• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DE LIEFDE REKENT HET KWADE NIET AAN
Veertigdagentijd 2001

"Kijk, we gaan op naar Jeruzalem" (Mc 10, 33). Met deze woorden nodigt de Heer de leerlingen uit om met Hem de weg te gaan die van Galilea voert naar de plaats waar Hij zijn verlossende missie zal volbrengen.

De weg naar Jeruzalem, door de evangelisten voorgesteld als het hoogtepunt van Jezus’ aardse reis, is een voorbeeld voor de christen die de Meester op de Kruisweg wil volgen. Ook de mannen en vrouwen van deze tijd worden door Christus gevraagd om ‘op te gaan naar Jeruzalem’. Hij beklemtoont dat het nu, speciaal in de Veertigdagentijd, een goed moment voor ons is om ons te bekeren en tot een volkomen gemeenschap met Hem te komen, en zo intens deel te hebben aan het mysterie van zijn dood en verrijzenis.

De vastentijd is dan ook voor gelovigen bij uitstek een gelegenheid tot een diepgaande bezinning op het leven. Er zijn in de huidige wereld, naast vurige getuigen van het evangelie, ook gedoopten die de veeleisende oproep om ‘op te gaan naar Jeruzalem’ beantwoorden met onverschillige weerstand en soms zelfs openlijk verzet. Er zijn situaties waarin het gebed op een enigszins oppervlakkige manier wordt ervaren, op een manier die Gods woord niet tot het leven laat doordringen. Zelfs het sacrament van de boetedoening wordt door velen als onbetekenend beschouwd en de viering van de zondagse liturgie slechts als een plicht die moet worden vervuld.

Hoe moet men dan ingaan op de oproep tot bekering die Jezus in deze Veertigdagentijd ook aan ons richt? Hoe kan zich een serieuze verandering in ons leven voltrekken? In de eerste plaats is het noodzakelijk om het hart open te stellen voor de indrukwekkende boodschappen van de liturgie. De periode in de aanloop naar Pasen vormt een wonderbaarlijke gave van de Heer en een waardevolle gelegenheid om dichter tot Hem te komen, door ons in onszelf te keren en te luisteren naar zijn stem binnen in ons.
Sommige christenen menen dat zij zonder zulk een voortdurende spirituele inspanning kunnen, aangezien zij geen aandacht hebben voor de dringende noodzaak om zichzelf de waarheid van het evangelie voor te houden. Om hun manier van leven niet te verstoren, proberen zij de betekenis uit te hollen van woorden als: "Heb je vijanden lief, wees goed voor wie je haten" (Lc. 6, 27). Zulke woorden zijn voor die mensen zo moeilijk te accepteren en te vertalen in een coherente levenswijze. Het zijn in feite woorden die, als zij werkelijk serieus worden genomen, om een radicale omslag vragen. Als men zich echter wel beledigd of gekwetst voelt, komt men in de verleiding om toe te geven aan het psychologische mechanisme van zelfmedelijden en vergelding, zonder acht te slaan op Jezus’ oproep om je vijand lief te hebben. In het dagelijks leven van de mens blijkt niettemin duidelijk hoeveel vergeving en verzoening er onmiskenbaar nodig is om een werkelijke persoonlijke en sociale vernieuwing teweeg te brengen. Dit geldt voor intermenselijke relaties, maar ook voor de betrekkingen tussen gemeenschappen en landen.
De vele tragische conflicten die de mensheid verscheuren en die soms ook voortkomen uit onjuist geïnterpreteerde religieuze motieven, hebben sporen van haat en geweld achtergelaten onder de volken. Hetzelfde gebeurt soms ook tussen verschillende groeperingen binnen een land. Met een triest gevoel van machteloosheid werken wij soms zelfs mee aan de terugkeer van schermutselingen die definitief tot het verleden leken te behoren. Dit wekt de indruk dat sommige mensen gevangen zitten in een onstuitbare geweldsspiraal die keer op keer slachtoffers zal blijven eisen, zonder dat er een concrete oplossing in zicht is. Het verlangen naar vrede dat in alle delen van de wereld leeft, is dan tevergeefs: de vereiste toezeggingen om tot de verlangde overeenstemming te komen lijken geen wortel te schieten.

Ten overstaan van deze verontrustende gang van zaken kunnen christenen niet onverschillig blijven. Om die reden heb ik in het kort geleden afgesloten Jubeljaar openlijk gebeden om Gods vergeving voor de Kerk en de zonden van haar kinderen. Wij zijn ons er terdege van bewust dat de schuld van christenen een schaduw over het smetteloze aanzien werpt. Vertrouwend op Gods barmhartige liefde, die het kwaad niet aanrekent bij het zien van berouw, kunnen wij ook altijd vrijmoedig op de weg terugkeren. De liefde van God vindt zijn hoogste uitingsvorm juist in het moment waarop de mens, zondig en ondankbaar, wordt teruggebracht tot de gemeenschap met Hem. In dit perspectief is de ‘zuivering van het geheugen’ in de eerste plaats een hernieuwde belijdenis van de goddelijke genade, een belijdenis die de Kerk, op alle verschillende niveaus, telkens opnieuw met hernieuwde overtuiging als de hare moet erkennen.
De enige weg naar de vrede is vergeving. Wanneer mensen vergeving aanvaarden en schenken, kan er een nieuw soort verstandhouding tussen mensen ontstaan, die de spiraal van haat en vergelding doorbreekt en de ketenen van het kwaad verbreekt waarin het hart van de tegenstander gevangen is. Voor landen die naar verzoening streven en mensen die hopen op een vreedzaam samenleven van mensen en volken, is het aanvaarden en schenken van vergeving de enige weg. Hoe waardevol zijn de heilzame lessen die doorklinken in de woorden van de Heer: "Heb je vijanden lief en bid voor wie je vervolgen, dan zullen jullie kinderen worden van je Vader in de hemel, want die laat zijn zon opgaan over slechten en goeden, en Hij laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen" (Mt. 5, 44-45)! Een liefdevolle houding tegenover degene die ons kwaad doet, werkt ontwapenend en kan een strijdperk omvormen tot een toneel van behulpzame samenwerking.

Dit is een uitdaging voor individuele mensen, maar evengoed voor gemeenschappen, volken en de mensheid als geheel. Zij geldt voor het gezin op een bijzondere manier. Het is niet eenvoudig om jezelf te bekeren tot vergeving en verzoening. Verzoening kan al een probleem lijken als de oorsprong in de eigen schuld ligt. Als de schuld dan ook nog bij de ander ligt, kan verzoening zelfs als een onredelijke vernedering worden beschouwd. Om deze weg te gaan, moet men een innerlijke bekering doormaken. Men moet de moed hebben om Jezus in nederigheid te gehoorzamen. Zijn woord laat geen ruimte voor twijfel: niet alleen degene die een ander van zich heeft vervreemd, maar ook degene die eronder lijdt, moet verzoening nastreven Vgl. Mt. 5, 23-24 . Een christen moet vrede sluiten, zelfs wanneer hij zich het slachtoffer voelt van iemand die hem onrechtvaardig heeft behandeld of kwaad gedaan. Zo leefde de Heer zelf ook. Hij wacht tot de leerling Hem volgt en werkt op die manier mee aan een broederlijke verlossing.

In onze tijd blijkt vergeving in toenemende mate een noodzakelijke dimensie te zijn voor een werkelijke sociale vernieuwing en voor meer vrede in de wereld. De Kerk, die vergeving en liefde voor de vijand verkondigt, wil in het spirituele erfgoed van de mensheid welbewust inspireren tot een nieuwe manier van omgaan met elkaar: een moeilijke weg, maar wel een weg van hoop vervuld. De Kerk vertrouwt hierin op de hulp van de Heer, die nooit in de steek laat wie zich in moeilijkheden tot Hem wendt.

"De liefde rekent het kwade niet aan" (1 Kor. 13, 5). In deze woorden uit de Eerste brief aan de Korintiërs, wijst de apostel Paulus er nog eens op dat vergeving een van de hoogste vormen van naastenliefde is. De Veertigdagentijd is een uitgelezen tijdstip om de betekenis van deze deugd verder uit te diepen. Door het sacrament van de verzoening schenkt de Vader ons in Christus zijn vergeving en dat stimuleert ons om in liefde te leven en de ander niet als vijand maar als broeder te beschouwen.

Moge deze tijd van boetedoening en verzoening gelovigen ertoe aanzetten om te denken en te handelen in het teken van waarachtige naastenliefde, openstaand voor alle menselijke dimensies. Deze innerlijke houding zal maken dat zij de vruchten van de Geest zullen dragen Vgl. Gal. 5, 22 en met een nieuw hart materiële hulp zullen bieden aan hen die in nood verkeren.

Een hart dat is verzoend met God en met de naaste, is een groot hart. In de heilige dagen van de Veertigdagentijd krijgt het ‘offer’ een diepere betekenis, omdat het niet simpelweg inhoudt dat men iets van zijn eigen overschot weggeeft om zijn geweten te verlichten, maar dat men zich de ellende in de wereld werkelijk aantrekt. De aanblik van de lijdende gezichten en de miserabele omstandigheden van vele broeders en zusters dwingt ons ertoe om op zijn minst een deel van onze eigen goederen te delen met hen die het moeilijk hebben. De offergave in de Veertigdagentijd krijgt daarbij een extra grote betekenis als degene die het offer brengt, bevrijd is van wrok en onverschilligheid, obstakels die ons ver verwijderd houden van de gemeenschap met God en met onze broeders en zusters.

De wereld verwacht van christenen een consistent getuigenis van gemeenschap en solidariteit. In dit verband zijn de woorden van de apostel Johannes duidelijk genoeg: "Hoe kan de goddelijke liefde blijven in een mens die geld genoeg heeft, en toch zijn hart sluit voor de nood van zijn broeder?" (1 Joh. 3, 17).

Broeders en zusters! De heilige Johannes Chrysostomus wijst er in een commentaar op de woorden van de Heer op weg naar Jeruzalem op dat Christus de leerlingen niet onwetend houdt over de strijd en offers die hen te wachten staan. Hij benadrukt dat het moeilijk is om jezelf te verloochenen. Het is echter niet onmogelijk wanneer men kan rekenen op de hulp die God ons heeft geschonken "door de gemeenschap met de persoon van Christus". 1

Daarom wil ik in deze Veertigdagentijd alle gelovigen uitnodigen om vol vertrouwen en vurig tot de Heer te bidden, omdat dat ieder mens zijn genade opnieuw doet ervaren. Alleen die gave zal ons helpen om de liefde van Christus in ons leven op een steeds vreugdevollere en ruimhartiger manier te ontvangen en uit te dragen, een liefde die "zich niet kwaad laat maken, het kwade niet aanrekent, zich niet over onrecht verheugt, maar vreugde vindt in de waarheid" (1 Kor. 13, 5-6).

Met deze gevoelens bid ik om de bescherming van de Moeder van Genade voor heel de gemeenschap van gelovigen op onze weg door de Veertigdagentijd en schenk ik u allen mijn oprechte apostolische zegen.

Vanuit het Vaticaan, 7 januari 2001.

Paus Johannes Paulus II

Document

Naam: DE LIEFDE REKENT HET KWADE NIET AAN
Veertigdagentijd 2001
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Boodschap
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 7 januari 2001
Copyrights: © 2001, SRKK, Utrecht
P. de Die
Bewerkt: 26 maart 2015

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam