• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

BIJ DE OPENING VAN DE ZEVENDE SYNODE VAN BISSCHOPPEN OVER HET GEZIN

Eerbiedwaardige broeders in het bisschopsambt en u allen, geliefden, die aan deze zitting van de bisschoppensynode, die aanstonds gaat beginnen, deelnemen.

Het is goed dat wij onze werkzaamheden beginnen met binnen te dringen in het binnenste of, om zo te zeggen, het hart van het priesterlijk gebed dat door Christus werd uitgesproken. Wij weten wel hoe belangrijk het ogenblik was waarop Hij de woorden van dit gebed uitsprak. Luisteren wij echter hoe diep, ernstig en verheven de inhoud ervan is: 'Heilige Vader, bewaar in uw Naam hen die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één mogen zijn zoals Wij' (Joh. 17, 11).

Wanneer de kerk voor haar eenheid bidt, neemt zij eenvoudig haar toevlucht tot deze zelfde woorden; met deze zelfde woorden bidden wij voor de eenheid der christenen. Dezelfde gebruiken wij om van de Vader in Christus' naam de eenheid af te smeken, die wij moeten bereiken in de vergadering van de bisschoppensynode welke vandaag na een lange en nauwgezette voorbereiding haar werk begint; een werk, waarvan het onderwerp de taken van het christelijk gezin zijn.

Dit onderwerp is vastgesteld als conclusie van de voorstellen die door veel bisschoppen en bisschoppenconferenties, alsmede door de synoden van de oosterse vaders, naar het algemeen secretariaat van de bisschoppensynode waren gezonden, welke deze met zorg heeft beoordeeld. Over dit onderwerp zullen derhalve onze discussies gedurende de komende weken handelen, ook omdat wij er diep van overtuigd zijn dat de Kerk juist door het christelijk gezin leeft en haar taak welke haar door Christus is opgedragen, vervult. Zo kunnen wij openlijk zeggen dat het onderwerp van deze synode een voortzetting is van de twee voorafgegane vergaderingen. Want zowel de evangelisatie welk het onderwerp was van de synode van 1974 alsook de catechese, waarover de synode van 1977 handelde, hebben niet alleen betrekking op het gezin, maar ontlenen daaraan ook hun levende kracht. Inderdaad is het gezin het voornaamste voorwerp van de evangelisatie en de catechese, waarop de Kerk zich toelegt, maar het is tevens het subject ervan en er innig mee verbonden en wel zo, dat niets het kan vervangen: het is namelijk een subject dat als het ware met een scheppend vermogen is begiftigd.
Het gezin moet zich derhalve op bijzondere wijze bewust zijn van de zending van de Kerk en van het aandeel dat het zelf heeft in die zending om het subject ervan te kunnen zijn; dat is het niet alleen in die zin dat het in de Kerk voortleeft en daaruit zijn geestelijke krachten put, maar ook in die zin dat het fundamenteel die kerk vormt, voor zover het een 'kleine kerk' is of een huiskerk.

Deze synode heeft derhalve het voornemen alle gezinnen het aandeel duidelijk te maken dat zij hebben in de zending van de Kerk. Deze deelneming brengt tevens met zich mee en vereist, dat het eigen doel van het gezin zo volledig mogelijk tot verwezenlijking wordt gebracht. Wij verlangen namelijk in de werkzaamheden van deze synodevergadering opnieuw de rijke leer te vernemen van het Tweede Vaticaans Concilie ten aanzien van de waarheden over het gezin, welke het uiteen heeft gezet en ten aanzien van de manier waarop het gezin zelf het Concilie naar de praktijk van het leven heeft vertaald. Het is beslist noodzakelijk dat de christelijke gezinnen hun plaats in dit belangrijke werk vinden. Vooral om dit zeer belangrijke doel te bereiken wil de synode hun hulp bieden.

Zoals de heilige Paulus in de tweede lezing van de liturgie van vandaag leert, 'vormen wij allen tezamen in Christus, één lichaam, en ieder afzonderlijk, zijn wij, evenals de ledematen van het lichaam, aangewezen op elkaar' (Rom. 12, 5). Daarom zijn wij van gevoelen dat, ofschoon de synodevergadering van nature een bijzondere vorm van handelen is van het bisschoppen college, wij toch binnen deze vergadering in het bijzonder de aanwezigheid en het getuigenis nodig hebben van onze geliefde broeders en zusters, die de christelijke gezinnen van heel de wereld vertegenwoordigen. 'De gaven die wij bezitten verschillen naar de bijzondere genade die ieder van ons is geschonken'. Vgl. Rom. 12, 6 Tijdens deze vergadering waarvoor als onderwerp het christelijk gezin en zijn taken is voorgesteld, is het namelijk nodig, dat als het ware degenen aanwezig zijn en getuigenis geven, van wie 'de gaven die ieder naar de bijzondere genade zijn geschonken' de gaven zijn van het leven en de roeping tot het huwelijk en het gezinsleven.

Geliefde broeders en zusters, wij zullen u dankbaar zijn wanneer u tijdens de werkzaamheden van deze synode waaraan wij ons krachtens ons bisschoppelijke en pastorale ambt gaan wijden, met ons in zekere zin die 'gaven' van uw situatie en roeping wilt delen, althans dat u het getuigenis van uw tegenwoordigheid en uw ervaring zult geven, welke berust op de heiligheid van dit grote sacrament als op hun fundament; dat sacrament dat u eigen is: wij bedoelen het sacrament van het huwelijk.

Wanneer Christus de Heer voor zijn dood, bij de aanvang zelf van het paasmysterie aldus bidt: 'Heilige Vader, bewaar in uw Naam hen die Gij mij gegeven hebt, opdat zij één mogen zijn zoals Wij', vraagt Hij in zekere zin, misschien wel in bijzondere zin, ook om de eenheid van de echtgenoten en de gezinnen. Hij bidt weliswaar voor de eenheid van de leerlingen, voor de eenheid van de kerk; maar het mysterie van de kerk wordt door de heilige Paulus met het huwelijk vergeleken. Vgl. Ef. 5, 21-33 De Kerk kent derhalve onder haar taken niet alleen een bijzonder aandeel toe aan het gezin, maar beschouwt het in zekere zin ook als haar verheven voorbeeld. De Kerk, bezield door de liefde van Christus haar bruidegom die ons 'tot het uiterste heeft liefgehad', kijkt naar de mannen en vrouwen die elkaar liefde beloven voor de duur van heel hun leven tot de dood; en zij beschouwt het als haar bijzondere taak deze liefde, deze trouwen deugd te beschermen, alsmede alle goederen die haar daaruit voor de menselijke persoon en de samenleving voortkomen. Het gezin zelf geeft namelijk aan deze samenleving het leven, en in dat gezin wordt door de opvoeding als het ware de structuur van de mensheid gevormd, die iedere mens in deze wereld eigen is.

In het Evangelie van de liturgie van vandaag spreekt de Zoon de Vader aldus toe: 'de boodschap die Gij Mij hebt meegedeeld, heb Ik hun meegedeeld, en zij hebben ze aangenomen ... en zij hebben geloofd dat Gij Mij hebt gezonden ... AI het mijne is van U en het uwe is van Mij' (Joh. 17, 8-10).

Weerklinkt in de harten van de mensen van iedere generatie de gedachte van dit gesprek niet als een echo?

Verbinden deze woorden niet als het ware krachtig de geschiedenis van elk gezin, en door het gezin die van iedere mens?

Voelen wij ons, door deze woorden aangezet, niet nauwer verbonden met de zending van Christus zelf: van Christus als priester, profeet, en koning? Ontstaat het gezin niet uit het eigen wezen van deze zending?

'En nu, broeders, smeek ik u bij Gods erbarming: wijdt uzelf aan Hem toe als een levende, heilige offergave, die Hij kan aanvaarden. Dat is de geestelijke eredienst die u past' (Rom. 12, 1).

Deze offergave en deze eredienst zijn een bewijs dat u deel hebt aan het koninklijk priesterschap van Christus .. Dat wordt echter niet anders uitgeoefend dan door te gehoorzamen aan de aansporende woorden die God, de Schepper en Vader, heeft gesproken; want in de eerste lezing, ontleend aan het boek Deuteronomium, wordt het volgende gezegd: 'het woord is dichtbij u, in uw mond en in uw hart. Gij kunt het dus volbrengen' (Deut. 30, 14).

Christus echter bidt aldus voor zijn leerlingen: 'Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor het kwaad ... Wijd hen U toe in de waarheid ... omwille van hen wijd Ik Mij aan U, opdat ook zij in waarheid aan U toegewijd mogen zijn' (Joh. 17, 15-19).

Ziehier hoe het woord Gods dat in de lezing van vandaag wordt verkondigd, de plichten beschrijft, die wij aan de christelijke gezinnen in de kerk en in de wereld van deze tijd moeten voorstellen. Het zijn de volgende:

  • het bewustzijn van de eigen zending die uit de heilbrengende zending van Christus voortvloeit en als bijzondere dienst wordt vervuld;
  • dit bewustzijn wordt gevoed door het woord van de levende God en door de kracht van het offer van Christus. Zo wordt daardoor het getuigenis van het leven afgelegd dat het leven van anderen kan vormen, dat anderen 'in waarheid kan toewijden'.
  • dit bewustzijn verspreidt het goed dat alleen 'bewaart voor het kwaad'. De taak van het gezin is volkomen gelijk aan de opdracht van Hem die in het evangelie op de aangehaalde wijze van zichzelf zegt: 'Toen Ik bij hen was, bewaarde Ik in uw Naam hem die Gij Mij hebt gegeven. Ik heb over hen gewaakt en niemand van hen is verloren gegaan. .. (Joh. 17, 12).
Zo is het! De taak van ieder gezin is te waken over de fundamentele goederen en ze te bewaren. Dat is stellig hetzelfde als te waken over de mens en hem te bewaren!

Moge de H. Geest al onze werkzaamheden tijdens deze bijeenkomst die vandaag begint, leiden en ondersteunen!

Het is voorzeker goed dat dit begin plaats vindt met de woorden die aan het hart van het grote priesterlijke gebed van Christus zijn ontleend; het is goed dat wij deze vergadering beginnen met de viering van de Eucharistie.

Heel het werk echter dat wij in de komende dagen zullen verrichten zal niets anders zijn dan een dienst te bewijzen aan de mensen: dat wil zeggen aan onze broeders en zusters, echtgenoten en ouders, jongeren jongens en meisjes, generaties van mensen, gezinnen ...
aan allen aan wie Christus de Vader heeft geopenbaard
en allen, die de Vader 'uit de wereld' aan Christus heeft gegeven, die zegt:

'Ik bid voor hen ... voor hen die Gij Mij gegeven hebt, omdat zij U toebehoren' (Joh. 17, 9).

Document

Naam: BIJ DE OPENING VAN DE ZEVENDE SYNODE VAN BISSCHOPPEN OVER HET GEZIN
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Homilie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 26 september 1980
Copyrights: © 1981, Archief van Kerken, jrg. 36, n. 3, p. 106-108
Bewerkt: 26 maart 2015

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam