• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Een bijzonder waakzaam oog zult gij, Eerbiedwaardige Broeders, moeten hebben, wanneer godsdienstige grondbegrippen van hun essentiële inhoud beroofd en in een profane zin worden uitgelegd.

Openbaring in christelijke zin is het Woord Gods aan de mensen. Ditzelfde woord te gebruiken voor de "influisteringen" van bloed en ras, voor de verschijnselen uit de geschiedenis van een volk, is in ieder geval verwarrend. Zulke valse munt verdient niet in de taalschat van een gelovig Christen te worden opgenomen.

Geloof is het vast als waarheid aannemen van wat God geopenbaard heeft en door de Kerk te geloven voorhoudt: "de vaste overtuiging van het onzichtbare" (Hebr. 11, 1). Het blijde en fiere vertrouwen op de toekomst van zijn volk, dat eenieder dierbaar is, betekent geheel iets anders dan geloven in godsdienstige zin. Het een tegen het ander te willen uitspelen, het een door het ander te willen vervangen en op grond daarvan te verlangen door den gelovigen Christen voor "gelovig" te worden gehouden, is een ijdel spel met woorden of een bewust verdoezelen van de grenzen of nog erger.

" Onsterfelijkheid" in de christelijke zin is het blijven van den mens als persoonlijk individu na de lichamelijke dood - voor een eeuwig loon of voor een eeuwige straf. Wie met het woord onsterfelijkheid niets anders wil aanduiden dan het gezamenlijk blijven voortleven in het verdere bestaan van zijn volk voor een onbepaald lange toekomst hier op aarde, die verdraait en vervalst een van de grondwaarheden van het christelijk geloof, raakt aan de fundamenten van iedere godsdienstige wereldbeschouwing, volgens welke een zedelijke orde in de wereld wordt vereist. Wanneer hij geen Christen wil zijn, behoorde hij er tenminste van af te zien, de woordenschat van zijn ongeloof te verrijken uit de voorraad van christelijke begrippen.

"Erfzonde" is de erfelijke, hoewel niet persoonlijke schuld van de nakomelingen van Adam, die in hem gezondigd hebben Vgl. Rom. 5, 12 , verlies van de genade en daarmede van het eeuwig leven, met de neiging tot het kwade, die ieder door genade, boete, strijd, zedelijk streven moet onderdrukken en overwinnen. Het lijden en sterven van den Zoon Gods heeft de wereld van de vloek van zonde en dood verlost, die op de nakomelingen overgaat. Het geloof in deze waarheden, waarop tegenwoordig in uw vaderland de goedkope spot van de tegenstanders van Christus gericht is, behoort tot het onvervreemdbaar bezit van de christelijke Godsdienst.

Het Kruis van Christus, al moge voor velen reeds Zijn Naam alleen een dwaasheid en een ergernis zijn geworden Vgl. 1 Kor. 1, 23 blijft voor den Christen het geheiligd teken der verlossing, de standaard van zedelijke grootheid en kracht. In zijn schaduw leven wij. Met het Kruis aan de lippen sterven wij. Op ons graf zal het staan als verkondiger van ons geloof, als getuige van onze naar het eeuwig licht gekeerde hoop.

Nederigheid in de geest van het Evangelie en gebed om de hulp van Gods genade zijn met zelfrespect, zelfvertrouwen en heldengeest zeer wel te verenigen. De Kerk van Christus, die door alle tijden heen tot in onze dagen meer belijders en vrijwillige bloedgetuigen telt, dan welke andere geestelijke gemeenschap ook, heeft van zulk een zijde geen lessen nodig over heldhaftige gezindheid en heldhaftige prestaties. Met zijn onnozel gepraat over christelijke nederigheid als zijnde zelfverlaging en lafheid, maakt de weerzinwekkende hoogmoed van deze nieuwlichters zich zelf belachelijk.

Genade in de oneigenlijke betekenis zou alles kunnen genoemd worden wat het schepsel van den Schepper ontvangt. Genade in de eigenlijke en christelijke betekenis omvat echter de bovennatuurlijke bewijzen van Goddelijke liefde, de gunst en de werking van God, waardoor Hij den mens tot die diep innerlijke levensgemeenschap met Zichzelf verheft, die het Nieuwe Testament Kindschap Gods noemt. "Ziet welk een grote liefde de Vader ons heeft bewezen; wij heten kinderen Gods en zijn het ook" (1 Joh. 3, 1). Het afwijzen van deze bovennatuurlijke verheffing door de genade op grond van een zogenaamde Duitse geaardheid is een dwaling, een openlijke oorlogsverklaring aan een kernwaarheid van het Christendom. Het gelijkstellen van de bovennatuurlijke genade met de gaven der natuur is schending van de door de Godsdienst geschapen en gewijde woordenschat. De herders en hoeders van het volk Gods zullen er goed aan doen, deze roof aan de heilige schat der waarheid en dit werken aan de verwarring der geesten met waakzaamheid tegen te gaan.

Document

Naam: MIT BRENNENDER SORGE
De Katholieke Kerk in het Duitse Rijk
Soort: Paus Pius XI - Encycliek
Auteur: Paus Pius XI
Datum: 14 maart 1937
Copyrights: © 1937, R.K. Werkliedenverbond
Bewerkt: 30 augustus 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam