren betreft: de gelovigen kunnen de Communie geknield of staande ontvangen, overeenkomstig de normen die door de bisschoppenconferentie zijn uitgevaardigd. 'Wanneer de gelovigen geknield communiceren, is het niet nodig nóg een teken van eerbied jegens het heilig Sacrament te stellen, omdat het knielen zelf al een uitdrukking is van aanbidding. Wanneer zij echter staande communiceren, wordt dringend aanbevolen om, wanneer zij in processie naderbij komen, voordat zij het Sacrament ontvangen een teken van eerbied te stellen, en wel op de geschikte plaats en het geschikte ogenblik om het komen en gaan van de gelovigen niet te verstoren'. Congregatie voor de Riten, Over de Eredienst van de Eucharistie, Eucharisticum Mysterium (25 mei 1967), 34 Vgl. Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, Algemene Inleiding op het Romeins Missaal, Institutio Generalis Missalis Romani (26 mrt 1970), 244.246.247

Het woord 'Amen', dat de gelovigen bij het ontvangen van de communie uitspreken, is een uitdrukking van persoonlijk geloof in Christus' tegenwoordigheid.

Wat de Communie onder beide gedaanten betreft: men moet de kerkelijke bepalingen onderhouden zowel met betrekking tot de aan dit Sacrament verschuldigde eerbied als ten behoeve van hen die de Eucharistie ontvangen, naargelang van de omstandigheden, tijd en plaats. Vgl. Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, Algemene Inleiding op het Romeins Missaal, Institutio Generalis Missalis Romani (26 mrt 1970), 241-242

Noch de bisschoppenconferenties noch de ordinarii zelf mogen verder gaan dan de momenteel geldende bepalingen: het toestaan van de Communie onder beide gedaanten geschiede niet willekeurig en de betreffende vieringen moeten duidelijk bepaald worden, de groepen, die hiertoe verlof bezitten, moeten goed omschreven, geordend en homogeen zijn.Vgl. Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, Algemene Inleiding op het Romeins Missaal, Institutio Generalis Missalis Romani (26 mrt 1970), 242

Ook na de Communie blijft de Heer onder de gedaanten aanwezig. Daarom moeten, na het uitreiken van de Communie, de overgebleven hosties óf genuttigd worden óf door een hiertoe bevoegde assistent worden gebracht naar de plaats die bestemd is voor het bewaren van de Eucharistie.

De geconsacreerde wijn daarentegen moet onmiddellijk na de communie worden genuttigd en mag niet worden bewaard. Men moet er op letten dat slechts zoveel wijn wordt geconsacreerd als voor de communie nodig is.

Tevens moet men de bepalingen onderhouden aangaande de reiniging van de kelk en van de andere heilige vaten die de eucharistische Gedaanten hebben bevat. Vgl. Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, Algemene Inleiding op het Romeins Missaal, Institutio Generalis Missalis Romani (26 mrt 1970), 238

Met bijzondere eerbied en zorg moeten de heilige vaten, kelk en pateen voor de eucharistieviering en cibories voor de heilige Communie, worden behandeld. De vorm van de heilige vaten moet aangepast zijn aan het liturgisch gebruik waarvoor zij zijn bestemd. Het materiaal waarvan ze vervaardigd zijn moet edel en duurzaam zijn en passend voor liturgisch gebruik. Het oordeel hierover komt toe aan de bisschoppenconferentie van elk gebied.

Het is niet geoorloofd gewone mandjes te gebruiken of ander vaatwerk dat buiten de liturgische vieringen voor profane doeleinden is bestemd of dat van minderwaardige kwaliteit of zonder enige artistieke waarde is.

Kelken en patenen moeten, voordat zij in gebruik genomen worden, door de bisschop of door een priester worden gezegend. Vgl. Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, Algemene Inleiding op het Romeins Missaal, Institutio Generalis Missalis Romani (26 mrt 1970), 288.289.292.295 Vgl. Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, Derde instructie voor de juiste toepassing van de Constitutie over de Liturgie, Liturgicae instaurationes (15 sept 1970), 8 Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Orde van dienst voor kerk- en altaarwijdingen (fragmenten), Ordo Dedicationis ecclesiae et altaris, editio typica (29 mei 1977). Hfd. 7 nr. 3

Men wijze de gelovigen op de vereiste dankzegging na de Communie: zij mogen deze niet vergeten. Deze dankzegging kan geschieden binnen de viering door de inlassing van enige ogenblikken van stilte of door het zingen van een lofzang, psalm of een ander loflied, of na de viering door een gepaste tijd in gebed en overweging door te brengen.
Zoals bekend is, zijn er verschillende rollen die in de liturgische bijeenkomst door een vrouw kunnen worden vervuld: zoals het voorlezen van het woord Gods en het uitspreken van de intenties van de voorbede. Vrouwen mogen echter niet de functies van de acoliet (degene die aan het altaar dient) vervullen. Vgl. Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, Derde instructie voor de juiste toepassing van de Constitutie over de Liturgie, Liturgicae instaurationes (15 sept 1970), 7

Bijzondere oplettendheid en speciale zorg is geboden met betrekking tot heilige Missen die langs audio-visuele weg worden uitgezonden. Want vanwege de zeer wijde verbreiding moeten zij zó worden gevierd dat zij tot voorbeeld strekken. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 20 Vgl. Pauselijke Commissie voor de Sociale Communicatiemiddelen, Pastorale Instructie, in opdracht van het Tweede Vaticaans Concilie, over de middelen van sociale communicatie, Communio et Progressio (23 mei 1971), 151

Wat betreft vieringen in particuliere woningen, moet men de normen in acht nemen van de Instructie Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Actio Pastoralis
Over HH. Missen in bijzondere bijeenkomsten (15 mei 1969)
van 15 mei 1969.

Document

Naam: INAESTIMABILE DONUM
Over de aanbidding van het Eucharistische Mysterie
Soort: Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Auteur: James R. Kardinaal Knox
Datum: 3 april 1980
Copyrights: © 1980, Archief van Kerken 35e jrg, p. 961-969
Vert. uit het Latijn: Nationale Raad voor Liturgie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam