• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

EFFETA: GOD ALS CENTRUM VAN DE WERKELIJKHEID EN ALS CENTRUM VAN ONS EIGEN LEVEN HEBBEN
H. Mis op het terrein van de Jaarbeurs München-Riem

De lezingen van de H. Mis op deze 23e zondag door het Jaar zijn:
Jesaja 35, 4 - 7a
Jakobus 2, 1- 5
Marcus 7, 31 - 37

Geliefde zusters en broeders!

Allereerst wil ik u allen van ganser harte begroeten. Ik ben blij dat ik opnieuw bij u mag zijn, met u godsdienst vieren mag, dat ik nog een keer de vertrouwde plekken bezoeken kan, die mijn leven bestemd hebben, mijn denken en gevoelens gevormd hebben, de plaatsen, waar ik het geloof en het leven geleerd heb. Het is een gelegenheid de velen levenden en overledenen te danken, die mij richting hebben gegeven en begeleid hebben. Ik dank God voor dit mooi vaderland en voor de mensen, die het tot een thuis gemaakt hebben en maken.

We hebben zojuist de drie lezingen gehoord die de liturgie van de Kerk voor deze zondag uitgekozen heeft. Alle drie zijn door een dubbel thema bepaald, die men van ene of de andere kant meer kan belichten, maar die uiteindelijk terug te voeren zijn op eenzelfde thema. Alle drie de lezingen spreken over God als centrum van de werkelijkheid en als centrum van ons eigen leven. "Zie hier is uw God!" roept ons de profeet Jesaja toe (Jes. 35, 4). De Jakobusbrief en het Evangelie zeggen op hun manier hetzelfde. Zij willen ons tot God terugbrengen en ons zo op de juiste weg brengen. Met het thema God is echter het sociale thema, onze verantwoording voor elkaar, voor de macht van de gerechtigheid en liefde in de wereld verbonden.

Dramatisch wordt dit in de lezing verwoord, waarbij Jakobus, een bloedverwant van Jezus, tot ons spreekt. Hij spreekt tot de gemeente, waarin men begonnen is trots te zijn, wanneer daar ook rijke en voorname mensen zijn, terwijl de zorg voor het recht van de armen in het gedrang komt. Jakobus laat in zijn woorden het beeld van Jezus doorschijnen van God die mens werd en, hoewel afkomstig uit het huis van David, dus van koninklijke afkomst, een eenvoudige onder de eenvoudigen werd, niet op een troon zetelde, maar aan het einde in de laatste armoede van het kruis stierf. De naastenliefde, die als eerste zorg om de gerechtigheid is, is het toetssteen van het geloof en van de liefde voor God. Jakobus noemt dit de "koninklijke wet". Hij laat daarin het lievelingswoord van Jezus doorkomen: het koninkrijk van God, de macht van God. Daarmee is niet zomaar een rijk bedoeld, dat ooit eens komen zal, maar dat door God bepaald zal moeten worden voor ons leven en handelen. Daarom vragen wij, wanneer wij zeggen: Uw rijk kome. Wij bidden er niet om als iets dat ver weg is, dat wij zelf niet eens meer beleven zullen.

Wij bidden er juist om, dat nu Gods wil onze wil bepaald en zo God in de wereld heerst; daarom dus, dat recht en liefde bepalend zullen zijn voor de ordening van de wereld. Een dergelijke bede richt zich uiteraard eerst tot God, maar zij raakt ook ons eigen hart aan. Willen we dat eigenlijk wel? Leven wij in die richting? Jakobus noemt de "koninklijke wet", de wet van het rijk van God, tegelijk ook de wet van de vrijheid: wanneer iedereen vanuit God denkt en leeft, dan zijn we gelijk en dan zullen we vrij worden en dan ontstaat de ware broederlijkheid. Wanneer Jesaja in de eerste lezing over God spreekt, dan spreekt hij tegelijk van het heil van de lijdende, en wanneer Jakobus over de sociale ordening als de noodzakelijke uitdrukking van ons geloof spreekt, dan spreekt hij heel vanzelfsprekend over God, wiens kinderen wij zijn.

Maar nu moeten we ons richten op het Evangelie, dat spreekt over de genezing van de doofstomme door Jezus. Ook daar zijn weer de twee zijden van een thema aanwezig. Jezus richt zich tot de lijdenden, hen die naar de rand van de maatschappij zijn weggedrukt. Hij geneest en brengt hen zo tot de mogelijkheid om mee te leven en mee te beslissen, in gelijkheid en broederlijkheid. Dit hele gebeuren heeft echter nog een diepere dimensie, waarop de kerkvaders in hun uitleg nadrukkelijk gewezen hebben en die ook ons heden nog steeds van groot van belang is. De kerkvaders spreken over de mensen en tot de mensen van hun tijd. Maar wat zij zeggen, betreft op een nieuwe manier ook ons in onze tijd. Er is niet alleen een fysieke doofheid, die de mensen voor een belangrijk deel afsnijd van het sociale leven. Er is een slechthorendheid ten opzichte van God, waaraan we juist in deze tijd te lijden hebben. Wij horen God niet meer want de frequenties die onze oren bereiken zijn te talrijk. Wat er over Hem gezegd wordt, lijkt voor ons wetenschappelijk tijdperk te liggen, niet meer aangepast aan onze tijd. Met de slechthorendheid of eigenlijk doofheid ten opzichte van God verliezen wij onze mogelijkheid om Hem en met Hem te spreken. Zo ontbreekt ons een wezenlijke waarneming. Onze innerlijke zintuigen dreigen af te sterven. Met dit verlies aan waarnemingen wordt echter ook de reikwijdte van onze betrekkingen tot de werkelijkheid drastisch en gevaarlijk beperkt. De ruimte van ons leven wordt op een bedreigende wijze beperkt.

Het Evangelie verhaalt ons, dat Jezus de Zijn vinger in de oren van de dove legt, met een beetje speeksel zijn tong anraakte en zegt: Effeta - ga open. De Evangelist heeft ons het originele Armeense woord overgeleverd, dat Jezus gesproken heeft en brengt ons zo direct naar het moment zelf. Wat er verteld wordt, is eenmalig en behoort toch niet tot een ver verleden. Jezus doet hetzelfde op een nieuwe manier ook nu nog en steeds opnieuw. Bij de doop heeft Jezus ons het gebaar van het aanraken voltrokken en ons gezegd: Effeta - ga open om onze oren te openen voor God en zo ook weer onze mogelijkheid om met God te spreken. Maar dit gebeuren, het Sacrament van het Doopsel, heeft niets magisch in zich. De doop opent een weg. Zij voert ons in de gemeenschap van de horenden en sprekenden - in de gemeenschap met Jezus zelf, die als enige God gezien heeft en zo van Hem spreken kan Vgl. Joh. 1, 18 . Door het geloof wil Hij ons aan Zijn aanschouwen van God, aan Zijn horen en Zijn spreken met de Vader deel laten nemen. De weg van het gedoopt zijn moet een proces van groeien zijn, waarbij we ingroeien in het leven met God en zo ook een andere kijk op de mensen en op de schepping krijgen.

Het Evangelie nodigt ons uit weer te erkennen, dat er bij ons een tekort is in onze mogelijkheid om waar te nemen - een tekort, die wij zelfs niet eens als zodanig ervaren, omdat alle andere dingen zich door zo opdringen en eenkennig aanbieden; omdat alles schijnbaar normaal verder gaat, ook wanneer we geen oren en ogen meet hebben voor God en zonder Hem leven. Maar gaat het werkelijk zo eenvoudig verder, wanneer God in ons leven, in onze wereld ontbreekt? Voordat we daarover verder vragen, wil ik graag enkele van mijn ervaringen van de ontmoetingen met de bisschoppen uit de wereld vertellen. De Katholieke Kerk in Duitsland is ruimhartig in haar sociale activiteiten, door haar bereidheid te helpen, waar de nood dan ook is. Steeds vertellen de bisschoppen mij, laatst die uit Afrika, bij hun ad limina bezoeken dat zij dankbaar zijn voor de ruimhartigheid van de Duitse Katholieken en dragen mij op deze dankbaarheid door te geven. Ook de bisschoppen uit de Baltische staten, die laatst op bezoek waren, hebben mij bericht, hoe groots de Duitse Katholieken bij de wederopbouw van Kerken geholpen hebben, nadat deze door de decennia van communistische overheersing vernietigd waren.

Af en toe zei een Afrikaanse bisschop: "Wanneer ik in Duitsland sociale projecten voorleg, vind ik direct open deuren. Maar wanneer ik met plannen voor Evangelisatie kom, ontmoet ik eerder gereserveerdheid en onzekerheid." Kennelijk heerst er dus kennelijk bij velen de overtuiging dat sociale projecten met de hoogste prioriteit uitgevoerd moeten worden. De dingen van God of zelfs ook met het Katholieke geloof, die lijken eerder een private en dus niet zo'n belangrijke plaats in te nemen. En toch is juist de ervaring van deze bisschoppen, dat de Evangelisering als eerste moet plaatsvinden; dat de God Jezus Christus bekend wordt, in Hem geloof is, geliefd wordt, de harten bekering krijgen moeten, opdat zij de sociale dingen vooruitgaat. Opdat er verzoening zal zijn. Opdat bijvoorbeeld aids werkelijk in haar diepste oorzaken bestreden wordt en de zieken met de nodige toewijding en liefde verzorgd kunnen worden. Het sociale en het Evangelie zijn niet te scheiden. Waar wij de mensen alleen kennis brengen, mogelijkheden, technisch kunnen en machines, brengen we te weinig. Dan treedt al snel alleen de technische macht op de voorgrond en de mogelijkheden om de vernietigen, het doden wordt tot opperste mogelijkheid, aan de macht komen, die dan een keer het recht zal brengen die het uiteindelijk niet brengen kan. Men verwijdert zich dan steeds meer van de verzoening, van de gemeenschappelijke inzet voor de gerechtigheid en de liefde. De norm, waarvoor de techniek in de dienst van het recht en de liefde getreden is, gaat verloren, maar op deze norm komt echter alles aan. Die norm is niet alleen theorie, maar die verlicht het hart en brengt zo het verstand en het handelen op de juiste weg.

Mensen in Afrika en Azië bewonderen onze wetenschappelijke en technische vooruitgang, maar tegelijkertijd zijn ze bang voor een vorm van rationaliteit waarbij God volledig uitgesloten wordt uit de menselijke geest, alsof dit de hoogste vorm van rede is, die men uit hun culturen willen buitensluiten. Zij zien in het christelijk geloof niet de bedreiging van hun identiteit, maar in het minachten van God en in het cynisme, waarbij het spotten met het heilige als een vrijheidsrecht gezien wordt en de resultaten van onderzoek tot de laatste ethische norm verheft. Lieve vrienden! Dit cynisme is niet een vorm van tolerantie en culturele openheid, waarop de mensen wachten en die wij allen wensen. We hebben vandaag nood aan een verdraagzaamheid met een vrees voor God, met respect voor datgene, dat voor anderen heilig is. Dat respect voor wat voor anderen heilig is vraagt dat we ook zelf God meer leren vrezen. Deze vorm van respect kan in de westerse wereld enkel herboren worden, als het geloof in God opnieuw geboren wordt, als God meer tegenwoordig is door ons en in ons.

Wij dringen ons geloof niemand op. Deze vorm van proselitisme is het christendom vreemd. Het geloof kan alleen in vrijheid plaatsvinden. Maar in vrijheid nodigen we de mensen uit, zich op God te richten, Hem te zoeken, naar Hem te luisteren. Wij, zoals we hier zijn, vragen de Heer van ganser harte, dat Hij zijn Effeta tot ons spreekt: dat wij van de slechthorendheid voor God, voor Zijn werken en Zijn woorden genezen worden, Hij ons ziende en luisterend maakt. Wij vragen Hem, dat Hij ons helpt, opnieuw de woorden van gebed te vinden, waartoe Hij ons in de liturgie uitnodigt, voor het 'abc' dat Hij ons in het "Onze Vader" gegeven heeft.

De wereld heeft God nodig. Wij hebben God nodig. Welke God? In de eerste lezing zegt de profeet tot het onderdrukte volk: "De wraak van God zal komen." Wij kunnen het ons goed voorstellen hoe de mens dat hebben voorgesteld. Maar de profeet zegt dan zelf, waaruit die wraak zal bestaan: "de goddelijke vergelding, Hij brengt u redding" (Jes. 35, 4). De definitieve verklaring van de woorden van de profeet vinden wij in Hem, die aan het kruis gestorven is, in Jezus, de mensgeworden Zoon van God. Zijn "wraak" is het kruis: het neen tegen geweld, de "liefde tot aan het einde toe". Deze God hebben we nodig. Wij tasten geen respect aan voor andere religies en culturen, de eerbied voor hun geloof, wanneer wij ons luid en duidelijk tot God bekennen, die het geweld door Zijn lijden heeft vervangen, die het kwaad en de zijn macht als grens en overwinning Zijn barmhartigheid gesteld heeft. Hem bidden wij, dat Hij onder ons wil zijn en dat Hij ons zal helpen, geloofwaardige getuigen van Hem te zijn.

Amen.

Document

Naam: EFFETA: GOD ALS CENTRUM VAN DE WERKELIJKHEID EN ALS CENTRUM VAN ONS EIGEN LEVEN HEBBEN
H. Mis op het terrein van de Jaarbeurs München-Riem
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 10 september 2006
Copyrights: © 2006 Libreria Editrice Vaticana (er geldt het gesproken woord)
Vertaling, alineaverdeling en -nummering: Stg. InterKerk
Bewerkt: 30 augustus 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam