• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. FILIPPUS

Beste broeders en zusters,

we vervolgen de behandeling van de fysionomie, van het gezicht van de verschillende Apostelen, waar we sinds enkele weken mee bezig zijn, en ontmoeten vandaag Filippus. In de lijsten van de Twaalf, staat hij altijd op de vijfde plaats Vgl. Mt. 10, 3. als voorbeeld Vgl. Mc. 3, 18. als voorbeeld Vgl. Lc. 6, 14. als voorbeeld Vgl. Hand. 1, 13. als voorbeeld , en hoort dus wezenlijk tot de eersten. Hoewel Filippus van Joodse afkomst was, heeft hij een Griekse naam, zoals ook Andreas, wat een kleine, niet onder te waarderen aanduiding is van culturele openheid. De berichten die we over hem hebben, komen uit het Evangelie van Johannes. Hij kwam uit dezelfde plaats als Petrus en Andreas, namelijk Betsaïda, een stadje dat tot de tetrarchie behoorde van een van de zonen van Herodes de Grote, die ook Filippus heette Vgl. Lc. 3, 1 .

Het Vierde Evangelie bericht dat Filippus, na door Jezus te zijn geroepen, Nathanaël ontmoet en hem zegt: "Degene over wie Mozes in de wet geschreven heeft en ook de profeten, Hem hebben wij gevonden: Jezus, de zoon van Jozef uit Nazaret." (Joh. 1, 45). Voor het nogal sceptische antwoord van Nathanaël ("Uit Nazaret, kan daar iets goeds vandaan komen?"), zwicht Filippus niet, maar countert vastberaden: "Kom dan kijken!' (Joh. 1, 46, lett: "Kom en zie"). In dit antwoord, kortaf maar helder, vertoont Filippus de kernmerken van een ware getuige: hij neemt geen genoegen met het voorstellen van de verkondiging, maar spreekt zijn gesprekspartner rechtstreeks aan door hem te suggereren zelf persoonlijk ervaring op te doen van wat hem is verkondigd. Dezelfde twee werkwoorden worden door Jezus zelf gebruikt wanneer twee leerlingen hem komen vragen waar hij verblijf houdt. Jezus antwoordt "Kom dan kijken" Vgl. Joh. 1, 387-39. letterlijk: "Komt en ge zult zien" .

Wij mogen bedenken dat Filippus zich ook tot ons richt met diezelfde twee werkwoorden die een persoonlijke betrokkenheid veronderstellen. Ook tegen ons zegt hij wat hij tegen Nathanaël zei: "Kom en zie". De Apostel spoort ons aan om Jezus van nabij te leren kennen. De vriendschap, het echt kennen van de ander, heeft immers nabijheid nodig, sterker nog: zij leeft daar voor een deel van. Overigens moeten we niet vergeten dat Jezus de Twaalf allereerst uitkoos om "Hem te vergezellen" letterlijk: "om met Hem te zijn", dat wil zeggen om zijn leven te delen en rechtstreeks van Hem niet alleen zijn manier van doen te leren, maar vooral wie Hij werkelijk was. Alleen zo immers, door zijn leven te delen, konden ze Hem leren kennen en vervolgens Hem verkondigen.

Later zal er in de brief van Paulus aan de Efeziërs te lezen staan dat het er om gaat "de Christus te leren kennen" (Ef. 4, 20): dus niet alleen en niet zozeer om te luisteren naar zijn onderricht, naar zijn woorden, maar veeleer Hem om te leren kennen in eigen Persoon, dat wil zeggen zijn mensheid en zijn godheid, zijn mysterie, zijn schoonheid. Hij is immers niet alleen een Leraar, maar een Vriend, sterker nog: een Broer. Hoe zouden wij Hem ten diepste kunnen leren kennen als wij op een afstand zouden blijven? De intimiteit, de vertrouwelijke en tot gewoonte geworden omgang doen ons de ware identiteit van Jezus Christus ontdekken. En dat is nu juist waar de Apostel Flippus ons aan herinnert. Hij nodigt ons uit te "komen" en te "zien", dat wil zeggen: met Jezus in een contact te treden van luisteren, van antwoorden en van gemeenschap van leven met Hem.

Hij, Filippus is het vervolgens, die bij gelegenheid van de broodvermenigvuldiging van Jezus een specifieke vraag kreeg, die enigszins verbaast: waar ze namelijk brood zouden kunnen kopen om heel die menigte die Hem volgde de honger te laten stillen Vgl. Joh. 6, 5 . Filippus antwoordde toen heel realistisch: "Wil ieder ook maar een klein stukje brood krijgen, dan is voor tweehonderd denariën brood nog te weinig" (Joh. 6, 7). Hier wordt het praktisch realisme van de Apostel zichtbaar, die de consequenties van een bepaalde situatie weet te beoordelen. Hoe de dingen vervolgens zijn gegaan, weten we. We weten dat Jezus de broden heeft genomen en, en na gebeden te hebben ze uitdeelde. Zo verwezenlijkte zich de broodvermenigvuldiging. Maar wat ons hier interesseert is dat Jezus zich juist tot Filippus heeft gericht om een eerste aanduiding te krijgen over hoe het probleem zou kunnen worden opgelost: een overduidelijk teken dat hij deel uitmaakte van de kleinere groep om Hem heen.

Er is nog een ander moment dat heel belangrijk is voor de latere geschiedenis. Het is vóór het Lijden. Enkele Grieken die in Jeruzalem waren voor het Passfeest "klampten Filippus ... aan en vroegen hem: 'Heer wij zouden Jezus graag spreken'. Filippus ging het aan Andreas vertellen en tenslotte brachten Andreas en Filippus de boodschap aan Jezus over" (Joh. 12, 20-22). Opnieuw hebben we hier een aanduiding dat hij een bijzonder aanzien genoot binnen het college van de Apostelen. In dit geval is hij vooral de bemiddelaar tussen het verzoek van enkele Grieken - hij sprak waarschijnlijk Grieks en kon daarom als tolk optreden - en Jezus; ook al voegt hij zich bij Andreas, de andere Apostel met een Griekse naam, toch is het tot hem dat de vreemdelingen zich richten.

Dit leert ons steeds klaar te staan, zowel om in te gaan op vragen en verzoeken om hulp, alsook om ze door te leiden naar de Heer, de Enige die er ten volle aan kan voldoen. Het is immers belangrijk te beseffen dat wij uiteindelijk niet zelf degenen zijn voor wie de gebeden van degene die ons "aanklampt" bestemd zijn, maar dat de Heer dat is. Op Hem moeten wij iedereen richten die zich in nood bevind. Dat is het: ieder van ons moet een open weg zijn naar Hem!

Dan is er nog een andere, heel bijzondere gelegenheid waarbij Filippus in beeld komt. Bij het Laatste Avondmaal, nadat Jezus gezegd heeft dat Hem kennen betekent dat men ook de Vader kent (Joh. 14, 7), vraagt Filippus Hem haast argeloos: "Heer, toon ons de Vader, dat is ons genoeg" (Joh. 14, 8). Jezus antwoordde hem op een toon waarin een vriendelijk verwijt doorklonk: "Ik ben al zo lang bij u en gij kent Mij nog niet, Filippus? Wie Mij ziet, ziet de Vader. Hoe kunt ge dan zeggen: Toon ons de Vader? Gelooft ge niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? ... Gelooft Mij: Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij" (Joh. 14, 9-11).

Deze woorden horen tot de diepste van het Evangelie van Johannes. Ze bevatten een echte en heuse openbaring. Aan het eind van de Proloog van zijn Evangelie, verklaart Johannes: "Niemand heeft ooit God gezien; de Eniggeboren Zoon, die in de schoot van de Vader is, Hij heeft Hem doen kennen" (Joh. 1, 18). Welnu, deze verklaring, die van de evangelist is, wordt door Jezus zelf hernomen en bevestigd. Maar met een nieuwe betekenis. Immers, terwijl de Johanneïsche proloog spreekt van een uitleggend tussen beiden komen van Jezus door de woorden van zijn onderricht, verwijst Jezus in het antwoord aan Filippus naar zijn eigen Persoon als zodanig, en laat daarmee verstaan dat het mogelijk is Hem niet alleen te begrijpen door middel van wat Hij zegt, maar nog meer door middel van wat Hij eenvoudig is. Om het uit te drukken volgens de paradox van de menswording kunnen we goed zeggen dat God zich een menselijk gelaat heeft aangenomen, dat van Jezus, en dat bij gevolg wij voortaan, als we werkelijk het gelaat van God willen kennen, slechts het gelaat van Jezus hoeven te beschouwen! In zijn gelaat zien wij werkelijk wie God is en hoe God is!

De evangelist vertelt ons niet of Flippus de zin van Jezus helemaal begreep. Vast staat dat hij zijn leven helemaal aan Hem heeft toegewijd. Volgens enkele latere verhalen (De Handelingen van Filippus en andere), zou onze Apostel eerst Griekenland hebben geëvangeliseerd en daarna Frygië, waar hem de dood zou hebben getroffen, in Hiërapolis, middels een terechtstelling die op verschillende wijzen omschreven wordt als kruisiging of steniging.

We willen onze bezinning gaan afsluiten, door ons het doel voor de geest te halen waar ons leven naar moet streven: Jezus ontmoeten zoals Filippus Hem ontmoette, terwijl we in Hem God zelf trachten te zien, de hemelse Vader. Als het ons aan die inzet zou ontbreken, zouden we steeds weer terug uitkomen bij onszelf alleen, als in een spiegel kijkend, en zouden we steeds eenzamer zijn. Filippus leert ons daarentegen ons te laten veroveren door Jezus, en met Hem te zijn, en ook anderen uit te nodigen om te delen in dit onontbeerlijk gezelschap. Hij leert ons God te zien en te vinden, en zo het ware leven te vinden.

Document

Naam: H. FILIPPUS
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 6 september 2006
Copyrights: © 2006, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling, alineaverdeling en -nummering: Past. Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam