• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Toen Wij, Eerbiedwaardige Broeders, in de zomer van het jaar 1933 de onderhandelingen betreffende een Concordaat, die de Rijksregering Ons in aanknoping aan een jaren oud vroeger ontwerp voorstelde, weer lieten opnemen en tot uw aller voldoening met een plechtig verdrag afsloten, werden Wij geleid door de vrijheid van de heilszending der Kerk in Duitsland en voor het heil van de aan Haar toevertrouwde zielen, tevens echter door de oprechte wens, aan de vreedzame verdere ontwikkeling en welvaart van het Duitse volk een belangrijke dienst te bewijzen.

Derhalve hebben Wij destijds, ondanks vele ernstige bezwaren en slechts na hevige innerlijke strijd er toe besloten, Onze toestemming niet te weigeren. Wij wilden Onze trouwe zonen en dochters in Duitsland, voor zover het menselijkerwijze mogelijk was, de gespannen verhoudingen en het lijden besparen, die anders onder de toenmalige omstandigheden met zekerheid te verwachten zouden zijn geweest. Wij wilden aan allen metterdaad bewijzen, dat Wij, enkel en alleen Christus en wat van Christus is zoekende, aan niemand de vredeshand van de Moederkerk weigeren, die ze niet zelf van zich stoot.

Wanneer de door Ons met een zuivere bedoeling in de Duitse aarde geplante vredesboom niet de vruchten heeft voortgebracht, waarnaar Wij in het belang van Uw volk vurig hebben verlangd, dan zal niemand in de wijde wereld, die ogen heeft om te zien en oren om te horen, thans nog kunnen zeggen, dat de schuld daarvan ligt bij de Kerk en Haar Opperhoofd. De ervaring der afgelopen jaren doet duidelijk zien wie de verantwoordelijkheid draagt. Daardoor worden machinaties onthuld, die van het begin af aan geen ander doel kenden dan de vernietigingsstrijd. In de voren, waarin Wij getracht hebben het zaad van de ware vrede te zaaien, strooiden anderen - evenals de inimicus homo uit de H. Schrift (Mt. 13, 25) - het onkruidzaad van wantrouwen, tweedracht, haat, laster, van heimelijke en openlijke, uit duizend bronnen gevoede en met alle middelen werkende principiële vijandschap tegen Christus en Zijn Kerk. Hen en slechts hen alleen, evenals hun heimelijke en openlijke trawanten, treft de verantwoordelijkheid, dat aan Duitslands horizon in plaats van de regenboog des vredes, de onweerswolk van een vernietigende godsdienststrijd zichtbaar is.

Wij zijn, Eerbiedwaardige Broeders, niet moede geworden, hun, die verantwoordelijk zijn voor het wel en wee van Uw land, de gevolgen uiteen te zetten, die uit het toelaten of zelfs het begunstigen van zulke stromingen noodzakelijkerwijze moesten ontstaan. Wij hebben alles gedaan, om de heiligheid van het plechtig gegeven woord, de onverbreekbaarheid van de vrijwillig aangegane verplichtingen te verdedigen tegen theorieën en praktijken, die - indien officieel goedgekeurd - geheel het vertrouwen zouden moeten doden en aan ieder ook in de toekomst gegeven woord zijn innerlijke waarde zouden moeten ontnemen.Wanneer eenmaal de tijd zal zijn gekomen, deze, Onze bemoeiingen voor de ogen der wereld bekend te maken, zullen alle goedgezinden weten, waar de behoeders en waar de verstoorders van de vrede gezocht moeten worden. Eenieder, wiens geest nog een rest van gevoel voor de waarheid, wiens hart nog een zweem van rechtvaardigheidszin heeft bewaard, zal dan moeten toegeven, dat in deze jaren na het sluiten van het concordaat, zo moeilijk en rijk aan gebeurtenissen, elk van Onze woorden en elke van Onze handelingen bepaald werden door de wet van trouw aan de gesloten overeenkomst. Hij zal echter ook met bevreemding en diep gevoelde afkeuring moeten constateren, hoe aan de andere zijde het verkeerd uitleggen, het ontduiken, het uithollen van het verdrag, ten slotte de min of meer openlijke schending van het verdrag tot een ongeschreven wet voor hun handelingen werden gemaakt.

De door Ons ondanks alles getoonde gematigdheid was niet ingegeven door overwegingen van aards voordeel of zelfs maar van zwakheid die Ons niet zou betamen, maar enkel en alleen de wil, tegelijk met het onkruid niet misschien een waardevol gewas uit te rukken; door het voornemen, niet openlijk een oordeel uit te spreken vooraleer de geesten voor de onvermijdelijkheid van dit oordeel rijp zouden zijn geworden; door het vaste besluit, de trouw van anderen aan het verdrag niet definitief te loochenen, alvorens de harde taal der werkelijkheid de omhulsels zou hebben vaneengereten, waarmede een systematische vermomming de aanval tegen de Kerk had weten en nog weet te bedekken. Ook thans nog, nu de openlijke strijd tegen de door het Concordaat beschermde bijzondere school, nu de ontnomen vrijheid van stemmen van de Katholieke rechtmatige opvoeders de ontstellende ernst van de toestand en de ongekende gewetensnood van gelovige Christenen op een bijzonder belangrijk levensgebied der Kerk kenmerken, raadt Ons Onze Vaderlijke bezorgdheid voor het heil der zielen, rekening te houden met de mogelijk nog aanwezige, zij het dan ook geringe kansen op een weder nakomen van het verdrag en een verantwoorde toenadering niet buiten beschouwing te laten. Gevolg gevend aan het veelvuldig verzoek van het Hoogwaardig Episcopaat, zullen Wij ook in de toekomst niet moede worden, bij de leiders van Uw volk voor het geschonden recht op te komen en - onbekommerd om het welslagen of het mislukken van het ogenblik - enkel en alleen gehoorzamend aan Ons geweten en Onze Herderlijke zending, Ons te verzetten tegen een geesteshouding, die beschreven recht door openlijk of geheim geweld tracht te vernietigen.

Het doel van het huidig schrijven, Eerbiedwaardige Broeders, is echter een ander. Evenals Gij Ons op Ons ziekbed liefderijk hebt bezocht, richten Wij Ons thans tot U en door U tot de Katholieke gelovigen in Duitsland, die - zoals alle lijdende en verdrukte kinderen - hun gemeenschappelijke Vader bijzonder na aan het hart liggen. In deze tijden, waarin hun geloof als zuiver goud in het vuur van de droefenis en de heimelijke en openlijke vervolging wordt beproefd, waarin zij omringd zijn door een in duizenderlei vorm georganiseerde beperking van godsdienstvrijheid, waarin het gemis aan waarheidsgetrouwe voorlichting en normale mogelijkheid tot verweer zwaar op hen drukt, hebben zij een dubbel recht op een woord van waarheid en sterking der ziel van Hem, tot Wiens eersten Voorganger dat woord, zo vol betekenis, was gericht: "Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet bezwijke, en gij van uw kant, versterk uw broederen" (Lc. 22, 32).

Document

Naam: MIT BRENNENDER SORGE
De Katholieke Kerk in het Duitse Rijk
Soort: Paus Pius XI - Encycliek
Auteur: Paus Pius XI
Datum: 14 maart 1937
Copyrights: © 1937, R.K. Werkliedenverbond
Bewerkt: 30 augustus 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam