• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. MATTEüS, DE EVANGELIST

Beste broeders en zusters,

als vervolg op de reeks schetsen van de twaalf Apostelen, waarmee we enkele weken geleden zijn begonnen, staan we vandaag stil bij Matteüs. Om eerlijk te zijn is het haast onmogelijk zijn figuur volledig te schetsen, want er zijn maar weinig en dan nog slechts fragmentarische gegevens over hem bekend. Maar wat we wel kunnen doen is niet zozeer zijn biografie behandelen, als wel zijn profiel zoals het Evangelie dat geeft.
Hij blijkt dan steeds voor te komen in de lijst van de Twaalf die gekozen zijn door Jezus Vgl. Mt. 10, 3 Vgl. Mc. 3, 18 Vgl. Lc. 6, 15 Vgl. Hand. 1, 13 . Zijn Hebreeuwse naam betekent "gave van God". Het eerste canonieke evangelie, dat zijn naam draagt, stelt hem in de lijst van de Twaalf aan ons voor met een nauwkeurige kwalificatie: "de tollenaar" (Mt. 10, 3). Daardoor wordt hij vereenzelvigd met de man die aan het tolhuis zit en die Jezus roept Hem te volgen: "Toen Jezus vandaar verder ging, zag Hij iemand aan het tolhuis zitten die Matteüs heette, en Hij zei tot hem: 'Volg Mij!' De man stond op en volgde Hem" (Mt. 9, 9). Ook Marcus Vgl. Mc. 2, 13-17 en Lucas Vgl. Lc. 5, 27-30 verhalen de roeping van de man die aan het tolhuis zat, maar noemen hem "Levi".

Willen we ons van de scène die in Mt. 9, 9 wordt beschreven een voorstelling maken, is het genoeg om ons het prachtige schilderij te herinneren van Caravaggio, dat hier in Rome wordt bewaard in de kerk San Luigi dei Francesi:

Caravaggio, de roeping van Matteüs in Contarelli Kapel van de kerk San Luigi dei Francesi, Rome (Web Art Gallery)

Uit de Evangelies komt nog een ander biografisch detail naar voren: in de passage die onmiddellijk voorafgaat aan het verhaal van zijn roeping wordt bericht over een wonder dat Jezus in Kafarnaüm heeft verricht Vgl. Mt. 9, 1-8 Vgl. Mc. 2, 1-12 en wordt aangeduid dat het meer van Galilea, dat wil zeggen het meer van Tiberias dichtbij ligt Vgl. Mc. 2, 13-14 . Daaruit laat zich afleiden dat Matteüs de functie van belastingambtenaar in Kafarnaüm uitoefende, en wel "bij de oever van het meer" (Mt. 4, 13), waar Jezus de vaste gast was in het huis van Petrus.

Op basis van deze eenvoudige vaststellingen die uit het Evangelie volgen laten zich enkele gedachten ontwikkelen. De eerste is dat Jezus in de groep van zijn "intimi" een man opneemt die, volgens de heersende opvatting in Israël van die tijd, beschouwd werd als een publieke zondaar. Matteüs beheerde immers niet alleen geld dat voor onrein werd gehouden omdat het van mensen kwam die buiten het volk van God stonden, maar collaboreerde bovendien met een vreemd, afschuwelijk inhalig gezag, wiens belastingtarieven bovendien naar willekeur konden worden vastgesteld. Om deze reden spreken de Evangelies meer dan eens in één adem van "tollenaars en zondaars" (Mt. 9, 10)(Lc. 15, 1), en van "tollenaars en hoeren" (Mt. 21, 31). Bovendien zien zij in de tollenaars een voorbeeld van gierigheid Vgl. Mt. 5, 46. zij beminnen alleen degenen die hen beminnen en noemen een van hen, Zacheüs, "hoofdambtenaar bij het tolwezen en een rijk man" (Lc. 19, 2), terwijl de volksopinie hen associeerde met "rovers, onrechtvaardigen en echtbrekers" (Lc. 18, 11).

Op basis van deze aanduidingen springt een eerste gegeven in het oog: Jezus sluit niemand van zijn vriendschap uit. Sterker nog: als hij aan tafel aanligt in het huis van Matteüs - Levi, doet hij juist daar, als antwoord aan degene die er schandaal van sprak dat Hij met gezelschappen omging die niet echt aan te bevelen waren, de belangrijke uitspraak: "Niet de gezonden hebben een dokter nodig maar de zieken. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars" (Mc. 2, 17).

De Blijde Boodschap van het Evangelie bestaat juist hierin: in het aanbod van Gods genade aan de zondaar! Elders, met de befaamde gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar die waren opgegaan naar de tempel om te bidden, wijst Jezus een anonieme tollenaar aan als een goed voorbeeld van nederig vertrouwen in Gods barmhartigheid: terwijl de farizeeër zich beroemt op eigen morele volmaaktheid, wil "de tollenaar... zelfs niet zijn ogen opheffen naar de hemel, maar hij klopte zich op de borst en zei: God, wees mij zondaar genadig". En Jezus tekent aan: "Ik zeg u: deze ging gerechtvaardigd naar huis en niet die andere; want alwie zich verheft zal vernederd, maar wie zich vernedert zal verheven worden" (Lc. 18, 13-14). In de persoon van Matteüs geven de Evangelies ons dus een ware en echte paradox: wie klaarblijkelijk het verst verwijderd is van de heiligheid kan zelfs een model worden van het ontvangen van Gods barmhartigheid en er de wonderlijke uitwerkingen van laten zien in eigen leven.

Hierbij maakt de heilige Chrysostomos een betekenisvolle kanttekening: hij merkt op dat bij sommigen alleen in hun roepingsverhaal melding gemaakt wordt van het werk dat zij aan het uitoefenen waren. Petrus, Andreas, Jacobus en Johannes worden geroepen terwijl zij aan het vissen zijn, Matteüs precies bij het innen van de belasting. Het is een werk dat weinig in aanzien staat - geeft Chrysostomos als commentaar - "want er is niets verachtelijkers dan de functie van belastingambtenaar en niets gewoners dan het vissen" H. Johannes Chrysostomos, Preek over het Evangelie volgens Mattheüs, In Matthaeum Homilia. PL 57, 363. De roep van Jezus bereikt dus ook mensen van lage sociale rangorde, terwijl ze gewoon bezig zijn hun werk te doen.

Een andere gedachte, die voortkomt uit het evangelieverhaal, is dat Matteüs ogenblikkelijk antwoord op de roep van Jezus: "Hij stond op en volgde Hem". De bondigheid van deze zin laat goed uitkomen hoe vlug Matteüs is in het antwoorden op de roeping. Dat houdt voor hem het loslaten in van alles, vooral van datgene wat voor hem de garantie vormde een vaste bron van inkomsten te hebben, ook al waren die dikwijls onrechtvaardig en oneervol. Blijkbaar begreep Matteüs dat de vertrouwelijke omgang met Jezus hem niet toestond door te gaan met activiteiten die door God afgekeurd werden. De toepassing op de tegenwoordige tijd is gemakkelijk in te zien: ook vandaag de dag is het ontoelaatbaar vast te houden aan zaken die zich niet verdragen met het volgen van Jezus, zoals het geval is met oneerlijke rijkdommen. Eens heeft Jezus ondubbelzinnig gezegd: "Wilt ge volmaakt zijn, ga dan naar huis, verkoop wat ge bezit en geef het aan de armen; daarmee zult ge een schat in de hemel bezitten. En kom dan terug om Mij te volgen" (Mt. 19, 21). Dat is precies wat Matteüs gedaan heeft: Hij stond op en volgde Hem! In dit "opstaan" mag men het zich losmaken lezen uit een zondige situatie, en tegelijkertijd de bewuste instemming met een nieuw en rechtvaardig bestaan in gemeenschap met Jezus.
Herinneren we ons tenslotte dat de overlevering van de oude Kerk eensluidend aan Matteüs het vaderschap over het eerste Evangelie toekent. Dat gebeurt al vanaf Papias, Bisschop van Hiërapolis in Frygië rond het jaar 130. Hij schrijft: "Matteüs verzamelde de woorden (van de Heer) in de joodse taal, en vertaalde ze een voor een naar best vermogen" H. Eusebius van Caesarea, Geschiedenis van de Kerk, Historia Ecclesiastica. III,39,16. De historicus Eusebius voegt er deze aantekening aan toe: "Matteüs, die eerst onder de joden had gepredikt schreef, toen hij had besloten ook naar andere volkeren te gaan, in eigen moedertaal het Evangelie op dat hij had verkondigd. Zo trachtte hij bij degenen van wie wegging door het geschrift te vervangen wat zij door zijn vertrek zouden verliezen" H. Eusebius van Caesarea, Geschiedenis van de Kerk, Historia Ecclesiastica. III, 24,6.

Het evangelie zoals Matteüs dat in het Hebreeuws of Aramees geschreven heeft, hebben we niet meer, maar in het Griekse Evangelie dat we wel hebben, horen we in zekere zin nog steeds de overtuigende stem van de tollenaar Matteüs die, Apostel geworden, doorgaat ons de heilzame barmhartigheid van God te verkondigen.

Laten we naar deze boodschap van Matteüs luisteren, overwegen we haar steeds weer opnieuw, zodat ook wij leren op te staan en vastbesloten Jezus te volgen.

Document

Naam: H. MATTEüS, DE EVANGELIST
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 30 augustus 2006
Copyrights: © 2006, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling, alineanummering en -indeling: Past. Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 30 augustus 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam