• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Wanneer de Conciliedocumenten over de verschillende aspecten van de medewerking van de niet-gewijde leken aan de zending van de kerk spreken, vermelden ze onder andere de rechtstreekse medewerking aan specifieke taken van de herders. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het lekenapostolaat, Apostolicam Actuositatem (18 nov 1965), 24 Immers, ”als de noodzaak of het nut van de kerk het eisen, kunnen de herders aan de lekengelovigen bepaalde taken toevertrouwen die met hun eigen herderlijke bediening verbonden zijn, maar niet het kenmerk van de wijding vereisen, in overeenstemming met de normen die vastgesteld zijn door het algemene recht.H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de roeping en de zending van de leken in de Kerk, Christifideles laici (30 dec 1988), 23 Deze medewerking is later door de postconciliaire wetgeving geregeld, in het bijzonder door het nieuwe Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
.

Na over de plichten en de rechten van alle gelovigen gesproken te hebben, Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 208. -223 behandelt het kerkelijke wetboek vervolgens de plichten en rechten van de lekengelovigen, niet alleen de specifieke plichten en rechten van de lekengelovigen, niet alleen de specifieke plichten en rechten van hun seculiere staat, Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 225-227.231 maar ook andere taken en functies die niet exclusief aan hen toekomen aan alle gelovigen toe, hetzij gewijd hetzij niet gewijd,Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 225.228-229.231 terwijl andere op de lijn staan van directe dienst aan het gewijde ambt van de gewijde gelovigen. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 230. §§ 2-3, wat betreft het liturgische bereik Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 228. § 1, wat betreft andere bereiken van de geestelijke dienst betreft; de laatste paragraaf heeft betrekking op het bereik buiten het ambt van de clerus De niet-gewijde leken hebben niet een recht om deze laatste taken of functies uit te oefenen; maar ze ”zijn bekwaam om door de gewijde herders aangenomen te worden voor die kerkelijke ambten en taken die zij volgens de voorschriften van het recht kunnen vervullen”, Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 228. § 1 of wel bij gebrek aan bedienaren... kunnen zij sommige van hun taken waarnemen... volgens de voorschriften van het recht”. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 230. § 3 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 517.776.861.910.943.1112

Opdat een dergelijke medewerking zich harmonisch invoegt in de ambtelijke pastoraal, is het nodig dat de leerstellige uitgangspunten duidelijk zijn om pastorale afwijkingen en disciplinaire misbruiken te vermijden. Daarom moet ook met consistente vastberadenheid in heel de kerk een serieuze en loyale toepassing van de geldende bepalingen bevorderd worden, zonder de termen van de uitzonderlijkheid ten onrechte toe te passen op gevallen die niet als ‘uitzonderlijk’ aan te merken zijn.

Als ergens misbruiken en grensoverschrijdende praktijken vastgesteld worden, dienen de herders de nodige en passende middelen aan te wenden om tijdig hun verspreiding te voorkomen, zodat het zuivere besef van het wezen zelf van de Kerk niet aangetast wordt. In het bijzonder zullen ze de bestaande disciplinaire normen toepassen die het onderscheid en de complementariteit leren kennen en eerbiedigen van functies die van levensbelang zijn voor de kerkelijke communio. Waar dergelijke afwijkende praktijken al verspreid zijn, kan de competente overheid haar tussenkomst niet meer uitstellen om zich zo tot bewerker van communio te maken, die uitsluitend rond de waarheid kan bestaan. Communio, waarheid, gerechtigheid, vrede en liefde zijn onderling afhankelijke termen. Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Over de aanbidding van het Eucharistische Mysterie, Inaestimabile donum (3 apr 1980). Voorwoord

In het licht van bovengenoemde principes worden hieronder de passende middelen aangeboden om de aan onze dicasteries gesignaleerde misbruiken het hoofd te bieden.

Par. 1

Op sommige plaatsen wordt de zondagviering Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1248. § 2 wegens gebrek aan priesters of diakens geleid door niet-gewijde gelovigen. Deze tegelijkertijd waardevolle en delicate dienst, moet geleid worden in de geest en volgens de speciale normen door het bevoegde kerkelijk gezag daarvoor gegeven. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1248. § 2 Vgl. Concilium ter uitvoering van de Constitutie heilige liturgie, Instructie voor de uitvoering van de Constitutie over de heilige Liturgie, Inter Oecumenici (26 sept 1964), 37. AAS 66 (1964) 885 Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Directorium voor de viering van de zondagse eredienst zonder priester, Christi Ecclesia (2 juni 1988) Om bovengenoemde viering te leiden moet de niet-gewijde gelovige een speciaal mandaat van de bisschop ontvangen, die er zorg voor zal dragen gepaste richtlijnen te geven omtrent de duur, de plaats, de voorwaarden en de verantwoordelijke priester.

Par. 2

Deze vieringen, waarin gebruik gemaakt moet worden van door het bevoegde kerkelijk gezag goedgekeurde teksten, moeten altijd gezien worden als een tijdelijke oplossing. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Bij gelegenheid van het "Ad-limina" bezoek van de Noord-Amerikaanse Bisschoppen (5 juni 1993) Om geen dwalingen bij de gelovige te wekken is het verboden in hun structuur elementen te voegen van de eucharistieviering, bovenal van het ‘eucharistisch gebed’, ook als dit in verhalende vorm geschiedt. Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Directorium voor de viering van de zondagse eredienst zonder priester, Christi Ecclesia (2 juni 1988) Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1378. § 2, 1o en § 3 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1384 Daarom moet aan de deelnemers van deze vieringen duidelijk gemaakt worden, dat die vieringen het eucharistisch offer niet vervangen, en dat aan de zondagsplicht alleen voldaan wordt door deel te nemen aan de H. Mis. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1248 In de gevallen waar de afstand en de fysieke omstandigheden dit toelaten, moeten de gelovigen aangespoord en geholpen worden het mogelijke te doen om dit voorschrift na te komen.

Document

Naam: ECCLESIAE DE MYSTERIO
Interdicasteriële Instructie over enige vragen betreffende de medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters
Soort: Congregatie voor de Clerus
Auteur: Msgr. Darío Castrillón Hoyos e.a.
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: SRKK, Utrecht
Bewerkt: 29 augustus 2016

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam