• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
AD CAELI REGINAM
Maria Koningin
HOOFDSTUK 1  -  Getuigenis van vroeger eeuwen

HOOFDSTUK 1 - Getuigenis van vroeger eeuwen

Ook in lang vervlogen tijden heeft het christenvolk met recht geloofd, dat Zij, uit wie de Zoon van de Allerhoogste geboren is, die "Koning zal zijn over het huis van Jacob in eeuwigheid" (Lc. 1, 32), de "Vorst van de vrede." (Jes. 9, 6), de "Koning der koningen en de Heer der heren" (Openb. 19, 16), boven alle andere schepselen van God bijzondere genadevoorrechten had ontvangen. En als het dan dacht aan de nauwe band die er bestaat tussen moeder en kind, heeft het de koninklijke verhevenheid van de Moeder Gods boven alles zonder moeite aanvaard.

Daarom behoeft het niemand te verwonderen dat, steunend op de woorden van de H. Aartsengel Gabriël, die het eeuwige koningschap van de Zoon van Maria voorzegde Vgl. Lc. 1, 32.33 , en op de woorden van Elisabeth, die haar eerbiedig groetend heeft verheerlijkt als de "Moeder van mijn Heer" (Lc. 1, 43), reeds de schrijvers van de oude Kerk Maria Moeder van de Koning, Moeder van de Heer hebben genoemd, waarmee zij duidelijk bedoelden, dat Maria aan de koninklijke waardigheid van Haar Zoon een eigen en bevoorrechte plaats heeft ontleend.

H. Ephraem, met de gloed van dichterlijke inspiratie, spreken : "Dat de hemel mij torse door zijn omarming, omdat ik meer geëerd ben dan hij. Want de hemel was u Moeder; maar tot uw troon hebt gij hem gemaakt. Hoe eervoller en lofwaardiger is de Moeder van de Koning dan troon" H. Efrem de Syriër, Hymnen. de B. Maria XIX; ed. Th. J. Lamy, 11, Mechliniae, 1886, hymn: XIX, p. 624.

En elders bidt gij zo tot haar: "... verheven Maagd en Meesteres, Koningin, Vorstin, bescherm en bewaar mij onder uw vleugels, opdat Satan de verderfzaaier zich niet tegen mij verheft, noch de boze vijand in de strijd tegen mij overwint" H. Efrem de Syriër, Oratio ad Ssmam Dei Matrem. Opera omnia, Ed. Assemani, t. III (graece), Romae, 1747, pag. 546

Door de H. Gregorius van Nazianze wordt Maria genoemd "Moeder van de koning van hemel en aarde", "Moeder Maagd, die de koning van de gehele wereld heeft gebaard" H. Gregorius van Nazianze, Dogmatische gedichten, Poemata dogmatica. XVIII, v. 58 : P. G. XXXVII, 485. Prudentius verzekert dat de moeder zich verwondert, "dat Zij God als mens heeft voortgebracht, en ook als hoogste koning" Aurelius Prudentius Clemens, Dittochaeum. XXVII: P. L. LX, 102 A.

Deze koninklijke waardigheid van de Heilige Maagd wordt klaar en duidelijk betuigd en verzekerd door hen die haar "Meesteres", "Vorstin", "Koningin" noemen.

Reeds in een homilie die aan Origenes wordt toegeschreven, wordt Maria door Elisabeth niet alleen "Moeder van mijn Heer" genoemd, maar ook "Gij, mijn Meesteres" Origenes van Alexandrië, Preken over Lucas, In Lucam Homilia. Hom. VII; ed. Rauer, Origenes' Werke, T. IX, p. 48.

Ook bij de H. Hieronymus kan men dit vinden, waar deze onder verschillende verkaringen van de naam Maria tenslotte deze mening geeft: "Men moet weten dat Maria in het Syrisch Meesteres betekent." H. Hieronymus, Liber de nominibus hebraeis. PL XXIII, 886 Ditzelfde maar nog duidelijker zegt na hem de H. Chrysologus met de woorden: "In het Hebreeuws wordt zij Maria genoemd, in het Latijn betekent dat Meesteres: de Engel spreekt haar dus met Meesteres aan, opdat de Moeder van de Heer, nu haar machtige Zoon zelf haar die waardigheid en titel heeft verleend, zich vrij zou weten van iedere slaafse vrees." H. Petrus Chrysologus, Sermones. 142, De Annuntiatione D.M.V.: PL Lll, 579 C Vgl. H. Petrus Chrysologus, Sermones. 582 B ; 484 A: 'Regina totius extitit castitatis'

Epiphanius, de bisschop van Constantinopel, zegt in een brief aan Paus Hormisdas, dat men door smeekbeden moet trachten te verkrijgen, dat de eenheid van de Kerk bewaard blijft "door de gunst van de heilige en in Wezen Eene Drie-eenheid en op voorspraak van Onze Heilige Meesteres en glorierijke Maagd en Moeder Gods Maria" H. Epiphanius van Salamis, Relatio. P. L. LXllI, 498 D.

Een ander schrijver uit dezelfde tijd groet de Heilige Maagd, gezeten aan de rechterhand van God om voor ons ten beste te spreken, op plechtige wijze met de woorden: "Meesteres der stervelingen, allerheiligste Moeder Gods." Encomium in Dormitionem Ssmae Deiparae (inter opera S. Modesti) : P. G. LXXXVI, 3306 B..

De waardigheid van Koningin is herhaalde malen aan de Maagd Maria toegekend door de H. Andreas van Creta; zo schreef hij bij voorbeeld: "Zijn Moeder altijd Maagd, uit wier schoot hij, zelf God, de menselijke natuur heeft aangenomen, voert hij vandaag als Koningin van de mensheid van de aardse woonplaats weg." H. Andreas van Kreta, Hom. In dorm. SS. Deiparae. 11 : PG XCVII, 1079 B.

En op een andere plaats: "De Koningin van de gehele mensheid, die aan de betekenis van haar naam bij haar daden trouw blijft, met uitzondering van God alleen, verheven boven alles." H. Andreas van Kreta, Hom. In dorm. SS. Deiparae. III: PG XCVII, 1099 A.

En de H. Germanus spreekt de nederige Maagd toe met de woorden: "Wees gezeten, Meesteres, want het komt u toe, daar gij koningin zijt, en glorierijker dan age koningen, op een verheven plaats te zitten." H. Germanus van Constantinopel, In Praesentationem Ssmae Deiparae. 1: PG XCVIII, 303 A. en hij noemt haar "Meesteres van alle mensenkinderen." H. Germanus van Constantinopel, In Praesentationem Ssmae Deiparae. 11: PG XCVIII, 315 C.

Door de H. Johannes Damascenus wordt zij genoemd : "Koningin, Vorstin, Meesteres" H. Johannes Damascenus, Homilia in Dormitionem. I : PG XCVI. 719 A., en ook : "Meesteres van geheel de schepping" H. Johannes Damascenus, Over het rechte of orthodoxe geloof, De fide orthodoxa. 1, IV, c. i4: PG XLIV, 1158 B. ; en een oude schrijver van de Oosterse Kerk noemt haar : "gelukkige Koningin", "voor eeuwig Koningin naast uw Zoon de Koning", wier "sneeuwwit hoofd met gouden diadeem gesierd is" De laudibus Mariae (inter opera Venantii Fortunati) : P. L. LXXXVIII, 282 B. et 283 A.

De H. Ildefonsus van Toledo tenslotte vat nagenoeg alle eretitels in deze groet samen : "O mijn Meesteres, mijn Gebiedster ; gij gebiedt over mij, Moeder van mijn Heer... Meesteres onder dienstmaagden, Koningin onder zusters" Ildefonsus Toledanus, De virginitate perpetua B.M.V. : P. L. XCVI, 58 AD.

Uit deze, en bijna ontelbare andere, van ouds overgeleverde getuigenissen hebben de godgeleerden van de Kerk deze leer geput en daarom de Allerheiligste Maagd Koningin van al het geschapene, Koningin van de wereld en Koningin van het heelal genoemd.

En van hun kant hebben de Opperherders van de Kerk het als hun plicht gezien de liefde van het christenvolk jegens zijn hemelse Moeder en Koningin door hun lofprijzingen en aansporingen te versterken en te bevorderen. Met voorbijgaan aan de documenten van de laatste Pausen, brengen Wij gaarne in herinnering, dat reeds in de zevende eeuw Onze Voorganger, de H. Martinus I, Maria genoemd heeft : "Onze glorierijke Meesteres, altijd Maagd" H. Paus Martinus I, Epistolae. XIV: PL LXXXVIT, 199-200 A. ; dat verder de H. Agatho in een synodale brief aan de Vaders van het zesde Algemeen Concilie haar betiteld heeft als "Onze Meesteres, naar waarheid en in eigenlijke zin Moeder Gods" H. Paus Agatho, Synodale brief. PL LXXXVII, 1221 A. ; en dat in de achtste eeuw Gregorius II, in een brief gericht aan Patriarch Germanus en op het zevende Algemeen Concilie onder bijvalsbetaigingen van alle Vaders voorgelezen, de Moeder Gods genoemd heeft: "aller Meesteres en ware Moeder Gods", en tevens "aller christenen Meesteres" Hardouin, Acta Conciliorum, IV, 234; 238: P.I.. LXXXIX, 508 B.

Verder willen Wij nog vermelden dat Onze Voorganger, onsterfelijker gedachtenis, Sixtus IV, toen Hij in de Apostolische brief Paus Sixtus IV - Bul
Cum praeexcelsa
Over het vieren van het feest van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria (27 februari 1476)
Paus Sixtus IV, Bul, Over het vieren van het feest van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria, Cum praeexcelsa (27 feb 1476) vol blijdschap sprak over de onbevlekte ontvangenis van de Heilige Maagd, deze brief begon met te zeggen dat Maria "Koningin" genoemd wordt "die altijd - bij de Koning, die zij gebaard heeft, onze voorspreekster is". En op gelijke wijze heeft Benedictus XIV gesproken in zijn Apostolische Brief Paus Benedictus XIV - Apostolische Brief
Gloriosae Dominae
Het belang van Maria bij onze Verlossing (27 september 1748)
, waarin Maria "Koningin van hemel en aarde" wordt genoemd en waarin gezegd wordt, dat de "allerhoogste koning aan haar in zekere zin zijn macht heeft overgedragen." Paus Benedictus XIV, Apostolische Brief, Het belang van Maria bij onze Verlossing, Gloriosae Dominae (27 sept 1748)

En daarom kon de H. Alphonsus de Liguori, alle getuigenissen van vroegere eeuwen samenvattend, vol liefde schrijven : "Omdat de Maagd Maria zo hoog in waardigheid is verheven dat zij de Moeder van de Koning der koningen zou zijn, daarom heeft de Kerk haar volkomen terecht met de titel van Koningin onderscheiden." H. Alfonsus Maria de Liguori, De glorie van Maria. p. 1, c. 1, § 1.

Document

Naam: AD CAELI REGINAM
Maria Koningin
Soort: Paus Pius XII - Encycliek
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 11 oktober 1954
Copyrights: © 1954, Uitgeverij " 't Groeit", Antwerpen, nr. 313
Bewerkt: 12 november 2018

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam