• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

"U BENT EEN ZEGEN" - WOORD TOT DE BEJAARDEN

Bij zijn apostolische bezoek aan Duitsland in 1987 sprak de paus tijdens een bijeenkomst in de Onze Lieve Vrouwekerk in München zijn leeftijdgenoten toe. Hij begroette hen als volgt: "Grüss Gott" aan allen die op hun pelgrimstocht door dit leven al langer dan ik "de last en de brandende hitte van de dag hebben gedragen" (Mt. 20, 12), die al langer dan ik de Heer zoeken en trouw trachten te dienen, in het groot en in het klein, in vreugde en leed.

De Paus neigt eerbiedig voor de ouderdom en nodigt allen uit zich bij hem aan te sluiten. De ouderdom is de kroon op de ladder van het leven. Zij brengt de oogst binnen van al wat men geleerd en beleefd heeft, de oogst van wat men volbracht en bereikt heeft, maar ook de oogst van at wat men geleden en doorstaan heeft. Zoals in het slotakkoord van een grote symfonie komen de grote thema's van het leven tot één grote samenklank. En dit tezamenklinken verleent wijsheid - de wijsheid waarom de jonge koning Salomo bidt Vgl. 1 Kon. 3, 9.11 , die hij belangrijker vindt dan macht en rijkdom, belangrijker dan schoonheid en gezondheid Vgl. Wijsh. 7, 7.8.10 ; de wijsheid waarover wij in het Oude Verbond lezen: "Hoe aantrekkelijk is wijsheid bij oude mensen en doorzicht en goede raad bij mannen van aanzien! Rijke ervaring is de kroon van de oude mensen en de vrees voor de Heer is hun roem" (Sir. 25, 5-6).

Deze generatie ouderen, u dus, komt dit eresaluut in het bijzonder toe: velen van u hebben in twee wereldoorlogen oneindig veel lijden doorgemaakt en samen met anderen doorstaan, velen hebben daarbij hun families gezondheid, werk, land en thuis verloren; u hebt de afgrond van het mensenhart leren kennen, maar ook gezien hoe het tot heroïsch hulpbetoon in staat is, hoe het trouw kan zijn aan het geloof en steeds weer kracht vindt opnieuw te beginnen.

De wijsheid laat ons 'ja' zeggen

De wijsheid helpt ons afstand te nemen, niet de afstandelijkheid van de wereldvreemde, maar de afstand die de mensen boven de dingen stelt, zonder deze te verachten. Zij helpt ons naar de wereld te kijken met de ogen van het hart, met de ogen van God. Zij laat ons met God 'ja' zeggen, ook op onze grenzen, ook op ons verleden met onze teleurstellingen, tekortkomingen en zonden. Want "wij weten dat God in alles het heil bevordert van die Hem liefhebben" (Rom. 8, 28). Uit de verzoenende kracht van deze wijsheid bloeien dan goedheid, geduld en begrip op en dat kostelijke sieraad van de ouderdom: de humor.

U weet zelf het beste, dierbare zusters en broeders, dat deze waardevolle levensoogst die de Schepper u heeft toegedacht, geen vanzelfsprekend bezit is. Zij verlangt waakzaamheid, zorg, zelfcontrole, soms zelfs vastbesloten strijd. Anders wordt ze maar al te gemakkelijk ondergraven en aangetast door traagheid, humeurigheid, door oppervlakkigheid, heerszucht of zelfs door verbittering. Verlies de moed niet, begin met Gods genade steeds opnieuw en maak gebruik van de krachtbronnen die Hij u aanbiedt: het heilig sacrament van zijn Lichaam en Bloed, het sacrament van de vergeving, het woord van de prediking en de Schrift, en het geestelijke gesprek.

Op deze plaats mag ik zeker ook in uw naam alle priesters van harte danken die voor de zielzorg aan oude mensen een belangrijke plaats in hun werk en in hun hart inruimen. Daarmee bewijzen zij heel hun parochie een uitstekende dienst, zij verwerven zich daarbij immers tegelijkertijd een hele schare van trouwe bidders! Na uw zielzorgers wil ik ook een enkel woord zeggen tegen uw priester-leeftijdgenoten. Dierbare medebroeders, de kerk dankt u voor uw levenswerk in de wijngaard van de Heer. In het Johannesevangelie zegt Jezus tegen de jonge priesters "anderen hebben gezwoegd en gij plukt van hun zwoegen de vruchten" (Joh. 4, 38). Eerwaarde presbyteroi = oudsten, = priesters, blijf de aangelegenheden van de kerk in de priesterlijke dienst van het gebed voor God dragen: "ad Deum, qui laetificat iuventutem vestram" , "tot God die uw jeugd verblijdt

In al het tijdelijke rijpt het eeuwige U, broeders en zusters van de oudere generatie, u bent voor de kerk een schat, u bent voor de wereld een zegen! Hoe dikwijls moet u niet de jonge ouders bij springen, hoe goed kunt u niet de kleinen binnenleiden in de geschiedenis van hun familie en hun land, in de legenden van hun volk, en in de wereld van het geloof. De jeugd gaat met zijn problemen dikwijls makkelijker naar u dan naar de generatie van hun ouders. U bent voor uw zonen en dochters in moeilijke tijden een waardevolle steun. Met raad en daad werkt u mee in vele comités, verenigingen en initiatieven in het kerkelijke en burgerlijke leven. U bent een noodzakelijke aanvulling in een wereld die zich verlaat op de levenskunst van de jeugd en de kracht van de zogenaamde "beste jaren", in een wereld die alles berekent wat zij maar berekenen kan. U herinnert haar eraan dat zij voortbouwt op wat anderen begonnen zijn, toen zij jong en krachtig waren, en dat ook hun werk eens in jongere handen zal komen. In u wordt zichtbaar dat de zin van het leven niet slechts bestaat in geld verdienen en geld uitgeven, dat in alle uiterlijke doen tegelijk iets innerlijks moet rijpen en in al het tijdelijke iets eeuwigs - in overeenstemming met de woorden van Paulus: "Al gaan wij ook ten onder naar de uitwendige mens, ons innerlijk leven vernieuwt zich van dag tot dag" (2 Kor. 4, 16).

Ja, de ouderdom verdient onze eerbied, de eerbied die in de heilige Schrift oplicht wanneer zij ons Abraham en Sara voor ogen stelt, wanneer zij Simeon en Hanna naar de tempel roept om de heilige familie te ontmoeten, wanneer zij de priesters "oudsten" noemt Vgl. Hand. 14, 23 Vgl. Hand. 15, 2 Vgl. 1 Tim. 4, 14 Vgl. Tit. 1, 5 Vgl. 1 Pt. 5, 1 , wanneer zij de huldiging van geheel de schepping samenvat in de aanbidding van de vierentwintig oudsten en wanneer deze tenslotte God zelf ontmoeten; "de Hoogbejaarde" (Dan. 7, 9.22).

Als het leven een last wordt

Kan men een waardiger loflied op de waarde van de ouderdom zingen? Maar, beminde ouderen, u zult zeker teleurgesteld zijn als de paus niet ook inging op de keerzijde van het ouder worden, die u misschien wel de - wellicht onverwachte - eer heeft gebracht, maar u de troost schuldig blijft. Zoals het jaargetijde van de herfst ons niet alleen de oogst brengt, en de schitterende kleurenpracht, maar ook het kaal worden van de bomen en het vallen en vergaan van de bladeren, en ons niet alleen het zachte, volle licht brengt, maar ook de vochtige, naargeestige nevel. Zo is het ook met de ouderdom, het is niet alleen de tijd van het krachtige slotakkoord of de verzoenende samenvatting van het leven, maar ook de tijd van verwelken, een tijd waarin ons de wereld vreemd, het leven een last en het lichaam een kwelling kan worden. En daarom voeg ik bij mijn oproep: "Geef acht op uw waarde" de andere oproep: "Neem uw last aan".

Het gewicht van de ouderdom bestaat voor de meesten allereerst uit het gebrekkig worden van het lichaam; de zintuigen zijn niet meer zo scherp, de ledematen niet meer zo soepel, de organen gevoeliger Vgl. Pred. 13. Wat wij in onze jonge jaren alleen in tijden van ziekte ontmoetten, wordt op oudere leeftijd dikwijls een dagelijkse metgezel, een nachtelijke stamgast! We moeten langzamerhand van veel zaken die ons lief en kostbaar waren afzien. Ook het geheugen weigert af en toe dienst: nieuwe informatie wordt niet meer zo gemakkelijk opgenomen, en veel oude herinneringen vervagen. Daardoor verliest de wereld zijn vertrouwde aanzien; de wereld van de eigen familie met de zo heel anders geworden levens- en arbeidsvoorwaarden van de volwassenen, met de veranderde interesses en uitdrukkingsvormen van de jeugd en met de nieuwe leerdoelen en leermethoden van de kinderen. Vreemd wordt het vaderland met zijn groeiende steden, met de toenemende verkeersdrukte en het in veel gevallen veranderde landschap. Vreemd wordt de wereld van de wetenschap en de politiek, anoniem en ondoorzichtig wordt de wereld van de sociale en medische zorg. En zelfs dat waarin wij ons het meeste thuis zouden moeten kunnen voeten - de leer en het leven van de kerk - is voor velen van u een vreemd gebied geworden, door haar streven tegemoet te komen aan de geest van de tijd en te voldoen aan de verwachtingen en noden van de jongere generaties.

Door deze moeilijk te begrijpen wereld voelt u zich onbegrepen, ja dikwijls zelfs verstoten. Uw mening, uw hulp, uw aanwezigheid wordt niet verlangd - zo ervaart u het, en zo is het jammer genoeg dikwijls ook.

Hij is u metgezel in het lijden

Wat kan de paus daarvan zeggen? Waarmee kan ik u troosten? Ik wil het mezelf niet gemakkelijk maken. Ik wil de nood van uw leeftijd, uw gebreken en ziekten, uw hulpeloosheid en vereenzaming niet bagatelliseren. Maar ik wil dit alles met u in een verzoenend licht zien - in het licht van onze Heiland, die "voor ons bloed gezweet heeft, die voor ons is gegeseld, die voor ons met doornen is gekroond." Hij is in de beproevingen van de ouderdom uw metgezel in het lijden, en u bent zijn metgezel op zijn kruisweg. Geen traan schreit u alleen, en geen traan schreit u tevergeefs Vgl. Ps. 56, 9 . Door te lijden heeft Hij het leed verlost, en door te lijden werkt u mee aan zijn verlossingswerk Vgl. Kol. 1, 24 . Neem uw lijden aan als zijn omhelzing en maak het tot een zegen, terwijl u het, met Hem, uit de hand van de Vader aanneemt, die in ondoorgrondelijke maar ontwijfelbare wijsheid en liefde juist daarin aan uw volmaaktheid werkt. In de vuuroven wordt het goud gezuiverd Vgl. 1 Pt. 1, 7 , in de pers wordt de druif tot wijn.

In deze Geest - die slechts God ons geven kan - wordt het dan ook gemakkelijker begrip te hebben voor degenen die door nalatigheid, onachtzaamheid of gedachteloosheid mede onze nood veroorzaken, alsook diegenen te vergeven die ons bewust, ja opzettelijk leed toebrengen, maar volstrekt niet kunnen inzien hoezeer zij ons pijn doen.

Laten wij met de Gekruisigde zeggen: "Vader, vergeef hun, want zij weten niet wat zij doen! " (Lc. 23, 34) Ook voor ons is immers eens dit verlossende woord gesproken.

Het koninklijke woord "Dank U".

In deze Geest - waarom wij in deze bijeenkomst met elkaar en voor elkaar bidden - worden wij ons dan ook bewust van en dankbaar voor alle liefdevolle gedachten, woorden en daden, die dagelijks ons deel worden, waaraan wij gemakkelijk gewend raken en die wij daarom al snel als vanzelfsprekend aannemen en beschouwen. We vieren vandaag het feest van de heilige Elisabeth, een heilige die uw land de wereld heeft geschonken als het symbool van de opofferende naastenliefde. Zij is het rijke voorbeeld en de verheven patrones van allen die, hetzij door hun beroep, hetzij vrijwillig of in de kring van verwanten en bekenden, de hulpbehoevende mens dienen en in hem - of zij het weten of niet - Christus ontmoeten. Dat, dierbare ouderen, is het loon dat u hun geeft die u zo ongaarne tot last bent. U bent voor hen de aanleiding tot een ontmoeting met de Heer. U geeft hun de gelegenheid boven zichzelf uit te groeien en u geeft hun door uw geschenk deel aan de vruchten van het leven die ik zojuist noemde en die God in u laat rijpen! Begraaf uw verzoeken dus niet in een schuchter, teleurgesteld of verwijtend hart, maar breng ze heel vanzelfsprekend tot uitdrukking - overtuigd van uw eigen waarde en van de goedheid van hart van de anderen. En wees blij met elke gelegenheid dat koninklijke woord 'dank u' in te oefenen, dat van alle altaren opstijgt en dat eenmaal onze eeuwige zaligheid vervullen zal.

Elkaar helpen

Een spreekwoord zegt: "Ben je eenzaam, bezoek dan iemand die nog eenzamer is dan jij! " Deze wijsheid zou ik in uw hart willen leggen. Open uw gedachten voor die lotgenoten die u op de één of andere manier helpen kunt - door een gesprek, een helpende hand, een boodschapje, of ten minste door meelevende belangstelling! Ik beloof u in de Naam van Jezus: u zult daarin troost en kracht vinden Vgl. Hand. 20, 35 . Zo oefent u tegelijk in het klein wat wij allen in het groot zijn. Wij zijn één lichaam met vele ledematen: ledematen die hulp geven en ledematen die hulp ontvangen, gezonde en zieke, jongere en oudere, die het in het leven gemaakt hebben en die het nog moeten maken, die nog jong zijn en die eenmaal jong waren, die oud zijn en die morgen oud zullen zijn. Allemaal samen vormen wij het Lichaam van Christus, en allemaal samen groeien wij naar de volheid toe, rijpen wij "tot de volmaakte Man, tot de gehele omvang van de volheid van de Christus" (Ef. 4, 13).

In het zicht van de dood

De laatste troost die wij samen zoeken, mijn dierbare medepelgrims "in dit dal van tranen" is de troost in het aangezicht van de dood. Vanaf onze geboorte gaan wij de dood tegemoet, maar op onze leeftijd worden we ons het naderen van de dood van jaar tot jaar meer bewust, als wij onze gedachten en gevoelens tenminste niet met geweld verdringen. De Schepper heeft het zo geordend dat op oudere leeftijd het aannemen en het doorstaan van de dood op bijna natuurlijke wijze voorbereid, vergemakkelijkt en ingeoefend wordt. En zo is ouder worden een voortdurend afscheid nemen van de ongebroken volheid van het leven, van het ongehinderde contact met de wereld.

De grote school van leven en sterven brengt ons in deze tijd aan menig open graf, laat ons aan menig sterfbed staan, voor wij zelf - God geve het zo - door biddenden omringd worden. De oudere mens heeft zulke leermomenten van het leven vaker meegemaakt dan de jonge en hij zal dit steeds meer meemaken. Dat is een groot voordeel op de weg naar die grote drempel, die wij ons dikwijls eenzijdig voorstellen als afgrond en duisternis. De blik over de drempel is vanaf onze kant vertroebeld; maar veel vaker dan wij menen, behaagt het God degenen die ons zijn voorgegaan toe te staan ons leven met zijn liefde en zorg te begeleiden en te omringen. Uit een diep en levendig geloof kwam de gedachte voort één van de kerken in deze stad de naam 'Allerzielenkerk' te geven. En de twee Duitse kerken in Rome heten 'Sancta Maria in Campo Santo', 'heilige Maria op het kerkhof', en 'Sancta Maria dell'Anima', 'heilige Maria van de arme zielen'. Wanneer de mensen om ons heen in onze zichtbare wereld steeds dichter de grens van hun hulp naderen, moeten wij des te meer in hen die de dood doorstaan hebben en die ons boven wachten, de boodschappers van de liefde van God zien: de heiligen, in bijzonder onze persoonlijke patroonheilige, en onze overladen familieleden en vrienden, die wij aan Gods barmhartigheid hebben toevertrouwd.

Velen van u, dierbare broeders en zusters, hebben de zichtbare nabijheid van hun levensgezel verloren. Mijn verzoek als zielzorger voor hen luidt: laat steeds bewuster God uw levenspartner worden, dan bent u tegelijkertijd verbonden met hen die Hij u eens als metgezel gaf en die nu zelf in God zijn midden gevonden heeft. Zonder een vertrouwdheid met God is er tenslotte bij het sterven geen troost. Want dat is het nu juist wat God voorheeft met het sterven: dat wij ons tenminste in dit unieke uur van ons leven geheel aan zijn liefde overgeven, zonder enige andere zekerheid dan uitsluitend en alleen zijn liefde. Hoe zouden wij Hem zuiverder ons geloof, onze hoop en onze liefde kunnen tonen!

Ons allen wacht een geboorte

Nog een laatste gedachte in deze context, die zeker velen van u uit het hart gegrepen is: De dood zelf is een troost! Het leven op deze aarde, zelfs als het geen "tranendal' was, kan niet altijd een thuis voor ons zijn. Het zou steeds meer een gevangenis worden, een 'verbanning'. Want "al het vergankelijke is slechts een gelijkenis" En zo komen ons de nooit verblekende woorden van de heilige Augustinus in gedachten: "want Gij hebt ons gemaakt naar U, en rusteloos blijft ons hart, tot het zijn rust vindt in U"

Er zijn dus geen twee soorten mensen: zij die op het punt staan dood te gaan en zij die zogenaamd midden in het leven staan. Ons allen wacht een geboorte, en samen met Jezus op de Olijfberg vrezen wij de weeën van deze verandering, waarvan wij de stralende opgang reeds in ons dragen sinds het moment waarop wij in de doop in Jezus' dood en verrijzenis ondergedompeld werden Vgl. Rom. 6, 3-6 Vgl. Kol. 2, 12 .

Met u allen zou ik op dit moment waarop wij afscheid van elkaar nemen onze bezinning tot gebed willen laten worden:

"Van de moederschoot af was ik veilig bij U,
o verwerp mij dan niet nu ik oud word, mijn kracht mindert -
laat mij niet alleen!" (Ps. 71, 6.9)

En hier in de kerk van Onze Lieve Vrouw wil ik ons gebed, dat steeds in de Geest van Jezus en door Jezus tot de Vader komt, verbinden met het gebed van haar die ons als eerstverloste tot moeder en zuster is:

"Heilige Maria,
moeder van God,
bid voor ons, zondaars,
nu
en in het uur van onze dood! Amen."

Document

Naam: "U BENT EEN ZEGEN" - WOORD TOT DE BEJAARDEN
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 4 mei 1987
Copyrights: © 2003, Eucharistie en Geestelijk Leven, jrg. 26 nr. 1
Bewerkt: 26 maart 2015

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam