• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

EEN ONTMOETING IN DE GEEST VAN HET TWEEDE VATICAANS CONCILIE
Tot jonge moslims in Casablanca (Marokko)

Dierbare jongeren,

Ik breng dank en eer aan God, die mij gegeven heeft, vandaag bij jullie te zijn. Zijne majesteit de koning bewees mij enkele jaren geleden de eer mij in Rome te bezoeken en had de hoffelijkheid me uit te nodigen jullie land te bezoeken en jullie te ontmoeten. Ik heb met genoegen de uitnodiging van de vorst van dit land aangenomen om jullie in dit jongerenjaar toe te spreken.

Ik ontmoet dikwijls jongeren, over het algemeen katholieke jongeren. Het is de eerste keer dat ik moslimjongeren ontmoet.

Wij, christenen en moslims, hebben als gelovigen en als mensen veel gemeen. Wij leven in dezelfde wereld, welke gekenmerkt is door talrijke tekenen van hoop, maar ook talrijke tekenen van angst. Abraham is voor ons gelijkelijk een voorbeeld van geloof in God, van onderwerping aan zijn wil en van vertrouwen in zijn goedheid. Wij geloven in dezelfde God, de ene God, de levende God, de God die de werelden schept en zijn schepselen tot hun voltooiing brengt.

Daarom gaat mijn gedachte uit naar God en verheft zich mijn hart tot Hem: vooral over God wil ik met jullie spreken; over Hem, omdat wij in Hem geloven, jullie moslims en wij katholieken, en ik wil jullie eveneens spreken over de menselijke waarden, die de ontplooiing betreffen van onze persoon, zoals ook die van onze gezinnen en onze samenlevingen, alsook die van de internationale gemeenschap. Is het mysterie van God niet de meest verheven werkelijkheid, waarvan de zin zelf afhangt, die de mens aan zijn leven geeft? En is dat niet het eerste probleem, dat zich aan een jongere opdringt, wanneer hij over het mysterie van zijn eigen bestaan nadenkt en over de waarden, welke hij wil kiezen om zijn groeiende persoonlijkheid te vormen?

Wat mij betreft, heb ik in de katholieke kerk de taak van opvolger van Petrus, de apostel die Jezus uitkoos om zijn broeders in het geloof te versterken. Na de pausen die elkaar ononderbroken gedurende de geschiedenis zijn opgevolgd, ben ik vandaag de bisschop van Rome, die geroepen is om onder zijn broeders in de wereld de getuige van het geloof te zijn en de waarborg van de eenheid van alle leden van de Kerk.

Daarom kom ik naar jullie vandaag als gelovige. Ik zou hier heel eenvoudig getuigenis willen afleggen van hetgeen ik geloof, van hetgeen ik wens voor het geluk van mijn broeders de mensen en van hetgeen ik door ervaring van nut acht voor allen.

Geloven in God
Ik roep allereerst de allerhoogste, de almachtige God, aan, die onze Schepper is. Hij staat aan de oorsprong van alle leven, zoals Hij de bron is van al wat goed is, van al wat mooi is, van al wat heilig is.
Hij heeft het licht gescheiden van de duisternis. Hij heeft heel het heelal zich doen ontwikkelen volgens een bewonderenswaardige orde. Hij heeft gewild, dat de planten zouden groeien en vruchtdragen, zoals Hij heeft gewild, dat de vogels van de hemel, de dieren op het veld en de vissen in de zee zich vermenigvuldigen.

Hij heeft ons gemaakt, de mensen, en wij behoren Hem toe. Zijn heilige wet geeft richting aan ons leven. Het licht van God richt ons bestaan en verlicht ons geweten. Hij stelt ons in staat lief te hebben en het leven door te geven. Hij vraagt ieder mens ieder menselijk schepsel te eerbiedigen en lief te hebben als een vriend, een metgezel, een broeder. Hij nodigt uit het te hulp te komen, wanneer het gewond is, wanneer het in de steek is gelaten, wanneer het honger en dorst heeft, wanneer het kortom niet meer weet waar zijn richting te vinden op de wegen van het leven.

Ja, God vraagt, dat wij luisteren naar zijn stem. Hij verwacht van ons de gehoorzaamheid aan zijn heilige wil met een vrije instemming van het verstand en het hart. Daarom hebben wij ons tegenover Hem te verantwoorden. Hij, God, is onze rechter, Hij die alleen werkelijk rechtvaardig is. Wij weten evenwel dat zijn barmhartigheid onafscheidelijk is van zijn rechtvaardigheid. Wanneer de mens, berouwvol en boetvaardig, naar Hem terugkeert, na zich van de afdwaling van de zonde en de werken van de dood te hebben afgekeerd, openbaart God zich als Degene die vergeeft en barmhartig is.

Aan Hem dus onze liefde en onze aanbidding. Wij danken Hem voor zijn weldaden en barmhartigheid ten alle tijden en op alle plaatsen.
Deze ontmoeting is in de geest van het Tweede Vaticaans Concilie, van de verklaring over de dialoog van de kerk met de niet-christelijke godsdiensten.
Zouden in een wereld, die eenheid en vrede verlangt en nochtans talloze conflicten kent, de gelovigen geen vriendschap en eenheid moeten bevorderen onder de mensen en volkeren, die één enkele gemeenschap vormen? Wij weten dat zij eenzelfde oorsprong en eenzelfde einddoel hebben: de God die hen heeft gemaakt en die hen wacht, omdat Hij hen zal verzamelen.

Wat de katholieke Kerk betreft, deze heeft zich twintig jaar geleden tijdens het Tweede Vaticaans Concilie in de persoon van haar bisschoppen, dat wil zeggen haar religieuze leiders, verplicht de samenwerking onder de gelovigen te zoeken. Zij heeft een document over de 2e Vaticaans Concilie - Verklaring
Nostra Aetate
Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten
(28 oktober 1965)
gepubliceerd. Zij verklaart, dat alle mensen, vooral de mensen van levend geloof, elkaar moeten eerbiedigen, alle discriminatie moeten overwinnen, samen moet leven en de universele broederschap dienen Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 5. De Kerk toont een bijzondere belangstelling voor de moslimgelovigen wegens hun geloof in de ene God, hun gebedszin en hun hoogachting voor het morele leven Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 3. Zij wenst 'in het belang van alle mensen de sociale rechtvaardigheid, de zedelijke goederen alsook vrede en vrijheid gezamenlijk te verdedigen en te bevorderen' Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 3.
Oproep tot gemeenschappelijk getuigenis over het Godsbesef
De dialoog tussen christenen en moslims is vandaag noodzakelijker dan ooit. Ze vloeit voort uit onze trouw jegens God en veronderstelt, dat wij God kunnen kennen door het geloof en van Hem kunnen getuigen door woord en daad in een steeds meer geseculariseerde en soms zelfs atheïstische wereld.

De jongeren kunnen een betere toekomst opbouwen, wanneer zij hun geloof in God voorop plaatsen en zich inzetten deze wereld op te bouwen volgens het plan van God, met wijsheid en vertrouwen.

God is de bron van alle vreugde. Daarom moeten wij getuigen van onze beschaving ten aanzien van God, van onze aanbidding, van ons lof- en smeekgebed. De mens kan niet leven zonder gebed, evenmin als hij kan leven zonder adem te halen. Wij moeten getuigen van ons nederig zoeken van zijn wil; Hij moet onze inzet voor een rechtvaardiger en meer eensgezinde wereld bezielen. De wegen van God zijn niet altijd onze wegen. Ze gaan onze altijd onvolkomen daden en altijd onvolmaakte bedoelingen van ons hart te boven. God kan nooit voor onze doeleinden worden gebruikt, want Hij gaat alles te boven.

Dit getuigenis van het geloof, dat van levensbelang voor ons is en dat geen ontrouw aan God noch onverschilligheid voor de waarheid kan verdragen, is mogelijk in respect voor de andere godsdienstige tradities, want iedere mens verwacht te worden geëerbiedigd om wat hij in feite is en om wat hij in geweten gelooft. Wij willen dat allen tot de volheid van de goddelijke waarheid komen, maar allen kunnen dat alleen maar doen door de vrije instemming van hun geweten, vrij van alle uiterlijke dwang welke de vrije instemming van het verstand en het hart onwaardig zou zijn, die de waardigheid van de mens kenmerkt. Dat is de echte betekenis van de godsdienstvrijheid, welke tegelijk God en de mens respecteert. Van deze aanbidders verwacht God de oprechte eredienst, aanbidders in geest en waarheid.
Oproep tot gezamenlijk getuigenis over de waardigheid van de mens
Onze overtuiging is, dat 'wij God, de Vader van allen, niet echt kunnen aanroepen, wanneer wij weigeren ons broederlijk te gedragen jegens bepaalde mensen, naar Gods beeld geschapen' 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 5.

Wij moeten derhalve elk menselijk wezen dan ook eerbiedigen, beminnen en helpen, omdat het een schepsel van God is, en in zekere zin zijn beeld en vertegenwoordiger, omdat hij de weg is welke naar God leidt, en omdat hij zich slechts tenvolle verwezenlijkt, wanneer hij God kent, wanneer hij Hem met heel zijn hart aanvaardt en wanneer hij Hem gehoorzaamt tot op de wegen van de volmaaktheid.

Zo moeten deze gehoorzaamheid aan God en deze liefde voor de mens ons brengen tot het eerbiedigen van de rechten van de mens, de rechten die de uitdrukking zijn van de wil van God en van de eisen van de menselijke natuur zoals God deze heeft geschapen.

Het respect en de dialoog vereisen daarom de wederkerigheid op alle gebieden, vooral op die welke de fundamentele vrijheden betreffen en meer bijzonder de godsdienstvrijheid. Zij bevorderen de vrede en betrekkingen tussen de mensen. Zij helpen samen de problemen oplossen van de hedendaagse mannen en vrouwen, meer bijzonder van de jongeren.
Verantwoordelijkheden en het gezamenlijk werken van jongeren aan een menselijker wereld
Normaal kijken jongeren naar de toekomst, zij verlangen een rechtvaardiger en menselijker wereld. God heeft ook de jongeren geschapen, juist om bij te dragen aan de omvorming van de wereld overeenkomstig zijn levensplan. Maar ook voor hen verschijnt de situatie met zijn schaduwzijden.

In deze wereld zijn er grenzen en verdeeldheden tussen de mensen, alsook misverstanden tussen de generaties; er is ook racisme, er zijn oorlogen en onrechtvaardigheden, zoals er ook honger is, verspilling en werkloosheid. Dat zijn de dramatische kwalen die ons allen treffen, en meer bijzonder de jongeren van de hele wereld. Sommigen lopen gevaar moedeloos te worden, anderen lopen gevaar te berusten, weer anderen lopen gevaar alles te willen veranderen met geweld of met extreme oplossingen. De wijsheid leert ons, dat de zelftucht en de liefde dan de enige drijfveer van de gewenste vernieuwing zijn. God wil niet, dat de mensen passief zijn. Hij heeft hun de aarde toevertrouwd, opdat zij haar zouden beheersen, bewerken en samen vrucht doen dragen.

Jullie zijn verantwoordelijk voor de wereld van morgen. Door volledig en met durf jullie verantwoordelijkheden te aanvaarden, kunnen jullie de huidige moeilijkheden overwinnen. Het komt jullie daarom toe initiatieven te nemen en niet alles te verwachten van de anderen en van hooggeplaatste personen. Jullie moeten de wereld opbouwen en niet alleen ervan dromen.

Door samen te werken kan men doeltreffend worden. Het goed begrepen werk is een dienen van anderen. Het schept banden van solidariteit. De ervaring van gemeenschappelijke arbeid stelt in staat zichzelf te louteren en de rijkdommen van de anderen te ontdekken. Zo kan geleidelijk een klimaat van vertrouwen ontstaan, dat ieder in staat stelt te groeien, zich te ontplooien en 'meer te zijn'. Laat niet na, dierbare jongeren, om met de volwassenen mee te werken, vooral met uw ouders en uw leermeesters, alsook met de leiders van de samenleving en de staat. De jongeren mogen zich niet isoleren van de anderen. De jongeren hebben volwassenen nodig, zoals de volwassenen jongeren nodig hebben.

Bij dit gezamenlijk werk mag de menselijke persoon, man of vrouw, nooit worden opgeofferd. Iedere mens is enig in de ogen van God en onvervangbaar in dit ontwikkelingswerk. Ieder moet worden erkend om wat hij is, en bijgevolg als zodanig worden geëerbiedigd. Niemand mag zijn naaste gebruiken; niemand mag zijn gelijke uitbuiten; niemand mag zijn broeder verachten.

Onder deze voorwaarden zal een menselijker, rechtvaardiger en broederlijker wereld kunnen ontstaan, waar ieder zijn plaats zal kunnen vinden in waardigheid en vrijheid. De wereld van de eenentwintigste eeuw ligt in jullie handen; ze zal zijn wat jullie ervan maken.
Een pluralistische en solidaire wereld
Deze toekomstige wereld hangt af van de jongeren van alle landen van de wereld. Onze wereld is verdeeld en zelfs uiteengesprongen; ze kent velerlei conflicten en ernstige ongerechtigheden. Er is geen echte solidariteit Noord-Zuid; er is niet genoeg onderlinge hulp tussen de naties van het Zuiden. Er zijn in de wereld culturen en rassen die niet worden geëerbiedigd.

Waarom dit alles? Omdat de mensen hun verschillen niet aanvaarden: ze kennen zichzelf niet genoeg. Zij wijzen degenen af, die niet dezelfde beschaving hebben. Zij weigeren elkaar te helpen. Zij kunnen zich niet bevrijden van hun egoïsme en zelfgenoegzaamheid.

Welnu, God heeft alle mensen gelijk in waardigheid geschapen, maar verschillend wat gaven en talenten betreft. De mensheid is een geheel waarin iedere groep haar rol heeft te spelen; men moet de waarden van de verschillende volkeren en verschillende culturen erkennen. De wereld is als een levend organisme; ieder heeft iets van de anderen te ontvangen en heeft iets aan hen te geven. Ik ben blij jullie hier in Marokko te ontmoeten. Marokko heeft een traditie van openheid: jullie geleerden zijn weggetrokken en jullie hebben geleerden uit andere landen ontvangen. Marokko is een ontmoetingsplaats van beschavingen geweest: dat heeft handel met het Oosten, Spanje en Afrika mogelijk gemaakt. Marokko heeft een traditie van verdraagzaamheid: in dit land van moslims zijn altijd joden geweest en bijna altijd christenen; deze werd op een positieve wijze beleefd met respect. Jullie waren en blijven een gastvrij land. Jullie, Marokkaanse jongeren, bent er dus op voorbereid burgers van de wereld van morgen te worden, van die broederlijke wereld waarnaar jullie met de jongeren van de hele wereld streven.

Ik ben er zeker van, dat jullie allen, jongeren, tot deze dialoog in staat bent. Jullie willen niet bepaald worden door vooroordelen. Jullie zijn bereid een beschaving op te bouwen op de liefde. Jullie kunnen eraan werken om de barrières te doen vallen, die soms te wijten zijn aan hoogmoed, vaker echter aan de zwakheid en angst van de mensen. Jullie willen de anderen liefhebben zonder enige beperking van land, ras of godsdienst.

Daarom willen jullie de rechtvaardigheid en de vrede. 'De vrede en de jongeren trekken samen op', zoals ik dit jaar in mijn boodschap voor de wereldvredesdag heb gezegd H. Paus Johannes Paulus II, Boodschap, Wereldvredesdag 1985, Vrede en jeugd samen op weg (8 dec 1984). Jullie willen noch de oorlog noch het geweld. Jullie kennen de prijs, welke ze de onschuldigen kosten. Jullie willen geen opvoeren van de bewapening. Dat wil niet zeggen, dat jullie de vrede willen tegen elke prijs. De vrede gaat gepaard met rechtvaardigheid. Jullie willen voor niemand onderdrukking. Jullie willen de vrede in rechtvaardigheid.
Waardige levensvoorwaarden voor allen
Jullie willen op de eerste plaats, dat de mensen genoeg hebben om van te leven. De jongeren die de kans hebben hun studies voort te zetten, hebben het recht graag in het beroep te blijven, dat zij voor eigen rekening zullen kun­nen uitoefenen. Maar zij moeten zich ook bekommeren om de dikwijls zeer moeilijke levensvoorwaarden van hun broeders en zusters, die in hetzelfde land wonen, in heel dezelfde wereld. Hoe zouden wij namelijk onver­schillig kunnen blijven, wanneer andere mensen in grote getalen sterven van honger, ondervoeding of bij gebrek aan gezondheidszorg, wanneer zij gruwelijk te lijden hebben van de droogte, wanneer zij gedwongen zijn tot werkloosheid of emigratie door economische wetten die hen voorbijstreven, wanneer zij de hachelijke situatie kennen van vluchtelingen opgesloten in kampen tenge­volge van de conflicten van de mensen? God heeft de aarde gegeven aan het menselijk geslacht als geheel, op­dat de mensen er hun bestaan aan ontlenen in solidari­teit en opdat elk volk de middelen zou hebben zich te voeden, zich te verzorgen en in vrede te leven.
Een geestelijke bezinning op kwaliteit
Maar hoe belangrijk de economische problemen ook zijn, de mens leeft niet van brood alleen, hij heeft een verstandelijk en geestelijk leven nodig; daar bevindt zich de ziel van de nieuwe wereld die jullie verlangen. De mens moet zijn geest en geweten ontwikkelen. Dat ontbreekt dikwijls bij de hedendaagse mens. Het veronachtzamen van de waarden en de identiteitscrisis, welke onze wereld doormaakt, verplichten ons tot een overschrijden en een hernieuwde inspanning van zoeken en vragen. Het innerlijk licht dat aldus in ons bewustzijn zal ontstaan, zal in staat stellen zin te geven aan de ontwikkeling, haar te richten op het welzijn van de mens, van ieder mens en alle mensen, overeenkomstig het plan van God.

De Arabieren van de Machreq en de Maghreb, en meer algemeen de moslims, hebben een lange traditie van studie en kennis: literair, wetenschappelijk en wijsgerig. Jullie zijn de erfgenamen van deze traditie, jullie moeten studeren om deze wereld te leren kennen, welke God ons heeft gegeven, haar verstaan door de zin ervan te ontdekken met voorliefde en respect voor de waarheid en om de volkeren en mensen te leren kennen, die door God zijn geschapen en door Hem worden bemind, om jullie voor te bereiden om hen beter te dienen.

Het zoeken van de waarheid zal jullie bovendien via de intellectuele waarden tot de geestelijke dimensie van het innerlijk leven brengen.

Groei in het geestelijk leven
De mens is een geestelijk wezen. Wij gelovigen, weten dat wij niet in een gesloten wereld leven. Wij geloven in God. Wij zijn aanbidders van God. Wij zijn zoekers, van God.

De katholieke Kerk ziet met respect de hoedanigheid van jullie godsdienstig streven, de rijkdom van jullie geestelijke traditie, en erkent die.

Ook wij, christenen, zijn trots op onze religieuze traditie.

Ik geloof dat wij, christenen en moslims, met vreugde de religieuze waarden moeten erkennen, die wij gemeenschappelijk hebben en God ervoor moeten danken. Beiden geloven wij in één God, de enige God, die geheel rechtvaardigheid en geheel barmhartigheid is; wij geloven in het belang van het gebed, van het vasten en van de aalmoes, van de boete en de vergeving; wij geloven, dat God voor ons een barmhartige rechter zal zijn aan het eind van de tijden en wij verwachten, dat Hij na de opstanding tevreden over ons zal zijn en wij weten, dat wij van Hem vervuld zullen zijn.

De eerlijkheid vereist ook, dat wij onze verschillen erkennen en respecteren. Het meest fundamentele verschil is ongetwijfeld onze kijk op de persoon en het werk van Jezus van Nazaret. Jullie weten dat, volgens de christenen, deze Jezus hen inwijdt in een innige kennis van het mysterie van God en een kinderlijke gemeenschap met zijn gaven, zodat zij Hem erkennen en verkondigen als Heer en Verlosser.

Dat zijn belangrijke verschillen, die wij met nederigheid en respect in wederzijdse verdraagzaamheid kunnen aanvaarden; dat is een mysterie waarover God ons eens zal inlichten, daar ben ik zeker van.

Christenen en moslims, wij hebben elkaar over het algemeen slecht begrepen, en soms hebben wij in het verleden tegenover elkaar gestaan en elkaar uitgeput in polemieken en oorlogen.

Ik geloof, dat God ons vandaag uitnodigt onze oude hebbelijkheden te wijzigen. Wij moeten elkaar eerbiedigen en aldus elkaar aanmoedigen in goede werken op de weg naar God.

Jullie weten met mij, welke de waarde is van de geestelijke waarden. De ideologieën en leuzen kunnen jullie niet voldoen noch de problemen van jullie leven oplossen. Alleen de geestelijke en morele waarden kunnen dat doen en die hebben God tot grondslag.

Ik wens, dierbare jongeren, dat jullie dus mogen bijdragen om een wereld op te bouwen, waarin God de eerste plaats heeft om de mens te helpen en te redden. Op deze weg zijn jullie verzekerd van de achting en medewerking van jullie katholieke broeders en zusters, die ik deze avond onder jullie vertegenwoordig.

Dankzegging en gebed
Ik wil nu graag zijne majesteit de koning bedanken mij te hebben uitgenodigd, ik wil jullie bedanken, dierbare jongeren van Marokko, hier te zijn gekomen en met vertrouwen naar mijn getuigenis te hebben geluisterd.

Maar meer nog zou ik God willen danken, die deze ontmoeting heeft toegestaan. Wij zijn allen onder zijn blik. Hij is vandaag de eerste getuige van onze ontmoeting. Hij legt in ons hart de gevoelens van barmhartigheid en begrip, van vergeving en verzoening, van dienstbaarheid en samenwerking. Moeten wij als gelovigen in ons leven en in onze stad niet de allerheiligste namen weergeven, welke onze religieuze tradities erin erkennen? Mogen wij daarom beschikbaar voor Hem zijn en onderworpen aan zijn wil op de oproepen die Hij tot ons richt. Zo zullen onze levens weer een nieuw dynamisme vinden.

Ik ben ervan overtuigd, dat dan een wereld kan ontstaan waar mannen en vrouwen met een levend en daadwerkelijk geloof de eer van God zullen bezingen en een menselijke samenleving zullen trachten op te bouwen overeenkomstig de wil van God.

Ik zou willen eindigen met Hem persoonlijk voor jullie aan te roepen.

O God, U bent onze Schepper.
U bent goed en uw barmhartigheid is zonder grenzen. Aan U de lof van elk schepsel.
O God, U hebt de mensen gegeven, dat wij een innerlijke wet zijn, waarnaar wij moeten leven.
U wil doen is onze taak vervullen.
Uw wegen volgen is de vrede van de ziel kennen. Aan U bieden wij onze gehoorzaamheid.
Begeleid ons bij alle pogingen die wij op aarde ondernemen.
Bevrijd ons van de slechte neigingen die ons hart van uw wil afwenden.
Sta niet toe dat wij ertoe komen, terwijl wij uw naam aanroepen, de menselijke buitensporigheden te rechtvaardigen.
O God, U bent de enige. Naar U gaat onze aanbidding. Sta niet toe, dat wij ons van U verwijderen.
O God, rechter van alle mensen, help ons op de laatste dag deel uit te maken van uw uitverkorenen.
O God, bewerker van de gerechtigheid en de vrede, verleen ons de ware vreugde en de echte liefde,
evenals een duurzame broederlijkheid onder de volkeren.
Overlaad ons voor altijd met uw gaven. Amen!

Document

Naam: EEN ONTMOETING IN DE GEEST VAN HET TWEEDE VATICAANS CONCILIE
Tot jonge moslims in Casablanca (Marokko)
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 19 augustus 1985
Copyrights: © 1985, Archief van Kerken, pag 730-737
Bewerkt: 26 maart 2015

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam