• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
  1. Slechts in Jezus kunnen de mensen gered worden, en daarom maakt het Christendom een duidelijke aanspraak op universaliteit. De christelijke boodschap richt zich daarom tot alle mensen en moet aan allen verkondigd worden.
  2. Enkele teksten uit het Nieuwe Testament en uit de oudste traditie laten een universele betekenis van Christus doorschemeren die niet beperkt blijft tot de zojuist genoemde. Bij zijn komst in de wereld verlicht Jezus iedere mens, is Hij de laatste en definitieve Adam aan wie allen geroepen zijn gelijk te worden, enzovoorts. De universele aanwezigheid van Jezus komt iets uitgewerkter naar voren in de oude leer van de logós spermatikós Maar ook daar wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de volledige verschijning van de Logos in Jezus en de aanwezigheid van zaden van de Logos bij degenen die Hem niet kennen. Deze aanwezigheid, die reëel is, sluit geen fout of tegenspraak uit. Vgl. H. Augustinus, Brieven, Epistulae. 137, 12 (PL 33, 520vv.): behalve de reeds geciteerde teksten Sinds Jezus’ komst naar de wereld, en vooral sinds zijn dood en verrijzenis, begrijpt men de ultieme zin van de nabijheid van het Woord bij alle mensen. Jezus voert de hele geschiedenis naar zijn vervulling. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 10.45
  3. Als het heil verbonden is met de historische verschijning van Jezus, mag niemand onverschillig blijven voor de persoonlijke verbondenheid met Hem in het geloof. Slechts in de Kerk die in historische continuïteit met Jezus staat, kan zijn mysterie ten volle beleefd worden. Vandaar de onontkoombare noodzaak voor de kerk om Christus te verkondigen.
  4. Andere mogelijkheden van heilzaam ‘middelaarschap’ kunnen nooit los gezien worden van de mens Jezus, de unieke middelaar. Het zal moeilijker zijn te bepalen hoede mensen, de godsdiensten, die Jezus niet kennen, zich tot Hem verhouden. Het is nodig de mysterieuze wegen van de Geest te noemen, wiens werkzaamheid niet direct naar Christus verwijst Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht, Redemptoris Missio (7 dec 1990), 29 en die allen de mogelijkheid biedt met het Paasmysterie verbonden te worden. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 22 In de context van de universele werking van de Geest van Christus moet men het vraagstuk van de heilswaarde van de godsdiensten als zodanig plaatsen.
  5. Omdat Jezus de unieke middelaar is, die het heilsplan van de uniek God de Vader ten uitvoer brengt, is het heil voor alle mensen uniek en hetzelfde: de volledige gelijkvormigheid met Jezus en de communio met Hem bij het deelhebben aan zijn goddelijke kindschap. Het bestaan van verschillende economieën voor degenen die in Jezus geloven en degenen die niet in Hem geloven moet derhalve uitgesloten worden. Er kunnen geen wegen zijn om naar God te gaan, die niet uitkomen op de unieke weg die Christus is. Vgl. Joh. 14, 6

Document

Naam: HET CHRISTENDOM EN DE GODSDIENSTEN
Soort: Internationale Theologische Commissie
Datum: 30 september 1996
Copyrights: © 1997, Secretariaat RKK, Utrecht
In opdracht van p. Georges Cottier o.p., secr.-gen. van de ITC, vertaald door prof. dr. J. Ambaum m.m.v. mw. drs. M.-L. Meulemans
Bewerkt: 26 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam