• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Voor Ons oog staat de onafzienbaar grote schare trouwe zonen en dochters, wie het leed van de Kerk in Duitsland en hun eigen leed niets heeft ontnomen van hun toewijding aan de zaak Gods, niets van hun tedere liefde jegens den Vader der Christenheid, niets van hun gehoorzaamheid jegens Bisschoppen en Priesters, niets van hun blijmoedige bereidheid, ook in de toekomst - wat er ook moge gebeuren - trouw te blijven aan wat zij geloofd en van hun voorvaderen als heilig erfdeel hebben ontvangen. Hun allen zenden Wij uit een ontroerd hart Onze Vaderlijke groet.

Op de eerste plaats aan de leden van de kerkelijke organisaties, die dapper en ten koste van dikwerf smartelijke offers, trouw bleven aan Christus en niet bereid waren afstand te doen van de rechten, die een plechtig, op goed vertrouwen gesloten verdrag aan de Kerk en aan hen zelf had gewaarborgd.

Een bijzonder innige groet zenden Wij de Katholieke ouders. Hun door God gegeven rechten en plichten als opvoeders staan juist nu in het middelpunt van een strijd, die men zich nauwelijks noodlottiger kan voorstellen. De Kerk van Christus kan niet dan pas beginnen te treuren en te klagen wanneer de altaren verwoest worden, wanneer heiligschennende handen de Godshuizen in rook en vlammen doen opgaan. Wanneer men tracht, het tabernakel van de door het H. Doopsel geheiligde kinderziel door een aan Christus vijandige opvoeding te onteren, wanneer uit deze levende tempel Gods de godslamp van het geloof aan Christus weggerukt en in haar plaats het dwaallicht van een namaakgeloof moet worden gesteld, dat met het geloof van het Kruis niets meer heeft uit te staan - dan is de geestelijke tempelschending nabij, dan wordt het de plicht van iedere belijdende Christen, zijn verantwoordelijkheid duidelijk tegenover die van de tegenpartij te stellen, zijn geweten van ieder schuldig medewerken aan zulk een rampzalige en verderfelijke daad vrij te houden.

En hoe meer de tegenstanders hun best doen, hun duistere oogmerken te ontkennen en te verbloemen, des te meer is een waakzaam wantrouwen en een wantrouwende waakzaamheid, door bittere ervaring wakker geschud, geboden. Het formele behoud van een, bovendien door onbevoegden gecontroleerd en aan banden gelegd godsdienstonderricht in het kader van een onderwijs, dat in andere culturele vakken stelselmatig en hatelijk deze Godsdienst tegenwerkt, kan den gelovigen Christen nooit als een motief dienen, zich verantwoord te voelen, zulk een, de godsdienst vernietigend type van onderwijs vrijwillig goed te keuren. Wij weten, beminde katholieke ouders, dat van zulk een vrijwilligheid geen sprake kan zijn. Wij weten, dat een vrije en geheime stemming onder u zou betekenen: een overweldigend plebisciet voor het bijzonder onderwijs. En daarom zullen Wij ook in de toekomst niet moede worden, de verantwoordelijke instanties de wederrechtelijkheid van de tot dusver genomen dwangmaatregelen vrijmoedig voor te houden, alsook de plicht om de vrijheid van wilsuiting niet aan banden te leggen. Vergeet inmiddels één ding niet: van de door God gewilde band der verantwoordelijkheid, die u met uw kinderen verenigt, kan geen aardse macht u ontslaan. Niemand van hen, die u heden in uw rechten als opvoeders belagen en voorgeven de plichten van de opvoeding van u over te nemen, zal in uw plaats den eeuwigen Rechter kunnen antwoorden, wanneer Hij de vraag tot u richt: "Waar zijn zij, die Ik u gegeven heb?"- Moge ieder van u kunnen antwoorden: "Geen van hen, die Gij mij gegeven hebt, heb ik verloren" (Joh. 18, 9).

Eerbiedwaardige Broeders! Wij zijn er van overtuigd, dat de woorden die Wij in dit beslissend uur tot u en door u tot de Katholieken van het Duitse Rijk richten, in de harten en in de daden van Onze getrouwe kinderen de weerklank zullen vinden, die beantwoordt aan de liefdevolle zorg van den gemeenschappelijke Vader. Wanneer Wij met buitengewone vurigheid iets van den Heer afsmeken, dan is het dit: dat Onze woorden ook hen mogen bereiken en tot nadenken stemmen, die reeds begonnen zijn zich te laten verstrikken door de verlokkingen en bedreigingen dergenen, die tegenover Christus en Zijn heilig Evangelie staan.

Elk woord van deze Zendbrief hebben Wij afgewogen op de weegschaal van de waarheid en van de liefde. Noch wilden Wij door zwijgen, dat in deze tijd niet passend zou zijn, medeschuldig worden aan de gebrekkige voorlichting, noch door nodeloze gestrengheid aan de verharding des harten van een hunner, die onder Onze verantwoordelijkheid als Opperherder gesteld zijn, en die Onze herderlijke liefde daarom niet minder geldt, omdat zij op het ogenblik wegen van dwaling en vervreemding bewandelen. Al mogen velen van hen, zich aan de gebruiken van hun nieuwe omgeving aanpassend, voor het verlaten vaderhuis en voor hun Vader zelf slechts woorden van ontrouw, van ondankbaarheid, of zelfs van krenking hebben, al mogen zij vergeten wat zij achter zich geworpen hebben, de dag zal komen waarop de huivering om hun verwijderd-zijn van God en om de verwaarlozing van hun ziel deze thans verloren zonen zal overweldigen, waarop het heimwee hen zal terugdrijven naar de "God, Die hun jeugd verblijdde" en naar de Kerk, wier Moederhand hun de weg naar de Hemelse Vader heeft gewezen. Dit ogenblik te verhaasten is het voorwerp van Ons onophoudelijk gebed.

Evenals andere tijden in het bestaan van de Kerk, zo zal ook deze de voorbode zijn van nieuwe bloei en innerlijke loutering, wanneer de wil van Christus' getrouwen Hem te belijden en de bereidvaardigheid voor Hem te lijden, groot genoeg zijn, om tegenover de fysieke kracht van de verdrukkers het onvoorwaardelijk aanvaarden van een innig geloof, de onverwoestbaarheid van de zekere hoop op het eeuwig leven en de onweerstaanbare almacht van een krachtdadige liefde te stellen. De heilige Vasten- en Paastijd, die verinnerlijking en boete predikt en de blik van den Christen meer nog dan anders op het Kruis, tevens echter op de majesteit van den Verrezene doet richten, moge voor allen en ieder van u een met vreugde begroete en vlijtig benutte aanleiding zijn, verstand en hart, geest en gemoed te vervullen met de geest van heldhaftigheid, lijdzaamheid en overwinning, die van het Kruis van Christus uitstraalt. Dan - daarvan zijn Wij overtuigd - zullen de vijanden van de Kerk, die hun uur gekomen wanen, spoedig inzien dat zij te vroeg hebben gejuicht en te overhaast naar de graf- spade hebben gegrepen. Dan zal de dag komen waarop, in plaats van voorbarige triomfliederen van de vijanden van Christus, uit de harten en van de lippen van de aan Christus getrouwen het Te Deum der bevrijding ten Hemel mag stijgen: een Te Deum van dank aan den Allerhoogste; een Te Deum van vreugde, dat het Duitse volk ook in zijn thans dwalende leden de weg heeft betreden, die voert tot terugkeer naar de dienst van God, dat het in een door leed gelouterd geloof de knie weer buigt voor den Koning van tijd en eeuwigheid, Jezus Christus, en dat het in de strijd tegen degenen, die het christelijk Europa geheel en dat willen vernietigen, in eendrachtig samenwerken met alle goedgezinden van andere volken de roeping gaat vervuilen, door Gods raadsbesluiten aan dit volk toegewezen.

"Hij, Die harten en nieren doorgrondt" (Ps. 7, 10), is Onze getuige, dat Wij geen inniger verlangen koesteren dan het herstel van een ware vrede tussen Kerk en Staat in Duitsland. Wanneer echter - buiten Onze schuld - de vrede niet zijn zal, dan zal de Kerk Gods haar rechten en vrijheden verdedigen in Naam van den Almachtige, Wiens arm ook thans niet verkort is. "Vertrouwend op Hem, houden Wij niet op te bidden en te roepen" (Kol. 1, 9) voor u, de kinderen der Kerk, dat de dagen van droefenis verkort en gij getrouw bevonden moogt worden op de dag der beproeving en ook voor de vervolgers en verdrukkers: de Vader van alle licht en van alle erbarming moge hun een Damascus-uur van inzicht schenken voor zichzelf en voor al de velen, die met hen gedwaald hebben en nog dwalen.

Met dit smeekgebed in het hart en op de lippen geven Wij als onderpand der Goddelijke hulp, als bijstand in Uw moeilijke en verantwoordelijke besluiten, als sterking in de strijd, als troost in het leed, U, de Bisschoppelijke Herders van Uw trouw volk, de Priesters en Kloosterlingen, de Lekenapostelen der Katholieke Actie, en allen, al Uw diocesanen - niet in de laatste plaats de zieken en gevangenen - in Vaderlijke liefde de Apostolische Zegen.

Gegeven ten Vaticane, op Passiezondag, de 14e Maart 1937.

PAUS PIUS XI.

Document

Naam: MIT BRENNENDER SORGE
De Katholieke Kerk in het Duitse Rijk
Soort: Paus Pius XI - Encycliek
Auteur: Paus Pius XI
Datum: 14 maart 1937
Copyrights: © 1937, R.K. Werkliedenverbond
Bewerkt: 30 augustus 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam